BAYE, Hermanus Franciscus

Hermanus Franciscus Baye

voorman van de Haagse arbeidersbeweging en bestuurslid van de Sociaal-Democratische Bond, is geboren te Den Haag op 22 mei 1852 en aldaar overleden op 9 maart 1894. Hij was de zoon van Petrus Dirk Baye, winkelier, en Hendrika Johanna Bourgonje, naaister. Op 26 november 1873 trad hij in het huwelijk met Christina van Zegen, mutsenmaakster, met wie hij drie dochters en drie zoons kreeg. Na haar overlijden op 3 mei 1885 hertrouwde hij op 15 januari 1893 met Sophia Petronella Margaretha Flinterman, huishoudster. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Baye was de zoon van ongehuwde ouders, die in 1864 trouwden en Baye als hun zoon erkenden. Hij werd houtsculpteur en meubelmaker van beroep. Met andere geschoolde meubelmakers - W.F. Jos, A. Misset en A.G.W. van Rijswijk - werd hij in de jaren zeventig actief in de Haagse afdeling van de (Eerste) Internationale. Samen met Jos vervulde Baye in 1877 en 1878 bestuursfuncties in de liberale 's-Gravenhaagsche Ambachtsvereeniging, die vergaderde in zaal Concordia op het Hoge Zand. In juni 1880 behoorde Baye met F. Domela Nieuwenhuis tot de initiatiefnemers van de Haagse afdeling van de Sociaal-Democratische Vereeniging (SDV), die twee jaar eerder in Amsterdam was ontstaan. Als aanhanger van produktie- en verbruikscoöperaties was Baye in 1880 een van de oprichters van de Haagse coöperatieve broodbakkerij De Volharding in de Paulus Potterstraat. In 1882 kon deze bakkerij zich met financiële hulp van Domela Nieuwenhuis vestigen in de Koninginnestraat. Baye woonde in die tijd met zijn gezin naast de bakkerij. Toen de SDV deel ging uitmaken van de landelijke Sociaal-Democratische Bond (SDB), werd Baye in 1882 voorzitter van de Haagse afdeling, hij initieerde bovendien een Leidse afdeling. Toen in 1883 de Centrale Raad van de SDB naar Den Haag verhuisde werd Baye voorzitter, een functie die hij, met enkele korte onderbrekingen, tot 1888 zou vervullen. Baye behoorde ook tot de initiatiefnemers van de N.V. Het vereenigingsgebouw Walhalla. Dit gebouw in de Westerbaenstraat, dat al snel de naam De Roode Burcht kreeg, werd in 1883 voor f 14.000 aangekocht en op zondag 13 januari 1884 officieel in gebruik genomen. Het bood vergaderruimte aan ongeveer duizend personen en was tot 1890 het centrum van de Haagse arbeidersbeweging. Behalve vergaderingen werden er ook cursussen gehouden en talrijke kiesrechtdemonstraties voorbereid, vooral in de onrustige jaren 1885 en 1886. Pamfletten werden er gevouwen, wapenstokken uitgedeeld en oefeningen in het revolverschieten gehouden. In november 1884 kreeg de SDB bovendien een eigen drukkerij, Excelsior, in het gebouw naast Walhalla, waar Recht voor Allen gedrukt werd. De colportage van dit SDB-orgaan werd vanuit Walhalla gecoördineerd. Toen Domela Nieuwenhuis in 1887 na een jaar gevangenschap wegens vermeende majesteitsschennis vrij kwam, organiseerde Baye voor hem in Walhalla een groots onthaal.

In juni 1884 werd de meubelmakersvakbond Rechten naast Plichten opgericht. Baye was een van de oprichters. Als bestuurslid pleitte hij voor een radicalere, nieuwe meubelmakersbond, die de gezapige liberale vereniging Voedt Krachten moest vervangen. Zijn voorzitterschap van de Centrale Raad van de SDB stond Baye in 1885 tijdelijk af aan A. van Asdonk. Hij werd in dat jaar door persoonlijke tragiek gekweld: zijn jongste zoontje en zijn echtgenote overleden. In 1880 en 1883 had hij al twee dochters verloren. In 1886 keerde Baye terug als voorzitter van de Centrale Raad. In die tijd kreeg hij het enkele keren aan de stok met de politie. Toen hij een openbare SDB-bijeenkomst in Walhalla voorzat ontnam een politiefunctionaris hem het woord. In 1887 werd hij wegens belediging van politieagenten tot vier maanden gevangenisstraf veroordeeld. De Hoge Raad verminderde de straf tot een maand, die hij uitzat. Vanwege zijn openbare optreden en zijn veroordeling had Baye in deze periode grote problemen met het vinden van werk. Met tegenzin nam hij uiteindelijk een betrekking aan als controleur bij de bakkerij De Volharding. Hier vervulde hij een belangrijke functie: 'Baye had veel natuurlijk redenaarstalent, en was een bepaald goed debater. Een eigenlijke politieke kop was hij niet, maar b.v. in den strijd, dien de Haagsche socialisten leverden om het bestuur van de coöperatieve vereeniging de "Volharding", een strijd die met hun overwinning eindigde, was Baye de aanvoerder van den stormloop en daarbij legde hij vaak een merkwaardige handigheid en gevatheid aan den dag.' (W.H. Vliegen) De problemen bij De Volharding ontstonden in 1886 toen niet-socialistische leden een complete overheersing van de bakkerij door SDB-leden wilden voorkomen. Toen dat niet lukte en SDB'ers (onder hen Baye) in maart 1887 alle bestuursposten hadden veroverd, stichtten 300 uitgetreden leden in 1888 de niet-partijgebonden coöperatie De Hoop. In dit conflict moest Baye partij kiezen tegen de voorzitter van De Volharding, zijn toekomstige schoonvader R.A. Flinterman. Baye was korte tijd zelf voorzitter en bestuurslid, totdat hij in 1888 controleur werd. Ondanks de afscheiding waren de problemen binnen De Volharding niet ten einde, want radicale elementen binnen de SDB-afdeling keerden zich tegen personen die bij De Volharding de beste baantjes hadden. Vooral Baye moest het vanwege zijn nieuwe functie ontgelden. De conflicten beheersten in 1889 veel plaatselijke en landelijke SDB-vergaderingen.

In datzelfde jaar had de SDB een heftige agitatie tegen de wet 'betreffende overmatige arbeid van jeugdige personen en vrouwen' van S. van Houten ontketend. Deze agitatie werd op 11 maart 1889 bekroond met een massale bijeenkomst in het gebouw van Kunsten en Wetenschappen aan de Zwarteweg in Den Haag. Baye was dagvoorzitter. De bijeenkomst trok duizenden bezoekers, onder wie vijf Kamerleden. Tijdens de verkiezing van de Centrale Raad van de SDB in januari 1890 ontstonden nieuwe conflicten. Toen de uitslag bekend werd, verklaarden Domela Nieuwenhuis en Baye dat zij niet met A. van Emmenes in de Centrale Raad zitting wilden nemen. Van Emmenes werd beschuldigd van het herhaaldelijk benadelen van de afdelingskas en het niet terugbetalen van geldleningen. Omdat Van Emmenes over een grote aanhang in Den Haag beschikte, werd hij toch herkozen. Ondanks zijn bezwaren nam Baye een bestuurszetel aan, en wel als penningmeester. De Haagse problemen leidden eind 1890 tot de overplaatsing van de Centrale Raad van de SDB naar Amsterdam, twee jaar later verhuisden ook drukkerij Excelsior en Domela Nieuwenhuis naar de hoofdstad. Baye bleef voorzitter van de Haagse afdeling van de SDB, totdat hij zich vanwege zijn slechte gezondheidstoestand begon terug te trekken. Toen de SDB ter gelegenheid van 1 Mei 1890 de achturige werkdag in zijn programma had opgenomen, ontstond bij De Volharding ongenoegen over de werktijden van 14-15 uur die daar werden gemaakt. Het was mede de verdienste van Baye dat bij De Volharding in 1891 de achturige werkdag werd ingevoerd. In 1892 liet hij nog een laatste keer een krachtig geluid horen, toen hij als controleur bij De Volharding geïnterviewd werd tijdens de staatsenquête van 1892. Hij pleitte voor een algehele invoering van de achturige werkdag en betere controle op kinderarbeid in fabrieken. Bij De Volharding pleitte hij voor een minimumweekloon van f 15. Ook achtte hij het noodzakelijk dat arbeiders zich in vakverenigingen organiseerden.

Baye overleed na een lang en slopend ziekbed. Zijn begrafenis vond onder grote belangstelling plaats. J.H. Adam sprak namens het bestuur van De Volharding, Stroebels namens het personeel, L.M. Hermans namens de Centrale Raad van de SDB en Jos namens de meubelmakersvereniging op coöperatieve grondslag. Er zijn geen publikaties van zijn hand bekend, wel een groot aantal adressen aan de Haagse gemeenteraad, de Tweede Kamer en de regering.

Literatuur: 
Enquête door de Staatscommissie, deel XVIII (Den Haag 1892); Bymholt, Geschiedenis; Recht voor Allen, 10 en 11.3.1894; Vliegen, De dageraad I; 'De oude socialistische beweging in woord en beeld XI' in: Morgenrood, 1917, 114; C.A.M. Diepenhorst, De sociaaldemocratie in de residentie (Den Haag 1934); E.L.J. van der Abeelen, Volhardings Levensgang (Den Haag 1955); P.J. Meertens, 'Baye (Hermanus Franciscus)' in: Mededelingenblad, 1963, nr. 24, 5-6; J. Charité, De Sociaal-Democratische Bond als orde- en gezagsprobleem voor de overheid 1880-1888 (Den Haag 1972); P. van Horssen, D. Rietveld, 'De Sociaal Democratische Bond' in: TvSG, 1975, nr. 1, 5-71, 1977, nr. 7,3-54; J. Giele, 'Socialisme en vakbeweging' in: Jaarboek arbeidersbeweging, 1978, 27-83; P.R.D. Stokvis, De wording van modern Den Haag (Den Haag 1987); R. Wuite, Rechten naast Plichten. Schets van 125 jaar Bouw- en Houtbond FNV afdeling Den Haag (Den Haag 1992); M. Buschman, M.C. van der Sman (red.), Rode Residentie: geïllustreerde geschiedenis van honderd jaar sociaal-democratie in Den Haag (Den Haag 1994).
Portret: 
H.F. Baye, IISG
Auteur: 
Marie Christine van der Sman
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 6 (1995), p. 23-26
Laatst gewijzigd: 
00-00-1995