HEGERAAT, Herman Jacobus Hendrikus Conraad

Herman Jacobus Hendrikus Conraad Hegeraat

voorman van de Nijmeegse SDAP en koorleider, is geboren te Grave op 7 december 1873 en overleden te Amsterdam op 31 oktober 1919. Hij was de zoon van Jacobus Antonius Hegeraat, winkelier en koster, en Maria Cecilia Wilhelmina Lindner. Op 16 december 1904 trad hij in het huwelijk met Frederica Scheltens, doktersdienstbode, met wie hij drie dochters en een zoon kreeg.

Hoewel zijn vader een jolige Brabantse koster was, over wie in het stadje Grave Bourgondische verhalen de ronde deden, groeide Hegeraat op tot een strenge rode anti-klerikaal. Al jong week hij van het rechte (roomse) pad af, toen hij ging doorleren voor schoolmeester. Dat deed hij niet bij de paters maar op de Rijksnormaalschool in Den Bosch. In 1895 kwam hij bij het openbaar onderwijs te Nijmegen. Vrijwel van begin af aan beklaagde zich zijn bovenmeester P.J. Enk in een jarenlange reeks brieven aan het gemeentebestuur over de brutale lastpost Hegeraat, die het lesrooster dooreenklutste en in het speelkwartier driftige discussies over politiek opzette met collega-onderwijzers. Bovendien kwam hij 's ochtends menigmaal te laat of bleef hij wegens overwerktheid thuis, wat Enk toeschreef aan het bestuurswerk en vergaderen tot diep in de nacht, dat zijn ondergeschikte verrichtte voor de moderne arbeidersbeweging.

Hegeraat was een stuwende kracht bij de heroprichting van de Nijmeegse SDAP-afdeling in 1901, waarvan hij secretaris werd. Bovendien wist hij uit een zanggraag wandel- en natuurstudieclubje het langgewenste strijdkoor De Stem des Volks met meteen al ruim negentig leden te kweken, dat hij ook nog zelf dirigeerde. Op zijn bezieling heeft in Nijmegen de spoorwegstaking van 1903 gedreven. Door zijn aansporingen en leiding werd een voortijdig 'inzakken' van de staking voorkomen. In de toen nog zeer katholieke stad, waar men hem als afvallige toch al met argwaan bekeek, werd dit alles hem niet in dank afgenomen. Toen hij in 1906 ook nog afdelingsvoorzitter van de SDAP werd (overigens niet zonder interne weerstand, omdat hij de leden met opmerkingen over formele en procedurekwesties irriteerde) en bovendien het leerlingental van zijn school het ontslag van een onderwijzer wettigde, werd hij op wachtgeld gesteld. Een door de SDAP en de Nijmeegsche Bestuurdersbond (op zijn initiatief kort tevoren opgericht) georganiseerde protestmeeting kon niet bewerkstelligen dat Hegeraat in Nijmegen ooit nog voor de klas terugkeerde. Dat het gezin Hegeraat niet echt in armoe raakte, kwam alleen doordat Nijmeegse vrijmetselaren hem bijlesjes toespeelden en ruimbeurzig betaalden. In 1909 verhuisde het gezin naar Amsterdam.

Als zangdirigent had Hegeraat zich intussen al onderscheiden door de fraaie koorzettingen die hij arrangeerde van onder meer het 'Vrijheidslied' en de 'Acht-Urenmars'. Later zou hij het strijdliederenrepertoire ook nog verrijken met werken waarvoor hijzelf tekst en muziek schreef, zoals de 'Strijdmars der Arbeiders' ('Bataljons van d'arbeid, op!'). Eenmaal in Amsterdam werkte Hegeraat korte tijd als handelsreiziger in boeken, vervolgens als (niet al te nauwkeurige) corrector en vandaar als redacteur en muziekrecensent van Het Volk en De Notenkraker. In Het Zondagsblad van Het Volk, waaraan hij al in zijn Nijmeegse jaren bijdragen leverde, en De Notenkraker verschenen verspreid gedichtjes met een sociale inslag, deels met H.J.H. gesigneerd. In 1911 werd hij een tijdlang vrijgesteld om het volkspetitionnement voor algemeen kiesrecht te organiseren. Dit werd een opzienbarend succes (317.000 handtekeningen) en vormde tevens de aanloop tot de latere Rode Dinsdagen, waarvan Hegeraat ook jarenlang de motor bleef. Zijn zwakke gezondheid noopte in 1917 - hij was pas 44 - tot vervroegd pensioen bij Het Volk. Bij zijn dood in 1919 werd hij alom geprezen als een weliswaar humorloze, maar onkreukbare en toegewijde organisator, die met zijn muzikale gaven ook nog veel heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van een eigen arbeiderscultuur.

Publicaties: 

Koorwerken (Amsterdam z.j.; uitgaven Bond van Arbeiders Zangvereenigingen); De verkiezingsleuzen in 1918. Authentieke verkiezingsprograms van de politieke partijen en van enkele sociale vereenigingen (Amsterdam 1918); De Onderwijsprograms der onderwijzersvakvereeniging. Ter toetsing van Min. Dr. De Vissers Ontwerp-Onderwijswet (Amsterdam z.j.); Vertalingen uit het Duits van A. Bebel (Uit mijn leven, Amsterdam 1913) en K. Kautsky (Internationaliteit en de oorlog, Amsterdam 1915).

Literatuur: 

A.M. de Jong, 'In memoriam H.J. Hegeraat (1874-1919)' in: De Socialistische Gids, 1919, 981-983; P.F. Maas, Sociaal-democratische gemeentepolitiek in katholiek Nijmegen 1894-1927 (Nijmegen 1974) 148-155; J. van de Merwe, Gij zijt kanalje, heeft men ons verweten! (Utrecht 1974) 367-368.

Portret: 

H.J. Hegeraat, uit: J. van de Merwe, 'Gij zijt kanalje' (Amsterdam 1974), 367

Handtekening: 

Huwelijksakte van Hegeraat/Scheltens dd 16 december 1904. Reg 8537 , akte 328; akteplaats Nijmegen. Als bruidegom.

Auteur: 
Jaap van de Merwe
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 2 (1987), p. 52-53
Laatst gewijzigd: 

16-07-2017 (aantal dochters gecorrigeerd)