GOOL, Andries Johannes Jacobus van

Andries Johannes Jacobus van Gool

(roepnaam: Dries), hoofdbestuurslid van De Zaaier namens de Sociaal-Democratische Partij, is geboren te Amsterdam op 11 december 1882 en overleden te Voorburg op 22 oktober 1919. Hij was de zoon van Andries Johannes Jacobus van Gool, zelfstandig behanger-stoffeerder, en Carolina Augustina Louisa Cladder. Op 16 juni 1910 trad hij in het huwelijk met Julia Mathilda Hess, met wie hij twee dochters en twee zoons kreeg. Pseudoniemen: A. van Amstel; v. Amstel.

Van Gool, die in zijn jeugd dominee wilde worden, was afkomstig uit een familie van behangers en stoffeerders. Hij leek voorbestemd de firma van zijn vader over te nemen. Na de lagere school deed hij praktijkervaring op en toog voor enkele jaren naar Parijs, waar hij met socialisten in contact kwam. Hij voelde niet langer voor het privé-ondernemerschap en trad in dienst bij het warenhuis Pander te Den Haag, waar hij eerst winkelbediende en ten slotte meesterknecht werd. Eenmaal socialist geworden, ging zijn hart uit naar de in 1901 opgerichte socialistische jeugdorganisatie De Zaaier. In 1906 werd als orgaan De Zaaier opgericht onder redactie van H. Roland Holst. Vanaf augustus 1908 ging het blad De Jonge Garde heten, onder redactie van D. Wijnkoop. Van Gool publiceerde als A.v.G. of V.G. regelmatig in dit blad. In oktober 1907 was Van Gooi betrokken bij de oprichting van het blad De Tribune en in april 1908 behoorde hij tot de stichters van de Proletarische Ontwikkelings Vereeniging, die met De Tribune sympathiseerde en beoogde de rechtse opmars in de SDAP te stuiten door het creëren van een eigen proletarische achterban. Bij de oprichting van de Sociaal-Democratische Partij (SDP) in maart 1909 werd hij direct lid en nam namens de nieuwe partij zitting in het hoofdbestuur van De Zaaier. De onwil van de jeugdorganisatie een voorkeur uit te spreken voor SDAP of SDP - gevolg van marxistische sympathieën bij veel van haar leden - stuitte op verzet van de SDAP, die in 1911 besloot een eigen jeugdorganisatie op te richten. Hierdoor liep De Zaaier leeg en ging het orgaan ten onder. Van Gooi evenwel wist de organisatie van de ondergang te redden door een rubriek te reserveren in het blad van de Vlaamse Jonge Wachten, De Jonge Socialist. Hierin schreef hij veel onder het pseudoniem 'v. Amstel'. In april 1914 kwam het laatste nummer uit. De Zaaier zette nu zelf een blad De Jonge Socialist op, dat in de herfst een 'Oorlogsnummer' uitbracht en vanaf januari 1915 maandelijks uitkwam onder redactie van Van Gool. Door zijn toedoen kwam De Zaaier steeds meer onder invloed van de SDP en raakte er uiteindelijk hecht mee verbonden.

Van Gool en zijn vrouw - een zuster van Wijnkoops eerste vrouw - waren in 1912 van Den Haag naar Voorburg verhuisd, waar zij kameraden uit de linkse jeugdbeweging ontvingen als Dirk Struik, Willem Dolleman, Leen de Jong en Brecht Takes-Willemse. Van Gooi fungeerde daarbij als mentor en verbindingsman met de SDP. Hij onderhield contacten met Roland Holst, die nog steeds in de jeugdbeweging geïnteresseerd was, en correspondeerde met Belgische, Zweedse en Schotse marxistische jeugdbewegers en met Willy Münzenberg, secretaris van het Bureau van de Socialistische Jeugdinternationale. Van Gool probeerde vergeefs Wijnkoop te bewegen de conferentie van radicaal-socialistische jeugdorganisaties in april 1915 te Bern bij te wonen. Ten slotte mocht Barend Luteraan gaan en diende er namens De Zaaier een door Van Gool opgestelde resolutie in, die de jeugdorganisaties opriep jaarlijks een strijddag tegen oorlog en militarisme te organiseren. Een resolutie ten gunste van ontwapening zou naderhand echter tot heftig verweer van Van Gool voeren. In december 1915 betoogde hij in het blad Jugend-Internationale dat ontwapening onder het kapitalisme onmogelijk was en dat het proletariaat een revolutionair gebruik van de wapenen zou moeten maken. Van een anti-militaristische strijddag voor de jeugd zou later weinig terechtkomen, maar de Russische Revolutie van 1917 bevestigde Van Gools these. Zijn enthousiasme voor de Russische Revolutie versterkte zijn aversie tegen de 'reformistische' SDAP. Hij hield de socialistische opbouw in Rusland ten voorbeeld aan de Nederlandse arbeidersbeweging en was een van de drijvende krachten achter de oprichting in 1919 van de Communistische Jeugd Internationale. Van Gool was een onverwoestbaar optimist, die bleef geloven in de komst van een nieuwe maatschappij. Een zekere starheid maakte het hem mogelijk vol te houden ondanks de minuscule omvang van De Zaaier. Tegelijk keerde hij zich tegen simpele marxistische schemata. Zo ontkende hij op het besloten Zaaier-Congres in november 1917 te Leiden een mechanische ontwikkeling naar het socialisme. Hij benadrukte er het belang van de 'ideologische bovenbouw' en de cultuur voor het denken en handelen van mensen. Het referaat zou later als Zaaierbrochure worden uitgegeven. Van zijn plan de verschillende revolutionaire jeugdorganisaties te verenigen kwam weinig terecht, evenmin van zijn in 1919 gelanceerd idee voor een Centraal Komitee voor Proletarische Ontwikkeling. Hierin moesten revolutionaire organisaties samenwerken om jong en oud - onder meer via socialistische zondagsscholen tot een proletarisch klassebewustzijn op te voeden. Het comité bleef in de aanzet steken en het experiment met de zondagsscholen werd door Van Gools vroege dood afgebroken.

Publicaties: 

Onder pseudoniem A. van Amstel: Een nieuw tijdperk der revolutionaire jeugdbeweging. Referaat gehouden op het Congres van 'De Zaaier', oktober 1917 (Den Haag 1917); 'Onze taak ten opzichte van het jonge geslacht' in: De Nieuwe Tijd, 1919, 617-624; 'De proletarische opvoeding' in: De Nieuwe Tijd, 1919, 649-65 9; Socialistische opvoeding en socialistische zondagscholen (Den Haag 1919, overdruk van beide artikelen uit De Nieuwe Tijd).

Literatuur: 

D.J. Wijnkoop in: De Tribune, 23.10.1919; D.J. Struik, 'Andries van Gool' in: De Nieuwe Tijd, 1919, 685-689; Die Jugend der Revolution. Drei Jahre proletarische Jugendbewegung 1918-1920 (Berlin z.j.); G. Harmsen, Blauwe en rode jeugd (Assen 1961); D. Struik, 'Mijn socialistiese jaren in Nederland. Herinneringen uit 1914-1924' in: Jaarboek arbeidersbeweging, 1977, 191-246; G. Bauman, De Tribunisten - de revolutionaire marxisten van Nederland (Moskou 1988).

Portret: 

A.J.J. van Gool, met zijn gezin ca. 1917, particulier bezit

Auteur: 
Henny Buiting
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 4 (1990), p. 66-68
Laatst gewijzigd: 

00-00-1990