DOK, Jan van

Jan van Dok

voorman van de landarbeidersbeweging in Nederland, is geboren te Enkhuizen op 2 november 1865 en overleden te Grootebroek op 14 maart 1956. Hij was de zoon van Arien van Dok, arbeider, en Aafje Brouwer. Op 28 februari 1889 trad hij in het huwelijk met Sijntje de Graaff, met wie hij zes dochters en acht zoons kreeg.

Van Dok werd geboren in een landarbeidersgezin. Omdat hij reeds vroeg moest meeverdienen, genoot hij weinig opleiding. Aanvankelijk werkte hij als land- en tuinbouwarbeider in loondienst, later was hij zaadteler en bedrijfsleider bij de firma A. Zwaan Jz. te Enkhuizen. Hij combineerde dit werk met een klein eigen bedrijf. Vanaf de oprichting in 1894 was Van Dok secretaris, later voorzitter van de landarbeidersvereniging Broedertrouw in Enkhuizen. Uit deze organisatie en de zustervereniging in St. Jacobiparochie ontstond in 1897 de eerste landelijke organisatie van landarbeiders, de Nederlandsche Bond van Landarbeiders. Toen in januari 1900 het hoofdbestuur verplaatst werd naar Enkhuizen, werd Van Dok landelijk secretaris. Hij combineerde die functie jarenlang met het secretariaat van de afdeling Enkhuizen. Met een onderbreking van een jaar - tussen eind 1904 en eind 1905 kwam het hoofdbestuur uit Friesland - vervulde hij die functie tot eind 1909. Daarna was hij nog twee jaar commissaris in het hoofdbestuur. Toen het bondsblad De Landman eind 1905 niet meer verscheen, zorgde Van Dok er voor dat de bondsmededelingen voortaan in de regionale noordelijke arbeidersbladen De Klok en De Arbeider verschenen. Van 1908 tot 1911 nam hij tevens de redactie van het zo nu en dan weer zelfstandig verschijnende blad De Landman op zich.

Van Dok ontplooide al deze jaren grote activiteit, hoewel hij meestal alleen 's zondags uit spreken kon gaan. Dat is de reden dat hij minder als spreker voor de landarbeidersorganisatie te vinden is dan bij voorbeeld D.O. de Vries. Van Dok was echter degene op wie de bond van landarbeiders tussen 1900 en 1910 in organisatorisch opzicht steunde. Zijn baas stond positief ten opzichte van het socialisme, waarvoor Van Dok gekozen had, en zijn vrouw nam veel van het werk in het eigen bedrijf over. Als afgevaardigde van de landarbeiders was hij actief in het Nationaal Arbeids-Secretariaat (NAS). Op het reorganisatiecongres in 1901 was hij ervoor de twistappel van de 'Politieke actie' buiten het NAS te houden. Ook in zijn eigen bond streefde hij ernaar de eenheid in de organisatie te bewaren. Zijn ideeën over organiseren verwoordde hij in 1906 op het NAS congres: 'wat hebben de arbeiders aan zoo'n uitgebreid en ingewikkeld reglement. Een korte formulering wat wij willen en wenschen acht ik veel beter'. In die jaren was Van Dok een aanhanger van F. Domela Nieuwenhuis en lange tijd correspondent van de vrije socialistenvereniging te Enkhuizen.

In 1910 gaf Van Dok zich op om met zijn toen acht kinderen naar de Van Eeden-colony in de Verenigde Staten te gaan om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Tot een oversteek van de oceaan kwam het echter niet. In februari 1911 vertrok het gezin naar Odoornerveen in de provincie Drenthe, waar Van Dok bedrijfsleider werd van het bedrijf dat de firma Zwaan daar stichtte. Toen de firma het bedrijf in Drenthe van de hand deed, kon Van Dok mee naar de Beemster waar de firma een nieuw tuinbouwbedrijf was begonnen. Intussen was hij echter zo aan Drenthe gehecht geraakt dat hij het bedrijf van Zwaan overnam. Ook in politiek opzicht waren dit jaren van grote verandering. In 1909 had Van Dok zich, zoals meerdere getrouwen uit de 'oude beweging', aangesloten bij de Socialistenbond van Geert van der Zwaag. Had Van Dok in juni 1910 nog opgewekt bij de verkiezingen de SDAP-ers uit de raad te gooien, in 1912 werd hij - tot verbijstering van zijn voormalige kameraden uit de 'oude' landarbeidersbond - zelf lid van de sociaal-democratische partij. Hij verklaarde dat de tijden veranderd waren sinds zij met de landarbeidersorganisatie waren begonnen. Over zijn toetreden tot de SDAP werd in De Landman een felle polemiek gevoerd, waarin vooral zijn opvolger als redacteur Jitze Sinnema zich onderscheidde. In een debat met H.E. Kaspers in 1918 noemde Van Dok de anarchie een mooi en hoog beginsel, maar een waarmee men in de praktijk niets kon aanvangen. Om iets te bereiken waren machtsvorming en hechte organisatie nodig, zoals in de sociaal-democratie en de 'moderne' vakbeweging. In september 1915 werd Van Dok voor de SDAP geïnstalleerd als lid van de gemeenteraad van Odoorn. Hij bleef lid van de raad tot eind 1925, de laatste anderhalf jaar als wethouder. In 1916 was hij, samen met Johannes Hilvers, mede-oprichter van de coöperative verbruiksvereniging Schoonoord. Hierdoor konden arbeiders in de winkel goede levensmiddelen tegen billijke prijzen aanschaffen.

Ook op provinciaal niveau droeg hij zijn steentje bij aan de uitbouw van de sociaal-democratische beweging in het 'Herenbolwerk' Drenthe. Bij de oprichting in 1914 van het SDAP-gewest Drenthe werd Van Dok bestuurslid en hij bleef dat tot zijn vertrek uit de provincie. De Provinciale Staten van Drenthe waren nog geheel in liberale handen (33 liberalen en twee vrijzinnig-democraten) tot in 1916 de eerste socialist er zijn intree deed. In dat jaar haalde Van Dok in het district Emmen 896 stemmen en in Hoogeveen 589 stemmen. Voor het eerste district kwam hij in herstemming maar werd niet gekozen. In 1917 stond Van Dok opnieuw kandidaat in Emmen maar moest het (met 946 stemmen) afleggen tegen de vrijzinnig-democratische kandidaat. In 1919, bij de invoering van het algemeen stemrecht, kwam de fractie van de SDAP in de Drentse Staten van twee op acht zetels, waarvan een voor Jan van Dok, lijsttrekker in Emmen. Hij werd in 1923 herkozen en was tot 1926 Statenlid. Van Dok stond vanaf 1918 enkele malen op de lijst voor de Kamerverkiezingen, maar wel op een onverkiesbare plaats omdat hij niet in de Kamer wilde. In 1921 werd Van Dok bestuurslid van de Vereeniging van Sociaal-Democratische Raads- en Statenleden in Drenthe en lid van de partijraad.

Binnen de SDAP stond Van Dok aan de linkerkant. Hij bleef conform de NAS-traditie een tegenstander van te veel betaalde bestuurders. Hij was in eigen gemeente, maar ook daarbuiten, zeer gezien en trok bij spreekbeurten volle zalen. Binnen de geheelonthoudersbeweging trad hij in 1918 en 1919 op als lid van de commissie van onderzoek inzake het ontslag van Jan Hilvers als adjunct-secretaris van de Nederlandsche Vereeniging tot Afschaffing van Alcoholhoudende Dranken. Per 1 februari 1926 verliet het gezin Van Dok Drenthe om terug te keren naar Enkhuizen. Van 1927 tot 1932 was Van Dok voor de SDAP lid van de gemeenteraad van Enkhuizen. Bij de oprichting van de Onafhankelijke Socialistische Partij (OSP) in 1932 ontstond ook in Enkhuizen een afdeling van de OSP, die later overging in de Revolutionair-Socialistische ArbeidersPartij (RSAP). Van Dok behoorde bij degenen die vanuit de SDAP deze ontwikkeling doormaakten. In 1935 deed hij nog eenmaal mee aan de verkiezingen voor de gemeenteraad, dit keer als kandidaat voor de RSAP. Met 5% van de stemmen kwam hij echter enkele tientallen stemmen tekort om een zetel te verwerven. Dit betekende het einde van zijn veel bewogen politieke leven.

Literatuur: 

Vijf en twintig jaar Sociaal-Democratie in Drenthe (Assen 1939); J. Hilgenga, 40 jaren Nederlandse Landarbeidersbond (z.pl. 1940) 91; J. Frieswijk, Om een beter leven. Strijd en organisatie van de land- en veenarbeiders in het noorden van Nederland (1850-1914) (Leeuwarden 1989) 170, 192-196, 209, 302-303.

Portret: 

J. van Dok, particulier bezit

Auteur: 
Johan Frieswijk
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 5 (1992), p. 43-45
Laatst gewijzigd: 

13-11-2017 (mededeling over verbruiksvereniging Schoonoord toegevoegd).