BUSKES Jr., Johannes Jacobus

Johannes Jacobus Buskes Jr.

(roepnaam: Jan), christen-antimilitaristisch en socialistisch predikant en publicist, is geboren te Utrecht op 16 september 1899 en overleden te Amsterdam op 9 maart 1980. Hij was de zoon van Johannes Jacobus Buskes, meubelmaker, en Jacoba Wesselo. Op 28 februari 1924 trad hij in het huwelijk met Egberta Hendrika Dirkje Grondijs, met wie hij een zoon kreeg. Na haar overlijden (op 21 oktober 1973) hertrouwde hij op 24 januari 1975 met Sytske Scheltema.

Buskes groeide op in een gereformeerd gezin, waar de gerechtigheid Gods centraal stond. Hij studeerde theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en werd in 1924 predikant van de Gereformeerde Kerken te Oosterend (Texel). Na het conflict in 1926 in de Gereformeerde Kerken om de uitleg van het paradijsverhaal in Genesis 2 en 3 werd Buskes predikant in de nieuwe kerkgemeenschap genaamd Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband. Hij is in verschillende plaatsen predikant geweest (Amsterdam 1926-1929, Texel 1929-1932, Amsterdam 1932-1938, Rotterdam 1938-1943, Amsterdam 1943-1961), vanaf 1943 in dienst van de Nederlands-Hervormde Kerk met (tot 1950) als bijzondere opdracht: de evangelisatie onder de arbeidersbevolking.

Grote invloed op zijn theologische en politieke denkbeelden oefende de Zwitserse theoloog Karl Barth uit. Van hem heeft Buskes geleerd om christelijk geloof en partijpolitiek te scheiden, maar wel zijn politieke inzichten te laten bepalen door het evangelie. Buskes, die al als scholier kennis had gemaakt met de ideeën van Bart de Ligt, trad in 1928 toe tot de in 1924 door G.J. Heering opgerichte Groep van godsdienstige voorgangers en gemeenteleden tegen oorlog en oorlogstoerusting 'Kerk en Vrede'. Voor Buskes waren evangelie en oorlog onverzoenlijk en was 'Gij zult niet doden' een absoluut gebod, waarvan hij zijn leven lang getuigde. Van 1929 tot 1961 was Buskes lid van het hoofdbestuur, waarvan van 1935 tot 1937 en van 1950 tot 1951 voorzitter. Van 1930 tot 1961 maakte hij deel uit van de redactie van het orgaan Kerk en Vrede (in 1945 voortgezet als Militia Christi), waarvan van 1933 tot 1941 en van 1951 tot 1961 als hoofd- of eindredacteur.

Politiek gezien was Buskes erg actief. Vrijwel vanaf de oprichting in 1926 is hij lid geweest van de Christelijk-Democratische Unie (CDU), waaraan hij met zijn vriend Fedde Schurer en H.S. van Houten leiding gaf. In woord en geschrift sprak Buskes zich voor de CDU uit tegen kapitalisme, militarisme en kolonialisme, tot de Duitse bezetter de partij in 1940 ophief. Actief bestreed hij in de jaren dertig het veldwinnend fascisme, onder andere in het Comité van Waakzaamheid, waarvan hij van 1936 tot 1939 bestuurslid was. Tijdens de oorlogsjaren bleef Buskes het nationaal-socialisme bestrijden: in zijn preken, door hulp aan onderduikers en door artikelen in Woord en Wereld, Kerk en Vrede en Vrij Nederland (via zijn vriend H.M. van Randwijk). Hij nam deel aan het Interkerkelijk Overleg (1940-1943) en aan de illegale Lunterse Kring van - ondere andere - predikanten (1940-1945). Diverse malen is hij verhoord en drie maal gevangen gezet, in 1944 in St. Michielsgestel.

In mei 1945 trad Buskes met zes andere Amsterdamse predikanten toe tot de SDAP. Ook stond zijn naam onder de oproep van 12 mei 1945 van de Nederlandse Volks Beweging. In juni 1945 werd hij benoemd tot lid van de redactie van Socialisme en Democratie, wat hij tot 1962 bleef. Toen spoedig na de oprichtingsvergadering van de PvdA op 9 februari 1946 het - eerste - Sociaal Democratisch Centrum zich formeerde, sloot Buskes zich bij deze radicaal socialistische groepering binnen de PvdA aan. Hij leverde af en toe een bijdrage voor het blad De Vlam en sprak in Vlamkampen. Onverdraaglijk was het voor hem, dat de PvdA medeverantwoordelijk was voor de politionele acties in Indonesië. Hij protesteerde fel, onder meer als lid van het Comité voor Vrede in Indonesië. Ook keerde hij zich binnen de PvdA tegen het pro-NAVO standpunt van zijn partij en tegen de atoombewapening. Hij ondertekende in december 1951 het manifest van de Derde Weg, wat hem door de leiding van de PvdA niet in dank werd afgenomen. Op 1 juli 1954 riepen S. de Wolff, F. Kief, P.J. Meertens, B. van Tijn en Buskes op tot vorming van een tweede Sociaal Democratisch Centrum binnen de PvdA. Buskes is er bestuurslid van geweest tot het in 1959 werd 'verboden'. In 1966 ondertekende hij het program van Nieuw Links. Intussen vroeg hij zich al jaren af of het zin had lid te blijven van de partij, die naar zijn smaak was verburgerlijkt en welvaart liet prevaleren boven welzijn. Hij bleef lid, maar 'bij gebrek aan beter', zoals hij zei.

Zijn mening liet Buskes op tal van plaatsen horen. Nadat hij in oktober 1934 met Ko Beuzemaker over christendom en communisme had gedebatteerd, deed hij dit opnieuw in mei 1947 met A.J. Koejemans. In 1945 had W. Banning Buskes gevraagd om samen met hem de leiding te nemen van het religieus-socialistisch weekblad Tijd en Taak. Tot begin 1960 bleef hij deel uitmaken van de redactie. Eveneens vanaf 1945 was hij redacteur van In de Waagschaal, het blad van de Barthianen. Van 1953 tot 1962 schreef hij een tweewekelijkse column in Het Vrije Volk. Van 1959 tot 1967 was hij vast medewerker van De Nieuwe Stem. Vanaf ongeveer 1965 tot kort voor zijn dood sprak hij om de week voor de interkerkelijke IKOR/IKON-radio. Behalve over theologische en politiek actuele onderwerpen sprak en schreef hij over de armoede in de Derde Wereld, over Gandhi en over India, waar hij drie maanden was (1949), over de rassendiscriminatie in Noord-Amerika en in Zuid-Afrika, waar hij ook drie maanden was (1955). In mei 1960 was hij met K.L. Roskam oprichter van het Comité Zuid-Afrika.

Buskes was geen marxist in de wereldbeschouwelijke zin van het woord, maar hij aanvaardde de analyse die K. Marx van de kapitalistische maatschappij had gegeven. Zijn grondige kennis van de samenleving, verbonden met een uitgesproken profetische geaardheid, brachten Buskes telkens weer tot radicale opstellingen en uitgesproken meningen, waardoor hij niet alleen in de politiek maar ook in het kerkelijk leven een 'dwarsligger' was en vaak veel verzet heeft opgeroepen. Maar door zijn gefundeerde en oprechte overtuiging heeft hij in allerlei kringen blijvende invloed gehad, ook als bezield prediker en eminent pastor. Buskes was in hart en nieren predikant en theoloog. In 1957 werd hem een eredoctoraat in de theologie toegekend door de universiteit van Amsterdam.

Archief: 

Collectie J.J. Buskes in Documentatiecentrum Nederlands Protestantisme van de Vrije Universiteit (Amsterdam).

Publicaties: 

Vele bijdragen aan genoemde periodieken, evenals aan Woord en Geest; Radicaal socialisme in de Partij van de Arbeid (Amsterdam 1947); Christendom en communisme (Amsterdam 1947; met A.J. Koejemans); Hoera voor het leven (Amsterdam l9685); Droom en protest. Getuigenissen uit een halve eeuw van strijd (Baarn 1974); De PvdA is niet heilig (Baarn 1978) 10-29; zie ook bibliografie in: Recht en slecht. Een levensbeeld van ds. Buskes (Apeldoorn 1972), 61-63.

Literatuur: 

Dwarsliggers. Nonconformisten op de levensweg van Ds. J.J.Buskes (Wageningen 1974); L.H. Ruitenberg, Kanttekeningen (Kampen 1980) 99-101; H.A.M. van den Berg en T. Coppes in: BWN II, 85-87; J. de Bruijn (red.), Brieven aan Buskes. Een keuze uit het archief van dr. J.J. Buskes (1899-1980) (Amsterdam 1990); Toch overwint eens de genade: herinneringen aan Ds. Johannes Jacobus Buskes 1928-1992 (Groningen 1994); J. Roest, Waar stond de kerk? Toegelicht aan leven en werk van ds. Jan Buskes (Drachten 1995); E.D.J. de Jongh, Buskes, dominee van het volk (Kampen 1998).

Portret: 

J.J. Buskes Jr., IISG

Auteur: 
Hermien en Jan van Veen
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 2 (1987), p. 31-34
Laatst gewijzigd: 

29-05-2002