BESUIJEN, Karel Paulus Willem

Karel Paulus Willem Besuijen

organisator arbeiderscoöperatie en eerste SDAP-gedeputeerde in Friesland, is geboren te Middelburg op 2 mei 1880 en overleden te Leeuwarden op 23 december 1916. Hij was de zoon van Willem Simon Besuijen, koopman en handelsreiziger, en Maria Wilhelmina Dorothea Muller. Op 1 oktober 1903 trad hij in het huwelijk met Louisa Maria Lindeboom, directeur stoomwasserij, later inspecteur Amsterdamsche Spaarkas en van 1918 tot 1939 lid Provinciale Staten van Friesland. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Besuijen, die in een christelijk burgergezin in Middelburg opgroeide, doorliep na de lagere school met uitstekende resultaten de Rijks Hoogere Burgerschool. Al tijdens zijn middelbare schooltijd kreeg hij belangstelling voor het socialisme. Geldgebrek verhinderde een door hem gewenste ingenieursstudie in Delft. Op aandrang van zijn vader, die voor een officiersloopbaan voelde, meldde hij zich bij de Koninklijke Militaire Academie in Breda, maar werd tot zijn vreugde afgekeurd (vanwege zijn tengere lichaamsbouw).

Besuijen die nu voor een kantoorloopbaan koos, werd aangesteld op een bijkantoor van de Twentsche Bank in Almelo en na een jaar overgeplaatst naar Amsterdam, waar hij zich in september 1901 vestigde. In de afdeling Amsterdam van de neutrale Vereeniging van Handelsbedienden 'Mercurius' was hij in 1902 en 1903 een van de steunpilaren van de Commissie van Propaganda en Bijstand. Hij behoorde tot de progressieve vleugel, die samenwerking en zelfs fusie met de Amsterdamse afdeling van de radicalere Nationale Bond van Handels- en Kantoorbedienden in Nederland voorstond, zoals blijkt uit een door hem opgestelde en in het begin van 1903 aangenomen motie. De spoorwegstaking uit dat jaar bracht Besuijen en zijn uit Almelo afkomstige aanstaande vrouw er toe openlijk partij te kiezen en zich bij de SDAP aan te sluiten. Zij vestigden zich in Leeuwarden (hij in mei, zij na hun huwelijk in oktober), waar hij vanaf mei 1903 als administrateur van de arbeiderscoöperatie Excelsior was aangesteld. In september 1905 was Besuijen een van de ondertekenaars van het rondschrijven dat leidde tot de oprichting van de Algemeene Nederlandsche Bond van Handels- en Kantoorbedienden, die zich direct bij het kort daarna gevormde NVV aansloot. Besuijen die in 1905 lid van de gemeenteraad van Leeuwarden geworden was, stelde de raad voor een onderzoek te doen naar de wenselijkheid van een avondsluitingsuur voor winkels, maar zag zijn voorstel in oktober 1905 met twaalf tegen elf stemmen verworpen. Ter ondersteuning van de verschillende plaatselijke acties van winkelbedienden schreef hij de brochure Vervroegde winkelsluiting (Rotterdam 1906; Delft 19106). Dit was de eerste brochure die de Algemeene uitbracht.

Besuijens werk bij de sociaal-democratisch georiënteerde coöperatie was volgens A. van der Heide als gevolg van gegroeide omstandigheden niet gemakkelijk. 'Er viel heel wat te doen. Fouten en misstanden, die bijna met haar samengegroeid waren, moesten verwijderd worden, belangrijke correcties moesten worden aangebracht.' Hij zette er echter 'zonder iets of iemand te ontzien' het mes in, wat 'ontzaglijk veel tegenstand en verzet opwekte'. Met zijn organisatietalent klaarde Besuijen dit echter en wist Excelsior uit te bouwen. Hij verbond er allerlei fondsen en verenigingen, zoals een kinderzangvereniging en -reisclub, aan en was de grondlegger van het stelsel met filialen in andere steden en dorpen in Friesland. Zijn leidende functie bekleedde hij tot 1912. Nadien nam hij de functie nog een keer tijdelijk waar. Sinds 1911 was hij redacteur van de Coöperatie-Gids, het maandblad van de Bond van Nederlandsche Arbeiders-Coöperaties, en vanaf maart 1916 van het tweemaandelijkse orgaan Het Coöperatieve Volksblad. Over de relatie tussen sociaal-democratie en verbruikscoöperatie schreef hij in De Socialistische Gids van juli/augustus 1916 het artikel 'De partij en de verbruikscoöperatie' (520-538).

In 1906 werd Besuijen in de Provinciale Staten van Friesland gekozen, waar hij zich dadelijk met J.G. Jansonius en G.L. van der Zwaag verzette tegen een lening aan een particuliere tramwegmaatschappij, die volgens hen alleen aan de aandeelhouders ten goede kwam. Een van de zaken waar Besuijen zich in verdiepte, was het provinciale belastingstelsel. Hij zette zich in voor een progressieve heffing van opcenten op de hoofdsom van de grondbelasting en een vrijstelling voor kleinbezit. Voor de Friese SDAP bracht hij in 1914 een rapport over plaatselijke belastingheffing in Friese gemeenten uit (De hoofdelike omslag in de Friese gemeenten). Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1911 werd Besuijen niet herkozen. Op grond van de onvrede van de kleine winkeliers met de concurrentie door Excelsior, dat net een groot nieuw gebouw had geopend, en de sympathie van Besuijen voor een timmerliedenstaking ter plaatse, schaarden alle partijen zich bij de herstemmingen achter de liberale kandidaat. In datzelfde jaar kwam het tot een botsing met Edo Fimmen van de Algemeene, die Besuijen een verkeerde strategie inzake de vervroegde winkelsluiting verweet door de arbeiderscoöperaties in de Coöperatie-Gids aan te raden zich aan te sluiten bij het door de Algemeene bestreden Nationaal Comité voor Vervroegde Winkelsluiting. In 1912 kozen Provinciale Staten Besuijen tot gedeputeerde. Na Van der Zwaag was hij de tweede socialistische gedeputeerde in Nederland en voor de SDAP de eerste. In die functie was hij bovendien de jongste in het land. Als gedeputeerde nam hij het initiatief tot de oprichting van de Provinciale Keuringsdienst en het Provinciale Electriciteitsbedrijf.

In augustus 1914 adviseerde Besuijen de burgemeester van Leeuwarden over de levensmiddelenvoorziening. Zijn artikelen tijdens de mobilisatie in Het Volk over de levensmiddelenpolitiek trokken ook buiten de kring van zijn geestverwanten zozeer de aandacht dat minister F.E. Posthuma hem uitnodigde zich te belasten met de uitvoering van de distributiewetgeving. Zijn zwakke gezondheid was voor Besuijen echter een beletsel op dit verzoek in te gaan. Al in 1909 was hij acht maanden in een sanatorium verpleegd. In de loop van 1916 werd zijn gezondheid gaandeweg slechter. Aan het eind van het jaar overleed hij op 37-jarige leeftijd en werd te Westerveld gecremeerd.

Van der Heide noemde Besuijen een 'buitengewoon heldere en logische denker', die zich goed informeerde en 'niet zou rusten voordat hij zich in alle deelen had georiënteerd en er van wist, wat er bij mogelijkheid maar van geweten kon worden'. In zijn korte leven ontplooide hij een buitengewone activiteit op organisatorisch en publicistisch terrein. In verkiezingstijden vervulde hij avond aan avond spreekbeurten. Zijn redevoeringen werden geroemd als modellen van kracht en klaarheid. Vooral in het debat toonde hij een grote slagvaardigheid. Volgens Vliegen was hij 'op het oog een fijn stadsch heertje, gewoonlijk uitziend om door een ringetje te halen', al kon er wanneer hij sprak wel eens een onaangenaam aandoende tegenstelling ontstaan tussen zijn 'bruske, op het ruwe af zijnde uitdrukkingswijze en zijn echt heer-achtig figuur'. Om zijn integere intellect werd Besuijen door tegenstanders gevreesd, maar om zijn zakelijkheid werd hij door verschillende arbeiders niet geacht, aldus J.J. Kalma.

Archief: 
Brieven van K.P.W. Besuijen aan griffier Provinciale Staten mr. C.B. Menalda in Rijksarchief Friesland (Leeuwarden), Hs 596.
Publicaties: 
De leugen der sociaal-democratie? Geschreven naar aanleiding van een brochuretje van den heer J. Kramer te Leeuwarden, waarin deze meent te behandelen het onderwerp: Godsdienst en socialisme (Leeuwarden 1905; 19063); Gedenkboekje bij gelegenheid van het 10-jarig bestaan der coöp. productie- en verbruiksvereeniging Excelsior te Leeuwarden (Leeuwarden 1908); Op bezoek. Propaganda brochure voor de Arbeiders-coöperatie (Amsterdam 1913; 19162); Geen kleine koöperaties (Amsterdam 1914); De koöperatie en de oorlog (Amsterdam 1916).
Literatuur: 
Nieuwsblad van Friesland, 26.7 en 29.7.1911, 29.12.1916; Friesch Volksblad, 29.7.1911; Leeuwarder Courant, 27.12 en 29.12.1916 en 2.2.1917; De Notenkraker, 30.12.1916; A. van der Heide, 'In memoriam K.P.W. Besuyen' in: De Socialistische Gids, 1917, 81-84; Vliegen, Kracht II, 451-452; P.J. Meertens, 'Besuijen (Karel Paulus Willem)' in: Mededelingenblad, nr. 3, januari 1954, 2-4; J.P. Wiersma, Th.M.Th. van Welderen Rengers (Den Haag 1955) 105; B. Reinalda, Bedienden georganiseerd (Nijmegen 1981); W. Olthof, 'De verbruikscöoperatie in Friesland 'Excelsior'. Een afgedwaald lid der rode familie' in: 100 jaar Sociaal-Democratie in Friesland (Akkrum 1994) 143-155; R. van der Woude, Leeuwarden 1850-1914. De modernisering van een provinciehoofdstad (Leeuwarden 1994); J. de Roos, Besturen als kunst. Lokale sociaal-democraten 100 jaar verenigd (Amsterdam 2002).
Portret: 
K.P.W. Besuijen, 1918, IISG
Auteur: 
P.J. Meertens, Bob Reinalda
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 2 (1987), p. 15-17
Laatst gewijzigd: 
05-02-2003