TROELSTRA, Dirk Jelles

Dirk Jelles Troelstra

socialistisch dichter, is geboren te Stiens op 16 februari 1870 en overleden te Arnhem op 12 mei 1902. Hij was de zoon van Jelle Troelstra, rijksontvanger van de belastingen, en Grietje Landmeter. Pieter Jelles Troelstra was een oudere broer en Hendrika Troelstra een zus van hem. Op 2 oktober 1894 trad hij in het huwelijk met Sylvie Sidonie de Vries, onderwijzeres en componiste, met wie hij een dochter kreeg.

Troelstra was een jaar oud toen zijn moeder overleed, die zeven kinderen achterliet tussen de elf jaar en twee maanden. De jongste volgde haar al gauw in het graf. Dirk heeft zijn moeder dus niet gekend en de eerste jaren groeide hij op in een moeilijke gezinssituatie, met een strenge, zich in zijn verdriet en carrière opsluitende vader en wisselende huishoudsters. Zijn broer Pieter Jelles moest, veel te vaak voor een jongen van elf, de zorg voor zijn vier zusjes en Dirk op zich nemen. Dirk heeft sterk de invloed ondergaan van de oudste in het gezin. Toen hij vijf jaar was, verhuisde het gezin van Stiens naar Leeuwarden, waar de vader een liberaal politicus en burger van aanzien werd. Hij hertrouwde in 1876, werd datzelfde jaar lid van de Provinciale Staten en in 1878 gemeenteraadslid, later wethouder en loco-burgemeester. Om niet dezelfde omweg te hoeven maken als broer Pieter, die om rechten te kunnen studeren na de Hoogere Burger School nog twee jaar de gymnasiumopleiding had moeten volgen, werd Dirk direct na de lagere school leerling van het Leeuwarder gymnasium. Nadat hij vier klassen doorlopen had, waarbij hij zich minder studieus toonde dan van hem verwacht werd, liet zijn vader hem de school vaarwel zeggen om hem op zijn eigen kantoor op te leiden voor de belastingdienst. Ook Pieter had, voordat hij op de HBS verder mocht leren, enige tijd onder de hoede van zijn vader op diens kantoor gewerkt. Dirk was literair begaafd. Al op achttienjarige leeftijd vertaalde hij een verhaal ('Oarremem', 'Grootmoeder'), dat in 1888 gepubliceerd werd in het Friese tijdschrift Swanneblommen. Hij hield het op de kantoorkruk evenmin uit als zijn broer destijds. Nadat hij voor het surnumerairsexamen gezakt was, mocht hij, na voorspraak van Pieter, in Groningen beginnen met de studie voor de middelbare akte Duits. Hij kreeg ook de gelegenheid een tijdje in München te wonen, waar hij door de vriendschap met enkele redacteuren van de Münchener Post bezield raakte door de idealen van de arbeidersbeweging.

Toen zijn vader hoorde dat ook Dirk socialist was geworden, maakte hij hem door financiële maatregelen het verder studeren onmogelijk. Dirk vertrok naar Berlijn, waar hij met journalistiek werk en het geven van lessen aan de kost probeerde te komen. De delicate gezondheid die hij van zijn moeder geërfd had, maakte dat hij slecht bestand was tegen een leven vol armoede en ontberingen. In Berlijn werkte hij met zijn hospita, Emilie Ludwig, aan de vertaling van Multatuli's Vorstenschool, die in 1897 gepubliceerd werd in de Sozialistische Monatshefte en later als boek (Leipzig 1902). Door de nood gedwongen keerde hij in 1894 verzwakt naar Nederland terug, waar hij, op diens voorstel, bij zijn broer in Utrecht introk. Hij werkte mee aan De Baanbreker en hielp bij de organisatie van de protestmeeting van 1894 ten gunste van het kiesrecht-wetsontwerp van J.P.R. Tak van Poortvliet en het algemeen kiesrecht. Na zijn huwelijk in oktober 1894 met Sylvie de Vries, die in Leeuwarden onderwijzeres aan de armenschool was geweest, vestigde hij zich in Amersfoort als agent van De Baanbreker. Door de contacten van hun schoonzuster Sjoukje Troelstra-Bokma de Boer (Nienke van Hichtum) konden zij in de begintijd van hun huwelijk nog wat bijverdienen met het schrijven en bewerken van verhaaltjes en versjes voor prentenboeken die uitgegeven werden door Lentz en De Haan te Utrecht (Poesje Mies, Hondje Azor, De wereld rond). Het redden van een te water geraakt kind had funeste gevolgen voor zijn gezondheid. Korte tijd later kreeg hij bloedspuwingen en zijn toestand verslechterde zo, dat hij in januari 1895 met zijn vrouw naar Arco moest afreizen om te proberen in het milde klimaat van Zuid-Tirol herstel van krachten te vinden. In 1896 woonden zij nog enige tijd in Borger en Wijk aan Zee, tot bleek dat vestiging in het Zuiden noodzakelijk was. Financieel gesteund door Jelle Troelstra openden zij een pension (Villa Hollandia) in Arco. Ook in den vreemde leefden zij hartstochtelijk mee met de jonge beweging. Dirk stuurde zijn gedichten op voor het Familieblad van Het Volk. Enkele daarvan leven nog voort in de socialistische beweging als strijdliederen, op muziek gezet door Sylvie. In Tirol onderhielden zij contacten met Duitse en Italiaanse geestverwanten en bij de congressen van de SDAP werd meer dan eens een telegram bezorgd met gelukwensen, ondertekend door 'Twee buiten gevecht gestelden'. Onmachtig om daadwerkelijk aan de strijd deel te nemen schreef Troelstra behalve zijn verzen en teksten, zoals 'Morgenrood', 'Aan de strijders', 'De boodschap op de hei' en 'Hier staan wij' ook nog het toneelstuk 'Het schootsvel'. Dit was gebaseerd op een droom van zijn vader, die in zijn jongensjaren als goudsmidsleerling het vuilste werk had moeten opknappen. Het stuk is nu verouderd, maar omstreeks 1900 werd het geregeld met succes gespeeld. Bij een bezoek aan zijn toen al doodzieke broer in januari 1902 nam Pieter diens gedichten mee om er een bundeltje van te laten maken. Dirk heeft nog beleefd, dat zijn poëtisch erfgoed onder de titel Meigave voor het Nederlandsche proletariaat (Amsterdam 1902, 19222) is verschenen.

Dirk Troelstra was een romantische, dichterlijke natuur. Toen hij zijn einde voelde naderen, gaf hij de wens te kennen in het ouderlijk huis te sterven. Met vrouw en kind - de in 1901 geboren Grietje (Margarita) - werd hij per trein vervoerd. Om hem de nodige verzorging te kunnen geven reisde zijn jongste zuster Rika met hen mee. In Arnhem moest hij in een ziekenhuis worden opgenomen. Daar is hij overleden en met veel eerbetoon van de kant van de SDAP begraven op de begraafplaats Moscowa. Nog jarenlang heeft het koor van de Arnhemse afdeling, dat zijn naam droeg, op 1 mei bij zijn graf de strijdliederen gezongen, die hij geschreven had en die zijn vrouw op muziek had gezet.

Archief: 

Archief D.J. Troelstra in IISG (Amsterdam; vgl. Campfens2, 342); collectie van en over D.J. Troelstra en Sylvie Troelstra in Troelstra-Samling in Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaesjesintrum (Leeuwarden).

Publicaties: 

Behalve de genoemde: (met anderen) Het kaatsen (Leeuwarden 1886); Van recht en doodstraf (Rotterdam 1896); 'Zu den Wahlen in Holland' in: Sozialistische Monatshefte, 1897, 396 e.v.; 'Der Sieg der sozialistischen Arbeiterpartei in den Niederlanden' in: Sozialistische Monatshefte, 1897, 568-571; Het schootsvel. Dramatische episode uit den klassenstrijd in drie bedrijven (z.pl. 1900).

Literatuur: 

F. van der Goes, 'Dirk Troelstra' in: De Nieuwe Tijd, 1902, 425-428; P.J. Troelstra, 'Voorwoord' in: D. Troelstra, Meigave voor het Nederlandsche proletariaat (Amsterdam 19222); W.H. Vliegen, Kracht I, 141-142; P.J. Troelstra, Gedenkschriften. Deel II (Amsterdam 1928) 87-91 en 230-234; P.J. Meertens, 'Dirk Troelstra, de zanger van het socialisme' in: De Vlam, 10.5.1952; P.J. Meertens, 'Troelstra, Dirk' in: Mededelingenblad, nr. 9, september 1956, 10-12: J.J. Kalma, 'De droom van Jelle Troelstra' in: Friesland Post, december 1979, 20-21; A.J. van Dissel, Moscowa. Geschiedenis van de gemeentelijke begraafplaats in Arnhem (1992); T.J. Wielenga, 'In ûnbekend Frysk fers van Dirk Troelstra' in: Fryslân, december 2000.

Portret: 

D.J. Troelstra met een dienstbode, 1902, IISG

Auteur: 
Tineke Steenmeijer-Wielenga
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 4 (1990), p. 203-205
Laatst gewijzigd: 

25-08-2003