ENGELBERT VAN BEVERVOORDE TOT OLDEMEULE, Adrien Jean Eliza

Adrien Jean Eliza Engelbert van Bevervoorde tot Oldemeule (Adriaan van Bevervoorde)

(bekend als Adriaan van Bevervoorde), radicaal democratisch publicist en in 1847 medeoprichter van de Association Démocratique, is geboren te Groningen op 9 september 1819 en overleden te 's-Hertogenbosch op 17 mei 1851. Hij was de zoon van Hendricus Johannes Engelbert van Bevervoorde tot Oldemeule, officier in het Nederlandse leger, en Elizabeth van Westreenen van Themaat. Op 16 mei 1841 trad hij in Londen in het huwelijk met Marie Marguérite Ferminet, met wie hij een zoon kreeg. Wegens twijfel aan de rechtsgeldigheid van dit huwelijk trouwden zij op 5 mei 1845 in Brussel opnieuw. Op 9 oktober 1854 werd de geslachtsnaam Engelbert van Bevervoorde tot Oldemeule gewijzigd in Van Bevervoorden tot Oldemeule. Van Bevervoorde liet het gebruik van de volledige familienaam achterwege uit afkeer van adellijke titels.
Pseudoniemen: Ashaverus (sic), Patricius, Redacteur van De Burger.

Van Bevervoorde kreeg een zorgvuldige opvoeding en genoot een goede opleiding in Den Haag als leerling van de Stedelijke School van Middelbaar Onderwijs voor Wetenschappen en Letteren en de Latijnse School. Hij was eerzuchtig, met een romantische inslag, gemakkelijk te beïnvloeden, maar ook eigenzinnig, impulsief en soms onbeheerst. Zijn ouders waren toegeeflijk voor hun begaafde zoon, vermoedelijk vanwege zijn zwakke gezondheid. Zij stijfden hem in zijn wens als literator bekendheid te verwerven. Met zijn op achttienjarige leeftijd geschreven treurspel De Arteveldes (Den Haag 1838) had hij echter weinig succes. Hierover toonde hij zich nog jaren later verbitterd. In 1839 trad hij in dienst als 'redacteur Kunst' van de in Amsterdam verschijnende De Avondbode. Dit conservatieve blad werd door de regering gesteund. Aan Van Bevervoordes werkzaamheden kwam een einde, toen hij in 1841 een kappersdochter schaakte, met haar naar Londen vluchtte en daar trouwde. Hij heeft veel schade ondervonden van deze escapade, die hem in een tijd die zo sterk aan stand hechtte, naar de zelfkant van de samenleving verbande. In Londen probeerde hij een liberale krant uit te geven, Le Furet de Londres, Journal Général. De bedoeling was de continentale journalisten en vluchtelingen een resumé te geven van de belangrijkste berichten in de Britse dagbladen. Het liep op een mislukking uit en sindsdien leefden zij met hun zoontje van de hand in de tand. Zij weken noodgedwongen uit naar Frankrijk en België, waar zij opnieuw in miserabele omstandigheden verkeerden. Door toedoen van het liberaal Kamerlid mr. Schooneveld kreeg hij in 1843 de betrekking van particulier secretaris bij de oudminister van financiën J.J. Rochussen, sinds juni 1843 Nederlands gezant in Brussel. Door de invloed van Rochussen werd hij in mei 1844 de eerste redacteur van het door Henri Box geleide Journal de la Haye en kreeg daardoor een beter inkomen. Hoewel aan het blad belangrijke publicisten als J.R. Thorbecke medewerkten, werd het na 1840 het mikpunt van de oppositie. Met Van Bevervoorde kon Box het spoedig niet meer vinden. Hij had hem gedurende de eerste maanden de vrije hand gelaten met het gevolg dat Van Bevervoorde geen kritiek meer kon verdragen. Conflicten konden op die manier niet uitblijven. Deze liepen zo hoog op, dat Box zijn redacteur in maart 1845 ontsloeg. Na bemiddeling van Rochussen nam Box Van Bevervoorde weer in dienst, maar slechts als vertaler. In juli 1845 barstte de bom. Van Bevervoorde kreeg van Box de opdracht binnen vijf dagen 58 pagina's uit verschillende nummers van het Staatsblad in het Frans te vertalen, ondanks het feit dat zijn gezondheid na een bloedspuwing zeer slecht was. Toen zijn verzoek om uitstel geweigerd werd, vroeg hij ontslag met ingang van 1 augustus 1845. Hij had ondertussen een politieke omzwaai gemaakt. Tot dan had hij het conservatieve bewind met kracht verdedigd, nu ging hij een tegenovergestelde mening verkondigen. In juni 1845 had hij reeds een in het Frans gesteld blad opgericht, dat in een andere geest geschreven werd dan het Journal de la Haye. De naam Asmodée, die hij aan zijn nieuwe blad gaf, wees erop, dat hij het een satirisch karakter wilde geven. Het moest voor Nederland worden wat Satan en Le Corsaire voor Parijs waren en Méphistophélès voor Brussel. Eerst verscheen Asmodée maandelijks in duodecimoformaat als 'lilliputterboekje' van omstreeks 35 bladzijden. In oktober 1845 maakte Van Bevervoorde er een weekblad van in folioformaat. Langzamerhand verbreedden zich zijn doeleinden. Aanvankelijk wilde hij alleen uiting geven aan zijn gevoelens van rancune tegen Box en diens politieke beschermers. Daarna richtte zijn verzet zich tegen het conservatieve 'establishment' en werd hij voorvechter van een volledige democratisering van staat en maatschappij. Hij trad op als verdediger van de armen en sprak van zijn 'opinions qui sont chaudement libérales, ou même si vous voulez démocratiques'. Asmodée veranderde van karakter en werd tolk van progressieve denkbeelden. Omdat Van Bevervoorde met Asmodée, omgedoopt in Le Courrier Batave - feitelijk werd Asmodée ermee gefuseerd - slecht de ontwikkelingen in Nederland kon bereiken, ging hij in 1846 een Nederlandstalig blad redigeren, De Burger, waarin hij zijn democratische denkbeelden propageerde. Le Courrier Batave diende voor zijn relaties met het buitenland.

In Brussel nam Van Bevervoorde op 7 november 1847 met George Julian Harney, Louis Jottrand, Louis Oborski en Karl Marx deel aan de oprichting van de Association Démocratique, de democratische 'internationale'. Hier sprak hij een luid toegejuichte rede uit. Hoewel hij in het buitenland een bekende figuur was geworden, was zijn invloed in Nederland vrij beperkt. Maar de groep geestverwante radicale journalisten breidde zich uit. Dezen waren vrijwel allen verbonden aan zogenoemde volksbladen. De belangrijkste was Jan David de Vries, redacteur van De Hydra. Tot zijn grote teleurstelling weigerden grote liberale bladen als het Handelsblad en de Arnhemsche Courant hem te steunen in zijn strijd voor de persvrijheid, die van conservatieve zijde weer belaagd werd. Intussen naderde 1848. Internationaal steeg de spanning, die ook in Nederland haar weerslag vond. Van Bevervoorde schreef fel over de politieke verwikkelingen in Den Haag en keerde zich vooral tegen de aanvankelijk liberale, maar jegens de oppositiepers streng optredende minister F.A. van Hall. Koning Willem II verkeerde in een toestand van nervositeit, waardoor hij de toestand somber inzag en voor revolutie vreesde. Hij besloot ten slotte tot een volledige koerswijziging. Op 13 maart 1848 ontbood hij de voorzitter van de Tweede Kamer, aan wie hij meedeelde dat hij 'uit eigen beweging en zonder beraadslaging met zijn ministers' de Kamer verzocht haar gevoelens en wensen omtrent de wijziging van de grondwet uit te drukken. Dit besluit maakte grote indruk, vooral op de ministers die terstond hun ontslag indienden. Kamervoorzitter W. Boreel van Hogelanden zag de toestand somber in: 'De HH [leden van de Tweede Kamer] hebben besloten... dat wij bij elkaar zouden blijven; maar waarvoor dient het, want wij hebben niets te zeggen. Asmodée [= Van Bevervoorde] regeert alleen op straat'. Van Bevervoorde had het gevoel de overwinning behaald te hebben, nu de koning zich direct tot de volksvertegenwoordiging had gewend en ook buiten de in meerderheid conservatieve Kamer om een liberale grondwetcommissie had benoemd. Bovendien trad op 19 maart het lid van de grondwetcommissie D. Donker Curtius als minister van justitie op. Deze was een liberale voorman, die jarenlang de conservatieve regering bestreden en de bij drukpersprocessen betrokken radicale journalisten verdedigd had. Evenals Van Bevervoorde had hij zich fel tegen Box en het Journal de la Haye gekeerd. Op 15 en 16 maart werden in Den Haag 's avonds demonstraties gehouden, waarbij Van Bevervoorde in triomf door de straten werd gedragen en de koning op de stoep van het paleis verscheen en hem de hand drukte. Van Bevervoorde kon zich nu meester van de situatie voelen. Er zouden mensen aan het bewind komen, die hervormingen in zijn geest zouden uitvoeren en zijn bladen zouden de positie krijgen van het Journal de la Haye. Hij zou dus leider worden van de propaganda en tevens zou hij gelegenheid krijgen zijn plannen voor een Democratische Vereeniging als Nederlandse afdeling van de Association Démocratique te ontwikkelen en zodoende een verdere radicalisering voor te bereiden. Een vlekje op dit fraaie geheel was, dat de Haagse arrondissementsrechtbank hem op 3 maart wegens een artikel tegen Van Hall tot zes maanden gevangenisstraf, duizend gulden boete en ontzetting uit de burgerrechten voor tien jaar veroordeelde. Het verdere jaar zou Van Bevervoorde grote teleurstellingen brengen. De liberalen die nu aan de macht waren, konden hun radicale bondgenoten missen en traden even scherp tegen hen op als hun conservatieve voorgangers. Ongunstig voor Van Bevervoorde was het oproer van 24 maart 1848 in Amsterdam. Dit was een gevolg van een demonstratie op de Dam, die georganiseerd was door de door Duitse communisten geleide Vereeniging tot Zedelijke Beschaving der Arbeidende Klasse. Van Bevervoorde en De Vries onderhielden relaties met deze vereniging en hadden de leden geholpen met het opstellen van een rekest. Omdat de bladen van Van Bevervoorde en De Vries ruchtbaarheid aan de acties van de vereniging gaven, zocht de politie naar medeplichtigheid van Van Bevervoorde en deed zelfs een inval op het redactiebureau van Le Courrier Batave en De Burger. Hoewel geen bewijs gevonden kon worden en De Vries in De Hydra van 29 maart de relletjes veroordeelde en alle medeplichtigheid ontkende, compromitteerden de gebeurtenissen op 24 maart hen zodanig dat hun actie voor de Democratische Vereeniging onmogelijk gemaakt werd.

Voor Van Bevervoorde bleef niets anders over dan naar het buitenland uit te wijken, eerst naar België en eind 1848 naar Parijs. Hij kwam rond van een uitkering die hij van de koning ontving. Dat deze hem betaalde, hing samen met een onterechte gijzeling van een man die de koning dreigde te compromitteren. Van Bevervoorde had hierover in februari 1848 aanvankelijk gepubliceerd maar was daarna met de koning tot een overeenkomst gekomen zodat deze buiten schot bleef. In Parijs schreef Van Bevervoorde veel. Zijn pamflet Verraad (Den Haag 1848) verscheen gevolgd door de Brief aan Mr. Dirk Donker Curtius, aan hem uit Parijs geschreven (Amsterdam 1848). In beide pamfletten viel hij de minister fel aan en stelde hem als verrader van de liberale zaak voor. Hij maakte gebruik van zijn relaties met de Franse pers en plaatste anonieme artikelen over de toestand in Nederland in La Réforme, Le National, La Démocratie Pacifique en Le Courrier Français.

Toen Willem II in maart 1849 overleed, kwam aan Van Bevèrvoordes uitkering een einde. Hij keerde daarop naar Nederland terug, waar hij bij zijn ouders in Den Bosch zijn intrek nam. Na enkele maanden vertrok hij naar zijn vriend De Vries in Amsterdam en werd opnieuw actief. Hij plaatste in De Hydra van 3 oktober 1849 'Aan mijn landgenoten', waarin hij zijn houding in de afgelopen jaren verdedigde en zijn trouw aan de democratische beginselen uitsprak. Nu Van Bevervoorde weer in het openbaar ging optreden, bleef een reactie van de justitiële autoriteiten niet uit. Om zijn nog uitstaande gevangenisstraf te ondergaan werd hij op 14 november 1849 in AmsterJam gearresteerd en per trein naar Den Haag vervoerd. Hij werd met handboeien aan in de bagagewagen geplaatst, terwijl een andere arrestant, die zich aan diefstal had schuldig gemaakt, ongeboeid gelaten was. Een maand later was hij weer op vrije voeten, omdat het vonnis verjaard bleek te zijn. Onmiddellijk na zijn invrijheidstelling gaf hij grote ruchtbaarheid aan de wijze, waarop hij gevangen genomen was. Financieel stond hij er in deze tijd slecht voor. Hij raakte aan lager wal en we mogen aannemen, dat hij behalve door steun van zijn familie vooral door de hulp van De Vries er in slaagde het hoofd boven water te houden. Doodziek en volkomen berooid waagde Van Bevervoorde nog een nieuwe poging een democratische vereniging op te richten. Op 2 juni 1850 was hij in staat Le Courrier Batave weer te laten verschijnen. Een maand later verscheen zelfs een nieuw blad, De Burger en De Hydra, waarin Van Bevervoorde en De Vries samenwerkten. Op 16 juni richtte Van Bevervoorde met medestanders in Rotterdam de Democratische Hoofdvereeniging op. Na enige maanden besloten zij dat deze de Nederlandse afdeling zou worden van het Comité Central Démocratique Européen, een op initiatief van G. Mazzini en A.A. Ledru-Rollin in Londen opgerichte democratische internationale. De tijd voor verwezenlijking van deze plannen was echter voorbij. Bovendien kwamen er al gauw moeilijkheden, vooral te wijten aan het optreden van de 'burger-president' Van Bevervoorde, die dikwijls dictatoriaal optrad. Wie het niet met hem eens was, vertrok uit vrije wil of werd geroyeerd. Eillert Meeter, die als radicaal journalist zijn sporen had verdiend met De Tolk der Vrijheid en De Ooyevaar, waagde het er zelfs niet op lid te worden. Ondertussen ging de gezondheidstoestand van Van Bevervoorde achteruit. In mei 1851 overleed hij in de ouderlijke woning, 31 jaar oud. Door zijn dood werd hij verlost van twee jaar gevangenisstraf, die hem op 9 april 1851 opgelegd was wegens een artikel tegen de koninklijke erfgenamen in Le Courrier Batave. Na zijn overlijden viel de door hem geleide democratische beweging snel uiteen.

Publicaties: 

Behalve de genoemde: Alexander. Eene historische novelle (Den Haag 1840); Grotius en Richelieu. Episode historique (Den Haag 1844); Levensschets van Zijne Excellentie den Heere J.J. Rochussen (Den Haag 1845); Un chapitre d'un livre âfaire, qui serait intitulé: Le Directeur du Journal de la Haye cité â la barre du tribunal de l'opinion publique (Den Haag 1845); Patricius, Drie vragen aan Mr. Donker Curtius (Den Haag 1845); Zendbrief van Ashaverus, gewoonlijk genaamd de Joodsche Wandelaar, aan Neerlands Volk (Den Haag 1845); A sketch of the history of Holland, with occasional remarks (Den Haag 1846); Promenade de deux diables, â la Kermesse de la Haye, de l'an 1846 (z.pl. 1846); Onwettige arrestatie en kerkering van eenen wegens drukperszaken veroordeelde, wiens condemnatie was verjaard (Amsterdam 1850).

Literatuur: 

W.P. Sautijn Kluit, 'Asmodée en De Burger' serie in: De Nederlandsche Spectator, 1878, 1879; W.P. Sautijn Kluit, 'De Hydra en Asmodée' in: De Nederlandsche Spectator, 1886; C.T. de Jong, De politieke denkbeelden van Adriaan van Bevervoorde (1819-1851). Patriot en Ultraliberaal (doctoraalscriptie 1951); A.C. Bakels, 'Adriaan van Bevervoorde' in: Mededelingenblad, nr. 7, december 1955, 5-15; C.T. de Jong, 'Portret van een pamflettist: Adriaan van Bevervoorde in: Streven, maart 1956, 528-536; Politierapporten uit het Metternich-archief in Praag over Association Démocratique en de rol van Van Bevervoorde in: Z Pola Walki, 1961, 100-127; J.J. Giele, De pen in aanslag. Revolutionairen rond 1848 (Bussum 1968); M.J.F. Robijns, Radicalen in Nederland (1840-1851) (Leiden 1967).

Portret: 

A.J.E. van Engelbert van Bevervoorde tot Oldemeule, in een optocht op 15 maart 1848 door de Wagenstraat te Den Haag, tekening door Bert van Gorcum, Gemeente-archief 's-Gravenhage

Auteur: 
M.J.F. Robijns
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 4 (1990), p. 36-41
Laatst gewijzigd: 

00-00-1990