CLERCQ, Daniël de

(roepnaam: Daan), utopist en propagandist van landnationalisatie, is geboren te Heerde op 21 augustus 1854 en overleden te Haarlem op 15 december 1931. Hij was de zoon van Steven de Clercq, econoom, landbouwdeskundige en hoogheemraad van Rijnland, en Susanna Kruseman. Op 12 oktober 1892 trad hij in het huwelijk met Maria Cornelia van Scherpenberg, met wie hij twee zoons kreeg.

Net als zijn grootvader W. de Clercq, de bekende voorman uit het Réveil, was Daan de Clercq een gevoelsmens en de vriendelijkheid zelve. Hij geloofde zijn leven lang in het goede van de mens. Daarbij was hij in het bezit van een onverwoestbare gezondheid en voor niets bang. In zijn jeugd was hij een goede turner. Het verhaal ging dat hij bij een dreigend treinongeval langs de treeplanken lopend de machinist wist te waarschuwen. Altijd werd er een beroep op hem gedaan om een of ander project van de grond te tillen. De Clercq was een aanhanger van de humanitaire beweging, vrijdenker, antimilitarist, geheelonthouder, vegetariër, dierenbeschermer, bestrijder van prostitutie, drankmisbruik en vivisectie. Hij was voorstander van spellingsvereenvoudiging, staatspensionering, landnationalisatie, binnenlandse kolonisatie en trad op als correspondent van de Vrijlandbeweging in Nederland. Daarnaast was hij lange jaren, van 1896 tot 1915, lid van de SDAP. De Clercq groeide op in Haarlem, waar hij bevriend was met Frederik van Eeden, met wie hij allerlei verliefdheden deelde. De Clercq studeerde technologie te Delft, waar de hoogleraar B.H. Pekelharing grote invloed op hem uitoefende. Na zijn afstuderen volgde hij een jaar colleges chemie in Berlijn. Na korte tijd in Leiden te hebben gewerkt werd De Clercq in 1878 technisch directeur van een verffabriek in Haarlem. In de fabriek voerde hij een groot aantal verbeteringen door. Hij liet een schaftlokaal bouwen voor de arbeiders en probeerde de fabriek veilig in te richten. Tevens sloot hij als een van de eersten in Nederland een ongevallenverzekering af voor de arbeiders en voerde hij een ziekenfonds in. Zijn mededirecteur was het niet eens met deze sociale maatregelen en De Clercq nam rond 1890 ontslag. Ook buiten de fabriek had hij belangstelling voor sociale problemen en probeerde hij in zijn ogen praktische oplossingen te vinden voor de armoede en werkloosheid in zijn woonplaats. In de deftige Haarlemse Debating Society trad hij vanaf 1883 regelmatig op met stellingen als 'de sociale ellende wordt veroorzaakt door het privaatbezit'. In datzelfde jaar sloot hij zich aan bij De Dageraad en bezocht hij het internationale vrjdenkerscongres dat in Amsterdam werd gehouden. Maar zijn belangstelling ging meer uit naar de ideeën van de utopisten M. Flürschheim, H. George en Th. Hertzka. De eerste twee meenden via landnationalisatie de sociale onrechtvaardigheden te kunnen oplossen. Hertzka wilde door het stichten van een kolonie in Afrika de ellende verminderen. In Nederland werden de ideeën van landnationalisatie door J. Stoffel gepropageerd, met wie De Clercq spoedig in contact kwam. Samen stichtten zij in 1889 de Nederlandsche Bond voor Landnationalisatie. De Clercq wilde de sociale kwestie ook wetenschappelijk bestuderen en probeerde daarom in 1888 het Sociologisch Genootschap van de grond te krijgen. Voor beide organisaties trachtte hij F. van der Goes te strikken, die hij kende via De Dageraad. Van der Goes gebruikte De Clercqs Sociologisch Genootschap als voorbeeld voor zijn Socialistisch Genootschap in 1892, waarvoor hij De Clercq uitnodigde lid te worden. Ook dit genootschap in de geest van de Engelse Fabian Society kwam niet uit de verf. De Clercq voelde weinig voor de Sociaal-Democratische Bond (SDB), omdat hij onvoldoende strijdlustig was en de klassenstrijd afwees. Het streven naar algemeen kiesrecht had meer zijn sympathie. Dat bracht hem in contact met de Nederlandsche Bond voor Algemeen Kies- en Stemrecht, waarvoor hij vele spreekbeurten vervulde. Vooral in Friesland, waar de Friesche Volkspartij een sterke positie had, was De Clercq als landnationalisator een populaire verschijning. Hij schreef veelvuldig in het Friesch Volksblad. De Friesche Volkspartij stelde hem in 1887 en 1891 kandidaat voor de Tweede Kamer. De Clercq was een van de sprekers op de manifestatie te Drachten in 1891, waarde opheffing van het privaatbezit langs wettelijke weg werd geëist. Deze eis deed de Friesche Volkspartij uiteindelijk uiteenvallen doordat de SDB-afdelingen die de revolutie preekten uittraden. De Clercqs politieke mogelijkheden werden daardoor minder. In 1889 was in Haarlem de vereniging Volksbelang opgericht, waarvan De Clercq voorzitter werd. In eerste instantie was het een kiesvereniging, maar al snel richtte Volksbelang zich op andere zaken. De vereniging zorgde voor een speeltuin, een leeszaal voor arbeiders en ambachtsschoolonderwijs en trok allerlei sprekers aan voor cursussen. De Clercq en J.G. ten Bokkel waren de drijvende krachten, en toen beiden Haarlem verlieten was het met Volksbelang gedaan. In 1891 stelde De Clercq zich kandidaat voor de gemeenteraad, waarvoor hij met behulp van de radicale kiesvereniging Haarlem werd gekozen. In de raad zette hij zich in voor woningverbetering. De Clercq nam als voorbeeld het Schotse Glasgow, waar de gemeente krottenwijken saneerde en nieuwe arbeiderswoningen bouwde tegen een lage huur. Veel succes had De Clercq niet en hij verliet in augustus 1892 Nederland. Hij nam een betrekking aan bij een verffabriek in Graz, Oostenrijk. Als Nederlands correspondent van de Vrijlandbeweging had hij in dat land kennissen. De Clercq was actief als correspondent van P.J. Troelstra's De Nieuwe Tijd, hij was ook al medewerker geweest van De Nieuwe Sneeker Courant. Hij kon zijn draai niet vinden en bestookte Stoffel met vragen of hij werk voor hem kon vinden in Nederland. De Clercq wilde samen met D.A. van Eck een heideontginning beginnen. In 1896 keerde De Clercq terug, werd lid van de SDAP en vond werk bij de Maatschappij De Veluwe, een industriële commune te Nunspeet, die daar een buiten had gekocht waarop een wasserij, een zuivelfabriek, een land- en tuinbouwonderneming en een verffabriek gevestigd waren. Als SDAP-Iid werd hij betrokken bij enkele commissies. Zo zat hij samen met P.L. Tak, J.H.A. Schaper en F.M. Wibaut in de commissie die het eerste ontwerp van het SDAP-gemeenteprogramma (1897) schreef. Daarin liet hij blijken nog steeds aanhanger te zijn van de landnationalisatie. Op het internationaal congres van handels- en kantoorbedienden in november 1896 leidde De Clercq het meest omstreden punt, 'vrouwelijke bedienden', in. Hij schetste de maatschappelijk achtergestelde positie van vrouwen en verdedigde de gelijke beloning en gelijke rechten voor vrouwen en mannen, maar zag zijn pleidooi voor gelijke beloning verloren gaan in de twisten tussen bedienden over toelating van vrouwen tot het vak. In 1899 deed hij mee aan de SDAP-commissie voor de verbruikscoöperatie. Hij schreef daar (in de 'Spelling-Kollewijn') een brochure over: De sosieale en etiese betekenis der koöperatsie (Rotterdam 1899). De Clercq zat ook in de commissie van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen met M.W.F. Treub, die de kwestie van de coöperatieve associatie bestudeerde. In 1897 nam De Clercq een Kamerkandidatuur aan voor het district Gouda namens een vrijzinnige combinatie, terwijl hij in 1901 SDAP-kandidaat was voor het district Beverwijk. Zelf vond hij dat hij geen typische SDAP'er was: 'of ik een goed partijgenoot ben, in den zin zooals sommigen in de partij dat zouden wenschen, betwijfel ik heusch zelf ook. ik kan mij niet met alles vereenigen wat er in de partij omgaat. Weet u, wat ik zou willen? Ik zou de beweging ethischer willen zien; dat zij meer opvoedend zou kunnen werken. Men moet de menschen niet te veel vooruit wezen, niet te hard willen loopen, want dan bereikt men toch niets, dan kan men niets tot stand brengen. En dat heeft men ook nog niet gedaan. Op het stemmenaantal alleen komt 't toch niet aan; wél op wat men doet.' De Clercq deed dan ook van alles. In 1897 was hij betrokken bij de oprichting van het blad Vrede, het orgaan van de christen-anarchisten. De Clercq schreef in Vrede en het Arbeidersweekblad over produktieve associatie. Hij organiseerde met de schilder J.C.H. Heijenbrock bijeenkomsten waar Van Eeden zijn sociale ideeën uiteenzette. De Clercq en Van Eeden namen het initiatief tot het oprichten van de vereniging Gemeenschappelijk Grondbezit (GGB) in 1901. De Clercq kwam in het bestuur van GGB en leidde de eerste vergaderingen. In 1894 was de Nederlandsche Vegetariërs Bond opgericht, waarbij De Clercq zich aansloot en in 1897 werd hij redacteur van de Vegetarische Bode. Van 1898 tot 1907 was hij voorzitter, daarna legde De Clercq vanwege drukke werkzaamheden beide functies neer. Wel bleef hij tot begin 1918 hoofdbestuurslid. De Clercq begon in 1900 een technisch adviesbureau en vestigde zich te Laren. In 1902 verplaatste hij de zaak naar Bloemendaal. Zijn idealen probeerde hij via zijn zaak te verwerkelijken. Hij introduceerde tal van nieuwigheden die het vegetariërsbestaan veraangenaamden. Hun voedingsproblemen loste hij op door de bekende weckflessen in Nederland te introduceren. Op de voedingstentoonstelling van 1902 te Amsterdam kreeg De Clercq voor zijn weckflessen een erediploma. Het bedrijf floreerde en in 1907 had De Clercq het zo druk dat hij 25 mensen in dienst had, daarnaast negentig plaatselijke agenten. Het bedrijf berustte op een winstdelingsbeginsel. De salarissen werden door premies en tantièmes verhoogd. De Clercq was vertegenwoordiger en verkoper van onder meer brandblussers, verlichtingsapparaten, automatische bascules en heteluchtpompmotoren voor het oppompen van grondwater, ook kon men bij hem een reddingstoestel in geval van brand kopen. Voor zijn idealistische activiteiten had De Clercq een particuliere secretaresse in dienst. Hij zette zich in voor de dierenbescherming en het zogenaamde Elmira-strafstelsel en interesseerde zich voor de tuinstadbeweging van de Engelsman E. Howard, die de arbeiders beter wilde laten wonen. De Clercq organiseerde reizen naar Engeland om met belangstellenden enkele tuinsteden te bezoeken. Daarnaast zette hij zich in voor de Bond voor Staatspensionneering, waarvoor hij het land introk als spreker. Maar ook voor de vrijdenkersvereniging De Dageraad en de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht hield hij spreekbeurten.

Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog overviel de antimilitarist De Clercq en nog meer was hij verrast door het standpunt van de SDAP, die de landsverdediging goedkeurde. Hij verliet na het paascongres in 1915, waar de antimilitaristen het onderspit dolven, de partij. Hetzelfde jaar ondertekende hij het Dienstweigeringsmanifest en vertrok hij voor een langdurig verblijf naar Zwitserland. Hij toonde zich ingenomen met de staatsinrichting van dat land en vond het referendum een goed democratisch middel. Hij maakte kennis met de tuberculose-arts Rollier, die te Leysin zonbehandeling voor zijn patiënten toepaste. De Clercq was hier erg enthousiast over en toen hij in 1919 naar Nederland terugkeerde ging hij zich inzetten voor het oprichten van een sanatorium waar de lucht-licht-methode werd toegepast. Hij zocht steun bij de humanitaire beweging en bracht geld bijeen. In 1921 werd het landgoed Steenbergen bij Heerde aangekocht en ingericht als zonnesanatorium voor vegetariërs en aanhangers van de natuurgeneeswijze. De Clercq zou zich de rest van zijn leven bezighouden met het stimuleren van kinderkolonies. Hij sprak in de eerste jaren na de oorlog veelvuldig voor allerlei idealistische organisaties, zoals voor de Praktisch Idealisten Associatie over de nieuwe mens en voor de Nederlandsche Bond tot Bevordering der Physische Therapie over 'Het eerst noodige voor een hygiënisch leven', waarmee hij op een goede woningbouw doelde. De Clercq stelde zich op het standpunt dat er alleen vrijstaande huizen gebouwd mochten worden met een ruime tuin. Hij verbond hier de tuinstadideeën met landnationalisatie. Volgens hem was deze wijze van bouwen mogelijk als de grond onteigend werd. De Clercq was lid geworden van de in 1918 opgerichte Grondpartij, waarin Stoffel en Van Eeden een rol speelden. Hij schreef in De Nieuwe Aarde, het blad van de Grondpartij, en sprak over landnationalisatie. In 1926 werd de partij omgezet in de Bond tot Hervorming van den Grondeigendom. De Clercq sprak in 1929 als voorzitter een radiorede uit voor de Humanitair Idealistische Radio Omroep over de mogelijkheden van de exploitatie van de Zuiderzeegronden. Hij onderhield in deze tijd internationale contacten met andere landnationalisatoren en aanhangers van H. George en bezocht allerlei congressen in het buitenland. De Clercq was inmiddels weer actief in de Nederlandsche Vegetariërs Bond. Hij kwam in 1925 in het hoofdbestuur en was tot 1927 voorzitter. Veel artikelen over tal van onderwerpen verschenen van zijn hand in de Vegetarische Bode. Hij hield zich tevens bezig niet de Bond tot bestrijding der Vivisectie en introduceerde in Nederland het kunstbont. De Clercq had zich gevestigd in villa Zeelust te Zandvoort en begon van daaruit zaken te doen. Hij verkocht zogenaamd Vita-glas: het liet 'de levenwekkende stralen van het zonlicht, die gewoon vensterglas niet doorlaten, in uw kamer'. De Clercq liet voor zijn propagandadoeleinden films maken of vertoonde films, bij voorbeeld over het sanatorium van dr. Rollier. In het begin van de jaren dertig bedacht hij een internationaal ruilmiddel: wära, waarvoor hij geen belangstelling kon wekken. De Clercq werd op 77-jarige leeftijd door een auto geschept toen hij hollend de weg overstak. Zonder bij kennis te komen stierf hij in het ziekenhuis.

Archief: 

Archief D. de Clercq in IISG (Amsterdam; vgl. Campfens2, 255).

Publicaties: 

Behalve de genoemde: Schoolbaden (Haarlem 1890); Voordracht, gehouden op 1 Mei 1890 in 'Felix Favore' te Haarlem (Haarlem 1890); 'Boekbeoordeelingen' in: De Nieuwe Gids, 1890, 137-142; Glasgow en hare gemeente-organisatie. Een voorbeeld van praktisch socialisme met eene beschouwing over inkomsten- of grondrente belasting (Amsterdam 1891); Nog een pleidooi voor den acht-uren-dag (St. Anna-Parochie 1891); Vegetarianisme of natuurlijke leefwijze (z.pl. 1891); De socialistische kolonie te Sinaloa (z.pl. z.j.); De sociale en etiese betekenis van het vegetarisme (Rotterdam z.j.); Vegetarisme en alkoholbestrijding (St. Anna-Parochie 1899); Sport en vegetarisme (Den Haag 1900); Een pleidooi voor dieren-recht (z.pl. z.j); 'Domela Nieuwenhuis en het vegetarisme' in: Gedenkboek ter gelegenheid van den 70sten verjaardag van F. Domela Nieuwenhuis (Amsterdam 1916) 143-144; De vleeschnood en het middel om er aan te ontkomen (Amsterdam z.j.); Het wonder der zon (Zandvoort 1923); De levensverzekering als hygiënisch instituut (Haarlem 1926); Radio-rede op 2 April 1927 te Hilversum uitgesproken (z.pl. z.j.); Radio-rede over de fundamenteele fout in de grondregels onzer samenleving in verband met de exploitatie der Zuiderzee-gronden (z.pl. 1929); Het 4e internationale Congres tot hervorming van het grondbezitsrecht en den vrijen handel te Edinburg 29 Juli - 5 Augustus 1929 (z.pl. z.j.); De rechten der dieren. H.I.R.O. Radio Rede op 26 Februari '31 gehouden (z.pl. 1931).

Literatuur: 

Verhoor van D. de Clercq in: Enquête gehouden door de Staatscommissie benoemd krachtens de wet van 19 Januari 1890... Haarlem (z.pl. z.j.) 263-274; Bymholt, Geschiedenis; Vliegen, Dageraad I, II, 201-204; Vliegen, Kracht III; F. Netscher, 'Karakterschets Daan de Clercq' in: De Hollandsche Revue, 1907, 699-709; G.J. Otten, De ontwikkeling der verbruikscoöperatie in Nederland (Amsterdam 1924); G.S. de Clercq, 'Ir. Daniël de Clercq' in: Haerlem Jaarboek, 1931, 58-63; Vegetarische Bode, 1932, nr. 1; J.A. Nieuwenhuis, Een halve eeuw onder socialisten (Zeist 1933); I.B. Cohen, 'Frederik van Eeden en de oprichting van "Gemeenschappelijk Grondbezit" in: Mededelingen Frederik van Eeden-Genootschap, 1938, juli; F. van Eeden, Dagboek 1878-1923 (Culemborg 1971-1972); F.A.M. Messing, Werken en leven in Haarlem (1850-1914) (Amsterdam 1972); A.C.J. de Vrankrijker, Onze anarchisten en utopisten rond 1900 (Bussum 1972); F. Becker, J. Frieswijk, Bedrijven in eigen beheer (Nijmegen 1976); J.S. de Ley, B. Luger, Walden in droom en daad (Amsterdam 1980); B. Reinalda, Bedienden georganiseerd (Nijmegen 1981); J. Houkes, Travailleur (Groningen 1985).

Portret: 

D. de Clercq, uit: Vliegen, Dageraad II (Amsterdam 1905), t.o. 24

Auteur: 
Jannes Houkes
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 6 (1995), p. 44-48
Laatst gewijzigd: 

00-00-1995