GEHRELS, Willem

Willem Gehrels

oprichter van de Volksmuziekschool, is geboren te Amsterdam op 30 november 1885 en aldaar overleden op 3 juni 1971. Hij was de zoon van Willem Hendrik Fredrik Gehrels, tramconducteur, en Hinderkien Hajema, dienstbode en winkelierster. Op 20 mei 1920 trad hij in het huwelijk met Helena (Lena) Josephina Anthoni, onderwijzeres, met wie hij twee dochters kreeg.

Gehrels groeide met vier jongere broers op in Amsterdam-Oost. Zijn vader had als tramconducteur een vaste baan en zijn moeder verdiende bij met de verkoop van tabakswaren. Op de Gemeentelijke Kweekschool voor Onderwijzers wekte de vioolles zijn muzikale belangstelling. In 1905 begon hij als onderwijzer en studeerde in de avonduren verder. Hij schreef zich in bij de Eerste Particuliere Muziekschool en Conservatorium Belinfante-Van Adelberg en volgde koordirectie en compositie bij de componist Samuel Dresden. In 1915 behaalde hij de akte van bekwaamheid voor onderwijs in het vioolspel van het Nederlandsch Muziekpaedagogisch Verbond (NMV). In 1918 nam hij ontslag als onderwijzer. Op voorspraak van Dresden werd hij in Den Haag in 1919 koordirecteur bij de Nationale Opera, die echter in 1924 failliet ging. Gehrels, inmiddels getrouwd, keerde terug naar Amsterdam, waar zijn vrouw en hij weer onderwijzer werden.

Gehrels stelde zich het Nederlandse muziekleven voor als een piramide met een top met getalenteerde musici en een basis die kennis en liefde voor het luisteren naar en maken van serieuze muziek miste. De muziekopleidingen waren vooral gericht op het aanleren van het bespelen van een instrument zonder rekening te houden met de wijze waarop kinderen muziek beleven. Zingen op school was verworden tot liedjeszingen, wat de muzikale aanleg van kinderen niet tot leven wekte ('schoolliedjes-dressuur'). Bovendien was het muziekonderwijs niet toegankelijk voor lagere inkomensgroepen. Geleidelijk aan rijpte het idee voor een muziekschool voor het volk, voortkomend uit het emancipatorische ideaal van 'volksopvoeding'. Hij ontwikkelde zijn ideeën in twee artikelen in 1927 en 1928 in De Muziek, het blad van de Federatie van Nederlandse Toonkunstenaarsverenigingen. In 1929 volgde hij in Berlijn een 'Musikpädagogische Informationskurs für Ausländer', die hem bekend maakte met de levendige traditie van muziekbeoefening op scholen en in verenigingen in Duitsland. Gehrels, die in 1927 secretaris van de Amsterdamse NMV-afdeling was geworden, schreef hierover voor het verbond een rapport en publiceerde kort daarna zijn boek Muziek in opvoeding en onderwijs, Een muziekpaedagogische studie (Groningen 1930). In 1930 slaagde Gehrels voor het examen Middelbaar Onderwijs-pedagogiek, waaraan hij in 1928 op advies van de pedagoog Philip Kohnstamm begonnen was bij het Nutsseminarium voor Pedagogiek van de Gemeentelijke Universiteit. Gehrels had hem zijn idee voorgelegd voor een volksmuziekschool, waar begaafde kinderen van onvermogende ouders meer uitgebreid muziekonderwijs (ook instrumentaal) van bevoegde leerkrachten zouden krijgen. Kohnstamm wist weinig van muziek, maar deelde met Gehrels het ideaal van volksopvoeding, gestoeld op pedagogisch onderbouwde methoden die aansloten bij de natuurlijke belangstelling en ontwikkeling van kinderen. Gehrels wilde dat kinderen zouden leren beleven wat muziek is.

Gehrels ging voortvarend aan de slag. Hij zocht naar muziekdidactische werken, legde een bibliotheek en archief aan en werkte zijn didactische methode uit, gebaseerd op het zingen van volksliederen en het streven naar algemene muzikale vorming van kinderen. Het NMV vormde een commissie, waarmee hij met G. Polak-de Meyer en P. Bronkhorst de oprichting van de Volksmuziekschool kon voorbereiden. In 1930 begon hij met een klasje in het gebouw van Ons Huis in de Rozenstraat. Met steun van Dresden en wethouder F.M. Wibaut kwam in 1931 de Stichting Volksmuziekschool tot stand. Dankzij de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst kreeg deze de beschikking over enkele oude schoollokalen in de Nieuwe Kerkstraat. In januari 1932 begonnen daar de eerste lessen in Algemeen Vormend Muziekonderwijs buiten schooltijd aan 175 leerlingen uit de vierde klas van de lagere school. De toeloop van leerlingen was zo groot dat besloten werd alleen kinderen van ouders met een inkomen van minder dan zestig gulden per week toe te laten. Het lesgeld van een dubbeltje per week werd aan het inkomen aangepast. Wethouder E. Boekman steunde de school door de lokalen voor één gulden per jaar ter beschikking te stellen. Volksmuziekscholen werden ook opgericht in Den Haag, Rotterdam en Haarlem, na de oorlog gevolgd door Leeuwarden, Den Helder en Enschede. Gehrels vond dat elke lagere school algemeen vormend muziekonderwijs moest geven. Daarom begon hij naast het opleiden van leerkrachten voor de Volksmuziekschool ook onderwijzers te instrueren, waarbij hij ervoor waakte dat deze nergens van zijn methode van 'handzingen' (met voor elke toonhoogte een eigen handgebaar), klappen en de door hem gekozen liedbundels afweken. In 1936 werd hij aan de Gemeentelijke Kweekschool benoemd tot parttime docent zang en muziek en in 1940 aan het Amsterdams Conservatorium tot docent pedagogiek. De conservatoriumcursus methodiek en didactiek werd de basis voor het verkrijgen van het getuigschrift voor de 'methode Gehrels'. Het leven in het gezin Gehrels draaide om de Volksmuziekschool. Een kamer in hun huis was in gebruik als kantoor van de school, van het in 1930 door Gehrels opgerichte Algemeen Ondersteuningsfonds voor Toonkunstenaars en het in 1931 gevormde Bureau voor Schoolmuziek.

Van samenwerking en uitwisseling van repertoire tussen muziekschool en jeugdbeweging, zoals in Duitsland bestond, kwam het tot spijt van Gehrels niet. Pogingen een bijdrage te leveren aan de muzikale scholing van jeugdleiders stuitten bij de nogal gesloten Arbeiders Jeugd Centrale (AJC) op weerstand. Gehrels wilde met volksmuziek en blokfluiten de jeugd een sleutel tot begrip van cultuur geven, waarmee deze zijn eigen weg kon gaan, maar voor de AJC was musiceren een uiting van saamhorigheid. De Duitse bezetting bracht beide groepen dichter bij elkaar. Op initiatief van de centrale zanggroep van de Amersfoortse AJC organiseerde Renske Nieweg, bij de AJC verantwoordelijk voor de muzikale vorming, in de zomer van 1940 een zangleiderscursus in het Maarten Maartenshuis in Doorn, waar de Volksmuziekschool tijdens de zomervakanties cursussen gaf. Een oproep in kranten trok jeugdleiders van uiteenlopende politieke en religieuze gezindten aan. Na enige tijd verboden de Duitsers deze cursussen. Maar dankzij een sinds 1937 jaarlijks herhaalde financiële schenking van het ministerie van Onderwijs stond de Volksmuziekschool op de lijst van gesubsidieerde onderwijsinstellingen. Dit betekende dat de medewerkers zich niet bij de Kultuurkamer hoefden te melden en konden doorwerken. Vanaf zomer 1942 vonden in Doorn cursussen voor het 'getuigschrift Gehrels' plaats. Nieweg volgde deze. Zij had samen met Carla Kohnstamm de bundel Nederlands Volkslied (19411, 19462) samengesteld, die na de oorlog op de Volksmuziekschool gebruikt zou worden en nog diverse drukken beleefde.

Tijdens de vierde zomerconferentie in 1946 werd de Gehrels Vereniging gevormd met het blad De Pyramide als contactorgaan tussen de overal in het land wonende Gehrelsdocenten. De Volksmuziekschool groeide en de 'methode Gehrels' kreeg landelijke erkenning met vanaf 1947 een structurele overheidssubsidie. In 1947 werd het Gehrels Instituut gevormd met als taken de zomercursussen en de nascholing van docenten. De oude lokalen aan de Amsterdamse Kerkstraat werden in 1962 vervangen door nieuwbouw. In 1963 legde Gehrels, die in 1948 bij het Conservatorium was gestopt en in 1950 bij de Kweekschool met pensioen was gegaan, het directeurschap van de Volksmuziekschool neer, al bleef hij nog jarenlang aan het werk op het bureau van het Gehrels Instituut. In 1968 ontving hij ter gelegenheid van de 350ste sterfdag van Bredero het eredoctoraat in de letteren van de Universiteit van Amsterdam. Zijn vrouw werd niet meer de oude nadat zij in 1970 door een tram was aangereden. Hem overkwam in 1971 hetzelfde. Na een week overleed hij aan zijn verwondingen.

Publicaties: 

Behalve de genoemde: Catalogus der bibliotheek en discotheek Bureau voor Schoolmuziek opgericht door de Vereeniging voor Muzikale Ontwikkeling der Schooljeugd (Amsterdam 1938); Algemeen vormend muziekonderwijs (Purmerend 1942); 50 Liederen voor de school en daarbuiten (Purmerend 1943); 50 Canons voor de school en daarbuiten (Purmerend 1944); Twee maal zes (Den Haag 1947); Muziek-paedagogische bibliotheek (Purmerend 1954); De Volksmuziekschool (Purmerend 1957).

Literatuur: 

A. Langelaar, Voorbereidend muziekonderwijs: op grondslag van de methode A.V.M.O. van Willem Gehrels (Purmerend 1954); W. Paap, 'Willem Gehrels 70 jaar' in: Mens & Melodie, 1955, 338-341; W. Paap, 'Willem Gehrels, eredoctor' in: Mens & Melodie, 1968, 130-133; W. Paap, 'In memoriam Willem Gehrels' in: Mens & Melodie, 1971, 296-297; Dr. Willem Gehrels: Herdenkingsgeschrift (door Gehrels Vereniging en Dr. Gehrels Instituut), speciaal nummer De Pyramide, 1971; 'Willem Gehrels 1885-1971' op www.gehrelsmuziekeducatie.nl/willemgehrels.htm; H. Leenders en B. de Jong, 'Musica est ars cantandi. Willen Gehrels en het muziekonderwijs' in: De School Anno. Periodiek van de Vereniging Vrienden van het Nationaal Onderwijsmuseum, 1995, nr. 3; H. Leenders, Van de dorpspastoor, de schoolmeester en de monnik. Een onderzoek naar de Wardmethode en de Gehrelsmethode (z.pl. 1994); R. Doornekamp, A. van Olphen, Wat dunkt u, heb ik een taak? Willem Gehrels en de muzikale opvoeding in Nederland 1932-1971 (Baarn 1996).

Portret: 

Willem Gehrels en Helena Josephina Anthoni, particulier bezit familie Gehrels

Handtekening: 

Huwelijksakte van Gehrels/Anthoni dd 20 mei 1920. Reg 2D fol 14, akte 409; akteplaats Amsterdam. Als bruidegom.

Auteur: 
Y.M. Snoek-Mulder
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA online (2011)
Laatst gewijzigd: 

17-04-2011