PIETERS, Elise Hubertine

Elise Hubertine Pieters (Lies Simonis-Pieters)

(bekend als Lies Simonis-Pieters), medeoprichtster Vrouwenbond NVV, is geboren te Maastricht op 15 augustus 1897 en overleden te Amsterdam op 15 februari 1976. Zij was de dochter van Gerard Hubertus Pieters, stoker op een papierfabriek en typograaf, en Barbara Gordijn, tabaksbewerkster. Caspar Hubertus Pieters was een broer van haar. Op 23 december 1920 trad zij in het huwelijk met Pieter Simonis, kantoorbediende en vakbondsbestuurder, met wie zij drie zoons kreeg.

Omdat haar vader wegens zijn socialistische opvattingen in Maastricht geen werk meer kon vinden, verhuisde het gezin in het najaar van 1897 vlak na haar geboorte naar Rotterdam en begin 1900 naar Amsterdam. Haar broer Caspar werd net als haar vader typograaf en sloot zich aan bij de moderne vakbeweging en SDAP. Na de lagere school moest Pieters uit werken, onder meer in een fabriek en op een atelier. In 1914 trad zij in dienst bij de afdeling Bevolkingsregister van de gemeente Amsterdam, waar zij tijdens de oorlog als distributie-ambtenares bonnen uitgaf. Zij bleef bij de gemeente in dienst tot haar huwelijk. Zij was lid van de Jeugdbond voor Onthouding (JVO) en leerde hierin op zeventienjarige leeftijd Piet Simonis uit Den Haag kennen. Onder invloed van haar vader werden beiden lid van de SDAP. Zij trouwden omdat de kamer die hij in Amsterdam huurde bij zijn indiensttreding in 1920 bij de opzichters- en tekenaarsbond van het NVV zo duur was, dat samenleven goedkoper was. In tegenstelling tot haar oudere zuster Jo was Simonis-Pieters geen lid van de Bond van Sociaal-Democratische Vrouwenclubs, die zij een club voor gestudeerde dames achtte.

Verschillende jeugdorganisaties, waaronder de Arbeiders Jeugd Centrale, weigerden Simonis-Pieters' oudste, in 1922 geboren zoon Hans als lid omdat hij aan tuberculose leed. De padvinderij accepteerde hem wel en hield bij de activiteiten ook rekening met zijn handicap. Door deze omstandigheid werden de zoons padvinder en raakte Simonis-Pieters betrokken bij de Organisatie. Na de oorlog bleef zij actief voor de Blauwe Vogels (gehandicapte meisjes). Zij was voorstandster van Montessori-onderwijs. Daarbij speelde haar mans afkeer van massaal onderwijs een rol, evenals het feit dat hun oudste zoon regelmatig in een sanatorium lag en alleen individueel onderwijs kon volgen. A.F.J. Portielje, met wie zij een nauwe relatie onderhielden, bevestigde hen in deze keuze. In verband met Hans' ziekte verhuisde het gezin in 1933 naar het Gooi. Tot 1935 woonde het in Bussum, daarna in Naarden. Door contacten met Jan van Zutphen, die vaak aan huis kwam, organiseerde Simonis-Pieters collectes en bazaars voor het door diamantbewerkers opgerichte herstellingsoord voor TBC-patiënten Zonnestraal. Aan de situatie dat politieke tegenstanders het verkiezingsbord uit hun tuin weghaalden, maakte zij een einde door in het donker op de loer te liggen en de daders met een stuk hout in de hand te achtervolgen. Simonis-Pieters, die zelf graag en veel las, zamelde tijdens de mobilisatie voor soldaten tijdschriften in. In 1940 keerde het gezin terug naar Amsterdam en vestigde zich in de Watergraafsmeer.

In de periode dat haar man gegijzeld zat, gaf zij meermalen onderdak aan mensen die gezocht werden wegens illegale activiteiten. Vanaf herfst 1942 tot eind 1943 had zij een joods meisje in huis dat volgens valse papieren haar dochter was. Omdat haar oudste zoon uit het ziekenhuis kwam en steeds zieker werd (hij overleed begin 1944), besloot zij het meisje elders onder te brengen. Toen haar met kerst 1943 vrijgelaten man en tweede zoon Rob vanaf september 1944 op grond van radioberichten het blad Hier is Londen samenstelden, zorgden Simonis-Pieters en zoon Tom met elk een eigen adressenlijst voor de verspreiding. Omstreeks december 1944 ontstond binnen de familie Pieters onenigheid toen broer Sjef en zijn vrouw voor de door communisten in de illegaliteit geïnitieerde Eenheids Vakbeweging kozen. De politieke ruzie liep zo hoog op dat de 'oude' Pieters, die bij Sjef en zijn vrouw inwoonde, na de oorlog bij het gezin Simonis introk. Pas bij de begrafenis van broer Caspar in 1964 werd het contact hersteld. De bevrijding betekende een gevoel van opluchting. Alles kon weer hardop gezegd worden, de angst was voorbij evenals de honger die zij de laatste maanden gekend hadden. Simonis-Pieters nam een eigen abonnement op Het Parool, maar het gezin had ook abonnementen op Het Vrije Volk, het Algemeen Handelsblad en De Waarheid.

Na de bevrijding stelde de Amerikaanse vakbeweging pakketten met levensmiddelen en andere benodigdheden ter beschikking van vrouwen van vakbondsleden die het in de oorlog erg moeilijk gehad hadden. Het NVV besloot die vrouwen een week vakantie aan te bieden en het pakket na afloop mee naar huis te geven. In 1946 vonden de eerste vakantiekampen plaats. Als vrouw van een vakbondsbestuurder leidde Simonis-Pieters een van de kampen. Zij laste een praatavond in, waarbij het haar opviel dat 'die vrouwen niks van de vakbeweging afwisten. Ik denk dat dit ook de schuld van de mannen is geweest; want die vertelden hun vrouwen dus niets'. Naar aanleiding hiervan schreef zij voor het NVV bestuur een rapport over de positie van vrouwen. In september 1947 kwamen de vrouwen die een of meer kampen geleid hadden, met het NVV bestuur bijeen om te zien of een bond bedoeld voor echtgenotes van NVV leden kon worden opgericht. Op 27 januari 1948 volgde een tweede bespreking en werd een voorlopig reglement vastgesteld. Belangrijkste taak werd de solidariteit onder vrouwen te bevorderen en hun belangstelling voor het werk van de vakbeweging te wekken. Deze bijeenkomst is de feitelijke oprichting van de Vrouwenbond NVV. Nel van Kranenburg werd voorzitster, Simonis-Pieters secretaris: 'een mooie titel, maar ik was tegelijkertijd jongste bediende, want we hadden geen cent'. Van beide vrouwen gold Simonis-Pieters als degene met meer oog voor de menselijke contacten. Zij was organisatorisch sterk en deed veel praktisch werk. Om haar taal op 'niveau' te brengen, had zij schriftelijke cursussen gevolgd. De circulaires tikte zij thuis. Vervolgens werden deze gestencild op het kantoor van de Amsterdamse Bestuurdersbond (ABB) en thuis gevouwen en in enveloppen gestopt met hulp van familie en aanhang. De enveloppen schreef zij allemaal zelf, ook toen er al bijna tweehonderd afdelingen waren. Om spreekbeurten te vervullen en afdelingen op te richten trok zij veelvuldig het land in. Zij was een van de organisatrices van de Vrouwenbond-landdagen in Vierhouten en werkte mee aan regionale bijeenkomsten om vrouwen tot kaderleden van de bond te scholen, onder meer in De Vonk in Noordwijkerhout. Na zes jaar werd het werk haar in verband met een afnemend gezichtsvermogen te veel en beperkte zij zich tot de functie van penningmeester.

Elk jaar organiseerde Simonis Pieters in gebouw Het Anker in Amsterdam een bazaar om geld bijeen te brengen voor steun aan vakbondsgezinnen in geval van ziekte of wanneer huisvrouwen overspannen waren. Met het doel vrouwen aan de bond te binden werden allerlei activiteiten georganiseerd. Om te doorbreken dat modeshows alleen voor deftige dames georganiseerd werden, schreef zij een grote firma aan en betoogde dat arbeiders vrouwen grote afneemsters zijn. De modeshow kwam er met VARA omroepster Betty van der Laan als 'ladyspeaker'. Haar gezichtsvermogen werd steeds slechter en droeg ertoe bij dat Simonis-Pieters in 1964, toen haar man gepensioneerd werd, haar bestuursfuncties in de Vrouwenbond neerlegde. Vanaf de oprichting tot 1964 was zij tevens voorzitster van de Federatie Amsterdam. Behalve voor de Vrouwenbond verrichtte zij vrijwilligerswerk voor Humanitas en de ABB en zorgde zij ervoor dat het vooroorlogs initiatief tot een sociaal-democratisch bejaardenhuis in Amsterdam te komen (uit 1927-1929 door NVV en ABB) werd voortgezet. Op 15 oktober 1947 kwam een nieuwe commissie tot stand die in 1951 werd omgezet in de Stichting Willem Dreeshuis. Simonis-Pieters kwam namens de Vrouwenbond NVV in het bestuur hiervan. Na de opening in 1972 van het bejaardenhuis Het Schouw in Amsterdam Noord, het tweede huis van de stichting, verhuisde het echtpaar Simonis hierheen in februari 1973. Zij bleef actief met bejaardenwerk.

In 1970 bezocht zij met haar man de oprichtingsvergadering van DS'70 en was enkele jaren lid van deze partij. Met de nieuwe koers die de Vrouwenbond in 1972 koos - ruimere doelstellingen en openstelling voor alle vrouwen die de doelstellingen onderschreven - had zij zoveel moeite dat zij haar lidmaatschap opzegde.

Literatuur: 

Lies Simonis-Pieters: "Op Vierhouten was het enthousiasme overweldigend" in: 25. Vijf en twintig jaar vrouwenbond nvv (z.pl. 1973) 2; S. van Hoek, Vrouwenbond N. V. V. in beweging (Amsterdam 1980); Willem Dreeshuis 25 + (Amsterdam 1983).

Portret: 

E.H. Pieters, particulier bezit

Auteur: 
Bob Reinalda, Irene Simonis
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 3 (1988), p. 161-164
Laatst gewijzigd: 

25-08-2003