LANGERAAD, Krijn Adriaan van

Krijn Adriaan van Langeraad

medewerker van De Nieuwe Tijd en redacteur van De Communistische Gids en Plattelandstribune, is geboren te Zierikzee op 11 oktober 1865 en overleden te Den Haag op 9 januari 1943. Hij was de zoon van Krijn Adriaan van Langeraad, landbouwer, en Neeltje Zegerina Doeleman, Op 7 juni 1893 trad hij in het huwelijk met Anthonetta Goemans, met wie hij twee zoons kreeg.
Pseudoniemen: Opmerker, K. van Schouwen.

Van Langeraads jeugdjaren werden bepaald door de agrarische omgeving en de leefwereld van de welgestelde protestants-christelijke Zeeuwse boerenstand. Toch zou hij in tegenstelling tot zijn broers en zusters niet zelf een agrarisch beroep kiezen en al als jongeman breken met het Nederlands hervormde geloof van zijn ouders. Rond 1869 was het gezin van Zierikzee naar Dreischor verhuisd, een van de eerste plaatsen in Zeeland waar de ideeën van Multatuli en F. Domela Nieuwenhuis een voedingsbodem vonden. Van Langeraad was de enige van acht kinderen die zou doorleren. In Zierikzee bezocht hij de Hoogere Burger School en behaalde in 1885 het einddiploma B. Hij keerde naar het ouderlijk huis terug. Vanaf november 1886 werkte hij in Barneveld als surnumerair bij de posterijen. Drie jaar later vestigde hij zich te Goes als commies bij de posterijen, een positie die hij de rest van zijn werkzame leven behield. Met vrouw en eerste zoon verhuisde hij in augustus 1895 naar Maastricht, waar een tweede, doofstomme zoon geboren werd die een zwaar beslag op het gezin zou leggen. Van Langeraad, die nog in Goes socialist en waarschijnlijk lid van de pas opgerichte SDAP werd, stelde zijn verdere leven in dienst van het socialisme en paste zijn marxistische maatschappij visie vooral toe op de veranderende positie van de landbouw. In 1896 hielp hij Franc van der Goes bij het opbouwen van een kring vaste medewerkers voor het nieuwe sociaal-democratische maandblad De Nieuwe Tijd. In de volgende jaren trachtte Van Langeraad, die enige tijd secretaris was van de afdeling Maastricht van de SDAP, vergeefs socialistische bastions te vestigen in de omgeving van de stad. Hij was actief rond de gemeenteraadsverkiezingen van zomer 1899 en publiceerde in het SDAP-verkiezingsorgaan De Rat. Hij begon studie te maken van de werken van K. Marx, Fr. Engels, K. Kautsky en andere theoretici van het socialisme en verwerkte de opgedane kennis voor het eerst in 1899, toen hij in De Sociaaldemokraat een felle aanval deed op de door P.J. Troelstra geformuleerde landbouwparagraaf van het verkiezingsprogram van de SDAP. Hij zag Troelstra's standpunt als het aanwakkeren van bezitsdrang en het wekken van valse illusies bij kleine boeren en pachters en riep de partij op zich te richten op de stedelijke en landelijke proletariërs. In 1905 onderbouwde hij dit standpunt theoretisch in De Nieuwe Tijd als reactie op het rapport van de door de partij ingestelde agrarische commissie. Van belang voor Van Langeraads involvering in het zich vormende marxistische kamp was zijn verhuizing van Amsterdam, waar hij in december 1900 was gaan wonen, naar Leiden in december 1902. Daar trof hij een partijafdeling die onder leiding van A. Pannekoek een radicaal-marxistisch standpunt innam en van meet af aan de officiële partijkoers bestreed. Ook latere communisten als Willem de Graaff, bollenkweker en goed op de hoogte van de agrarische klassenverhoudingen, de neerlandicus J.A.N. Knuttel en de predikant M.C. van Wijhe maakten deel uit van de afdeling, waarvan Van Langeraad in januari 1903 secretaris en later in het jaar penningmeester werd. In deze periode liet hij zich zeer kritisch uit over het optreden van Troelstra en keerde zich tegen de kiemen van revisionisme die hij in de partij meende te ontwaren. Vanuit Leiden was hij betrokken bij de oprichting in oktober 1907 van De Tribune, het weekblad van de uiterste linkervleugel van de partij.

Aanvang 1908 verhuisde Van Langeraad naar Rotterdam, waar hij lid werd van afdeling III, de meest linkse afdeling van de SDAP ter plaatse. Gedurende korte tijd was hij secretaris van het bestuur van de Federatie Rotterdam. Na het schisma van Deventer ontwikkelde hij zich tot de meest vertrouwde strijdmakker van SDP-voorman Willem van Ravesteyn. In 1909 verklaarde hij zich solidair met de geroyeerde Tribune-redacteuren en werd lid van de Sociaal-Democratische Partij (SDP). Van Langeraad publiceerde frekwent artikelen in De Tribune, behalve over landbouw, over stakingsacties in Antwerpen waar hij uit hoofde van zijn beroep tot de Eerste Wereldoorlog regelmatig vertoefde. In het begin van de oorlog leverde hij heftige kritiek op de houding van de Duitse sociaal-democratie, die mede gebaseerd was op informatie uit de vele buitenlandse socialistische bladen waarop hij was geabonneerd. Zijn kennis van het buitenlandse socialisme bezorgde hem in 1916 de rubriek 'Overzicht der Tijdschriften' in De Nieuwe Tijd, die hij onder het pseudoniem Opmerker tot de opheffing van het blad in 1921 bleef verzorgen. Daarnaast publiceerde hij over onder meer de door D.B. Rjazanov verzorgde geschriften van Marx en Engels en het probleem van de grondrente. Van Langeraad begroette de Russische Revolutie van oktober 1917 met groot enthousiasme en wilde van enige kritiek op de jonge Sovjet-staat niet weten. Met G. Sterringa en J.W. Kruyt vormde hij de redactie van het weekblad Plattelandstribune, dat de Russische Revolutie onder landarbeiders propageerde. Toen het tot een breuk kwam tussen H. Gorter en Pannekoek enerzijds en D. Wijnkoop en Van Ravesteyn anderzijds, met als twistpunten de onpartijdige 'Internationalistische' houding van eerstgenoemden tegenover de oorlogvoerende naties en hun aanzwellende kritiek op de jonge Sovjet-staat, koos Van Langeraad zonder aarzelen voor het standpunt van Wijnkoop en Van Ravesteyn en stimuleerde het duo zelfs een breuk te forceren. Kritisch stond hij evenwel tegenover de opheffing van De Nieuwe Tijd, die het gevolg van de breuk werd. Ervoor in de plaats kwam De Communistische Gids, het theoretisch maandblad van de in november 1918 tot Communistische Partij in Nederland (CPN) herbenoemde SDP. Van Langeraad werd redactiesecretaris en schreef er in over het agrarisch vraagstuk. Einde 1925 beëindigde de leiding van de CPN de relatie met het blad mede als uitvloeisel van een hevige partijstrijd die in mei 1926 uitmondde in een royement van Wijnkoop en Van Ravesteyn. Van Langeraad bleef aan de zijde van zijn oude strijdmakkers. Hij trad toe tot de door hen opgerichte Communistische Partij Holland-Centraal Comité (CPH-CC) en schreef regelmatig in het in juli 1926 opgerichte weekblad De Communistische Gids van de CPH-CC dat als de voortzetting van het gelijknamige CPN-blad werd gepresenteerd. In juni 1927 volgde hij Van Ravesteyn op als redacteur onder het pseudoniem K. van Schouwen. Van Langeraad steunde het herstel van de communistische eenheid in juni 1930 van ganser harte en voegde zich met Wijnkoop bij de herenigde CPN. In april 1924 was hij van Rotterdam naar Den Haag verhuisd. Het kwam tot een regelmatige briefwisseling met Van Ravesteyn, waarin zij op fraaie wijze de partijstrijd in de CPN becommentarieerden. Toen Van Ravesteyn zich vanaf september 1926 van het marxisme begon te verwijderen, concentreerden de brieven zich op het wetenschappelijk en historisch belang van marxisme en communisme. In mei 1930, toen Van Ravesteyn allang gebroken had met het communisme, kwam een einde aan de briefwisseling én de langdurige vriendschap.

Op verzoek van Rjazanov, directeur van het Marx-Engels Archief te Moskou, begon Van Langeraad rond 1926 met het verzamelen van informatie om een betrouwbare stamboom te kunnen maken van het geslacht Marx. Hij nam daarvoor contact op met de over de gehele wereld verspreide nakomelingen en verwanten van Marx en zond het Marx-Engels Archief regelmatig zijn bevindingen. Tegen het eind van zijn leven zette hij, gekweld door een zwakke gezondheid, zijn levensfilosofie op papier met beschouwingen over G.W.F. Hegel, I. Kant, het historisch materialisme, de moderne fysica, de dood en dergelijke. Deze beschouwingen en enkele bewaard gebleven brieven tonen Van Langeraads ongebroken vertrouwen in de Sovjet-Unie en de komst van een socialistische wereldorde.

Archief: 

Archief K.A. van Langeraad in IISG (Amsterdam; vgl. Campfens2, 293).

Publicaties: 

Het Platteland en de sociaal-demokratie' in: De Nieuwe Tijd, 1905, 308-317; 'Verzamelde geschriften van Karl Marx en Friedrich Engels van 1852-1862' in: De Nieuwe Tijd, 1916, 314-324 (onder pseudoniem Opmerker); 'Pseudo-Marxisme' in: De Nieuwe Tijd, 1919, 603-609 (onder pseudoniem Opmerker); 'Beschouwingen over grondrente' in: De Nieuwe Tijd, 1920, 67-77, 169-179, 541-551, 684-694 (onder pseudoniem Opmerker); 'Een Rapport over de Ekonomische Vooruitzichten van den Land- en Tuinbouw' in: De Communistische Gids, 1922, 28-40 (onder pseudoniem Opmerker); 'Een 25-jarig jubileum' in: De Communistische Gids, 1922, 351-359 (over H. Roland Holst die in 1897 tot de SDAP toetrad) (onder pseudoniem Opmerker); 'Crisis in de Wereldpolitiek' in: De Communistische Gids, 1922, 634-640 (onder pseudoniem Opmerker); 'Wetenschappelijke grondslagen van het Marxisme' in: De Communistische Gids, 1923, 146-158, 204-222 (onder pseudoniem Opmerker); 'De landbouwtentoonstelling te Moskou' in: De Communistische Gids, 1923, 590-596 (onder pseudoniem Opmerker); 'Het grondgebruik in Nederland' in: De Communistische Gids, 1923, 646-663; 'Een berouwvol zondaar. Kanttekeningen' in: De Communistische Gids, 1925, 568-569 (onder pseudoniem Opmerker) (betreft G. Mannoury); 'De nederlaag van het schijnradicalisme der IIIe Internationale. De protestactie tegen de oorlog' in: De Nieuwe Weg, 1929, 239-245 (onder pseudoniem Opmerker); 'Bij de fusie tegen OSP en RSP. Wat heeft ons tot nu toe gescheiden, wat vereenigt ons?' in: De Nieuwe Weg, 1933, 295-299 (onder pseudoniem Opmerker).

Literatuur: 

W. van Ravesteyn, De roman van mijn leven (ongepubliceerd, in Gemeente Archief Rotterdam); A. Pannekoek, Herinneringen (Amsterdam 1982); H. Buiting, Richtingen- en partijstrijd in de SDAP (Amsterdam 1989); G. Voerman, De meridiaan van Moskou. De CPN en de Communistische Internationale (1919-1930) (Amsterdam 2001).

Portret: 

K.A. van Langeraad, particulier bezit

Auteur: 
Henny Buiting
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 5 (1992), p. 179-182
Laatst gewijzigd: 

25-09-2002