KRAASSENBERG, Margaretha

Margaretha Kraassenberg (Greet Carvalho)

(roepnaam: Greet; bekend als Greet Carvalho), maatschappelijk werkster en sociaal activiste, is geboren te Borculo op 16 juni 1905 en overleden te Amsterdam op 15 september 1997. Zij was de dochter van Hendrik Kraassenberg, meesterknecht op een houtzaagmolen, en Gerritjen Jansen. Op 14 januari 1947 trad zij in het huwelijk met Israël ('Ies') Carvalho, leraar Duits en vertaler, met wie zij een zoon had.
De familienaam luidt formeel Carwalho, maar werd steeds geschreven als Carvalho.

Kraassenberg was net vier jaar toen haar vader, een geschoolde arbeider en propagandist voor de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP), stierf. Zij verhuisde met haar moeder naar Wageningen. Door het sociale engagement van haar ouders probeerde zij zich in te leven in de kinderen van de tabaksbewerkers en arbeiders in de steenfabrieken, die in ‘kleine rothuisjes’ leefden. Als tiener brak zij zich het hoofd over wat er van de kinderen van drinkende en ruziënde vaders terecht moest komen. Zij werd lid van de Jeugdbond Voor Onthouding en richtte op haar zeventiende een plaatselijke afdeling van de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC) op, waaraan zij van 1922 tot 1927 mede leiding gaf. Zij werd op haar zeventiende, zeggende dat zij achttien was, lid van de SDAP. In 1927 verhuisde ze naar Hengelo, waar zij tot 1930 leiding gaf aan de plaatselijke AJC-afdeling. Haar trof het verschil tussen de uit eenvoudige milieus komende Wageningse kinderen en de kinderen uit gezinnen van georganiseerde en politiek bewuste textiel- en metaalarbeiders in Twente. In Hengelo werd zij een huisvriendin van Jan Hilvers en zijn vrouw Margot Hilvers-Vos. In 1930 verhuisde zij naar Amsterdam, waar zij de driejarige opleiding aan de School voor Maatschappelijk Werk volgde en van beroep maatschappelijk werkster werd. Uit onvrede met de houding van de SDAP tegenover het leger van werklozen werd Kraassenberg in 1932 lid van de Onafhankelijke Socialistische Partij (OSP) en raakte betrokken bij het ondersteuningswerk van deze partij voor Duitse emigranten. Later betreurde zij de oprichting van de OSP, omdat deze kleine partij weinig bereikte en de groep beter als tegenwicht in de SDAP had kunnen blijven. Bij de OSP leerde zij de bijna twintig jaar oudere Ies Carvalho kennen, die toen nog getrouwd was maar wiens vrouw niet wilde scheiden. Vanaf 1933 leefden Kraassenberg en Carvalho samen. Door hem kwam zij in aanraking met een heel andere wereld, die van de Amsterdamse linkse bohème. Zij ontmoette de schrijver Maurits Dekker, de radencommuniste Greet van Amstel, de journalisten Jacques Gans en Frans Goedhart, de bankman Richard Manuel, de communist Gerard M.J. van het Reve en zou zelfs kennis hebben gemaakt met de Duitse schrijver Joseph Roth tijdens diens verblijf in Amsterdam. Kraassenberg vertaalde met Carvalho boeken uit het Duits. Via hem raakte zij ook betrokken bij de Internationale Rode Hulp tijdens de Spaanse Burgeroorlog. Dat hun woning in de Veeteeltstraat jarenlang een accommodatie- en postadres voor de Russische spion Ignace Reiss was en dat Carvalho zelf voor de Russische geheime dienst werkte, ontdekte zij pas in 1982, toen Igor Cornelissen haar interviewde voor zijn onderzoek naar het Nederlandse spionagewerk voor Moskou. Zij herinnerde zich de bezoeken van Reiss, maar had zich nooit afgevraagd waarvoor hij kwam.

Een poging om via IJmuiden Nederland te verlaten na de Duitse inval in mei 1940 mislukte. Op de dag van de capitulatie haalde Kraassenberg bij een aantal voormalige OSP’ers per fiets identiteitspapieren op die voor Duitse emigranten gebruikt konden worden. Zij sloot zich aan bij de verzetsgroep onder leiding van Henk van der Tweel, die in 1941 zijn studie medische fysiologie aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam had afgerond. Deze groep redde joodse kinderen uit de Hollandsche Schouwburg en plaatste die bij pleeggezinnen en vervaardigde ook valse persoonsbewijzen. Als pensionhoudster en kamerverhuurster slaagde Kraassenberg er in Carvalho in haar huis te laten onderduiken en later zorgde zij voor een adres op de Veluwe. Hun verhouding had zich zodanig ontwikkeld dat zij in 1941 besloten had zwanger te worden. Hun zoon Leo werd in juli 1942 geboren. Op 25 mei 1943 werd zij voor de eerste keer gearresteerd, begin juni 1944 voor de tweede keer, omdat de Duitsers achter bepaalde adressen probeerden te komen. Zij kwam echter weer vrij en kon ternauwernood haar leven en dat van haar zoontje redden. Na de oorlog kwam zij in conflict met de cineast Louis van Gasteren. Deze had de invalide Walter Oettinger, die als onderduiker bij Kraassenberg in huis was geweest en later enige dagen bij Van Gasteren in de Beethovenstraat, in 1943 om het leven gebracht omdat deze door zijn gedrag levensbedreigend zou zijn geweest. Hoewel Van Gasteren gratie kreeg, zou de kwestie na de oorlog verschillende malen opnieuw ter sprake komen en als moord worden gekwalificeerd. De zaak hield Kraassenberg langdurig bezig omdat zij Oettinger als een integer mens had leren kennen. Toen na de oorlog bekend werd dat de vrouw van Carvalho de oorlog niet had overleefd, konden Kraassenberg en Carvalho in 1947 trouwen. Een gelukkig huwelijk werd het niet. Haar echtgenoot ontpopte zich na de oorlog als een felle anticommunist en takelde lichamelijk en geestelijk af. De spanningen binnen het gezin liepen zodanig op dat moeder en zoon in 1962 verhuisden. De zoon was een briljant student, maar kreeg botkanker en overleed in juli van dat jaar. Op 18 maart 1965 overleed Carvalho in de Sinaïkliniek.

Greet Carvalho was na de oorlog lange tijd politiek dakloos. Toen zij in 1947 besloot toch lid te worden van de Partij van de Arbeid (PvdA), stuurde zij vanwege de eerste politionele actie in Indonesië haar partijboekje direct terug. Pas nadat de PvdA in 1961 een demonstratie tegen een dreigende oorlog om Nieuw-Guinea had georganiseerd, werd zij lid. In Amsterdam werd zij actief in de PvdA-afdeling Transvaal-Oosterpark, waar een aantal linkse jongeren in oktober 1966 het bestuur overnam. Terwijl Eberhard van der Laan het ombudswerk in de afdeling coördineerde, werd zij de ziel van het ombudswerk voor de rest van Amsterdam. Negen jaar was zij secretaris van het Wijkcentrum Oost voor de Dapperbuurt, de Indische buurt en de Transvaalbuurt, en tot 1974 was zij secretaris van de partijafdeling Transvaal-Oosterpark. Begin jaren zeventig werd zij actief voor het Medisch Comité Nederland-Vietnam en in 1977 stond zij aan de wieg van de Vereniging Komitee Twee, een organisatie die (wees)kinderen in de Derde Wereld steunde, met name in Zuid-Amerika en Vietnam. Er werden daar schooltjes neergezet met onderwijs in de geest van Maria Montessori. In speciaal aangelegde tuintjes leerden de kinderen groenten verbouwen. Samen met het Medisch Comité Nederland-Vietnam en de Organisatie Solidaridad van Dom Helder Camara zorgden zij en anderen dat slachtoffers van oorlog en armoede financieel werden geholpen. Begin 1988 werd de Greet Carvalho Stichting opgericht met als doelstelling het ondersteunen van werkzaamheden ten behoeve van personen, die niet volwaardig in de samenleving functioneren ten gevolge van maatschappelijke achterstelling en die niet zelfstandig in staat zijn deze positie te wijzigen.

Greet Carvalho bleef tot op hoge leeftijd actief. Zij was medeorganisator van veel herdenkingen en protesten tegen het fascisme en van demonstraties tegen apartheid op de stoep van de ambassade van Zuid-Afrika. Eén van haar speerpunten was het groeiend aantal doctorandussen binnen de PvdA er op te wijzen dat zij de voeling met de basis van de partij, de onderdrukten en de kanslozen, verloren. Haar verwijt was dat deze jonge intellectuelen wel wisten dat deze misdeelden bestonden en met de mond solidariteit beleden, maar dat hun daadwerkelijke actie uitbleef. Ook vond zij dat de partij de mensen in de oude buurten niet meer bereikte. Zelf deed zij voor deze mensen wat zij kon, gebruik makend van de vele contacten die zij in de loop der jaren had opgedaan. In juni 1997 organiseerde de Amsterdamse PvdA in het Barbizon Palace Hotel een bijeenkomst met Hedy d’Ancona, Ad Melkert en Maarten van Traa over ‘Het Verdrag van Amsterdam: resultaat en toekomst’. De bijeenkomst stemde haar hoopvol omdat zij in de toespraken en discussie weer iets van de internationale socialistische beweging had ervaren. Greet Carvalho woonde jarenlang aan de Reinier Vinkeleskade op de parterre van het huis van Ben Sajet en zijn vrouw. Hier kreeg ze in juli 1997 een hersenbloeding waaraan ze in september overleed. Haar lichaam werd conform haar wil ter beschikking gesteld van de medische wetenschap. Op 30 november vond een drukbezochte herdenkingsbijeenkomst plaats in het Hervormd Lyceum in de Brahmsstraat te Amsterdam, waar onder anderen Igor Cornelissen, Adriaan van Dis en Van der Laan het woord voerden. Cornelissen noemde haar een ‘goedmoedig socialiste’.

Publicaties: 

Ch. Bühler, Psychologie der puberteitsjaren (Utrecht 1940, vertaling G. Kraassenberg); ‘Anders dan de doorsneejeugd’ in: J. Meilof, R. Spanjer-de Ruijter en J. de Groot (red.), De AJC... dat waren wij. Herinneringen van oud-leden (Utrecht 1985) 36-37.

Literatuur: 

M. Perthus, Henk Sneevliet (Nijmegen 1976) 310, 335; A. van Dis, in: NRC Handelsblad. Cultureel Supplement, 16.4.1982 (over de moord in de Beethovenstraat); M. van Amerongen et al., Voor buurt en beweging. Negentig jaar sociaal-democratie tussen IJ en Amstel (Amsterdam 1984) 232, 243-247, 266; J. Scheerman, ‘Veel van de oude SDAP is verloren gegaan. Een gesprek met Greet Carvalho’ in: De Waarheid, 27.8.1984; I. Cornelissen, De GPOe op de Overtoom (Amsterdam 1989) 137-141, 262-263, 269, 287n, 293n, 295n; Raad voor de Journalistiek 1990/18, ‘Louis A. van Gasteren tegen Het Parool’, zie www.rvdj.nl/1990/18; B. Berger, ‘Gebrek aan werkelijke solidariteit’ in: Trouw, 27.4.1991, 2; B.J. Flim, Omdat hun hart sprak. Geschiedenis van de georganiseerde hulp aan joodse kinderen in Nederland, 1942-1945 (Kampen 1995); NRC Handelsblad, 17.9 en 20.9.1997; Het Parool, 18.9.1997; I. Cornelissen, ‘Greet Carvalho 1905-1997. Een goedmoedig socialiste’ in: Het Parool, 20.9.1997; ‘In Memoriam Greet Carvalho: 16 juni 1905-15 september 1997: ode aan een goed mens: 30 november 1997’ in: Info-map IISG, Amsterdam, Bro 1298/17 fol; H. Verduin, ‘Greet Carvalho’ in: Varagids, 3.1.1998 (ingezonden brief); E. Gans, De kleine verschillen die het leven uitmaken. Een historische studie naar joodse sociaal-democraten en socialistisch-zionisten in Nederland (Amsterdam 1999); C. van Lakerveld, ‘Gestolen, veranderd, vervalst. Vervalsen in Amsterdam in de Tweede Wereldoorlog’ in: A. Strackee-Kater en M. van der Tweel (red.), Van Hoofd en Hart. Henk van der Tweel 1915-1997 (Amsterdam 1999) 211-243; I. Cornelissen, Terug naar Zwolle. Dwarsliggers en ander volk (Amsterdam 2000) 195-196. 

Portret: 

Margaretha Kraassenberg (Greet Carvalho)

Auteur: 
Bart de Cort
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA online, maart 2015