BELDEROK, Antonie Joseph

Antonie Joseph Belderok

colporteur van Recht voor Allen en later katholiek propagandist, is geboren te Vlissingen op 17 juli 1865 en overleden te Maastricht op 24 augustus 1913. Hij was de zoon van Leonardus Belderok, scheepstimmerman en ketelmaker, en Antonia Louisa Bouverie, dienstbode. Op 8 april 1891 trad hij in het huwelijk met Maria Elisabeth Swakhouwer, dienstmeid, met wie hij drie dochters en twee zonen kreeg.

De ouders van Belderok waren rooms-katholiek en behoorden als loonarbeiders tot de derde stand. In november 1868 verhuisde het gezin naar de Oostelijke Eilanden in Amsterdam, waar Belderok een aanstelling kreeg op de Marinewerf. Op nauwelijks twintigjarige leeftijd wierp hij zich in de socialistische strijd, die halverwege de jaren tachtig een van zijn woeligste perioden doormaakte. Op zaterdagavond trok Belderok colporterend door de Damstraat waar hij tot ongenoegen van de winkeliers vaak honderden jongeren aantrok. Hij riep niet alleen 'Lees Recht voor Allen', maar beschimpte ook Gijsbert van Tienhoven, de burgemeester van Amsterdam. Op 25 juli 1885 werd hij bij zijn colportage op de Dam gearresteerd, omdat hij beledigende woorden aan het adres van de koning zou hebben geuit. Zijn arrestatie inspireerde kinderen tot 'Belderokkie spelen', waarbij zij een tegenspartelend vriendje over straat sleepten om hem naar het politiebureau te brengen. Op 28 september maakte de politie proces-verbaal tegen Belderok op, omdat hij als drager van een rode vlag bij een demonstratie tegen de veroordeling van Bart van Ommeren de vlag niet wilde afstaan. Van Ommeren was beschuldigd van het 's nachts aanplakken van een proclamatie waarin de koning afstand van de troon deed ten bate van het volk en had hiervoor, ondanks zwak bewijs, een jaar gevangenisstraf gekregen. Belderoks verzet leidde tot klappen en een volksoploop. Belderok had in deze tijd contact met De Nieuwe Gids-redacteur en advocaat W.A. Paap, in wiens huis hij de tot de Tachtigers behorende schrijver Frans Erens ontmoette. Hij werd intussen agent voor het anarchistische blad De Opstand, dat in oktober 1885 uitkwam. Op 21 oktober behandelde de rechtbank de twee zaken tegen hem samen. De eis was een jaar celstraf. Belderok verdedigde zichzelf en had tien getuigen à décharge meegebracht, onder wie medecolporteur K.A. Bos. Op 31 oktober luidde de uitspraak drie maanden. Het Hof bevestigde het vonnis in hoger beroep. Belderok zat zijn straf begin 1886 uit. In dat jaar trad hij verschillende malen op als spreker voor afdelingen van de Sociaal-Democratische Bond (SDB) over onderwerpen als: 'Drie maanden gevangenisstraf', 'Is het oprichten van een weerbaarheidskorps noodzakelijk?' (Belderok was hiervan voorstander als bescherming tegen antisocialistisch geweld), 'Misdaad en beschaving', 'Het lot der vrouw', en 'Eert uw vader en moeder, opdat het u welga'. Op 1 juni stond hij met twee andere colporteurs, Bos en J.W. Kramer, voor het kantongerecht wegens het zich niet op eerste aanmaning verwijderen uit een volksoploop op de Dam tijdens het bezoek van de koning. Belderok kreeg een boete van drie gulden. Op 26 juni werd hij opnieuw gearresteerd, dit keer voor het aanplakken van een smaadschrift. F. Domela Nieuwenhuis sprak in het jaarverslag van de SDB over 1886 over 'een nietszeggend biljet' en verweet Belderok dat hij ondanks een waarschuwing vervolging had uitgelokt. 1886 was een roerig jaar met in het voorjaar het proces tegen Domela Nieuwenhuis en in juli de uitbraak van het Palingoproer, dat begon in de Amsterdamse Jordaan met een vechtpartij met de politie en daarna door het leger werd onderdrukt ten koste van 26 doden. Tijdens het oproer kwam een jongere broer van Belderok in de problemen toen hij als dienstplichtig milicien in Hoorn werd betrapt met vijf pakken munitie, die hij naar Amsterdam had willen brengen. Belderoks zaak kwam op 7 september voor, met als eis drie jaar gevangenisstraf. Op 13 september bleek de straf een jaar. Belderok tekende hoger beroep aan. Mr. J.W. Spin verdedigde hem op 22 november, maar de Hoge Raad bevestigde het vonnis. Op 12 en 25 december sprak Belderok voor de SDB-afdelingen in Beverwijk en Rotterdam zijn afscheidsgroet uit onder de titel 'Wie zal zegevieren?'.

Op 7 januari 1887, de dag dat Van Ommeren vrij kwam, werd Belderok vastgezet en overgebracht naar de gevangenis in Arnhem. De lange straf had zijn uitwerking. Belderok verloor zijn opstandigheid en na zijn invrijheidstelling ondernam hij met Jacob de Zwart als 'bekeerde socialisten' een tocht in Friesland als 'verkenningssoldaten' van het Leger des Heils. Op advies van het Genootschap tot Zedelijke Verbetering der Gevangenen, een particuliere voorloper van de reclassering, solliciteerde hij met succes naar een betrekking als brievenbesteller in Ermelo. In november 1888 werd hij treinpostbeambte ('conducteur der brievenmalen') in Maastricht. Hij trouwde er in 1891, promoveerde tenslotte tot conducteur eerste klasse en was actief in de neutrale bond van postbeambten. Toen deze bond in 1898 weigerde een telegram van hulde aan de koningin te sturen, ging Belderok over naar de Rooms-Katholieke Bond van Post- en Telegraafbeambten. Hij ontwikkelde zich tot een principieel overtuigd katholiek, die in Maastricht een rol speelde als propagandist van de Katholieke Actie, als afdelingssecretaris van de bond en als vicevoorzitter van de Rooms-Katholieke Volksbond. In 1912 verdedigde hij op de Limburgse Katholiekendag de stelling dat een rooms-katholieke ambtenaar in het openbaar getuigenis moest afleggen van zijn beginselen door deel te nemen aan het katholieke verenigingsleven en een opvoeding en vorming van de jeugd moest steunen die deze het katholieke verenigingsleven binnenleidden. In augustus 1913 viel Belderok, die voor de R.K. Volksbond een kinderfeest buiten Maastricht had opgezet, bij terugkeer in een kanaal. In het ziekenhuis overleed hij aan de opgelopen hoofdwonden.

Belderoks socialistische activiteit was van korte duur. Hoewel sociaaldemocraat van overtuiging, hield hij zich weinig met echte politiek bezig. Op een leeftijd waarop anderen hun plaats in het partijleven nog moesten veroveren, gaf hij de zijne al op. Zijn meteoorachtige verschijning bevestigt het oordeel van W.H. Vliegen, die hem intelligent en zelfs talentvol vond, maar ook een 'hanige, ietwat onbekookte natuur'. Dat hij in de gevangenis zijn socialistische overtuiging zo snel zou verliezen en zich tenslotte tot een overtuigd en gewaardeerd katholiek propagandist zou ontwikkelen, had destijds waarschijnlijk niemand verwacht.

Publicaties: 

Politie-tactiek' in: Recht voor Allen, 8.8.1885; 'Zijn wij reeds vogelvrij verklaard?' in: Recht voor Allen, 14.10.1885.

Literatuur: 

F. Domela Nieuwenhuis, 'De zaak Belderok' in: Recht voor Allen, 31.10.1885; F. Domela Nieuwenhuis, 'Majesteitsschennis en nog wat' in: Recht voor Allen, 27.11.1886; Bymholt, Geschiedenis; Vliegen, Dageraad I, 381; De Tijd, Godsdienstig-staatkundig dagblad, 26.8.1913; De Vrije Socialist, 10 en 17.9.1913; F. Erens, Vervlogen jaren (Zwolle 1958) 223; P.J. Meertens, 'Belderok, (Antonius Josephus)' in: Mededelingenblad, nr. 16, november 1959, 4-5; P. de Rooy, Een revolutie die voorbijging. Domela Nieuwenhuis en het Palingoproer (Bussum 1971) 44; J. Charité, De Sociaal-Democratische Bond als orde- en gezagsprobleem voor de overheid (1880-1888) (Den Haag 1972); M. Schouten, De socialen zijn in aantogt. De Nederlandse arbeidersbeweging in de negentiende eeuw (Amsterdam 1976); D. Bos, Waarachtige volksvrienden. De vroege socialistische beweging in Amsterdam 1848-1894 (Amsterdam 2001).

Portret: 

Recht voor Allen, 14 oktober 1885, p. 4

Handtekening: 

Huwelijksakte Belderok/Swakhouwer dd 8 april 1891. Arch. 12.059, reg. 198, akte 60; akteplaats Maastricht. Als bruidegom.

Auteur: 
P.J. Meertens, Bob Reinalda
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA online (2012)
Laatst gewijzigd: 

23-01-2012 (voornamen, voornaam moeder en beroep vader gecorrigeerd)

11-2-2017 (beroep echtgenote toegevoegd)