BOER, Klaas de

Klaas de Boer

commissaris van de Handelskamer HAKA en bestuurder van de Centrale Bond van Nederlandsche Verbruikscoöperaties, is geboren te Oldetrijne (gemeente Weststellingwerf) op 10 september 1883 en overleden te Den Haag op 10 november 1945. Hij was de zoon van lJssebrand de Boer, poldermolenaar, en Vroukje Dekker. Op 23 augustus 1907 trad hij in het huwelijk met Geertje Hendrica Baas, met wie hij een dochter kreeg. Na haar overlijden (op 25 augustus 1912) hertrouwde hij op 13 augustus 1914 met Trijntje Baas, met wie hij twee zoons kreeg.

De Boer zag zich zelf graag als de bescheiden Friese onderwijzer die min of meer bij toeval in de wereld van de verbruikscoöperatie was terechtgekomen. Dat gebeurde op een nazomeravond in 1908, toen hij uit nieuwsgierigheid een vergadering bijwoonde van de Apeldoornse verbruikscoöperatie Vooruit en al dadelijk volgens de regel 'wie zwijgt stemt toe' in het bestuur werd verkozen. In 1909 kreeg hij als secretaris de verantwoordelijkheid voor de inkoop van de handelswaar. Het hieruit voortvloeiende contact met de Handelskamer, de groothandelsvereniging van de sedert 1889 bestaande Nederlandsche Coöperatieve Bond (NCB), werd met de jaren intensiever, zijn persoonlijke betrokkenheid met het wel en wee van de Handelskamer groter. 'Men kan wel stil, rustig en bescheiden zijn en toch een wil hebben', zo typeerde hij zichzelf in deze jaren. Misschien wat al te bescheiden voor een man die niet alleen heel goed wist wat hij wilde, maar die overtuiging ook met kracht in het publiek wist uit te dragen. In De Cooperatieve Gids van 1914 schreef hij: 'Alzoo, wanneer wij uit de lessen der maatschappelijke ontwikkeling de juiste en voor de hand liggende leering weten te trekken, dan is het deze: Verzamel alle kracht op de grootinkoop en eigen productie'. Dit inzicht bleef hij zijn leven lang trouw. Als woordvoerder van de uit 1906 daterende Bond van Arbeiderscoöperaties droeg hij in 1914 bij aan de verzelfstandiging van de Handelskamer ten opzichte van de nog altijd liberaal gekleurde NCB. Van de nieuwe Coöperatieve Groothandelsvereeniging Handelskamer (HAKA), waarbij alle coöperaties zich ongeacht hun politieke of godsdienstige overtuiging konden aansluiten, werd De Boer commissaris, een functie die hij tot zijn dood zou blijven bekleden (sedert 1935 als gedelegeerd commissaris en vice-voorzitter van de Raad van Commissarissen). Het werk voor de HAKA deed hij naast zijn werk als onderwijzer op een snel groeiende volksschool in Apeldoorn, zijn bestuurslidmaatschap (tweede voorzitter) van de afdeling Apeldoorn van de Bond van Nederlandsche Onderwijzers en het secretariaat van Vooruit. Met zijn benoeming in 1917 tot directeur van de socialistische arbeiderscoöperatie Excelsior in Leeuwarden kreeg hij de kans zich geheel te wijden aan de coöperatieve beweging. In Leeuwarden werd hij ook politiek actief en in 1919 voor de SDAP gekozen in de gemeenteraad en de Provinciale Staten van Friesland (tot 1922). De jaren 1919 tot 1922 waren moeilijke jaren voor de coöperatie. Door het plotseling terugvallen van de vraag en een sterke prijsdaling bleven de HAKA en Excelsior zitten met grote en te dure voorraden. De Boer werd nu voor het eerst na een periode van stormachtige groei geconfronteerd met neergang en met de daarbij behorende financiële perikelen. In Leeuwarden kwam men de in 1920 opgelopen verliezen al snel te boven, maar het duurde tot 1928 voordat omzet en ledental het oude peil weer hadden bereikt. Dat Excelsior juist in een crisisjaar de verplichting tot een bijdrage van 1% van het overschot aan de arbeidersbeweging uit de statuten schrapte, had niet zozeer te doen met het scherpe kostenbeleid als wel met de totstandkoming van de Centrale Bond van Nederlandsche Verbruikscoöperaties uit een fusie tussen de NCB en de Bond van Arbeiderscoöperaties. Bij de HAKA liepen de verliezen in de miljoenen en dreigde regelrecht de ondergang. Een 'regeringskrediet' van drie miljoen, verkregen na moeizaam overleg, was niet voldoende. Ook de aangesloten coöperaties moesten extra bijdragen. De Boer wist op de jaarvergadering van de HAKA een meerderheid van de leden te overtuigen van de noodzaak van die extra bijdrage. Zijn onverzettelijkheid leidde er echter wel toe dat 39 coöperaties, aangevoerd door Blijft Trouw - een 'ironische loop van het lot' - de HAKA verlieten. Daartoe behoorde De Volharding uit Den Haag, de grootste verbruikscoöperatie van Nederland, die volgens De Boer al te lang zijn afnameverplichtingen aan de HAKA had verwaarloosd. De overige coöperaties bleven de HAKA wel trouw en een aantal, voorop zijn eigen Excelsior, verplichtte zich zelfs tot een '100%-afname'. Na verloop van tijd keerden de uitgetreden coöperaties weer terug, na meer dan tien jaar ook De Volharding. Toen waren inmiddels het krediet en de extra-inleggelden terugbetaald.

Na zijn benoeming in 1927 tot propagandist en secretaris-penningmeester van de Centrale Bond in Den Haag bewoog De Boer zich nog meer op het terrein van de landelijke, later zelfs internationale coöperatieve beweging. In die jaren ontpopte hij zich meer en meer als doorbraakman avant la lettre. In plaats van de coöperatie als 'antikapitalisme in vervulling' beklemtoonde hij steeds nadrukkelijker de bindende kracht van het 'coöperatieve beginsel' voor mensen van allerlei slag en overtuiging. In dit streven naar eenheid binnen de verzuilde coöperatieve beweging ligt misschien zijn grootste verdienste. Met argumenten even gemakkelijk ontleend aan de Bijbel als aan Das Kapital, met het schilderen van panorama's van de oudheid tot in de glorieuze toekomst, hield hij niet op die eenheid te bepleiten. 'Wij hebben te kiezen, ook in Nederland tussen verdeeldheid of coöperatie', zo verwoordde hij in 1936 dat streven. De bloei van de HAKA na 1930 - opvallend in het licht van de problemen van andere delen van de arbeidersbeweging in de crisisjaren - bood hem de kans zich na zijn benoeming tot gedelegeerd commissaris in 1934 volledig in te zetten voor de uitbouw van de HAKA tot een volwaardig groothandels- én produktiebedrijf. Omdat verbruikscoöperaties van alle richtingen lid van de HAKA konden zijn, was het zakelijk succes van deze gezamenlijke onderneming in zijn ogen de voorwaarde voor aaneensluiting van de gehele coöperatieve beweging. Hoe meer de HAKA kon presteren op het terrein van groothandel, eigen produktie en zakelijke dienstverlening aan de deelhebbers, hoe meer de scheiding tussen zakelijke en inhoudelijke belangenbehartiging als schadelijk zou worden ervaren. De HAKA moest zoals hij het in het jubileumboek in 1939 vol trots neerschreef, zijn 'Als een toren in onze lage landen'. Zijn streven zag hij in 1943 beloond met de instelling van een voorbereidingscommissie van vier (met vertegenwoordigers van de HAKA, de rooms-katholieke verbruikscoöperaties, de christelijke verbruikscoöperaties en hijzelf namens de Centrale Bond). Het goeddeels door De Boer opgestelde 'eenheidsrapport' vormde uiteindelijk zonder veel wijzigingen de grondslag voor de Coöperatieve Vereniging Centrale der Nederlandse Verbruikscoöperaties Co-op Nederland, die op 22 mei 1947 tot stand kwam. De Boer is in deze periode te beschouwen als een exponent van wat Frits de Jong Edz. de ingroei van de arbeidersbeweging in het maatschappelijk bestel heeft genoemd. Hij was een sociaal-democraat die steeds meer leerde samenwerken met andersdenkenden en vertegenwoordigers van bedrijfsleven en overheid. Het ging hem daarbij om een plaats voor de coöperatie binnen de steeds meer vorm krijgende overlegeconomie. In dat licht moet ook zijn medewerking worden bezien aan verschillende bedrijfsraden werkzaam in het kader van de organisatie-Woltersom tijdens de bezetting. Dat een dergelijke houding, ingegeven door goedbedoelde bestuurlijke en organisatorische overwegingen wel eens op gespannen voet zou kunnen komen te staan met het juist door hem zozeer beklemtoonde beginsel van de democratie, heeft hij en met hem de beweging als geheel nauwelijks beseft. Klaas de Boer heeft de eenwording en het uiteindelijke verval van de Nederlandse verbruikscoöperatie niet meer beleefd. Hij stierf eind 1945 in het ziekenhuis van De Volharding in Den Haag.

Publicaties: 
Georganiseerde distributie (z.pl. z.j.); De georganiseerde arbeiders en de verbruikerscoöperatie (Amsterdam z.j.); De coöperatie. Haar ontstaan, groei en ontwikkeling (Amsterdam 1927); De beteekenis van de cooperatieve productiebedrijven (Rotterdam 1928); De ontwikkeling van de Duitsche verbruikscoöperaties en haar verhouding tot inkoopcentrales (Rotterdam 1930); Coöperatie en rationalisatie (Utrecht 1931); De Beteekenis der coöperatie voor de arbeidersklasse. Redevoering uitgesproken ... op de 15e Algemene Vergadering van het Nederl. Verbond van Vakvereenigingen (z.pl. 1932); Georganiseerde distributie. Uitgave van de Coöperatieraad, samengesteld door het NVV en de Centrale Bond van Ned. Verbr. coöp. (z.pl. 1932); De verbruikscoöperatie in verband met het maatschappelijk leven (z.pl. 1933); De middenstand als economisch object (Utrecht 1934); Maatschappelijke orde en het coöperatief beginsel (Leeuwarden 1935); De Boer in 'beeld' (Polygoonfilm BK 4020/1935/ opbergnummer 35339 bij de Stichting Film en Wetenschap, Amsterdam); De coöperatieve gedachte en het Rochdale beginsel in verband met de practische toepassing (Rotterdam 1936); De cooperatieve beweging in Denemarken (Vlissingen 1937); Als een toren in onze lage landen. (Gedenkschrift uitgegeven bij gelegenheid van het vijf-en-twintigjarig bestaan van de coöperatieve groothandelsvereniging De handelskamer 'HAKA' G.A. Rotterdam (Rotterdam 1939, 19502); Ordening, kapitalistische ordening, verbruikscoöperatie (Haarlem 1939).
Literatuur: 
Leeuwarder Courant, 26.4.1927; Leeuwarder Nieuwsblad, 26.4.1927; Fryske Groun, 29.4.1927; HAKA-Maandblad, september 1939; De Coöperatieve Gids, oktober 1939 (jubileumnummer); 'K. de Boer overleden' in: Leeuwarder Koerier, 10.11.1945; A. Kruithof, Verbruikscooperatie (Amsterdam 1951); D. Damsma, Sj. Wieling, 'De Coöperatie, daar had je hart voor. Het coöperatieve ideaal, de sociaal-democratie en de verbruikscoöperaties' in: Het vijfde jaarboek voor het democratisch-socialisme (Amsterdam 1984) 28-87; T. Buursma, Een onderzoek naar het ontstaan, de ontwikkeling en de sociale en economische betekenis in Friesland van de cooperatieve 'Excelsior' te Leeuwarden. 1898-1966 (Leeuwarden 1986; scriptie); T. Oosterhuis, Niet om het gewin, maar voor het gezin. De geschiedenis van de verbruikscoöperatie in Nederland vanaf 1865 (Den Haag 2000).
Portret: 
K. de Boer, particulier bezit
Auteur: 
Dirk Damsma, Oscar Steens
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 5 (1992), p. 16-19
Laatst gewijzigd: 
23-09-2002