HOUT, Isaac Salomon van der

Isaac Salomon van der Hout

voorman van de Amsterdamse afdeling van de Eerste Internationale, is geboren te Amsterdam op 25 september 1843 en overleden te Londen op 15 maart 1918. Hij was de zoon van Salomon Isaac van der Hout, los werkman, en Catharina Joseph Hoepelman. Op 19 december 1866 trad hij in het huwelijk met Sara Harpman, met wie hij een dochter en drie zoons kreeg. Naam in het Engels ook gespeld als Vanderhout.

Van der Hout sloot zich kort na het Derde Nederlandsche Werklieden Congres, dat op 28 en 29 mei 1871 in Amsterdam plaatsvond, aan bij de Amsterdamse afdeling van de (Eerste) Internationale. In de zomer van 1871 was hij met onder anderen Klaas Ris en F.W.L. Sauer oprichter van de Gemengde Vereeniging te Amsterdam, waarvan hij tot eind 1872 bestuurslid was. Deze Gemengde Vereeniging werd het hart van de Amsterdamse afdeling van de Internationale. In september 1871 werd Van der Hout namens deze vereniging gekozen in de Bondgenootschappelijke Raad van de Nederlandse sectie van de Internationale. Toen eind 1871 vanuit de Gemengde Vereeniging een Commissie tot Opwekking van het Vereenigingswezen werd opgericht, had Van der Hout daarin ook zitting. Op deze manier raakte Van der Hout actief betrokken bij het opzetten van vakverenigingen voor nog ongeorganiseerde beroepsgroepen, zoals bakkersgezellen en houtzagersknechts. Deze organisatieactiviteiten beperkten zich niet tot Amsterdam. Medio 1872 kwamen de activiteiten van de Gemengde Vereeniging - en van Van der Hout - in een stroomversnelling. In Amsterdam ontstond een politieke agitatiebeweging rond de openbare vergaderingen van de Gemengde Vereeniging in Dalrust. Daar werd gesproken over de hoge kosten van levensonderhoud voor arbeiders. In augustus leidde dat tot twee straatdemonstraties, waarbij een adres aan de burgemeester werd overhandigd. Op het moment dat de beweging echt in beroering leek te komen oefende Van der Hout een matigende invloed uit. Nadat hij de eerste demonstratie geleid had, trachtte hij de tweede te voorkomen en was hij tegen het idee van Sauer om de werkstaking als politiek pressiemiddel te gebruiken. Op het Haagse Congres van de Internationale van 1 tot 7 september 1872 was Van der Hout aanwezig als afgevaardigde voor de afdeling Amsterdam. Daar kwam hij terecht in de krachtmeting tussen K. Marx en de niet-aanwezige M. Bakoenin. Van der Hout omschreef zijn positie op dit congres naderhand als neutraal. Hij had 'een echt Nederlandsch standpunt bewaard, zich onthoudende van de politiek en van het politieke doel der Internationale'. Toch ondertekende hij de verklaring van de Bakoenistische minderheid, waarin het gezag van de Algemeene Raad werd verworpen. Inmiddels had de Dalrustbeweging, na de vergadering met de kopstukken van het Haagse congres, haar hoogtepunt gehad. De vergaderingen duurden nog wel voort tot december 1872, maar de publieke respons verminderde sterk.

Toen Van der Hout na allerlei los werk eind 1872 opnieuw werkloos was, besloten hij en Sauer hun geluk in Londen te beproeven. Na een afscheid in Amsterdam en Utrecht vertrokken zij op 3 december vanuit Rotterdam. Hun gezinnen bleven voorlopig in Amsterdam achter, ondersteund door medestanders. Van der Hout had een aanbevelingsbrief van H. Gerhard aan Marx bij zich. In Londen trachtten Sauer en hij via Fr. Engels aan werk te komen. Van der Hout kreeg echter al snel werk aangeboden in Duitsland en vertrok in februari 1873 naar Alten-Essen. Daar werkte hij enige tijd als mijnwerker. Vanuit Duitsland schreef hij nog enige artikelen voor De Werkman. In juni 1873 was Van der Hout nog een korte tijd in Nederland. Hij had namelijk zitting in het bureau van het congres van de Demokratische Bond voor Noord- en Zuid-Nederland, dat op 2 juni 1873 in Amsterdam plaatsvond. Kort daarop keerde hij met zijn gezin terug naar Alten-Essen.

Begin 1874 woonde het gezin weer in Londen, in East-End. Dat het daar een moeilijk bestaan had, blijkt uit de brieven van Van der Hout aan Engels, die hij twintig jaar lang schreef. Keer op keer klopte hij bij Engels aan voor geld vanwege werkloosheid of ziekte. En telkens hielp deze hem weer. Als blijk van dankbaarheid voor zijn langdurige steun en vriendschap werd Engels uitgenodigd voor het zilveren huwelijksfeest van Van der Hout, begin 1892, waarop deze ook aanwezig was. Tijdens zijn verblijf in Londen bleef Van der Hout ook politiek actief. In november 1877 was hij een van de oprichters van de International Labour Union, waarmee zij probeerden de traditie van de Eerste Internationale voort te zetten. De meeste van de leden die ook in de Internationale actief geweest waren, hadden tot de 'anti-marxistische' Engelse Federale Raad behoord. Van der Hout werd zowel in de Voorlopige Raad als de Raad gekozen en benoemd tot contactpersoon voor Nederland. In oktober 1878 stelde hij een speciale conferentie voor met de bedoeling een Internationaal Arbeids Congres in Londen voor te bereiden. Hij werd in het voorbereidende comité gekozen, maar van het hele plan kwam niets terecht. In de daarop volgende 25 jaar, maar mogelijk ook langer, bleef hij in het Londense East End op plaatselijk niveau politieke activiteiten ontplooien. Hij was in elk geval vanaf 1883 lid van de Labour Emancipation League en trad daarvoor regelmatig als spreker in de open lucht op, meestal in het gebied van Bethnal Green en Hoxton. Na de aansluiting van de Labour Emancipation League in juni 1884 bij de Democratic - vanaf augustus 1884 Social Democratic - Federation was hij van tijd tot tijd ook voor deze organisatie actief. Daarbij sprak hij over onderwerpen als 'socialisme', 'socialisme tegenover de opvattingen van Charles Bradlaugh' (een vrijdenker, die zich tegen de Britse socialisten afzette), 'het sociale vraagstuk', 'vrijheid in Engeland' en 'rechtspositie en leven van buitenlanders in Engeland'. Vanaf 1885 vertegenwoordigde hij bij officiële gelegenheden regelmatig de Tower Hamlets Radical Club. Dit was het geval bij de grote herdenkingsbijeenkomst voor de Parijse Commune op 22 maart 1885 in Bloomsbury, waar hij een van de sprekers was naast William Morris en Friedrich Lessner, en op de indrukwekkende demonstratie voor de vrijheid van meningsuiting in Dod Street en de West India-Docks op 27 september 1885, waaraan naar schatting tussen de dertig- en vijftigduizend mensen deelnamen. Hier behoorde hij met Stewart Headlam, die eveneens actief geweest was in de International Labour Union, John Burns, George Bernard Shaw en H.M. Hyndman tot de sprekers. Met de Labour Emancipation League trad hij direct bij de oprichting in december 1884 toe tot de Socialist League. Hiervan was hij lid van achtereenvolgens de afdelingen Mile End, later Mile and Bethnal Green en Hackney. Hoewel deze gedurende het hele bestaan van de Socialist League onder invloed van Joseph Lane tot de felste antiparlementaire afdelingen hoorden, pleitte Van der Hout bij gelegenheid voor het kiesrecht van meerderjarigen en het deelnemen aan plaatselijke verkiezingen. Na de opheffing van de Socialist League nam hij tijdens de jaren negentig en ook in de eerste jaren van de twintigste eeuw deel aan activiteiten van de plaatselijke afdelingen van de Social Democratic Federation en van radicale arbeidersclubs in East End.

Gedurende zijn laatste jaren leefde Van der Hout in Whitechapel in Oost Londen. In deze tijd woonden twee van zijn zoons met hun gezinnen eveneens in Oost Londen (in Shoreditch en Hoxton) en de derde in het district Richmond. Van der Hout overleed in het Whitechapel-ziekenhuis aan de gevolgen van een kwaadaardige aandoening in de mond. Als beroep werd voddenraper opgegeven.

Literatuur: 

Bymholt, Geschiedenis; M. Nettlau, 'Ein verschollener Nachklang der Internationale: The International Labour Union' in: Archiv für die Geschichte des Sozialismus und der Arbeiterbewegung, 9e jrg., 1921, 134-145; Th. van Tijn, Twintig jaren Amsterdam (Amsterdam 1965); J.J. Giele, De eerste internationale in Nederland (Nijmegen 1973); F. Boos, William Morris 's Socialist Diary (London 1985; eerder maar minder volledig in: History Workshop, nr. 13, 1982, 1-75; overigens zijn de verwijzingen door Boos naar Van der Hout vaak onjuist); D. Bos, Waarachtige volksvrienden. De vroege socialistische beweging in Amsterdam 1848-1894 (Amsterdam 2001).

Portret: 

I.S. van der Hout, geen portret bekend; brief van I.S. van der Hout aan Fr. Engels (IISG, Marx-Engels Archief L 2450)

Auteur: 
Piet Wielsma, Heiner Becker
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 2 (1987), p. 68-70
Laatst gewijzigd: 

21-08-2002