BOEKHORST, Johannes Petrus Antonius te

Johannes Petrus Antonius te Boekhorst

(roepnaam: Johan), bestuurder Nederlandsche Bakkersgezellenbond, is geboren te Leiden op 19 augustus 1862 en overleden te Zaandijk op 27 februari 1944. Hij was de zoon van Dirk Jacques Corneille te Boekhorst, koopman, en Johanna Verhaar. Op 24 februari 1888 trad hij in het huwelijk met Adriana Francina Welter, met wie hij zes dochters kreeg, van wie er twee op jeugdige leeftijd overleden. Na haar overlijden (4 juni 1927) hertrouwde hij op 20 november 1930 met Anna Margaretha Schipper. Dit huwelijk bleef kinderloos. Tot ongeveer 1900 schreef hij zijn achternaam als Ten Boekhorst.
Pseudoniem: Boekie.

Te Boekhorst was waarschijnlijk al op jonge leeftijd werkzaam in het bakkersvak. Om het harde bestaan als bakkersgezel enigszins dragelijk te maken en zo mogelijk de gunstigste arbeidsvoorwaarden te verkrijgen, verhuisde het gezin vaak. Rotterdam, Zaandam, Amsterdam en Den Haag waren zijn standplaatsen. Te Boekhorst heeft verscheidene malen getracht zich te ontworstelen aan het uitzichtloze bestaan van gezel. Zo had hij in 1896 - waarschijnlijk slechts kort - een eigen bedrijfje en was hij in 1899 enige tijd conciërge van het arbeidersgebouw aan de Bierkade te Den Haag.

In augustus 1887 sprak Te Boekhorst voor het eerst als 'bakker uit Den Haag' op een socialistische openbare bijeenkomst in Amsterdam over de toekomstige maatschappij. Al snel was hij een veelgevraagd spreker. Waarschijnlijk was hij vanaf ongeveer 1885 werkzaam bij de socialistische coöperatie De Volharding in Den Haag en meldde hij zich bij de oprichting in mei 1887 als lid van de socialistische bakkersgezellenvereniging Loon naar Werk. Daarvan werd hij in mei 1888 secretaris. Deze vereniging was aangesloten bij de Sociaal-Democratische Bond (SDB). Van 1885 tot aan de oprichting van het Nationaal Arbeids Secretariaat (NAS) in 1893 woedde de discussie over doel en strategie van de vakbeweging. Moest deze los van de SDB staan of had zij tot doel vaklieden tot het socialisme over te halen? Anders geformuleerd: was de vakstrijd bedoeld voor het aantonen van de onmogelijkheid van verbeteringen in het kapitalisme of juist om die verbeteringen binnen te halen? Te Boekhorst deed aan deze discussies met hartstocht mee. De omslag van socialistische naar algemene vakorganisaties vond bij de bakkersgezellen in 1889 plaats. In de herfst kwam het tot omvangrijke acties in het bakkersvak als echo op stakingen in de haven. De socialistische en neutrale bakkersgezellenverenigingen in Amsterdam en Rotterdam stonden zij aan zij in de strijd. In Rotterdam stond Te Boekhorst de actievoerende bakkersgezellen met raad en daad bij zonder dat het tot staken of verhoging van loon kwam. In Amsterdam stichtten de socialisten en neutralen in mei 1890 de Nederlandsche Bakkersgezellenbond, de eerste vakbond in Nederland op algemene grondslag. In Rotterdam raakten aanhangers van beide richtingen slaags. Te Boekhorst bleef - misschien mede door de Rotterdamse ervaringen - voorstander van socialistische vakverenigingen. De strijd voor betere levensvoorwaarden was in deze maatschappij onmogelijk. Hij was tegenstander van de door Christiaan Cornelissen ontwikkelde idee van algemene vakorganisaties en schreef in december 1892 in Recht voor Allen dat de vakverenigingen alleen nodig waren als 'voorbereidende school van de sociaaldemokratie', terwijl de SDB tot taak had het privaatbezit op te heffen. Om zijn argumenten nader toe te lichten reisde hij naar de redactie van Recht voor Allen in Amsterdam, zoals Cornelissen zich bij het schrijven van zijn memoires herinnerde. Ook J. Saks en W.H. Vliegen vermeldden hem als deelnemer aan de debatten over de socialistische strategie.

In augustus 1894 werd Te Boekhorst voorzitter van de inmiddels heropgerichte Bakkersgezellenbond. Enkele maanden later leidde hij als voorzitter van een uit verschillende plaatselijke verenigingen gevormd comité een algemene bakkersgezellenstaking in Amsterdam. Onder invloed van de net gewonnen diamantbewerkersstaking waren de bakkersgezellen na een mislukte poging tot overleg met de patroonsvereniging op 14 november door de stad getrokken. Op 25 november kwamen maar liefst duizend mensen bijeen in het Paleis voor Volksvlijt en besloten tot werkstaking. De volgende dag zetten zij de stad op zijn kop. Nog voordat het hele bakkerswezen met de loon- en arbeidstijdeisen akkoord ging, tekenden patroons al een contract waarin stond dat zij de gestelde eisen inwilligden. Bij het éénjarig bestaan van het bondsblad De Bakkersbode schreef redacteur W. Havers een prijsvraag uit hoe de nachtarbeid in het bakkersbedrijf technisch kon worden afgeschaft. Het typeert Te Boekhorst dat hij in zijn antwoord ook schreef hoe de vakorganisatie dat kon bereiken. Drie volle maanden moest zij de bazen de gelegenheid geven de afschaffing van nachtarbeid technisch en organisatorisch voor te bereiden. Daarbij moesten de gezellen er op toezien dat de afschaffing op een bepaald tijdstip was verwezenlijkt. Te Boekhorst won de eerste prijs, een zilveren inktstelletje met inscriptie. Nadat zijn antwoord samen met dat van de winnaar van de tweede prijs S. Hooy in 1897 als brochure was uitgegeven, probeerden de bondsleden in 1898 in Den Haag deze strategie toe te passen. De patroons hadden niet veel tijd nodig om de actievoerders te ontslaan. Te Boekhorsts conclusie was dat de bond in samenwerking met de kleine bakkers de strijd tegen het 'grootpatronaat' moest voeren. Hierin vond hij de meerderheid van de leden tegenover zich, die een duidelijk onderscheid tussen gezellen en patroons wenste te maken. Een paar jaar later zou Te Boekhorst hetzelfde standpunt innemen.

Tussen 1885 en 1905 verdwenen socialistische activisten met regelmaat in de gevangenis door politieke vervolging. Te Boekhorst kreeg in 1896 een straf van drie maanden voor het feit dat een aan zijn raam opgeplakt biljet volgens justitie van majesteitsschennis getuigde. Zijn verweer dat hij niet aanwezig was bij het aanbrengen van het biljet werd ook door de Hooge Raad verworpen. Te Boekhorst prees de gevangenis-directeur omdat hij extra bezoek toestond. Maar de voeding vond hij slecht, het werk onzinnig, en vooral de koude 's nachts - bakkers waren immers gewend aan de hitte van de ovens - was een bezoeking. Toen hij uit de gevangenis kwam, was hij verzwakt en had een tijd last van duizelingen.

Te Boekhorst ontwikkelde zich rond de eeuwwisseling tot een aanhanger van de 'moderne' richting in de vakbeweging. Daarbij heeft hij de idee van het primaat van de socialistische politieke partij nooit losgelaten. Hij was steeds lid van de SDB en de daaruit voortgekomen Socialistenbond. In 1897 deed hij even mee met de oprichting van Vrije Socialistengroepen. De Amsterdamse groep zou op zijn initiatief de strijd aanbinden tegen de vakbeweging. Bestuurders en leden van de bond spraken hem op dit merkwaardige standpunt aan. Mede hierdoor kwam hij daar weer van terug. Kort na 1900 sloot hij zich aan bij de SDAP. Hij was voorstander geworden van wettelijke regelingen met betrekking tot de arbeids- en rusttijden, waarbij voor hem vooral de zo gehate nachtarbeid telde. Hij schreef uitvoerige brochures over de situatie van bakkersgezellen in verband met de ontwerp-Arbeidswet. In het NAS, waarbij alleen de Amsterdamse afdeling van de bond zich had aangesloten, waren de meningen over de wenselijkheid van sociale wetgeving sterk verdeeld. Op het veelbewogen reorganisatiecongres van het NAS in mei 1901, waar een patstelling tussen voorstanders, tegenstanders en neutralen ontstond, kwam op zijn voorstel een groepje bijeen. Dit lanceerde de volgende dag een compromis dat de mogelijkheid voor actie voor sociale wetgeving openhield. Een tweetal pogingen om in 1902 Te Boekhorst in het bestuur van het NAS gekozen te krijgen leed schipbreuk in het bestuur van de afdeling Amsterdam van de Bakkersgezellenbond. Op dat moment bezat hij al landelijke bekendheid. Tijdens de tweede spoorwegstaking in april 1903 leidde hij de beweging als vertrouwensman van het Comité van Verweer te Haarlem. Na afloop van de mislukte staking werd hij gekozen als lid van de commissie die de beschuldiging van verraad van de SDAP moest onderzoeken. Nadat de commissie tot de conclusie was gekomen dat de SDAP geen verraad had gepleegd, feliciteerde hij zijn partij met dit goede resultaat. Na het mislukte reorganisatiecongres van het NAS in december 1903 en de scheurcirculaire in januari 1904 vielen veel bonden in twee richtingen uiteen. In de Bakkersgezellenbond echter bleven 'modernen' en 'onafhankelijken' bijeen tot de definitieve oprichting van het NVV. Blijkbaar vreesden zij elkaar. De modernen wonnen de strijd om de grote middengroep na 1905 echter ontegenzeggelijk, niet in de laatste plaats door toedoen van Te Boekhorst. In 1907 trad hij in dienst van de bond als betaald propagandist.

In januari 1910 trad hij plotsklaps terug als voorzitter en redacteur. Officieel werden gezondheidsredenen aangevoerd, maar secretaris Is. Goudsmit had ontdekt dat Te Boekhorst zich advertentiegelden had toegeëigend. Hij moest vertrekken, hoewel het niet om hoge bedragen gegaan zal zijn. Goudsmit heeft het bijna vijftien jaar later niet kunnen opbrengen in het gedenkboek van de bond Uit het duister naar het licht (1934) Te Boekhorsts rol in de vakbeweging naar waarheid te schetsen. Zelfs een portret van de oprichter van de bond was te veel gevraagd. Te Boekhorst probeerde eerst als contributieloper van de afdeling Amsterdam aangenomen te worden, maar het hoofdbestuur van de bond verhinderde dat. Hij zocht daarop ander emplooi en vroeg F.M. Wibaut om financiële steun ten behoeve van een startkapitaal voor een agentschap in garens. In 1912 verhuisde hij naar Bussum, waar hij zich als handelsreiziger vestigde en enige tijd een handel in bier en mineraalwater beheerde. In 1929 verhuisde hij naar Zaandijk, waar hij na de dood van zijn vrouw hertrouwde. Boekhorst bedankte na een jarenlang trouw lidmaatschap voor de SDAP en werd, na de oprichting in 1932, lid van de Onafhankelijke Socialistische Partij (OSP). Nog op 70-jarige leeftijd werkt hij actief mee aan het opzetten van een OSP-afdeling in zijn woonplaats en nam hij vol vuur deel aan het afdelingswerk.

Publicaties: 
Artikelen in: De Bakkersbode, Het Volk en De Voorpost; (met S. Hooy) Afschaffing van nachtarbeid. Practisch beoordeeld en toegelicht (Den Haag 1897); De toestanden der broodbereiders in Nederland in verband met het gewijzigde ontwerp van wet (Amsterdam 1901); De afschaffing van nachtarbeid in het vóórontwerp-arbeidswet en de bestrijding van eenige heeren grootindustrieelen (Amsterdam 1903).
Literatuur: 
Enquête over de behandeling van politieke misdadigers in Nederlandsche gevangenissen. Inlichtingen van den heer J.P.A. ten Boekhorst' in: De Jonge Gids, 1898/1899, 7-11; Vliegen, Dageraad II, 39, 299, 300; Kracht II, 6; J. Saks, Kritische herinneringen (1929, Nijmegen 1977) 36; M. Buschman, Eén doel, één wil of hoe de bakkersgezellen in de negentiende eeuw in verzet kwamen en een vakorganisatie oprichtten ter vestiging van het socialisme en hoe dat uitliep op centralisatie van de bond (doctoraalscriptie Amsterdam 1978); J. Giele, Arbeidersleven in Nederland 1850-1914 (Nijmegen 1979) 288-291; M. Buschman, 'J.P.A. te Boekhorst revisited' in: BNA, nr.40, december 1995, 91-92; M. Buschman, 'Oude notulenboekjes, bakkersgezellen en Te Boekhorst' in: VHV-Nieuwsbrief, jrg.12, nr.1, 1999, 8 en 10; D. Bos, Waarachtige volksvrienden. De vroege socialistische beweging in Amsterdam 1848-1894 (Amsterdam 2001); M. Buschman,'Een reizende bakker te Den Haag. Te Boekhorsts rol in de vakbeweging' in: Onvoltooid Verleden, nr. 12, 2001, 13-29, als 'Een reizende bakkersgezel te Den Haag. De rol van Johan te Boekhorst in de vakbeweging' in: R. Kleinegris, R. Wuite (red.), Tesamen solidair in alle hoeken. Haagse vakbondsactiviteiten en -activisten sinds de 18e eeuw (Den Haag 2002) 83-99.
Portret: 
J.P.A. te Boekhorst, Onvoltooid Verleden, juni 2001
Auteur: 
Marten Buschman
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 4 (1990), p. 16-20
Laatst gewijzigd: 
18-01-2014 (Aantal kinderen)