BOER, Harmen de

Harmen de Boer

voorman van de Friese SDAP en Kamerlid, is geboren te Warga (Fr.) op 30 juni 1887 en overleden te Leeuwarden op 20 mei 1941. Hij was de zoon van Tiemen Martens de Boer, veehouder, en Durkje Wytsma. Op 12 november 1910 trad hij in het huwelijk met Emkje Looijenga, met wie hij twee dochters kreeg.

De Boer volgde een onderwijzersopleiding, en werkte eerst in Pingjum en van 1907 tot 1918 in Leeuwarden. Zijn vader was medeoprichter van de SDAP-afdeling Warga, gemeenteraadslid van Idaarderadeel en van 1913 tot 1919 lid van de Provinciale Staten. Harmen werd in 1910 lid van de SDAP. In 1912 en 1913 was hij secretaris van de afdeling Leeuwarden, vanaf 1920 voorzitter van de Federatie Leeuwarden. In 1913 was Troelstra's overwinning in het district Leeuwarden mede te danken aan De Boers propagandistisch talent. Sindsdien waren beiden met elkaar bevriend. In 1914 werd De Boer secretaris van het partij gewest Friesland. Vanaf 1918 was hij bezoldigd secretaris, tevens belast met de propaganda. Van 1918 tot 1931 en van 1939 tot 1941 was hij gemeenteraadslid van Leeuwarden, van 1925 tot 1930 wethouder van Onderwijs, vanaf 1923 lid van de Provinciale Staten en van 1923 tot aan de opheffing het jaar daarna redacteur van het Friesch Volksblad. Tevens was hij vele jaren lid van het hoofdbestuur van de Vereeniging van Sociaal-Democratische Gemeenteraads- en Provinciale Statenleden. Als secretaris-propagandist vervulde hij talloze spreekbeurten in Friesland. De Boer, niet bij een kerkgenootschap aangesloten, was behalve in de SDAP ook actief voor de geheelonthouding.

Na de dood van de Friese lijstaanvoerder mr. G.W. Sannes in januari 1930 kwam De Boer als derde op de lijst als opvolger in aanmerking. P. Hiemstra, die op de tweede plaats stond, was al lid van de Tweede Kamer. Het partijbestuur achtte De Boer echter 'te licht' voor de functie en probeerde door interventie bij het gewestelijk bestuur de als vierde geplaatste Koos Vorrink benoemd te krijgen. De Boer nam de benoeming toch aan, omdat hij zich naar eigen zeggen gesteund wist door Troelstra en omdat het verdeelde gewestelijk bestuur geen voorkeur uitsprak. In de Kamer hield hij zich onder meer bezig met de binnenschipperij en het Fries. Eind 1932 werd De Boer, wiens innemende persoonlijkheid en grote trouw door veel Friezen op hoge prijs werden gesteld, door de Friese gewestelijke vergadering tot lijsttrekker gekozen, ondanks hernieuwde pogingen van het partijbestuur hem uit de Kamer te weren. De partijraad zette hem echter, na Hiemstra, op de tweede plaats. Bij de verkiezingen van 1933 ging, zoals door de partijleiding verwacht werd, de tweede Friese zetel verloren en werd De Boer niet herkozen. De irritatie in het partijgewest Friesland over wat gezien werd als een kwalijke bejegening van De Boer en een ontoelaatbare inmenging in Friese partijzaken door 'Amsterdam' werd nog versterkt doordat een tweede regionale kandidaat, Paul Kiès, eveneens op een lagere plaats werd gezet. Zo ontstond mede uit de beroering om De Boer de affaire-Kiès, die in de jaren daarna de Friese SDAP grote schade zou berokkenen. In 1936/1937 bracht De Boer naar aanleiding van een nieuwe Kamerkandidatuur (waarvoor hij zich overigens terugtrok) zijn grieven jegens het partijbestuur in enkele open brieven in de openbaarheid. Van de campagne van en voor Kiès distantieerde hij zich echter. Wel verweet hij het partijbestuur gebrek aan begrip voor de Friese sociaal-democratie. Zijn verhouding met het partijbestuur, vooral met voorzitter Vorrink, bereikte in deze tijd een dieptepunt.

De Boer bleef tijdens en na zijn Kamerlidmaatschap gewestelijk secretaris en propagandist. In 1936 kwam hij in de functie van algemeen propagandist voor het Noorden in rechtstreekse dienst van het partijbestuur. Als gewestelijk secretaris werd hij door toedoen van het partijbestuur, dat met het oog op de Kiès-affaire een ander in die functie wenste, vervangen door Klaas Toornstra.

Publicaties: 
De SDAP en it Frysk, Rapport van de Kommissie ter bestudering van het Friese vraagstuk ... ingeleid door H. de Boer (Hirdegeryp 1932).
Literatuur: 
Troelstra, Gedenkschriften III, 199, 214, 225; Vliegen, Kracht III, 82-83; Leeuwarder Courant, 21.5.1941; C.H. Wiedijk, Koos Vorrink (Groningen 1986), 236-241, 267, 280-281, 485-486.
Portret: 
H. de Boer, uit: Troelstra, Gedenkschriften III, t.o. 225
Auteur: 
Klaas Bakker, J.J. Kalma
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 2 (1987), p. 20-21
Laatst gewijzigd: 
00-00-1987