LOKERSE, Neeltje

Neeltje Lokerse

ijveraarster voor de rechten van ongehuwde moeders en dienstboden, is geboren te Yerseke op 28 augustus 1868 en overleden te Voorburg op 17 februari 1954. Zij was de dochter van Jan Lokerse, agrariër en koopman, en Neeltje Louisse, dienstbode. In 1901 kreeg zij een zoon. Op t december 1916 trad zij in het huwelijk met Willem van Strien, rustend agrariër. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Lokerse stamde uit een arm orthodox-protestants boerengezin. Een broertje en een zusje overleden toen zij vier jaar was, haar vader stierf toen zij acht was. Twee jaar later hertrouwde haar moeder. In haar jeugd ontwikkelde de oesterteelt te Yerseke zich explosief. Dit had onder meer tot gevolg dat de bevolking zich in 25 jaar vervijfvoudigde en dat er zeer veel geld in omloop kwam. Deze ontwikkeling ging gepaard met toenemende onzedelijkheid, drankmisbruik en prostitutie. Aan de andere kant verdiepte het godsdienstige leven zich ook, hetgeen grote indruk maakte op het gezin Lokerse. Toen Lokerse van de lagere school kwam, werd zij dienstbode, eerst in Zeeland, na haar twintigste in Amsterdam en later in Den Haag. Een van haar Haagse werkgevers, een jongere niet-gehuwde man, S.J. Burghout, verwekte een kind bij haar maar wenste haar niet te trouwen. In 1901, toen haar zoon geboren werd, bestond nog niet de mogelijkheid de verwekker in rechte aan te spreken. Onderzoek naar het vaderschap was bij wet verboden. Uit verontwaardiging over het onrecht en leed dat zij hierdoor ondervond, schoot Lokerse in 1902 in zijn bijzijn op zijn werkplek een revolver af, niet om hem te doden maar om de aandacht te vestigen op hetgeen haar en vele andere vrouwen was aangedaan. Die aandacht kreeg zij ook: zij werd gearresteerd, kreeg een rechtszaak en haalde de landelijke pers. Nadat zij was vrijgesproken en vrijgelaten, ging zij lezingen houden. De teksten daarvan gaf zij in eigen beheer als brochures uit. In 1914 publiceerde zij ook een dikke roman met als hoofdpersoon Bertha van Doorn, een dienstmeisje dat net als zijzelf door een 'heer' in de steek gelaten was.

Behalve voor ongehuwde moeders kwam Lokerse op voor dienstboden. Zij bepleitte een humanere behandeling en afschaffing van de verhuurkantoren. Daar veel ongehuwde moeders dienstbode waren en na de geboorte van hun kind vaak in de prostitutie terecht kwamen, sprak zij zich ook over dat onderwerp uit. Lokerse sloot zich bij geen enkele bestaande stroming of beweging aan en zette zich zelfs af tegen stromingen of bewegingen die zich op hetzelfde gebied bewogen als zij, zoals de Nederlandsche Middernachtzendings Vereeniging, de Vereeniging ter Behartiging van de Belangen der Jonge Meisjes en de Nederlandsche Vereeniging tegen de Prostitutie. Zij kwam er pas laat achter dat het parlement sinds ca. 1890 bezig was met een debat over wat in 1909 de Wet-Loeff zou worden. Met deze wet, die het onderzoek naar het vaderschap weer toestond, was zij het ten slotte ook niet eens. Alimentatie was niet wat een ongehuwde moeder nodig had, maar een huwelijk, ook als dat misschien niet gelukkig was. Omtrent de prostitutie had zij eveneens opmerkelijke opvattingen. Anders dan haar tijdgenoten wilde zij de prostitutie niet reglementeren of afschaffen. Zij vond dat bordelen open moesten blijven, zodat de 'heren' de dienstboden niet zouden verleiden. Als spreekster en schrijfster ondervond Lokerse veel weerstand, maar dat kon haar er niet toe bewegen haar solisme op te geven. Bovendien waren er ook mensen die haar acties, ook financieel, steunden. Na haar huwelijk in 1916 bleef zij door het hele land lezingen houden ook nadat haar echtgenoot in 1929 was overleden. Lokerse was een strijdbare en tegendraadse vrouw, die openlijk tegen het christelijke farizeïsme van de samenleving in haar tijd vocht. Hoewel niet geëmancipeerd gold zij toch als voorvechtster van de rechten van vrouwen. Haar tijdgenoten zullen moeite gehad hebben met het lezen van haar geschriften. Haar denken was tamelijk chaotisch en haar taal en stijl waren ongenietbaar. Toch maakte zij met haar lezingen indruk, omdat zij uit eigen ervaring sprak en dus wist waarover zij het had. Het grootste deel van haar leven woonde zij in Den Haag en Scheveningen, waar zij een bekende verschijning was in haar consequent gedragen Zuid-Bevelandse dracht. Haar zoon, die zij tot haar spijt niet zelf kon opvoeden, heeft zijn hele leven geleden onder het feit dat hij een onwettig kind was, bovendien van een bekende moeder. Hij bleef haar echter trouw toen zij oud en ziek werd. In de Leidse nieuwbouwwijk Stevenshof is in 1988 een pad naar haar genoemd.

Publicaties: 

Open brief door een Zeeuwsch meisje naar aanleiding van de circulaire van het Genootschap 'Intercessie', Perponcherstraat 32 te 's Gravenhage, aan de Commissie en aan Neerlands' Dames (z.pl. ca. 1900); Gij zult niet doodslaan. Lezing van Neeltje Lokerse: 'Onderzoek naar het Vaderschap', met een antwoord van Mevr. Drucker, van 3 mei (z.pI. z.j.); Onderzoek naar het vaderschap in verband met onze Krankzinnigengestichten, Gevangenissen, Huizen van Ontucht. Lezing Neeltje Lokerse (z.pl. z.j.); Open brief naar aanleiding van het sluiten der bordeelen, aan het gemeentebestuur van Rotterdam en aan den WelEd. ZeerGel. Heer Dr. W. B. van Staveren (z.pl. ca. 1919); Nieuwe Zedewetten. Rede door Mej. Neeltje Lokerse. Onze Regeering, christelijke en fatsoenlijke Maatschappij ter overweging aangeboden (z.pl. ca. 1913); Bertha van Doorn. Een boek van strijd en leed. Een ware geschiedenis ('s Gravenhage 1914); Open brief aan de Zeer Eerwaarde Heeren van het bestuur van het Gemeente Ziekenhuis te Apeldoorn, en, een laatste afscheid aan mijn man, den heer W. van Strien, waar het ziekenhuis mij niet voor in de gelegenheid stelde (z.pI. ca. 1930).

Literatuur: 

W.C.S. van Benthem Jutting, 'Neeltje Lokerse, een bijzondere Zeeuwse "feministe" ' in: Bulletin van de Werkgroep Historie en Archeologie onder auspiciën van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, nr. 19, 1973, 4-6; Televisiedocumentaire NOS, Van Gewest tot Gewest, 16.12.1987; J.C.B. Spits, Neeltje Lokerse. Van Zeeuwse dienstbode tot strijdbaar activiste (1868-1954) (doctoraalscriptie Leiden 1988, verschenen in Scriptiereeks van de Commissie Regionale Geschiedbeoefening in Zeeland, nr. 4, september 1988).

Portret: 

N. Lokerse, tekening door Laurent Verwey in: Eigen Haard, jrg. 37, 1911

Auteur: 
W.C.S. van Benthem Jutting, J.C.B. Spits
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 4 (1990), p. 131-133
Laatst gewijzigd: 

00-00-1990