HEIDE, Albertinus van der

Albertinus van der Heide

(roepnaam: Albert), rode dominee in Friesland en SDAP-kamerlid, is geboren te Leeuwarden op 7 april 1872 en overleden te Den Haag op 29 juli 1953. Hij was de zoon van Johannes van der Heide, schoolhoofd, en Willemina Maria Dingemans. Op 29 oktober 1895 trad hij in het huwelijk met Maria Agnes Magdalena Burger, met wie hij twee dochters kreeg.

Na de lagere school kwam Van der Heide op het Leeuwarder gymnasium, waar hij invloed onderging van dr. Vitus Bruinsma en door hem van de Friesche Volkspartij. Hij was er bevriend met Dirk Troelstra. Evenals verschillende andere Leeuwarder gymnasiasten (S.C. Kylstra, A. de Koe, J.A. Bruins, J. Sevenster, J.L. Klein) studeerde hij te Leiden theologie. Hier werd hij met de latere mr. H.P. Marchant en andere corpsleden lid van de Sociologische Studentenvereeniging. Met zijn vrienden werd hij geheelonthouder. Er was contact met mr. D.A. van Eck, die in Friesland met O. Stellingwerf had samengewerkt. Ook Van der Heide behoorde tot de 'mannen van het ernstig besef', die in het Leidse Volkshuis contact hadden met arbeiders. Alhoewel professor H. Oort hem in de richting van de wetenschap wilde sturen, koos ook Van der Heide voor de praktijk en dan onder de allerarmsten en verdrukten. Spoedig na zijn kandidaatsexamen werd hij in november 1895 predikant in het Friese veendorp Scherpenzeel (gemeente Weststellingwerf). P.J. Troelstra won hem in 1897 als derde predikant - na W. Bax en G.W. Melchers - voor de SDAP. Behalve als pastor in zijn gemeente trad Van der Heide voortaan op als propagandist voor de SDAP en voor de blauwe NV (Nederlandsche Vereeniging tot Afschaffing van Sterken Drank, na 1899 van Alcoholhoudende Dranken). Hij richtte vele afdelingen op.

Er waren twee kanten aan het leven van Van der Heide. Hij was op en top predikant, die in zijn preken steeds weer maatschappelijke toestanden schetste en dan vroeg: 'Wat zegt de Bijbel hiervan?' en tevens metterdaad solidair was met de lijdende mens en naast allen stond die òf door de sociaal-economische toestanden òf door aanleg geen plaats onder de zon hadden. Daarnaast ijverde hij voor de versterking van de democratisch-socialistische macht en voor de drankbestrijding. In 1898 ging hij naar het kleine Engelum, om meer gelegenheid te krijgen voor de propaganda op de fiets. Met hartstocht stortte hij zich daar in de Hogerhuisbeweging en werd in 1903 de leider van de (overigens niet geslaagde) spoorwegstaking te Leeuwarden. Hij was behalve een vurig redenaar en een gevreesd debater ook een vlot journalist en werkte als zodanig mee aan de voorlopers van Het Volk in het Noorden: Arm Friesland, De Volksstrijd en (van 1905 tot 1911) het Friesch Volksblad. Bepaalde kanten van het wetenschappelijke marxisme wees hij af. Het socialisme was voor hem de ethische eis van sociale gerechtigheid. Vooral ook door Van der Heide kreeg het Friese socialisme voor 1940 een ethisch karakter. Dit bracht echter niet mee dat rechtzinnige christenen werden aangetrokken. Aan het in 1902 opgerichte christen-socialistische orgaan De Blijde Wereld, waarvan de redacteuren geen partijlid waren, werkte hij eerst veel later mee, al kwam hij wel op de tweejaarlijkse Blijde Werelddagen naar voren.

Het gezin had het in de eerste twee gemeenten niet ruim. Dat veranderde niet in de derde gemeente Britswerd-Wieuwerd (1906-1925). Hier ontving hij een behoorlijk traktement, maar doordat hij van de pastorie een vluchthaven maakte voor maatschappelijk gestranden, bleef de soberheid overheersen. Van der Heide heeft voor jong en oud in de kleine gemeenten veel betekend. Met knappe leerlingen ging hij zo ver als hij kon. De uitspraak: 'Ik heb alles in mijn leven aan ds. Van der Heide te danken' kon men in Friesland nog al eens horen. Van 1900 tot 1908 en van 1914 tot 1920 zat hij in het hoofdbestuur van de blauwe NV en sedert 1926 in de Reclasseringscommissie. Het partijbestuur van de SDAP deed reeds vroeg pogingen de populaire spreker in de Kamer te krijgen, maar eerst in 1925 aanvaardde hij met tegenzin een kansbiedende kandidatuur voor Drenthe. Ook wilde hij niet in grotere kerkelijke gemeenten beroepen worden. Tot 1937, toen hij 65 werd, zat hij in de Tweede Kamer, waar hij zich inzette voor het door de crisis getroffen Drenthe, voor juridische zaken (reclassering, drankwet, gevangeniswezen) maar ook voor onderwijs- en bibliotheekkwesties en het krankzinnigenwezen. In de Scheveningse gevangenis werd hij vanuit zijn woonplaats Voorburg celbezoeker en later regent. Geliefd bij de gevangenen zagen zijn mederegenten en ook de minister in de rode vrijzinnige een gevaar, zodat hij als regent moest bedanken. In de jaren dertig ijverde hij voor Eenheid door Democratie en was hij voorzitter van een commissie Hulp aan Spanje. Onder de jeugd in de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC) en de Jeugdbond voor Onthouding was hij geliefd.

Het uitzonderlijke had steeds Van der Heides aandacht. In 1911 pleitte hij voor de radicale collega B. Boers, die geschorst was. Hij schonk aandacht aan paranormale verschijnselen. Homoseksuelen konden lang voor 1940 bij hem op begrip rekenen getuige zijn redevoeringen in de Kamer naar aanleiding van 'het geval mr. L.A. Ries' in 1936. Diep getroffen door de dood van zijn jongste dochter, de in de kringen van het Volkshuiswerk en de AJC bekende Hermien van der Heide (1944), bracht hij zijn laatste levensjaren als verpleegde door in Oud Rozenburg te Den Haag.

Archief: 

Zijn ruim vijfhonderd bladzijden tellende handschriftelijke memoires, die tot 1951 lopen, berusten op de Provinciale Bibliotheek van Friesland (Leeuwarden).

Publicaties: 

Van der Heide schreef honderden artikelen in de genoemde bladen. Een bibliografie, waarin het andere werk (preken, brochures) is vermeld en zoveel mogelijk alles wat over hem door W.H. Vliegen, O. Noordenbos, K.F. Proost en anderen is geschreven, bevindt zich in de Provinciale Bibliotheek van Friesland (Leeuwarden), A 4153; Ter herinnering, vier preken, gehouden te Scherpenzeel (Wolvega); Het Kiesdistrict Franeker voor de Tweede Kamer. Gegevens en cijfers betreffende den toestand en de welvaart van zijn bewoners (z.pl. 1905; met W.P.G. Helsdingen).

Literatuur: 

Ds Van der Heide (z.pl. 1938); O. Noordenbos, 'Heide, Albertinus van der' in: Mededelingenblad, nr. 2, september 1953, 11-13; in de artikelen van J.J. Kalma in de Leeuwarder Courant van 8.4.1952 en 30.7.1953 zijn resultaten van interviews verwerkt; J.J. Kalma, 'Pastorie Albertinus van der Heide in Britswerd was vluchtheuvel' in: Leeuwarder Courant, 16. 10. 1976.

Portret: 

A. van der Heide, uit: Vliegen, Kracht II, 183

Handtekening: 
Huwelijksakte van Van der Heide/Burger dd 29 oktober 1895. Reg 1121 , akte 237; akteplaats Nijmegen. Als bruidegom.
Auteur: 
O. Noordenbos, J.J. Kalma
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 2 (1987), p. 53-56
Laatst gewijzigd: 

05-11-2008