LANGE, Jakob Leendert Adriaan de

Jakob Leendert Adriaan de Lange

(roepnaam: Jaap of Jacobus), redacteur van het Zeeuwse blad De Toekomst van 1896 tot 1916, is geboren te Oostburg op 7 oktober 1869 en overleden te Middelburg op 26 augustus 1940. Hij was de zoon van Pieter de Lange, kleermaker en gemeentebode, en Dina Willemina Loijsen. Op 27 november 1891 trad hij in het huwelijk met Anna Kusse, met wie hij twee dochters en drie zoons kreeg.
Pseudoniem: D'Lange.

Eind 1890 vestigde De Lange zich na een afgebroken onderwijzersstudie als bakkersgezel in Middelburg. In de arbeidersbeweging kwam hij op het eind van 1895, toen hij samen met vier andere knechts bij een broodfabriek ontslagen werd. Hij trad daarna in dienst van de coöperatieve bakkerij De Broederband, een initiatief van J.K. van der Veer om de ontslagenen aan werk te helpen. In de Middelburgse arbeidersbeweging trad De Lange naar voren, eerst als voorzitter van de afdeling van de Nederlandsche Bakkersgezellenbond (1896), later als secretaris van de afdeling van de Socialistenbond (1897-1898). In november 1898 werd deze omgezet in een zelfstandige vrije socialistenvereniging, Ni Dieu Ni Maître geheten, waarin hij meermalen functies vervulde.

In 1896 begon zijn medewerking aan De Toekomst, het weekblad dat Van der Veer redigeerde. De Lange verzorgde aanvankelijk de lokale nieuwsgaring. Eind 1898 werd hij eindredacteur tot hij met ingang van 3 mei 1902 in een driemanschap met P.M. Wink en J.J. Hof de feitelijke redacteur van het blad werd. Hij was geen theoreticus. In zijn hart was hij individualistisch anarchist en in de praktijk volgde hij F. Domela Nieuwenhuis. Hij had een vlotte schrijfstijl in de trant van A. van Emmenes. De oplaag van De Toekomst wist hij boven de tweeduizend te brengen door de medewerking van Chr. Cornelissen (via Wink) en door roddelpraat, op grond waarvan gezagdragende personen werden 'bekend gemaakt'. Het blad verving aldus de in Zeeland zwak ontwikkelde vakbeweging. Licht ontvlambaar nam De Lange zelden een blad voor de mond en hij gaf, stijfkop die hij was, een zaak niet zomaar op. Hij was welbespraakt, ook in dialect, en had in arbeiderskringen door zijn argumenten en wijze van optreden doorgaans het publiek snel op zijn hand. Hij streed tegen Kapitaal en Kerk, maar het meest tegen Klassejustitie. Hij ageerde veel voor de invrijheidstelling van de gebroeders Hogerhuis. Landelijk bekend werd hij door zijn optreden in een Zeeuwse tegenhanger van deze zaak: het proces tegen H. Buijsse en P. Neijssen (1902-1903). De propaganda in Zeeland voor het vrije socialisme rustte grotendeels op zijn schouders. De zwakke organisatie van de vrijsocialistische beweging verzwaarde die taak nog. De Lange deelde echter (tegenover zijn collega Wink) Domela Nieuwenhuis' reserves om de oude Socialistenbond te doen herleven, maar de ervaring stemde hem niet tegen alle organisatie. Hij billijkte die ter bevordering van de propaganda. Daarom richtte hij tegen de zin van Domela Nieuwenhuis in september 1902 een Federatie van Zuidelijke Groepen op, bestaande uit de verenigingen die De Toekomst uitgaven en een enkele Brabantse vereniging. In 1905 ging deze federatie op in de Landelijke Federatie van Vrijheidlievende Communisten, waar Middelburg al snel weer uitstapte omdat deze federatie te zeer tegen Domela Nieuwenhuis gekant was. Versterking van de propaganda was te meer nodig naarmate de SDAP vooruitging. De Lange bestreed de sociaal-democratie met argumenten, scheldwoorden en soms ook met vuisten. De opkomst van de SDAP in Zeeland, vooral in Vlissingen, werd door zijn optreden vertraagd. Zijn verwikkelingen met de SDAP-ers en hun reactie op hem dwongen hem ontslag te nemen bij de coöperatie. In november 1908 begon hij een handel in melk, aardappelen, groenten en kippevoer ('naar de kwaliteit concurrentie onmogelijk') en verklaarde de SDAP-ers de oorlog. In 1909 ging hij zelfs tegen hen stemmen, wat door de vrije socialisten algemeen werd afgekeurd. Zijn nieuwe werkkring klonk door in de krant. De 'chronique scandaleuse', die onrecht moest bestrijden, werd soms gebruikt voor de persoonlijke belangen van de koopman De Lange. Langzaam maar zeker werd de kloof tussen de theorieën die hij verkondigde en zijn persoonlijk leven groter. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog deed hem echter opveren. Hij stemde in met het consequente antimilitarisme van Domela Nieuwenhuis, maar zag zich de handen gebonden doordat Zeeland in staat van beleg verkeerde.

Ook na 1906 was De Lange blijven ijveren voor vaster Organisatie van de anarchisten. Meer en meer weet hij aan het ontbreken daarvan de achteruitgang van de anarchistische beweging. Zijn aanvaringen met Domela Nieuwenhuis en G. Rijnders namen toe. In 1913 kwam het tot een scherpe discussie, waarin bleek dat De Lange niet alleen stond. Toch duurde het tot december 1915 voordat zijn ijveren bekroond werd met de oprichting van de Landelijke Federatie van Revolutionaire Socialisten in Nederland. De Toekomst werd haar orgaan, De Lange bleef redacteur. Maar reeds op 2 mei 1916 kwam hieraan een einde. Hij was met hulp van burgemeester P. Dumon Tak, wiens rechterhand hij was bij het strakke prijzenbeleid in Middelburg, directeur geworden van een melkfabriek. Na zijn aftreden verdween De Lange uit de beweging. Een enkele maal schreef hij nog, onder pseudoniem, een artikel in De Vrije Socialist. Er kwamen berichten, ook in De Toekomst, dat hij lang liet werken voor weinig loon. De Lange was briesend toen zijn blad zo met hem brak. Hij bleef, volgens een zoon, zijn oude beginselen trouw, maar daar zijn geen blijken van. Halverwege de jaren twintig moest hij zijn melkfabriekje opgeven. Hij begon een kaaswinkel, die hij dreef tot hij in 1940 na een hartaanval overleed.

Publicaties: 

Onschuldig veroordeeld. Buijsse van Biervliet Neijssen van IJzendijke (Middelburg 1902); 'De Veldarbeiders in Zeeuws-Vlaanderen' in: Het Volksdagblad 4., 11., 23. en 30.12.1907; 'Een drama te Koewacht in Zeeland', 18 afleveringen in: Het Volksdagblad, 2.6.1908-24.7.1908; Onschuldig veroordeeld! Een slachtoffer van een monsterverbond tussen justitia en kerk (Middelburg 1908).

Literatuur: 

B. Altena, 'Een broeinest der anarchie' Arbeiders, arbeidersbeweging en maatschappelijke ontwikkeling. Vlissingen 1875-1929 (1940) (Amsterdam 1989)

Portret: 

J.L.A. de Lange, tweede van links zittend, particulier bezit

Auteur: 
Bert Altena
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 3 (1988), p. 112-114
Laatst gewijzigd: 

24-06-2002