HEIJNEN, Anna Aleida

Lie Alma-Heijnen

(roepnaam: Lie; bekend als Lie Alma-Heijnen), vredesactiviste, is geboren te Emmen op 8 januari 1909 en overleden te Amsterdam op 25 augustus 1990. Zij was de dochter van Johannes Heijnen, uitbater van een reizende bioscoop en machinist, en Geertruida Maria Pragt. Op 9 oktober 1933 trad zij in het huwelijk met Siert Tillema, aannemer en stukadoor. Dit huwelijk bleef kinderloos en werd ontbonden op 25 oktober 1938. Op 10 april 1940 hertrouwde zij met Peter Alma, beeldend kunstenaar, met wie zij een dochter en een zoon kreeg. Na zijn overlijden op 23 mei 1969 hertrouwde zij op 14 oktober 1983 met Hendrik Enno Boeke, kunsthistoricus.

Heijnen groeide op in de Drentse veenkoloniën in Munsterscheveld, Barger- en Emmer-Compascuum. Thuis was het geen vetpot. Zij zat achter de kassa wanneer de vader met zijn rijdende bioscoop films in de gelagkamers van cafés vertoonde, terwijl haar twee jongere zussen in de bediening hielpen. Haar bovengemiddelde intelligentie maakte dat ze werd geselecteerd om voor de Akte Lager Onderwijs te studeren aan de Rooms-Katholieke Meisjes(klooster)school te Munsterscheveld. Toen haar ouders onder invloed van de ideeën van Ferdinand Domela Nieuwenhuis van hun geloof vielen, kwam ook Heijnen tot het inzicht dat het socialisme meer tegen de armoede kon doen dan het katholicisme. Aan het schuldgevoel dat zij hierdoor ten opzichte van de school overhield (de zusters die haar een warm hart toedroegen, vonden het erg), kwam pas een eind toen in 1964 het contact met de school werd hersteld. In 1926 deed Heijnen handelsexamen en het jaar daarop haalde ze de Akte Lager Onderwijs. Maar vanwege haar afvalligheid bood geen enkele school haar een vaste aanstelling. Na enkele tijdelijke baantjes, onder andere als kindermeisje, kreeg ze door tussenkomst van de burgemeester van Emmen een vaste aanstelling als onderwijzeres op de lagere school in Nieuw-Weerdinge in de gemeente Emmen. Ze gaf voornamelijk les aan kinderen uit de armere bevolkingsgroepen, waardoor onderwijs en sociaal werk hand in hand gingen. Door de bezuinigingen werden de klassen steeds groter en stond zij soms voor gecombineerde klassen met 48 leerlingen uit verschillende jaren. Om zo veel mogelijk financieel te kunnen bijdragen aan de kosten van een vakopleiding voor haar drie zussen en haar broer zag ze af van aanvullend onderwijs. Wel haalde ze nog de onderwijsbevoegdheid Esperanto en werd ze lid van de examencommissies Esperanto in Groningen en Leeuwarden.

Inmiddels had Heijnen de anarchist en dienstweigeraar Siert Tillema leren kennen, met wie zij in 1933 trouwde. Zelf zat ze een blauwe maandag bij de anarchisten, getuige een toespraak die ze op haar 23e hield voor de Noordelijke Anarchistische Groepen. In oktober 1933 gaf ze haar baan in het Lager Onderwijs in Emmen op en verhuisde naar Groningen, waar haar echtgenoot een betrekking had gevonden. Het huwelijk was echter ongelukkig en ze verliet haar man in maart 1935. Ze wilde naar Amsterdam om aan de Gemeente Universiteit van Amsterdam enkele semesters pedagogiek en psychologie te studeren. Dat de scheiding met Tillema pas in 1938 werd uitgesproken, werkte tegen haar omdat zij haar beroep niet kon uitoefenen. Ondanks verzet van vrouwenorganisaties en de Bond van Nederlandse Onderwijzers was in 1934 in het kader van bezuinigingen een wet aangenomen die bepaalde dat onderwijzeressen die trouwden werden ontslagen. Zelfs al stonden ze daarna op de lijst van benoembaar, tot een daadwerkelijke benoeming kwam het nooit. Noodgedwongen voorzag Heijnen daarom in haar levensonderhoud met tijdelijke baantjes, onder andere als tandartsassistente. Na een opleiding voor het bestuderen van gebitten en maken van röntgenfoto’s nam ze deel aan een onderzoek naar de invloed van zwangerschap op het gebit door de tandheelkundige kliniek van het Wilhelmina Gasthuis. Vanaf 1935 werkte ze bij het Holland Typing Office van Selma Meyer. Via Meyer, die landelijk secretaris was van de Internationale Vrouwenbond voor Vrede en Vrijheid (IVVV), werd Heijnen actief in de vrouwenvredesbeweging. Vóór haar komst naar Amsterdam was ze al voorzitter geweest van de Jongeren Vredes Actie, afdeling Emmen, maar nu werd zij lid van het IVVV en het Vredescomité. Meyer was voorzitter van het in 1936 opgerichte Centraal Wuppertal Comité (CWC), dat slachtoffers van het naziregime ondersteunde die in monsterprocessen tot hoge celstraffen werden veroordeeld. Heijnen werd propagandiste, sprak op diverse CWC-bijeenkomsten en maakte begin 1936 deel uit van een CWC-delegatie naar Wuppertal.

Na het uitbreken van de Spaanse burgeroorlog werd Heijnen in 1936 bovendien voorzitter van de Commissie Hulp aan Spanje, de Nederlandse sectie van de in Parijs opgerichte koepelorganisatie. Enkele jaren bezocht ze als delegatielid Spanje, onder andere met de arts Ben Sajet. In Hulp aan Spanje werkte Heijnen opnieuw samen met Selma Meyer. Ze praktiseerden de volksfrontgedachte door over de grenzen van de gevestigde partijen samen te werken. Gezien de grote communistische aanhang van het in 1934 in Paris opgerichte Wereld-Vrouwencomité tegen Oorlog en Fascisme (WVC), moest Heijnen zich verdedigen tegen het verwijt communiste te zijn. De Nederlandse sectie telde circa 2000 leden. In januari 1935 ging Heijnen voor het WVC naar Saarbrücken om als onafhankelijk waarnemer het referendum over het Saarland te volgen. Tussen 1937 en 1939 was Heijnen voorzitter van de Nederlandse sectie van het WVC en redacteur van het WVC-maandblad Vrouwen. In 1938 voerde het WVC een protestactie tegen de veroordeling van Liselotte Hermann, de eerste Duitse vrouw die vanwege haar antifascistische overtuiging ter dood werd veroordeeld. Er werden handtekeningenlijsten naar Hitler gestuurd en briefkaartenacties bedoeld voor andere Duitse autoriteiten georganiseerd, maar het heeft Hermann niet geholpen.

In april 1940 trouwde Heijnen met Peter Alma. In 1936 had zij hem benaderd om te assisteren bij de inrichting van een anti-oorlogstentoonstelling van het WVC. Alma behoorde tot de bekende kunstenaars die tussen de wereldoorlogen hun talenten ten dienste stelden van de linkse arbeidersbeweging. Nadat ze op 21 november 1941 vanwege haar betrokkenheid bij het CWC door de Duitse bezetter was gearresteerd, schreef Alma een verslag voor de autoriteiten om haar vrijlating te bewerkstelligen. Die volgde tenslotte op 29 mei 1942. Voor dit door haar geleden oorlogsleed ontving zij na de oorlog uit Duitsland smartengeld ('Haftentschädigung'). Om in deze oorlogsjaren geld te verdienen maakten Heijnen en Alma, die als kunstenaar weinig inkomsten had, van oude lappen en lakens stoffen naaldenboekjes, die zij aan De Bijenkorf verkochten. Na de bevrijding werd Heijnen voorzitter en secretaresse van de Vereniging 'Vrij Spanje' (1946-1949), waarin een groot deel van de Nederlandse oud-Spanjestrijders was verenigd met als doel het terugbezorgen van hun Nederlanderschap en het meewerken aan de totstandkoming van een democratisch gekozen regering in Spanje. Net als bij het WVC kreeg Heijnen ook nu het verwijt tot een communistische mantelorganisatie te behoren. Zij was in de jaren dertig een begenadigd spreker gebleken, die voor alle organisaties waaraan zij verbonden was in het openbaar sprak, niet zelden voor grote mensenmenigten. Begin 1946 werd ze als voorzitter van Vrij Spanje bij een rede in de markthallen in Amsterdam zelfs aangekondigd als 'de Nederlandse La Pasionaria' naar de beroemde Spaanse Dolores Ibárruri. In 1947 sprak ze op de Dam in Amsterdam een herinneringsrede uit naar aanleiding van de machtsovername van generalissimo Franco in juli 1936. In dezelfde tijd sprak ze tijdens een betoging van 15.000 mensen in het Amsterdamse RAI-gebouw tegen het Nederlandse militaire optreden in Indonesië naast dominee J.J. Buskes en Ben Polak. Eind 1948 sprak zij op een grote bijeenkomst van het Comité voor Vrede in Indonesië. Kort na de oorlog was Heijnen gepolst voor het hoofdbestuur van het Humanistisch Verbond, maar haar vermeende communistische sympathieën speelden haar parten. Uit angst dat de Partij van de Arbeid zijn steun aan het Humanistisch Verbond zou intrekken, werden communisten, onder wie Brecht van den Muijzenberg, verzocht zich niet voor het hoofdbestuur verkiesbaar te stellen. Heijnen werd wel secretaris van het hoofdbestuur van het Comité voor Actieve Democratie, dat onder voorzitterschap stond van Gerrit Jan van Heuven Goedhart. In juni 1947 vertegenwoordigde ze zowel dit Comité als de Nederlandse vrouwenbeweging op de International Consultative Conference on Human Rights in Londen, georganiseerd door de National Council for Civil Liberties.

Vanwege haar politieke aspiraties begon Heijnen bij de Amsterdamse Gemeente Universiteit aan de studie politieke wetenschappen van de Politiek-Sociale Faculteit, die mede door Jan Romein was opgericht. Heijnen was met hem bevriend geraakt toen zij samen in het Comité voor Actieve Democratie zaten. In 1952 haalde ze haar kandidaatsexamen. Zij werd student-assistent bij hoogleraar perswetenschap en massapsychologie Kurt Baschwitz. Omdat de opdrachten voor haar man waren opgedroogd, vormde deze aanstelling op zeker moment het enige gezinsinkomen. Volgens de familieoverlevering liet een examinator haar voor een tentamen zakken teneinde deze oogappel van Romein een hak te zetten, wat tot gevolg had dat zij haar studie politieke wetenschappen met pijn in het hart beëindigde. Ze accepteerde een baan als directrice ad interim van de Amsterdamse instelling voor vormingswerk Ons Huis en was betrokken bij het vormingswerk voor volwassenen. Een en ander bleek op den duur niet meer te verenigen met haar gezinsleven. In 1955 keerde ze als leerkracht terug en gaf onder meer geschiedenisonderwijs op een Montessori-ULO (Uitgebreid Lager Onderwijs). Het duurde lang voordat ze het gedwongen stopzetten van haar studie aanvaardde, maar het plezier in het lesgeven hielp haar er uiteindelijk bovenop. Omdat zij vanwege het ontbreken van de hoofdakte werd onderbetaald, besloot Heijnen nog haar Akte Lager Onderwijs Frans te halen. Van 1971 tot en met 1974 gaf ze als directrice leiding aan de Tweede Montessori-MAVO (Middelbaar Algemeen Voortgezet Onderwijs) te Amsterdam en van 1973 tot 1977 gaf zij als freelancer drie uur per week geschiedenis en aardrijkskunde bij het psychiatrisch verpleeghuis Röllich de Keijzer in Amsterdam. Na haar pensionering in 1975 keerde ze tot haar 70e als parttimer terug op de Montessori-ULO en was ze gastdocent in een onderwijsproject van de Open School in Amsterdam voor vrouwen in de leeftijd van 30 tot 60 jaar, die niet de gelegenheid hadden gekregen voortgezet onderwijs te volgen. Ook studeerde zij tussen 1975 en 1978 pedagogiek. In 1979 sprak ze het 19e Internationale Montessori Congres in Amsterdam toe en vanaf 1983 paste ze in opdracht van de Afdeling Onderwijs van de Gemeente Amsterdam de Montessori-doctrine toe op een huishoudschool, de Van Gellicum School aan de Polderweg. Na twee jaar werd ze vanwege bezuinigingen ontslagen. Nog lang daarna heeft ze leerlingen van de Montessori-MAVO thuis bijles gegeven.

Het onderwijs, speciaal de door Maria Montessori ontwikkelde methode, was de eerste van twee rode draden in het leven van Heijnen. De Spaanse Burgeroorlog en de geknevelde Spaanse democratie vormden de tweede. In 1976, een jaar na de dood van Franco, werd zij voorzitter van de heropgerichte Commissie Hulp aan Spanje. Als delegatielid bezocht ze Spanje met schrijfster Mies Bouhuys en, opnieuw, Sajet. Het jaar daarop was ze secretaris van de Spanjeconferentie, die op 11 en 12 februari in Amsterdam werd gehouden, en vanaf 1983 was ze lid van de Stichting Spanje-Monument 1936-1939. Heijnen was langdurig ziek en overleed aan de ziekte van Kahler. Zij werd gecremeerd op Westgaarde in Amsterdam.

Archief: 

Privéarchief Erven Alma (Amsterdam).

Publicaties: 

Moeders, uw kind is geen kanonnenvlees (Groningen 1934; als Lie Tillema-Heijnen); Sj. de Vries (leende zijn naam aan Erich Kuttner), ‘Rederijkersspelen als historische documenten’ in Tijdschrift voor Geschiedenis, jrg. 57, 1942, 185-198 (vertaling L. Alma-Heijnen); ‘Niet altijd werd er gezwegen …’, in: A. de Wildt (red.), Je deed wat je doen moest: vrouwen in verzet 1933-1945 (Amsterdam 1985) 14-15 (als Lie Alma).

Literatuur: 

‘De algemene vergadering’ in Mededelingenblad van het Humanistisch Verbond, jrg. 1, nr. 7, september 1946, 2; Geschiedenis der wetenschap in beeld. De wandschildering van Peter Alma in het trappenhuis der Universiteit. Toespraak door Prof. Dr. J.M. Romein gehouden bij de overdracht op 13 maart 1951 (Amsterdam 1951); Een leven lang Ben Sajet. Verteld aan Hans Fels (Baarn 1977) 118-120; W. Kruyer, 'Parijs 1934. Het vrouwencongres tegen oorlog en fascisme. Communistische vrouwen tussen bolsjewistische droom en anti-fascistische strijd', in: Cahiers over de geschiedenis van de CPN, nr. 6, februari 1981, 11-54; K. Dittrich en H. Würzner (red.), Nederland en het Duitse exil 1933-1940 (Amsterdam 1982) 138; E. Blok, Uit de schaduw van de mannen. Vrouwenverzet 1930-1940 (Amsterdam 1985) 72, 232-238, 253-261; J.J. Flinterman, 'De CPN en de solidariteitsbeweging met de Spaanse republiek in Nederland (1936-1939) in: Cahiers over de geschiedenis van de CPN, nr. 10, mei 1985, 9-54; L. Jaldati en E. Rebling, Sag nie, du gehst den letzten Weg (Berlin-DDR 1986) 282; J. Withuis, Opoffering en heroïek (Meppel 1990) 39, 61-63, 99, 348-349, 354; H. Dankaart, ‘Twee opmerkelijke documenten over de betrokkenheid van Nederlanders bij de Spaanse Burgeroorlog 1936-1939’ in Bulletin Nederlandse Arbeidersbeweging, nr. 28, december 1992, 6, 26; C. Tornar, Montessori, international bibliography, 1896-2000 (Rome 2001); B. de Cort, Van vrouwen, vrede en verzet. Selma Meyer (1890-1941) en haar Holland Typing Office. Tweede druk (z.pl. 2015); S. Stracke, Auf den Spuren des Wuppertal Komitee – Centraal Wuppertal Comité, beschikbaar op www.wuppertaler-widerstand.de/Auf%20den%20Spuren%20des%20Wuppertal-Komit... (benaderd 1 juli 2016).

Portret: 

Vrij Spanje manifestatie 1946 (foto uit privé archief)

Handtekening: 

Huwelijksakte van Tillema/Heijnen dd. 9 oktober 1933. Huw.reg. 1933, akte 639, akteplaats Groningen. Als bruid.

Auteur: 
Bart de Cort
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA online (2016)
Laatst gewijzigd: 

11-2-2017 (literatuurlijst uitgebreid)