GROUSTRA, Harmannus

Harmannus Groustra

aanhanger Vrijlandbeweging en voorzitter SDAP-federatie Slochteren, is geboren te Sappemeer op 22 november 1861 en overleden te Hilversum op 22 november 1944. Hij was de zoon van Jan Groustra, rijkscommies, en Geessien Redeker. Op 9 mei 1888 trad hij in het huwelijk met Alida van der Schaaf, met wie hij drie dochters en twee zoons kreeg.

Groustra groeide op in Sappemeer en Winschoten en volgde een opleiding tot onderwijzer. Hij werd onderwijzer te Buiksloot. Zoals vele jonge volksonderwijzers kwam hij onder de bekoring van de geschriften van Multatuli. Hij was in zijn familie niet de enige; een oudere broer, ook onderwijzer, en een jongere broer, legerofficier, waren eveneens fervente multatulianen. Groustra begon E. Douwes Dekker met brieven te bestoken. Deze beklaagde zich in oktober 1881 bij een andere Winschoter onderwijzer en medeleerling van de oudere broer op de Rijkskweekschool te Groningen, Willem Paap. Volgens Multatuli schreef de jonge man zinloze brieven. Alles aan die brieven was zo bespottelijk 'dat ik den arme jongen wel voor onwys moet houden, of op weg om het te worden'. Paap, die toen in Amsterdam woonde, kreeg op het hart gedrukt Groustra te leren zich niet aan te stellen en ernstig te gaan werken. Groustra zou zijn hele leven een sterke voorkeur houden voor romantische en utopische oplossingen van bestaande maatschappelijke problemen. Hij kon in Buiksloot niet aarden en vertrok in 1882 naar Kolham. Vandaar werd hij in 1884 onderwijzer in Schildwolde, wat hij tot zijn pensionering in 1924 bleef. Groustra keerde zich als rechtgeaarde multatuliaan tegen de nationalistische en christelijke geschiedenisopvatting zoals die op de volksscholen de leerlingen werd bijgebracht. Hij was een aanhanger van de Duitse Nederlander Herman Molkenboer, die een Permanente Internationale Raad van Opvoeding in het leven riep om via het onderwijs de vrede te bevorderen. In Nederland verscheen in 1885 de vereniging Pax Humanitate, waarin veel multatulianen figureerden, als 'sectie' van die Raad. Groustra was lid van de afdeling Schildwolde, een van de weinige afdelingen. Ook A.H. Gerhard was hierin actief. In de omgeving droeg hij in lezingen de ideeën uit van Pax Humanitate, dat slechts korte tijd bestond.

Groustra werd in 1889 direct lid van de toen opgerichte Bond voor Landnationalisatie. Hij zag de oplossing van de armoede in de onteigening van de landbouwgronden. Hij las ijverig het blad van de bond, De Grond aan Allen, en de werken van de landnationalisatoren H. George en M. Flürschheim. Maar deze wijze van maatschappijhervorming vond Groustra al spoedig niet radicaal genoeg. Hij werd gegrepen door het werk van de Oostenrijkse utopist Theodor Hertzka, die in Kenia en later Venezuela een nieuwe samenleving wilde vestigen, Freiland genaamd (in Nederland Vrijland). Toen de eerste Vrijland-correspondent, Daan de Clercq, naar Oostenrijk verhuisde nam Groustra diens positie over. Hij kreeg trouw Freiland toegestuurd en hield de Freiland-beweging in Oostenrijk op de hoogte van de ontwikkelingen in Nederland. In Schildwolde probeerde Groustra in 1891 tevergeefs een afdeling van de Nederlandsche Bond voor Algemeen Kies- en Stemrecht van de grond te krijgen. Volgens hem waren de geesten in de Woldstreek - in tegenstelling tot het nabije Oldambt en de Veenkoloniën - nog niet wakker. Hij besloot zich in te zetten voor het algemeen belang en zette zijn studie voor de Middelbare Akte Duits aan de kant. Hij wilde meehelpen in de Groninger Volkspartij een breed front van progressieve krachten te vormen. Groustra nam contact op met Tj. Nawijn in Nijbeets. Hij zag een geestverwant in deze onderwijzer, multatuliaan, vooruitstrevend maar geen socialist. In het blad van de kiesrechtbeweging, onder redactie van F.P. Oudens, dat slechts in het eerste halfjaar van 1891 verscheen, De Strijd, kreeg Groustra een gedicht geplaatst. Hij sprak in de omgeving over zijn Vrijlandbeweging als oplossing van de sociale kwestie. Hij noemde zich toen sociaal-liberaal en was niet onkritisch ten opzichte van zijn grote voorbeeld Hertzka. Natuurlijk gingen dan Oost-Groningers van de Sociaal-Democratische Bond (SDB) als Tj. Luitjes in debat om Vrijland af te doen als een onding. Groustra verweet de SDB'ers dat ze niet wisten wat zij wilden, terwijl de Vrijlandbeweging een uitgewerkte schets van de toekomst had. Hij toonde zich niet alleen afkerig van wat hij noemde het staatssocialisme, maar ook van het in Oost-Groningen opkomende anarchisme. In mei 1894 begon Groustra als redacteur met hulp van K. ter Laan vanuit Schildwolde een eigen blad Vrijland. Vanwege hun activiteiten werden ze vanuit Oostenrijk erg geprezen: 'Die Niederländischen Genossen entwickeln in der Propaganda für unsere Sache einen wahren Bienenfleiss'. Zo bewerkte Groustra een Duitse brochure van de Vrijlandbeweging: 'Vrijland' en de vrijlandbeweging (Amsterdam 1893). Hij kon het niet laten de bewerking zwaar te beladen met zijn voetnoten, vol met citaten van en verwijzingen naar Multatuli. Ook maakte hij propaganda voor Pax Humanitate. In april 1895 droeg Groustra de redactie van Vrijland over. Eind 1895 werd het blad tweetalig in twee kolommen gedrukt, in het Nederland en het Duits. In september 1897 hield het op te verschijnen. De Vrijlandbeweging was toen op sterven na dood. In 1900 werd voorzitter Chr. Kock van de Nederlandse Vrijlandbeweging als kolonist in Venezuela vermoord. Groustra was toen al tot de SDAP bekeerd.

In 1901 stelde Ter Laan, die eveneens SDAP'er was geworden, zich kandidaat voor het district Hoogezand. Volgens de plaatselijke propagandist Frans Spiekman - hij wist zich speciaal de lekkere poffert te herinneren die de vrouw van Groustra had gebakken - was er behalve Groustra in de wijde omgeving geen partijgenoot te vinden. Ter Laan en Groustra kenden het district Hoogezand als hun broekzak en hadden weinig moeite om Ter Laan in de Tweede Kamer te laten verkiezen. Zij maakten handig gebruik van de onafhankelijke volkskiesverenigingen die in het district nog bestonden als overblijfsel van de oude kiesrechtbeweging. Onder voorzitterschap van Groustra sprak Ter Laan met succes voor deze dorpsverenigingen. In 1905 bekleedde Groustra het voorzitterschap van de SDAP-federatie Hellum-Schildwolde-Slochteren. In 1908 legde hij die functie neer. Na deze tijd trad Groustra ook voor Groninger afdelingen van de vrijdenkersvereniging De Dageraad op, over onderwerpen als het vegetarisme. In 1924 ging Groustra met pensioen als hoofd der school en verhuisde korte tijd later naar Hilversum.

Literatuur: 

Vliegen, Kracht I, 276; A.C.J. de Vrankrijker, Onze anarchisten en utopisten rond 1900 (Bussum 1972) 40-45; H.P.G. Quack, De socialisten. Zesde Deel (Amsterdam 1912) 320; K. ter Laan, Geschiedenis van Slochteren (Groningen 1962); P. Hoekman, J. Houkes, O. Knottnerus (red.), Een eeuw socialisme en arbeidersbeweging in Groningen 1885-1985 (Groningen 1986) 132, 265; Multatuli, Volledige Werken. Deel XXI (Amsterdam 1990) 490-491; J. Houkes, 'Spiekman, Frans' in: J.D.R. van Dijk, W.R. Foorthuis (red.), Vierhonderd jaar Groninger Veenkoloniën in biografische schetsen (Groningen 1994) 217; C. Keijsper (red.), K. ter Laan's Multatuli Encyclopedie (Den Haag 1995) 183; M. Kemperink, Het verloren paradijs. De literatuur en de cultuur van het Nederlandse fin de siècle (Amsterdam 2001).

Portret: 

Harmannus Groustra, uit: K. ter Laan, Geschiedenis van Slochteren (Groningen 1962)

Auteur: 
Jannes Houkes
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 7 (1998), p. 76-79
Laatst gewijzigd: 

10-02-2003