BERGH VAN EYSINGA, Henri Wilhelm Philippus Elize van den

Henri Wilhelm Philippus Elize van den Bergh van Eysinga

religieus-socialist, is geboren te Den Haag op 9 augustus 1868 en overleden te Zutphen op 15 april 1920. Hij was de zoon van Man Henri Philip van den Bergh van Eysinga, ministerieel ambtenaar, en Ida Catharina Wilhelmina Roorda van Eysinga. Op 27 juli 1892 trad hij in het huwelijk met Frederika Alida Comelia Lies, met wie hij een dochter kreeg. Dit huwelijk werd ontbonden op 26 juni 1907. Op 4 september 1916 hertrouwde hij met Elisabeth Frederika Johanna Wartena, stenografe, met wie hij twee dochters kreeg.

Van den Bergh van Eysinga groeide op in een orthodox protestants christelijk gezin. Zijn moeder was de dochter van een bekend oriëntalist. In 1879 hertrouwde zij met Ds. L.M. de Boer, een ruimdenkend man. Na het gymnasium te Groningen en Sneek bezocht te hebben, studeerde Van den Bergh van Eysinga theologie in Leiden. Hij was achtereenvolgens predikant te Stiens (1892-1896) en, tot zijn overlijden, te Zutphen. Reeds tijdens zijn predikantschap te Stiens trok het sociale vraagstuk zijn aandacht. Hij stond toen onder invloed van Leo Tolstoj en was praktisch werkzaam in de armenzorg en als bestuurslid van het Departement van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, afdeling Stiens. De stellingname van de sociaal-democratie onderschreef hij nog niet. In Zutphen kreeg hij meer aandacht voor de uitwerking van de economische verhoudingen op het geestesleven van burgerij en arbeiders. Zijn studie van K. Marx en het historisch-materialisme maakte hem tot één van de eerste predikanten die lid werden van de SDAP. Hiervan legde hij getuigenis af in de brochure Mijn toetreden tot de SDAP (Amsterdam 1899).

Als jong predikant viel Van den Bergh van Eysinga al op door zijn felle stellingname. Hij hekelde, zelf ook vrijzinnig zijnde, het oude modernisme, vanwege het filosofisch tekort en de te geringe aandacht voor het sociale vraagstuk. Zijn dissertatie Een bladzijde uit de wijsbegeerte der religie, Elementen tot de vorming eener religieus-filosofische wereldbeschouwing (Zutphen 1897) laat zijn grote filosofische belangstelling en belezenheid zien. Hij kwam onder invloed van zijn promotor, de theoloog J.H. Gunning Jr., tot G.W.F. Hegel en diens geschiedenisopvatting. Deze vormde het raamwerk voor zijn denken. In termen als de Idee, de Wereldrede, het Wereldzelf, Geest, Oneindige, Absolute, Rede en Logos sprak hij over de ontwikkeling in de geschiedenis en de kosmos. Het komen tot begrip van deze ontwikkeling achtte hij de taak van de filosofie, die daarmee de bevindingen van andere wetenschappen bevestigde en verbond. Ook in religie en kunst achtte hij deze ontwikkeling verbeeld en uitgedrukt. Het christendom en de kerkelijke dogma's interpreteerde hij vanuit dit kader. Zijn talloze geschriften vormden steeds weer variaties op dit thema, waarbij religies, dichters, kunstenaars en filosofen voortdurend aan het woord kwamen. Hij beschouwde het als zijn taak in geschrift, lezingen en cursussen mensen tot ontwikkeling, in zijn woorden: tot begrip van het Absolute te brengen. De naam van het door hem uitgegeven tweemaandelijkse tijdschrift Ontwikkeling is veelzeggend. Talloos waren de lezingen waarin hij zijn toehoorders in hogere sferen wist te tillen. Hij was actief voor het Socialistisch Verbond en medewerker van het verbondsorgaan De Samenwerking (1912-1914) en trad op voor het Religieus-Socialistisch Verbond, de tegen De Dageraad opgerichte vereniging De Middaghoogte en de Internationale School voor Wijsbegeerte in Amersfoort. Van den Bergh van Eysinga meende dat het kapitalisme, de burgerlijke cultuur en in vele opzichten de kerken obstakels vormden in de voortgang naar het hogere leven, dat het socialisme zou brengen. Het socialisme moest volgens hem religieus zijn, omdat het zich zo bewust kon zijn van het Absolute en het Werelddoel. Hij pleitte daarom voor een aristocratie (des geestes) van het socialisme. Scherp was zijn kritiek op de sociaal-democratie toen deze de mobilisatie steunde. Hij brak met de partij en pleitte voor een revolutionair-socialisme en in toenemende mate voor het communisme. Zijn boek Revolutionnaire cultuur (Leiden 1919) legt hiervan getuigenis af. Hij sloot zich aan bij de Bond van Revolutionair-Socialistische Intellectueelen. Zijn pleidooien voor communisme en revolutie - op bijeenkomsten belegd door revolutionaire groepen in Zutphen en omgeving - wekten grote beroering. Hij was betrokken bij plannen voor de oprichting van een plaatselijke afdeling van de Communistische Partij in Nederland en van plan lid te worden. Zijn vroegtijdige dood verhinderde dit. In zijn laatste levensjaren verdiepte hij zich ook intensief in het werk van S. Freud. Hij schreef Eros, Een boek van liefde en sexe (Leiden 1920). Het idee vatte bij hem post dat naast de honger de liefde een drijvende kracht in de geschiedenis was, passend in de ontvouwing van de Idee. Ware liefde was in het kapitalisme niet mogelijk. Geld en stand hadden het huwelijk geperverteerd. Onder het communisme zou echte liefde en ook de verfijning van liefde tot eros mogelijk zijn. Van den Bergh van Eysinga was geen man van organisatie en praktische politiek. Hij getuigde van de hogere cultuur, die hij zag komen. Hij was een boeteprediker, wijsgeer, profeet en dichter (hij publiceerde ook gedichten). Ondanks zijn soms moeilijk taalgebruik en hoge gedachten wist hij velen te boeien en te beïnvloeden. Zutphen was zijn standplaats, maar zijn 'gemeente' had hij in het hele land.

Archief: 
Archief H.W.Ph.E. van den Bergh van Eysinga in familiebezit.
Publicaties: 
Behalve de genoemde: Het bankroet van religie en christendom in de moderne maatschappij (Zutphen 1898); De ziel der menschheid. Een boek van geestelijke waarden. 4 delen (Zwolle 1915-1918); Van eeuwige dingen. 2 delen (Amsterdam 1916/1917); Het weidsch ornaat. Een gift aan zoekenden (Amsterdam 1917); Na vijf en twintig jaren. Toespraak... te Zutphen (Amsterdam 1917).
Literatuur: 
J.L. Faber, Toespraak gehouden op den zondagmorgen na het heengaan van Dr. H. W.Ph.E. van Eysinga (z.pl. 1920); B. de Ligt in: De Nieuwe Amsterdammer, 24.4.1920; M.C. van Wijhe, 'In memoriam Dr. H.W.Ph.E. van den Bergh van Eysinga', in: De Nieuwe Tijd, 1920, 321-324; G.A. van den Bergh van Eysinga, 'Ter inleiding', bij: H.W.Ph.E. van den Bergh van Eysinga, Wereld-rede (Baarn 1923); G.A. van den Bergh van Eysinga, 'Na twintig jaren', in: Bevrijding, mei 1940; A.J. Koejemans, Van 'ja' tot 'amen' (Amsterdam z.j.), 25 e.v.; J.C.A. Fetter, Herinneringen (Arnhem 1958); 74 e.v.; I.N. Bulhof, Freud en Nederland (Baarn 1983), 258-265; H. Noordegraaf, Henri van den Bergh van Eysinga. Revolutionair predikant en volksopvoeder 1868-1920 (Zutphen 1991); S. Thissen, 'Filosofie als volksaangelegenheid' in: Geschiedenis van de wijsbegeerte in Nederland. Documentatieblad werkgroep 'Sassen', jrg. 4, nr. 1, 1993, 55-61; H. Noordegraaf, Niet met de wapenen der barbaren. Het christen-socialisme van Bart de Ligt (Baarn 1994); W. Otterspeer, Bolland. Een biografie (Amsterdam 1995).
Portret: 
H.W.Ph.E. van den Bergh van Eysinga, particulier bezit
Auteur: 
Herman Noordegraaf
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 3 (1988), p. 10-12
Laatst gewijzigd: 
26-08-2002