WINK, Pieter Marinus

Pieter Marinus Wink

vrij-socialistisch publicist en uitgever, is geboren te Waddinxveen op 31 maart 1875 en overleden te Den Bosch op 3 april 1924. Hij was de zoon van Pieter Wink, brievengaarder en later postdirecteur, en Jannigje Elizabeth Kleijn. Op 18 mei 1895 trad hij in het huwelijk met Teodora Voogd, met wie hij drie zoons kreeg.

Wink verloor zijn ouders op jeugdige leeftijd. In 1893 werd hij benoemd tot onderwijzer te Gorinchem, waar hij in 1894 overstapte naar de burgerschool. Daar kwam hij in 1895 in opspraak toen hij aan leerlingen geschriftjes van de vrijdenkersvereeniging De Dageraad meegaf. Hij behoorde in 1897 tot de oprichters van de Algemeene Nederlandsche Geheelonthoudersbond (ANGOB), in welke organisatie hij penningmeester en redacteur van het propagandablad werd. Zijn eerste optreden in de vrij-socialistische beweging dateert van augustus 1898. Hij ging schrijven in De Vrije Socialist en werd correspondent van Jean Grave's Les Temps Nouveaux.

Wink oriënteerde zich op de Russische sociaal-revolutionair Peter Kropotkin doch vormde zich een zelfstandig oordeel. In zijn streven naar positieve propaganda ontpopte hij zich als medestander van Christiaan Cornelissen, wiens afkeer van het individualistisch anarchisme en voorkeur voor praktisch werken hij deelde. In januari 1900 volgde hij Adriaan van Emmenes op als redacteur van het weekblad De Toekomst. Vooral daarom werd hij eind 1900 als onderwijzer ontslagen. Hij begon een boekhandel en uitgeverij, waarin naast pamfletten en brochures goed verzorgde boeken verschenen: anarchistica, anti-katholieke boeken en ook romans, vaak in eigen vertaling.

Voorstander van een hechte organisatorische band tussen vrije socialisten sloot hij zich direct aan bij de in januari 1902 opgerichte Kommunistenbond en werd mederedacteur van De Communist. Domela Nieuwenhuis keurde de lijn van Wink en Cornelissen af. Desondanks redigeerde hij samen met Wink het door deze uitgegeven ontspanningsblad Naar betere tijden (1901 en 1902). Op 26 april 1902 trad Wink af als redacteur van De Toekomst maar bleef aan het blad meewerken. Hij was in deze jaren bijzonder actief, ook tijdens de stakingsactie van 1903 trad hij als schrijver en spreker op. Naast de genoemde bladen was hij redacteur van De Jonge Werker (1903-1904) en De Pionier (vanaf september 1904) en speelde een toegewijde rol in de Vereeniging Gemeenschappelijk Grondbezit (OGB). Hij behoorde tot de oprichters van de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging (IAMV). Zijn toenemende scherpte tegen Domela Nieuwenhuis en zijn ageren voor de in mei 1905 opgerichte Federatie van Vrijheidlievende Communisten leidden ertoe dat hij in juni 1905 zijn medewerking aan De Toekomst opzegde. Hij maakte deel uit van de redactie van de Vrije Communist (later Grond en Vrijheid), het blad van de Federatie.

Moedeloosheid en persoonlijke veten deden Wink in 1907 de beweging verlaten. Zijn ideeën wijzigden zich snel. Politiek werd hij vrijzinnig democraat. In zijn uitgeverij, die hij in november 1903 naar Amersfoort had verplaatst, verschenen na 1908 publikaties van de Protestantenbond. In 1910 trok hij naar Zaltbommel. Hij behoorde daar in 1918 tot de initiatiefnemers van een antirevolutie-demonstratie. Hij werd in 1919 lid van de gemeenteraad en een zeer actief wethouder, die zich vooral inzette voor volkshuisvesting. Hij stierf als gevolg van een infectie. Zijn huwelijk met Teodora Voogd was tamelijk ongelukkig. Na 1903 woonde hij samen met de dichteres Jeanette Nijhuis, die ook kapitaal fourneerde voor zijn uitgeverij.

Publicaties: 

Behalve artikelen in de genoemde persorganen: Een arbeidersbelang. Een woord aan de werklieden (Dordrecht 1897); Rijkelui's honden en armelui's kinderen. Heerlijke samenleving! ... waar de honden der ruikelui er beter aan toe zijn dan de kinderen der armen (Gorinchem 1901); Allemaal Katholiek! (Gorinchem 1902).

Literatuur: 

Fonds-catalogus van P.M. Wink (Amersfoort 1907); Becker, Frieswijk, Bedrijven, 166-176.

Portret: 

P.M. Wink, na 1910, Vereniging tot bevordering van de belangen van de boekhandel (Amsterdam)

Auteur: 
Bert Altena
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 1 (1986), p. 153-155
Laatst gewijzigd: 

23-05-2002