HERMANS, Hendrik Gerard Maria

Hendrik Gerard Maria Hermans

(roepnaam: Henri), leider katholieke arbeidersbeweging en geestelijk vader van de gedachte van de standsorganisatie, is geboren te Blitterswijck (thans gemeente Meerloo-Wanssum) op 14 augustus 1874 en overleden te Den Haag op 10 mei 1949. Hij was de zoon van Willem Hermans, onderwijzer, redacteur van verschillende tijdschriften en schrijver van novellen, en Hendrika Verhofstad. Op 13 augustus 1907 trad hij in het huwelijk met Elisabeth Maria Geelen, onderwijzeres, met wie hij twee zoons kreeg.
Pseudoniemen: Frits, Henricus, 't Politiek Buurke.

Hermans kwam uit een gezin van zeven kinderen. Zijn vader liet hem na de lagere school typograaf worden. Zo kwam hij in de leer bij het dagblad Le Courrier de la Meuse in Maastricht. In Sittard werkte Hermans vanaf oktober 1891 bij drukkerij Wehrens en kwam hij in contact met de journalistiek. De eigenaar had namelijk politieke belangstelling en gaf een krantje, De (Katholieke) Waarheidsvriend uit. Hermans moest de raadsverslagen schrijven. Op jeugdige leeftijd deed Hermans in 1894 ook al ervaring op met het uitgeven en redigeren van een eigen krantje. Toen hij in de zaak van Jos. Russel werkte, stelde deze hem in de gelegenheid in Meerssen te beginnen met de uitgave van 't Politiek Buurke (Katholiek Limburgsch Volksblad. Veertiendaagsche Courant) met als motto: 'Doe recht en schuw niemand'. Hermans publiceerde er beschouwingen in de verschillende Limburgse dialecten in, alsmede novellen en - in het Nederlands - nieuwsberichten uit de provincie. Zelf schreef Hermans onder het pseudoniem "t Politiek Buurke' artikelen met een moraliserende inslag over het nakomen van plichten en de gevaren van het drinken.

Toen Russel in 1895 zijn drukkerij sloot, was Hermans genoodzaakt ander werk te zoeken. Zijn vader was in 1893 op 48-jarige leeftijd overleden, zodat hij zijn moeder moest bijstaan in het onderhoud van het gezin. Deze zorgde ervoor, dat Henri uiteindelijk in 1897 kon komen werken bij het Boxmeersch Weekblad De Maasbode van F. Schoth. In Boxmeer kwam Hermans onder de invloed van de paters karmelieten, die hem vertrouwd maakten met de betekenis van de encycliek Rerum Novarum uit 1891 over de sociale kwestie. Toen Hermans een soort Volksbond als algemene werklieden-bond wilde oprichten, stuitte dit op verzet van de plaatselijke pastoor, zodat hij een toneelclub oprichtte. Nadat een nieuwe pastoor van eenvoudige komaf was benoemd, kwam in 1898 alsnog een R.K. Volksbond tot stand. Zijn journalistieke talenten ontwikkelde Hermans verder door te publiceren in De Avondster (Dagblad voor Nederland; Roosendaal). Hij toonde zich een tegenstander van staatsinmenging bij het oplossen van het sociale vraagstuk. Als typograaf voelde Hermans zich in 1900 aangesproken door het initiatief van het Utrechtse RK Typografengilde 'St. Lebuinus' om te komen tot een landelijke katholieke typografenbond. Van de Nederlandsche RK Typografenbond (opgericht in 1900) werd Hermans in 1901 de eerste voorzitter (tot 1904). Ook was hij redacteur van het sinds september 1901 verschijnende bondsblad De Katholieke Typograaf (in 1912 omgedoopt tot Het Orgaan). Hermans werd medewerker van het orgaan van de in 1900 opgerichte federatieve Limburgsche R.K. Volksbond 'St. Joseph', Het Limburgsch Volksblad (vanaf september 1902 De Volksbode met als ondertitel Weekblad voor het Katholieke Vereenigingsleven in de Zuidelijke Provinciën, waarmee de gewijzigde doelstelling werd aangeduid: orgaan te zijn voor de drie zuidelijke bisdommen). Tijdens de derde Katholiekendag (Nijmegen 1902) gaf Hermans de stoot tot de oprichting van een diocesane werkliedenvereniging in het bisdom 's-Hertogenbosch. Bovendien werkte hij via het van 1903 daterende Katholiek Comité van Actie mee aan de oprichting in 1904 van de Katholieke Sociale Actie.

In 1903 haalde Ch.J.M. Ruijs de Beerenbrouck Hermans naar Maastricht om eerste 'Secretaris van den Arbeid' te worden (een ombudsman-achtige functie), evenals secretaris van de Limburgsche R.K. Volksbond en redacteur van De Volksbode. In 1904, het jaar waarin Hermans - de autodidact - als het ware doorbrak in het katholieke organisatieleven, werd hij bovendien secretaris van Sobrietas, de Federatie van Diocesane Bonden tot Bevordering der Christelijke Matigheid en tot Bestrijding van Alcoholisme. De afdelingen van de Limburgsche R.K. Volksbond richtten op initiatief van Hermans speciale propagandaclubs op, die eind 1904 verenigd werden in de R.K. Bond van Limburgsche Propagandaclubs 'Credo Pugno', waarvan de initiatiefnemer secretaris werd. Al deze functies vervulde Hermans tot 1918, toen hij werd gekozen tot lid van de Tweede Kamer, waarin hij tot 1940 zitting had. Van 1909 tot 1913 was hij lid van de gemeenteraad in Maastricht. In De Volksbode schreef Hermans onder eigen naam (hoofdartikelen) en als Frits (propagandistische bijdragen). Dit blad werd op 22 december 1909 samengevoegd met het in feite al opgeheven Roomsch Katholiek Arbeidersblad tot Het Katholieke Volk. Orgaan van de Roomsch-Katholieke Werklieden-Organisaties in Nederland. Ook op dit blad kon Hermans als hoofdredacteur zijn stempel drukken. Toen H.A. Poels in 1910 naar de Mijnstreek kwam en spoedig Aalmoezenier van Sociale Werken werd, ontstond er een nauwe samenwerking tussen hem en Hermans. Poels bouwde het door Hermans aangedragen begrip standsorganisatie uit tot een concept waarin een maatschappij visie lag besloten. Beiden werden daardoor de representanten van de zogenoemde Limburgse School, die zich onderscheidde van de Leidse School. Hermans had een ontwikkeling doorgemaakt. Aanvankelijk zag hij in de vakbeweging het fundament waarop een christelijke maatschappij gebaseerd zou kunnen worden. Later verloor Hermans zijn vertrouwen in de vakbeweging als organisatiebeginsel en koos hij voor een organisatie die alle mensen met dezelfde culturele kenmerken, ongeacht hun beroep, zou omvatten. Poels en Hermans zagen de standsorganisaties als middel bij uitstek om de maatschappij te herkerstenen. In 1916 deed het episcopaat een uitspraak met het karakter van een compromis in de kwestie van de organisatorische opbouw van de katholieke arbeidersbeweging.

Hermans behield podia om zijn ideeën te blijven uitdragen. Tezamen met Ch. van de Bilt vormde hij de redactie van het op 2 oktober 1919 voor het eerst verschenen weekblad De Volkskrant. Orgaan van de Federatie der Diocesane R.K. Volks- en Werkliedenbonden in Nederland en bedoeld als voortzetting van Het Katholieke Volk en De Volksbanier (uit het Haarlemse bisdom). Hermans werd bovendien redacteur-secretaris van het door het Centraal Bureau van deze Federatie uitgegeven kaderblad Het Roer (Maandschrift voor de R.K. Arbeidersbeweging). Dit blad fuseerde in 1926 met De R.K. Vakbeweging, een uitgave van het Bureau voor de R.K. Vakorganisatie tot het maandblad Leering en Leiding (Tijdschrift van het R.K. Werkliedenverbond in Nederland). Dit verbond was op 1 januari 1925 tot stand gekomen door een fusie van de genoemde Federatie der Diocesane R.K. Volks- en Werkliedenbonden in Nederland waarvan Hermans van 1920 tot 1925 voorzitter was - en het Bureau voor de R.K. Vakorganisatie. Hiermee werden alle diocesane standsorganisaties en de landelijke vakorganisaties samengebracht. Leering en Leiding stond onder redactie van Hermans en C.J. Kuiper. Het officiële weekblad De Volkskrant, uitgegeven in Den Haag, bleef voortbestaan, toen op 19 januari 1920 het nieuwsblad De Volkskrant als anderdaagse krant in Den Bosch begon te verschijnen (vanaf 1 oktober 1921 als dagblad). De redactie bestond uit vier personen onder wie ook Hermans. In 1932 werd de veelkoppige leiding vervangen door een eenhoofdige redactie in de persoon van J.B. Vesters. Hermans, die zijn artikelen signeerde met een driehoekje, bleef weliswaar medewerker, maar moet de aanleiding geweest zijn tot de verandering in de top van de krant. Poels én Hermans meenden in de encycliek Quadragesimo Anno (1931) steun te vinden voor hun solidaristische ideeën. De grondige analyses van Hermans en diens gedachten over de ordening van de samenleving botsten kennelijk met het ontwikkelen van een consequente en herkenbare redactionele beleidslijn van De Volkskrant

Tijdens en na de Tweede Wereldoorlog speelde Hermans mede door zijn leeftijd geen rol meer in het maatschappelijk leven. Wel liet hij in 1943 clandestien onder het pseudoniem Henricus een boek over de betekenis van de standsorganisaties voor de structuur van katholiek Nederland verschijnen. Na de bevrijding kwam deze publikatie onder eigen naam opnieuw uit. Het is een samenvatting van zijn denkbeelden. L.J. Rogier gaf de volgende typering van 'de bekwame ex-letterzetter': 'het model van de innerlijk en uiterlijk beschaafde autodidact, een van de waarlijk niet zeldzame hoogbegaafden, die uit de arbeidersbeweging tot heil van heel het vaderland op eigen krachten naar boven gekomen zijn'.

Archief: 

Concept-biografie over H. Hermans door zijn zoon dr. H.G. Hermans in Sociaal Historisch Centrum voor Limburg (Maastricht). Artikelen van Hermans in 't Politieke Buurke in familiebezit.

Publicaties: 

Van kapitalisme tot solidarisme (Den Haag z.j.); De ziel der cultuur is de cultuur der ziel! (z.pl. z.j.); Een vriendenwoord tot den Limburgschen werkman (Maastricht 1904); De onvrijwillige werkloosheid (z.pl. 1905); Waarom vereenigd en hoe vereenigd (Maastricht 1905); Handboek voor de moderne vakvereeniging (Maastricht 1908); Over de Unitas-kwestie [samen met Dr. Ariëns en Kap. De Bouter] (Helmond 1909); "Modernisme" in de vakbeweging (z.p. 1910); Verslag over het 10-jarig bestaan van den Limburgschen R.K. Volksbond, 1900-1909 (1910); 'De Limburgsche R.K. Werkliedenbond "St. Jozef"' in: Het katholiek Nederland 1813-1913 I (Nijmegen 1913) 328-335; Handboekje voor de R.K. Werkliedenvereenigingen (Amsterdam 19192); De verbruikscoöperatie (Den Haag 1921); Eene school van werklieden met rotsvast geloof en kennis. Wat zij beteekent, haar werk in 't verleden en hare taak in de toekomst (Den Haag 1923); De beestmenschen van Nolens ( 's-Hertogenbosch ca.1925); Christelijke welvaartspolitiek ('s-Hertogenbosch 1926); De kroon op het werk (Nijmegen 1926); Weg met de kerkelijke vakvereenigingen! ('s-Hertogenbosch 1927); Hervorming in Christus! ('s-Hertogenbosch 1927); Leekenapostolaat en standsorganisatie (Heerlen ca.1930); 'Van kapitalisme tot socialisme' in: Verslagboek 7e Sociale Studieweek te Rolduc (z.pl. 1930) 95-116 (ook als brochure); Het kapitalisme ('s-Hertogenbosch 1931); Herstel der maatschappelijke orde. Sociale democratie ('s-Gravenhage] 1933); Onze standsorganisaties. Het katholieke sociale verenigingsleven in de toekomst (Heerlen 1945); Verlossing uit het proletariaat. Beschouwd in het licht van de tegenwoordige tijd (Antwerpen 1948); behalve talloze artikelen in de in de tekst genoemde persorganen en artikelen in het maandblad De Beiaard en het weekblad De Nieuwe Eeuw, vele brochures; zie hiervoor: E. Hintzen, Henri Hermans, Een visie op het ontstaan en de ontwikkeling van de standsorganisatie-idee (doctoraalscriptie Rijksuniversiteit Utrecht 1982).

Literatuur: 

J. Jacobs, Het gouden boek der K.A.B. in Limburg (Tilburg 1951) 35-39; L.J. Rogier en N. de Rooy, In vrijheid herboren (Den Haag 1953) 473; J. Colsen, Poels (Roermond/Maaseik 1955); J.P. Gribling, P.J.M. Aalberse 1871-1948 (Utrecht 1961); J. Hemels, De emancipatie van een dagblad (Baarn 1981); E. Hintzen, Henri Hermans (zie onder Publikaties); J. Perry, Roomsche kinine tegen roode koorts (Amsterdam 1983); J. van Meeuwen, Lijden aan eenheid. Katholieke arbeiders op zoek naar hun politiek recht (1897-1929) (Hilversum 1998).

Portret: 

H.G.M. Hermans, uit: B. Leijn, Van streven en stuwen (z.pl. 1950) na 24

Auteur: 
Joan Hemels, Els Hintzen
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 1 (1986), p. 44-48
Laatst gewijzigd: 

22-05-2002