BAKKER, Jacobus

Jacobus Bakker

(bekend als Jac. Bakker), bestuurder neutrale handels-en kantoorbediendenbond Mercurius, is geboren te Rotterdam op 29 augustus 1875 en overleden te Amsterdam op 5 augustus 1950. Hij was de zoon van Hendrik Bakker, huisschilder, en Neeltje Zijdeman. Op 27 oktober 1909 trad hij (in Hoogeveen) in het huwelijk met Jantina Margaretha Wilhelmina Robaard, met wie hij twee dochters kreeg.

Bakker begon zijn loopbaan als onderwijzer en werd daarna redacteur van het Rotterdamsch Nieuwsblad. In april 1903 kwam hij als administrateur-verslaggever te werken bij de Vereeniging van Handelsbedienden 'Mercurius' in Rotterdam. Deze had net een periode van heftige interne tegenstellingen achter de rug, waarbij de enkel voor mannelijke handelsbedienden openstaande en door de patroons gesteunde plaatselijke standsvereniging zich had ontwikkeld tot een gematigde landelijke vakbond voor handels- en kantoorbedienden van beide seksen. Bakker bleek een harde werker die veel taken tegelijk aankon. Begin 1904 nam hij de administratie van de afdeling Rotterdam erbij (en deed deze tot eind 1913); in september 1905 werd hij redacteur van het bondsorgaan Mercurius (tot 1911 alleen, daarna tot 1932 als lid van de redactie); in januari 1907 kreeg hij de leiding van het Bureau voor Arbeidsrecht van de bond (tot 1932); in april 1907 werd hij secretaris van de toen opgerichte Handelsavondschool Mercurius (hij bleef tot 1932 bestuurslid) en in januari 1912 nam hij het beheer van het arbeidsbemiddelingsbureau van de bond op zich (tot 1921). Ook buiten de bond was Bakker actief: in 1906 richtte hij de Rotterdamsche Esperantisten-Vereeniging 'Merkurio' op (waarvan hij secretaris werd); in juli 1907 werd hij als liberale, door de vrijzinnig-democratische kieskring gesteunde kandidaat in de Rotterdamse gemeenteraad gekozen (tot augustus 1913) waar hij actief was in de commissie voor de drinkwaterleiding; hij was secretaris van de plaatselijke Kamer van Arbeid voor de Bouwbedrijven, secretaris van de gemeentelijke arbeidsbeurs en betrokken bij de oprichting en activiteiten van het in november 1918 in werking getreden Bureau voor Beroepskeuze (tussen 1921 en 1931 als voorzitter).

Tijdens het congres bij het 25-jarig bestaan van Mercurius in mei 1907, waar de vrijzinnig-democraat M.W.F. Treub de politiek en religieus neutrale denkbeelden en gevoelens van de 'Mercurianen' verwoordde, sprak Bakker over de noodzaak de bestaande Kamers van Arbeid te reorganiseren. Hij bepleitte betere verkiezingen, plaatselijke centralisatie en splitsing in een kamer voor onderzoek naar de arbeidsvoorwaarden en een voor het beslechten van geschillen. Toen de verhoudingen tussen patroons en georganiseerde bedienden zich in 1910 verscherpten, noemde Bakker het rechtstreeks optreden van de bond tegen werkgevers 'geheel nieuw' voor Mercurius. Hoewel hij nog zijn bedenkingen had over de aanwending van het stakingsmiddel, sprak hij tijdens de in dat jaar door de NVV-bond geproclameerde staking in de galanteriewarenbranche zijn afkeuring uit over het onderkruipen waaraan een Mercuriuslid zich schuldig had gemaakt. Bakkers activiteiten als gekozen vakbondsbestuurder begonnen in juni 1912, toen hij secretaris werd van het door Mercurius en andere neutrale vakorganisaties als alternatief voor het NVV opgerichte Nederlandsch Verbond van Neutrale Vakvereenigingen (NVNV). Het bezwaar tegen het NVV gold behalve de klassenstrijd de band met de SDAP. Bakker had het neutrale vakverbond het liefst tot hoofdarbeiders beperkt gehouden omdat, zoals hij in 1908 verklaarde, 'die bij intuïtie gevoelen, dat haar wederzijdsche belangen, hoe nauw verwant ook aan die van andere arbeiders, eene speciale behartiging in een speciale centrale behoeven'. Hoewel het NVNV voor handarbeiders openstond, bleven die in dit kleine vakverbond ver in de minderheid. In november 1918 werd Bakker voorzitter. Ook in Mercurius werden zijn bestuurlijke kwaliteiten gewaardeerd. In mei 1919 werd hij tot bondssecretaris benoemd, in mei 1921 tot bondsvoorzitter. Met het Algemeen Nederlandsch Vakverbond (ANV), dat in juni 1919 door samengaan van het NVNV met neutrale bonden van overheidspersoneel was ontstaan en waarvan Bakker het vicevoorzitterschap bekleedde, was Mercurius weinig ingenomen. Eind 1922 trad Bakker vanwege het financiële beleid uit het ANV-bestuur. Hij vond dat de werkloosheidsuitkeringen van de voor het merendeel zwakke bonden te veel op het ANV en de grotere organisaties drukten en dat de kleine neutrale sigarenmakersbond de kosten van de sigarenmakersstaking in Kampen te gemakkelijk op het ANV kon afwentelen. Door toedoen van Mercurius kwam in oktober 1923 het Verbond van Vakorganisaties van Hoofdarbeiders in Nederland (VVH) tot stand, waarvan Bakker secretaris werd (tot 1932). Nadat onder zijn voorzitterschap een commissie gevormd was om een nieuw neutraal vakverbond te stichten, kwam in 1929 de Nederlandsche Vakcentrale (NVC) tot stand met drie tamelijk autonome 'vleugels': het ANV (voor de handarbeiders), het VVH en een centrale van overheidspersoneel. Bakker werd voorzitter van de NVC maar gaf al snel te kennen dit in verband met zijn vele werkzaamheden niet te willen blijven. In mei 1931 trad hij terug, maar bleef op verzoek lid van het dagelijks bestuur (tot mei 1932).

In politiek opzicht bleek Bakker in deze tijd een volgeling van Treub. In de brochure Sociale arbeid en partijpolitiek (Purmerend 1924) zette hij zich af tegen de 'onzuivere partijverhoudingen' in de Nederlandse politiek, waar de tegenstelling tussen hervormingsgezindheid en behoud dwars door de partijen liep. Zowel de confessionele partijen als het door R. Stenhuis gesteunde streven naar een arbeiderspartij in de zin van de Engelse Labour Party moesten het daarin ontgelden. De in 1917 door Treub gestichte Economische Bond die in 1921 met andere liberale groeperingen tot Vrijheidsbond fuseerde, gold daarentegen als voorbeeld van 'een nieuwe partij, die de mogelijkheid met zich brengt van zuivering der politieke verhoudingen'. In de interne tegenstellingen die Mercurius in de jaren twintig doormaakte, steunde Bakker diegenen die standsbesef en neutraliteit vooropstelden. Mercurius had zich na de wereldoorlog strijdbaar opgesteld en bij het ontwerpen van een minimum salarisregeling voor kantoorbedienden nauw met de andere bonden samengewerkt. In 1921 sloot Mercurius zich aan bij dezelfde beroepsinternationale (Fédération Internationale des Employés et Techniciens, FIET) als de NVV-bond van handels- en kantoorbedienden (de Algemeene). Dit leidde tot fusiebesprekingen tussen beide bonden, terwijl ook NVV en ANV over fusie kwamen te spreken. Toen Mercurius in 1922 onverwachts eiste dat de nieuwe bond alleen kantoorbedienden mocht organiseren (en dus geen 'minder' geachte winkel- of magazijnbedienden), liepen de besprekingen vast. De fusie tussen beide vakcentrales ketste af op de verhouding vakbeweging en politiek. Onder leiding van de FIET werd in 1924 opnieuw gepoogd tot fusie te komen. Ditmaal leek tussen beide bonden verregaande overeenstemming te bestaan over de grondslagen van de fusie. Bovendien organiseerden deze op 7 september een gezamenlijke demonstratie in Amsterdam met als eis het voor bedienden van toepassing verklaren van de Arbeidswet uit 1919. Hier sprak Bakker met Stenhuis en J.H.A. Schaper de meer dan vijfduizend bedienden toe. Twee weken later mislukte de fusiepoging, toen de minderheid in het Mercurius-bestuur die tegen fusie was een comité tot behoud van het neutraliteitsstandpunt van Mercurius oprichtte en voorstanders van de fusie voor overgaan naar de Algemeene pleitten. Bakker noemde de laatsten verraders, royeerde enkele Amsterdamse afdelingsbestuurders en liet hen, toen zij weigerden een afdelingsvergadering te verlaten, door de politie verwijderen. Dit alles kon niet voorkomen dat Mercurius in korte tijd ruim tweeduizend leden aan de Algemeene verloor, voor het merendeel in de hoofdstad. Voor de wederopbouw van deze afdeling trok Bakker Piet Simonis aan.

Waarschijnlijk om gezondheidsredenen besloot Bakker het begin jaren dertig rustiger aan te doen. In 1932 legde hij al zijn functies bij de vakbeweging neer en trad in april als bezoldigd secretaris in dienst van de Federatie van Handels- en Kantoorbediendenvereenigingen in Nederland, die in 1904 was opgericht terwille van het handelsonderwijs en het afnemen van examens. Dit hield een verhuizing in naar Amsterdam. Vanaf 1935 bracht de Federatie het blad Schakel uit. Bakker die vanaf maart 1938 ook penningmeester was, ging in april 1941 met pensioen, hoewel hij daartoe al in augustus 1940 gerechtigd was. Tot zijn dood bleef hij deel van het bestuur uitmaken en adviezen geven. Bakker publiceerde twee vakbondsgedenkboeken, van de Examen-Federatie in 1929 en van Mercurius in 1932. De Algemeene waardeerde dit laatste boek, maar noemde het ook 'een typisch Mercuriaansch boek; de periode vóór 1900 overheerscht daarin; de periode van "het vakvereeniging willen zijn" neemt slechts weinig plaats in'. Naderhand schreef Bakker nog boeken over de geschiedenis van de Laurenskerk en de beurs in Rotterdam. Bakker gold als een 'bedachtzaam en ietwat formeel man' en als een bestuurder van de oude stempel maar met een 'open oog voor de ontwikkeling'. Hij overleed na een kortstondige ziekte.

Publicaties: 

(veel brochures van onder andere Mercurius zijn van Bakkers hand, maar verschenen anoniem) 'De Engelsche Whitley-Councils en de hoofdarbeid', overdruk 262-267; Fabriekscommissies en hoofdarbeiders (Purmerend z.j.); Concentratie van hoofdarbeiders (Purmerend 1924); De wet op de arbeidsovereenkomst en de hoofdarbeiders (Purmerend 1925; tweede vermeerderde druk 1928); (met A.P. van Assendelft) Een en ander over de vakopleiding der hoofdarbeiders (Purmerend 1926); Her en der. De werkzoekende kantoorbediende in Nederland (Purmerend 1927); Invloed der gewijzigde arbeidsmethoden op den administratieven arbeid (Gouda 1927); Herdenkingsrede (bij het 45-jarig bestaan van Mercurius) (Rotterdam 1927); 'De kantoorbediende in het bedrijfsleven', 5 afleveringen in: Jeugd en Beroep, 1928; bijdrage aan De verbruikscoöperatie (Amsterdam z.j.); Gedenkboek voor het 25-jarig bestaan der Federatie van Handels- en Kantoorbediendenvereenigingen in Nederland, 1904-1929 (Den Haag 1929); Het Bureau voor Beroepskeuze te Rotterdam (z.pl. ca. 1931); Mercurius gedurende een halve eeuw (Leiden 1932); De Groote of Sint Laurenskerk te Rotterdam (Lochem 1942); In en om de beurs van Rotterdam (Rotterdam 1948).

Literatuur: 

F.G. Mastenbroek, 'Jac. Bakker 18 April 1903 - 18 April 1928', in: Mercurius, 20.4.1928, 121-122; 'Een afscheid. Jac. Bakker afgetreden als secretaris-penningmeester der Federatie-examens, in: Mercurius, bijlage van Arbeid, 25.4.1941, 1-2; Nieuwe Rotterdamse Courant, 8.8.1950; B. Reinalda, Bedienden georganiseerd (Nijmegen 1981).

Portret: 

J. Bakker, uit: Mercurius gedurende een halve eeuw (Leiden 1932) t.o. 137

Auteur: 
Bob Reinalda
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 4 (1990), p. 12-16
Laatst gewijzigd: 

00-00-1990