LEGUIT, Paulus

Paulus Leguit

(roepnaam: Paul), eerste socialist in een Zaanse gemeenteraad, is geboren te Zaandijk op 8 oktober 1856 en overleden te Koog aan de Zaan op 24 november 1937. Hij was de zoon van Cornelis Leguit, timmermansknecht in de molenbouw, en Dieuwertje de Jong. Op 15 juni 1887 trad hij in het huwelijk met Marijtje Woud, met wie hij vier dochters kreeg.

Leguit verhuisde op tienjarige leeftijd van Zaandijk naar Koog aan de Zaan. Omdat zijn vader eigenlijk te weinig verdiende om de familie goed te kunnen onderhouden, werd Leguit na de lagere school smidsknecht. Uiteindelijk kon hij een eigen smederij openen. Deze stond goed bekend bij de lokale fabrikanten, waardoor hij meermalen flinke opdrachten kreeg. Deze namen echter af toen duidelijk werd dat hij socialist geworden was. Hij las boeken van Multatuli en bezocht ook diens lezingen in de Zaanstreek. Hun eerste in 1891 geboren dochter (Fancy) noemden de Leguits naar een figuur uit Multatuli's Minnebrieven. Leguit die van huis uit Nederlands hervormd was, zwoer zelf zijn geloof af. Zijn vrouw bleef doopsgezind maar binnen het gezin speelde dit geen rol. De dochters stonden aanvankelijk ook bij de doopsgezinden ingeschreven maar zijn nooit gelovig geweest. Leguits anti-kerkelijkheid was de reden dat hij, hoewel meermalen gevraagd, geen lid werd van de vrijmetselarij. In 1883 sloot Leguit zich samen met zijn broer aan bij de afdeling Zaanstreek van de Sociaal Democratische Bond (SDB). Hij werd plaatselijk propagandist en beheerder van het SDB-gebouw in Koog. Als redacteur van Het Volksblad dat de SDB in de Zaanstreek uitgaf en als medewerker van Recht voor Allen had hij een scherpe maar zakelijke pen. Van Het Volksblad was hij redacteur vanaf de oprichting in 1889 tot 1891. Hoewel hij bij het blad betrokken bleef - in 1897 werd hij nog als inleveradres voor ingezonden artikelen genoemd - ontstond een verwijdering met de anderen. Leguit was overtuigd dat veel via het parlement kon worden bereikt, terwijl de SDB zich steeds meer in anti-parlementaire zin uitsprak. Hij verliet de SDB in 1891.

Intussen was Leguit, toen in 1888 stemmen waren opgegaan om in Koog een vrijzinnig-liberale kiesvereniging op te richten, een van de oprichters geweest van de Vrije Kiesvereeniging en in maart stond hij kandidaat voor de Koogse gemeenteraad. Hij kreeg maar twee van de 159 uitgebrachte stemmen. Ook bij de verkiezingen voorjaar 1890 viel de uitslag tegen met 32 van de 142 stemmen. Maar in augustus 1891, toen geen van de kandidaten een meerderheid kreeg, werden Leguit en Jan Dekker Azn. bij de herstemming namens de Vrije Kiesvereeniging in de raad gekozen. De vijf overige raadsleden bleven bij hun installatie demonstratief weg en traden af. Na een felle verkiezingsstrijd bleek dat het merendeel van de stemgerechtigden - vooral middenstanders - nog steeds achter de fabrikanten stonden. De vijf werden met overweldigende meerderheid herkozen. Hiermee was de toon voor de volgende jaren gezet. Leguit en Dekker voerden felle oppositie, maar konden weinig beginnen omdat de overige raadsleden als blok opereerden. Leguit maakte zich vooral sterk voor verhoging van de onderwijzerslonen. Hij zag goed onderwijs als de beste manier om arbeiders op een hoger niveau te brengen en werd in 1900 bestuurslid van het Zaansch Onderwijs Comité. In de Koger raad moesten Dekker en Leguit niet alleen tegen de vijf andere raadsleden opboksen, maar ook tegen burgemeester F.Th. Roeters van Lennep. In april 1896 kwam het tot een openlijk conflict. Dekker en Leguit traden af, maar werden herkozen en Roeters van Lennep kreeg een maand verlof. In juli 1897 ontstond voor de burgemeester een onwerkbare situatie toen vier van de zeven raadsleden namens de Vrije Kiesvereeniging zitting hadden en Dekker en Leguit wethouder werden. Binnen korte tijd ontvingen de plaatselijke onderwijzers een hoger loon. De wijzigingen konden echter niet al te groot zijn, omdat de nieuwe wethouders binnen de begroting wilden blijven. De burgemeester zocht intussen naar een andere betrekking, die hij in 1898 na weer een maand verlof vond. Gemeentesecretaris O.E. Cleveringa werd zijn opvolger. Uitbreiding van het stemrecht betekende verlies voor progressief Koog. De Vrije Kiesvereeniging moest in 1897 wegens te weinig animo worden opgeheven. In 1901 werden wel weer vier progressieve kandidaten gekozen maar de oppositie kreeg zeven raadsleden. Dekker en Leguit moesten hun wethouderspost opgeven. Zij voerden twee jaar oppositie en traden in 1903 terug. Bij de oprichting van de afdeling Koog-Zaandijk in 1900 was Leguit lid geworden van de SDAP. Deze stelde hem in 1903, het jaar van de spoorwegstakingen, kandidaat voor de gemeenteraad, maar hij werd niet gekozen. Ook de vrije socialisten hadden zich tegen hem gekeerd. Leguit was de enige Zaanse SDB-voorman die de overstap naar de SDAP had gemaakt. In 1906 kwam hij als eerste SDAP-er terug in de raad. Twee jaar was hij de belangrijkste opposant binnen de raad. Het oppositie-voeren viel hem als gevolg van vroeg optredende ouderdomsverschijnselen steeds zwaarder. Vanaf zomer 1908 kwam hij niet meer in de raad en in 1909 nam een ander zijn plaats in. Hoewel hij politiek geïnteresseerd bleef en met J.E.W. Duijs contacten onderhield, trok hij zich geheel uit de politiek terug. Ondanks zijn gezondheidsproblemen bereikte hij de 81-jarige leeftijd.

Literatuur: 

Bymholt, Geschiedenis, 317, 352, 471, 490; Vliegen, Dageraad I, 366, II, 105, Kracht II, 243; D. Schilp, Dromen van de revolutie (Amsterdam 1967) 42; J.J. 't Hoen, Op naar het licht. De Zaanstreek in de periode van de opkomst der arbeidersbeweging 1882-1909 (Wormerveer 1968) 191-194.

Portret: 

P. Leguit, Gemeentearchief Zaanstad

Auteur: 
Ger Jan Onrust
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 5 (1992), p. 186-188
Laatst gewijzigd: 

00-00-1992