FUNKE KÜPPER, Albert Johann

Albert Johann Funke Küpper

(roepnaam: Funke), politiek en journalistiek tekenaar voor de sociaal-democratische beweging, is geboren te Ruhrort (Duitsland) op 24 maart 1894 en overleden te Nunspeet op 23 november 1934. Hij was de zoon van Bernard Anton Funke Küpper, schilder, en Maria Theresia Mattaar. In 1917 kreeg hij de Nederlandse nationaliteit. Op 28 september 1922 trad hij in het huwelijk met Adriana Maria van der Haar, met wie hij twee zoons kreeg.

Kort na zijn geboorte verhuisde Funke Küpper met zijn Duitse vader, een weinig succesvol schilder, en Nederlandse moeder naar Rotterdam. Daar breidde het katholieke gezin zich nog uit met drie meisjes en twee jongens, die beiden schilder zouden worden. Hij bezocht de MULO en de kweekschool voor onderwijzers, behaalde de aktes lager onderwijs, tekenen en gymnastiek en kreeg in 1912 een betrekking aan een openbare school in Rotterdam. In 1914 werd hij gemobiliseerd en te Katwijk gestationeerd. Daar had hij veel tijd om te schilderen en tekenen en leerde hij zijn toekomstige vrouw kennen, een Nederlands Hervormde onderwijzersdochter. Na de demobilisatie kwam Funke Küpper terug voor de klas. Binnen het jaar kreeg hij verlof om aan de kunstacademies in Rotterdam en Den Haag verder te studeren. Hij vestigde zich in 1922 met zijn vrouw in Rotterdam-West, waar hij opnieuw onderwijzer werd. In zijn vrije tijd schilderde en tekende hij traditionele onderwerpen op realistische wijze, een enkele keer exposerend zonder veel aandacht te krijgen.

Begin 1926 vroeg het Rotterdamse sociaal-democratische dagblad Voorwaarts Funke Küpper een beeldverhaal voor kinderen te tekenen. Hij bleek in staat onder tijdsdruk levendige, humoristische prenten te maken en wist zijn tekenstijl af te stemmen op het grove reproduktieproces. Al spoedig leverde hij ook politieke prenten en journalistieke tekeningen aan de krant, die onder directeur Y.G. van der Veen veel ruimte aan illustraties besteedde. Hij werd bevriend met de journalist Arie Pleysier, die hem in de beweging inwijdde en voor haar politieke idealen won. Vermoedelijk introduceerde Pleysier hem bij De Notenkraker. Dit blad nam vanaf januari 1927 wekelijks een of meer van zijn prenten op. Funke Küpper kreeg steeds meer opdrachten van partij, vakbeweging en verwante organisaties, ook voor affiches, boeken en brochure-omslagen. Sinds 1929 tekende hij voor De Radiogids. In 1931 verhuisde hij naar Amsterdam om vaste medewerker te worden van Het Volk, dat onder leiding van Van der Veen vernieuwd werd. Na ongeveer een jaar kreeg hij een assistent, Peter van Reen. Toen De Notenkraker begin 1933 van formule veranderde en in tweekleurendruk begon te verschijnen trad hij tot de redactie toe. Hij speelde er een belangrijke rol in, met zijn grote kennis van druktechnieken en zijn vele ideeën voor prenten en bijschriften. Vanaf januari 1934 werkte hij ook mee aan Vrijheid, Arbeid, Brood. In zijn beste politieke prenten combineerde hij knappe karikaturen van politici met subtiele humor. Als journalistiek tekenaar bereikte Funke Küpper grote hoogten. Op reportage met Pleysier of de journalist Piet Bakker maakte hij, vaak onder moeilijke omstandigheden, rake schetsen van mensen, plaatsen en gebeurtenissen. Ondanks zijn produktiviteit wist hij een hoog niveau en ogenschijnlijke spontaniteit te handhaven. Met zijn grote gestalte en uitbundige aard werd hij een bekende figuur op de bijeenkomsten van de beweging. Hij was in vaste dienst bij De Arbeiderspers en werd goed betaald, maar moest er buitensporig hard voor werken en zou zich nogal eens gestoord hebben aan de kille bedrijfsvoering van Van der Veen. Voor het maken van vrij werk had hij weinig tijd, evenmin voor het ontwikkelen van zijn tweede talent: zingen. Hij was een klassiek geschoolde bas-bariton.

Op 23 november 1934 kwam Funke Küpper, in zijn auto op weg naar de Paasheuvel, op een onbewaakte spoorwegovergang in botsing met een trein. Hij was op slag dood. Piet Bakker, de tweede inzittende, kwam er met een shock en lichte kneuzingen vanaf. Hij wist het bericht nog voor het sluiten van de avondeditie naar Het Volk door te bellen. De VARA besloot onmiddellijk haar uitzending aan te passen. De volgende dagen stonden de sociaaldemocratische bladen vol reacties. De Notenkraker bracht een herdenkingsnummer uit. De met veel partij-ceremonieel omgeven uitvaart trok duizenden mensen. Aan het graf spraken onder anderen Van der Veen, J.F. Ankersmit en J.J. Vorrink. Eind 1935 werd Funke Küpper herdacht met een boek en een reizende tentoonstelling, die door wethouder E. Boekman werd geopend en onder meer in het Stedelijk Museum in Amsterdam te zien was. Bij dit alles werd hij welhaast heilig verklaard en te zeer vergeleken met Albert Hahn, die ook rond zijn veertigste stierf. Funke Küppers overlijden was in het bijzonder een zware slag voor De Notenkraker, die toch al met abonnee-verlies kampte. Anders dan na Hahns overlijden stond er geen nieuwe generatie tekenaars klaar om het werk over te nemen. De tekening ondervond als illustratiemateriaal steeds meer concurrentie van de foto en de fotomontage.

Archief: 
Werk Funke Küpper aanwezig in het IISG (Amsterdam, affiches, prenten, klein drukwerk) en het Stedelijk Museum (Amsterdam, affiches, tekeningen).
Publicaties: 
Ons Pinksterfeest (Amsterdam 1928).
Literatuur: 
D. Koomen, 'Journalistieke teekenkunst' in: Elsevier's Geïllustreerd Maandschrift, 1934, 434-436; Het Volk, 23.11.-4.12.1934; Algemeen Handelsblad, 24.11.1934; Nieuwe Rotterdamsche Courant, 24.11.1934; Vooruit, 24.11.1934; Voorwaarts, 24-28.11.1934; C. van der Lende, 'Albert J. Funke Küpper' in: De Strijd, 30.11.1934; De Vocalist, november 1934; L.J. Jordaan, 'In memoriam Fünke Kupper' in: De Groene Amsterdammer, 1.12.1934; De Notenkraker, 1-8.12.1934; De Radiogids, 8.12.1934; J.F. Ankersmit, 'Bij Funke Küpper's heengaan' in: De Socialistische Gids, 1934, 833-834; In memoriam Albert Funke Küpper (Amsterdam 1935); Wij, 11.10.1935, 16-17; Het Volk, 17 en 21.10.1935; C. Veth, 'Albert Funke Küpper' in: Maandblad voor Beeldende Kunsten, november 1935, 331-338; C. Veth, 'Funke Küpper' in: De Socialistische Gids, 1936, 109-111; 'Twee grote socialistische kunstenaars: Albert Hahn sr. en Funke Küpper' in: De Toorts, februari 1939; P. Bakker, Zo was het (Amsterdam 1961) 113-118; S. de Vries jr., 'Herinneringen aan de tekenaar Funke Küpper' in: Het Parool, 1.4.1967; A. Pleysier, Albert Funke Küpper, Nederlands schilder en tekenaar (radiouitzending VARA 19.11.1969); B. Molenkamp, Albert Funke Küpper, tekenaar in dienst van een beweging. Portret in proza (Nieuwendam 1971); H. van Veen, 'Prenten van Funke Küpper' in: Groniek, februari 1975, 14-19.
Portret: 
A.J. Funke Küpper, met zijn zoons, particulier bezit
Auteur: 
Marien van der Heijden
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 4 (1990), p. 53-56
Laatst gewijzigd: 
00-00-1990