BERGSMA, Pieter

Pieter Bergsma

(roepnaam: Piet), bestuurder Vereeniging van Spoor- en Tramwegpersoneel en actief in de Indonesische en Nederlandse communistische partij, is geboren te Herbayum (Franekeradeel) op 13 april 1882 en overleden te Amsterdam op 24 Januari 1946. Hij was de zoon van Andries Bergsma, boerenarbeider, en Japke Vellenga. Op 17 december 1914 trad hij in het huwelijk met de Indonesische Kastama, met wie hij drie dochters en een zoon kreeg.

Bergsma kreeg niet meer dan gewoon lager onderwijs. Hij was enige tijd werkman in Duitsland tot hij in maart 1902 als loteling bij het Regiment Infanterie werd ingedeeld. In juli 1903 ging hij als 'miliciën sergeantwielrijder' met groot verlof. In april 1904 werd hij voor twee jaar vrijwillig gedetacheerd bij het leger in Nederlands-Indië. In 1906 keerde hij terug in Nederland, om in 1907 voor een veel langer durende verbintenis opnieuw naar Indonesië te gaan. Er is uit die tijd niets bekend over zijn gedachten-en gevoelswereld. In Indonesië verrichtte Bergsma enige tijd dienst op Celebes, maar in 1909 werd hij geplaatst in Soerabaja. In 1922 antwoordde hij op een vraag van de resident van Semarang dat hij sedert 1911 de communistische beginselen was gaan aanhangen.

Vanaf de oprichting in 1914 was Bergsma lid van de Indische Sociaal-Democratische Vereeniging (ISDV). Hij was betrokken bij de activiteiten van de soldaten- en matrozenbonden, die protesteerden tegen lijfstraffen, slechte leefomstandigheden en honger. Na de Russische Revolutie van 1917 kregen deze bonden een nieuwe impuls. In december 1918 werd hij op eigen verzoek uit de dienst ontslagen met een pensioen van f737,- per jaar. In januari 1919 werd Bergsma bezoldigd bestuurder van de Vereeniging van Spoor- en Tramwegpersoneel (VSTP). Korte tijd later was hij verantwoordelijk redacteur van het VSTP-orgaan De Volharding en in 1920 verzorgde hij de aansluiting van de VSTP bij de Rode Vakbewegings Internationale. Hij werd actief voor de Radicale Concentratie en de centrale vakbeweging. Later stichtte hij met Semaoen de Revolutionaire Vakcentrale (RVC). Toen in mei 1920 de ISDV tijdens een congres in Semarang haar naam veranderde in Perserikatan Kommunis di India (PKI), werd Bergsma gekozen tot secretaris en behoorde tot de laatste Nederlandse communisten, die - als gevolg van de bijzondere ontstaansgeschiedenis - een bestuursfunctie in de PKI vervulden. De meerderheid van het bestuur werd in 1920 reeds gevormd door Indonesiërs, met Raden Darsono als voorzitter. Voor de PKI werd Bergsma verantwoordelijk redacteur van het partij-orgaan Het Vrije Woord. Met Tan Malaka bereidde hij het PKI-congres van 1921 voor. Tegen hem en Malaka nam het gouvernement in 1922 strafmaatregelen. Bergsma werd gearresteerd. Bij besluit van 2 maart 1922 van de gouverneur-generaal werd hij uitgewezen wegens zijn revolutionaire activiteiten. Een van de beschuldigingen luidde, dat hij als 'vooraanstaand bestuurslid der PKI direct dan wel indirect aandeel heeft gehad in het bevorderen van de verbinding met de Communistische Partij in Nederland (CPN), welke doende is in overleg met de PKI een koloniaal program van daadwerkelijke actie te ontwerpen'. Hij mocht pas drie dagen voor zijn vertrek naar huis om zijn koffers te pakken. In De Tribune reageerde Jan Romein: 'Achter Bergsma en Malaka staan honderden begeerig de groote taak van hen over te nemen. Achter die honderden staan de millioenen vertrapten. En achter hen blinkt de sikkel en glanst de hamer van de groote Roode Republiek'.

Op openbare bijeenkomsten in Rotterdam en Amsterdam in april 1922 werd Bergsma welkom geheten. Bergsma verklaarde in Amsterdam: 'Ik kom uit dat land, hier duizenden mijlen vandaan, waar ik saamgegroeid was met het vertrapte volk, dat onderdrukt wordt door de Hollandsche natie. Ik "daalde af" tot dit volk, zooals de bourgeoisie dat uitdrukt, en ik vond kameraadschap en liefde bij deze onderdrukte Indiërs, tot wie ik mij ook innig aangetrokken gevoelde. Twintig jaren werkte ik daar met hen, en nu heeft een besluit van den gouverneur-generaal Fock mij daar uit dien werkkring weggerukt'. In maart 1923 vestigde Bergsma zich in Amsterdam. Hij bleef bemoeienis houden met Indonesië en Indonesiërs. Zo sprak hij op vergaderingen van de PKI in Nederland en was redacteur van publikaties die bestemd waren voor Indonesië. Ook raakte hij betrokken bij de perikelen die zich in 1925/1926 voordeden binnen de PKI en de CPN. Bergsma koos na het royement van D. Wijnkoop en W. van Ravesteyn voor de bij de Communistische Internationale aangesloten partij van L. de Visser en werd secretaris van de CPN. Hij tekende met De Visser (voor de CPN) en H. Sneevliet (voor het Nationaal Arbeids Secretariaat) het protesttelegram aan de regering tegen de wrede vervolging van de PKI na de opstand van 1926. Nadat de CPN in 1930 een nieuw partijbestuur gekozen had en Bergsma daarvan geen deel meer uitmaakte, trad hij niet meer op de voorgrond. Hij schafte zich een taxi aan en werd 'eigen rijder'. Hij verloor echter, ook al door het huwelijk van zijn oudste dochter met een Indonesiër, nimmer het contact met en zijn belangstelling voor Indonesië. Bij zijn overlijden schreef De Waarheid: 'Hij is de partij en zijn ideaal onder alle omstandigheden trouw gebleven. Tijdens de Duitse bezetting nam hij deel aan het illegale werk. Hij bleek een grote steun te zijn voor vele jonge partijgenoten waardoor velen voor de nazi-terreur gespaard zijn gebleven. Piet Bergsma werd 64 jaar. We verliezen in hem een toegewijd kameraad.'

Literatuur: 
Piet Bergsma overleden' in: De Waarheid, 26.1.1946; G. Harmsen, Nederlands kommunisme (Nijmegen 1982); J. Morriën, 'Aroen' (Amsterdam 1984); J.W. Stutje, De man die de weg wees. Leven en werk van Paul de Groot 1899-1986 (Amsterdam 2000); G. Voerman, De meridiaan van Moskou. De CPN en de Communistische Internationale (1919-1930) (Amsterdam 2001).
Portret: 
P. Bergsma met echtgenote en kinderen, IISG
Auteur: 
Joop Morriën
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 3 (1988), p. 13-15
Laatst gewijzigd: 
17-06-2002