LUREMANS, Cornelis Johannes

Cornelis Johannes Luremans

(roepnaam: Kees), voorman van de Arnhemse socialistische beweging en bestuurder van de Bond van Nederlandsche Gemeentewerklieden, is geboren te Nijmegen op 3 augustus 1866 en overleden te Arnhem op 19 december 1936. Hij was de zoon van Hendrikus Hermannus Luremans (ook gespeld: Luurmans), postbode en sigarensorteerder, en Aaltje Klok, dienstbode. Op 11 augustus 1886 trad hij in het huwelijk met Catharina Wapperom, met wie hij vijf dochters en drie zoons kreeg.

Luremans' protestantse moeder stierf toen hij zeven jaar oud was. Zijn vader hertrouwde en de zoon groeide op in een streng katholiek milieu. Tot zijn tiende jaar bezocht Luremans de lagere school. Later vertelde hij daar weinig geleerd te hebben, behalve boodschappen doen en de kachel aanmaken. Hij werd huisschilder en trouwde op zijn twintigste. Zijn echtgenote was bevriend met de vrouw van de voorzitter van de Arnhemse afdeling van de Nederlandsche Bond voor Algemeen Kies- en Stemrecht, waarvan Luremans op zijn trouwdag lid werd. Hij brak met de kerk en hoorde eind jaren tachtig tot de kleine kern van Arnhemse socialisten. Zij organiseerden cursusavonden in een café en colporteerden met Recht voor Allen. Om ontslagen te voorkomen deden de Arnhemmers dit op zaterdagavond in Nijmegen en de Nijmegenaren in Arnhem. In 1890 richtten de Arnhemmers een afdeling van de Sociaal-Democratische Bond (SDB) op - een eerdere poging in de jaren 1886-1887 was gestrand - en trokken A. van Emmenes aan als propagandist. Begin 1891 vestigde deze zich in het gebouw Voorwaarts. Het succes van de SDB in Arnhem nam hierdoor aanmerkelijk toe, vooral toen het weekblad Voorwaarts in 1892 verscheen met Van Emmenes als redacteur en Luremans als voorzitter van de naamloze vennootschap, waarin het blad was ondergebracht.

Samen met Johan Visscher had Luremans in 1890 de socialistische Jongelingsvereeniging De Roode Garde opgericht. Met brochures en oude exemplaren van Voorwaarts trokken zij dagen achter elkaar door de provincie, wat kon omdat Visscher nog scholier was en Luremans geen werk meer had. Zijn katholieke baas had Luremans op last van de geestelijkheid moeten ontslaan tenzij hij op schrift kon bewijzen geen lid meer te zijn van de SDB. Dit bewijs werd door het bestuur van de afdeling afgegeven, maar verloor zijn waarde toen Luremans kaartjes verkocht voor een bijeenkomst met F. Domela Nieuwenhuis. Omdat zij op hun tochten vaak niet in zalen mochten spreken, organiseerden de socialisten 'wandeltochten met een praatje', waarbij zij al lopende propaganda maakten. In 1892 eindigde een dergelijke wandeltocht in de beruchte 'hakpartij aan de Velperpoort'. In gevecht met de politie om het afdelingsvaandel liep Luremans rake klappen op. Intussen bleef hij jarenlang zonder vaste betrekking. De armoede was soms zo groot dat hij niet voor de door hem opgerichte Schildersgezellenvereeniging Vrijheid kon spreken, omdat zijn kleren bij de lommerd hingen. Hij ontving financiële steun van de Arnhemse rechter C.W.A. van Haersolte, die als kiesrechtijveraar en aanhanger van de Friesche Volkspartij de bijnaam 'rode baron' had verworven. Deze hielp Luremans uiteindelijk aan een betrekking bij de gemeente. Daar zette Luremans zijn collega's ertoe aan zich te organiseren. Vanaf 1898 nam de organisatiegraad onder de verschillende beroepen toe en in 1900 lukte het de uiteenlopende bondjes te verenigen in een Federatie van Gemeentewerklieden, waarvan Luremans secretaris werd. In 1901 zetten zij de Federatie om in de Arnhemsche Bond van Gemeentewerklieden, die zich aansloot bij de in hetzelfde jaar gevormde landelijke Bond van Nederlandsche Gemeentewerklieden. Luremans maakte deel uit van het hoofdbestuur van deze bond, die veel verwachtte van het algemeen kiesrecht. Omdat de overheid werkgever was, zou men door invloed in de gemeenteraad te verwerven de arbeidsvoorwaarden van de gemeentewerklieden kunnen verbeteren.

Onder invloed van Van Emmenes was de Arnhemse SDB geradicaliseerd. Na een scheuring, waarbij enige socialisten een parlementair gezinde Onafhankelijke Sociaal-Democratische Vereeniging oprichtten, bleef Luremans lid van de SDB (later Socialistenbond) maar was daarin niet meer actief sinds hij zijn werkzaamheden naar de vakbeweging had verlegd. Hij bekeerde zich tot het parlementarisme en trad in 1899 toe tot de Arnhemse Arbeiderskiesvereeniging en van daaruit tot de SDAP. Hij was jarenlang een drijvende kracht in het door de SDAP opgerichte Nederlandsch Comité voor Algemeen Kiesrecht. Hij bracht het als SDAP kandidaat voor de Arnhemse gemeenteraad in 1905 en 1907 tot herstemming, maar werd niet gekozen. Binnen de Bond van Nederlandsche Gemeentewerklieden bestond onder een minderheid weerstand tegen het meedoen aan politieke acties. In Arnhem hoorde de eerste voorzitter van de bond J.G. van Zelm hiertoe. Samen met Luremans verzorgde hij de redactie en administratie van het in 1902 verschenen bondsblad De Gemeentewerkman. Na de spoorwegstaking van 1903 liep de aanvankelijke samenwerking tussen vrije socialisten en SDAP-aanhangers echter stuk. Van Zelm werd wegens zijn aandeel in de staking door de gemeente ontslagen en verliet de bond in 1906. De bond raakte de meer syndicalistisch gezinden kwijt en sloot zich aan bij het NVV. Luremans voerde tot 1908 de redactie van De Gemeentewerkman en bleef meer dan vijfentwintig jaar hoofdbestuurder van de Bond van Nederlandsche Gemeentewerklieden (vanaf 1921 Nederlandsche Bond van Personeel in Overheidsdienst). Hij was lid van de Raad van Arbeid in Arnhem en vertegenwoordigde op latere leeftijd de SDAP in de Provinciale Staten (vanaf 1927) en de Arnhemse gemeenteraad (van 1929 tot eind 1931). Luremans door L.M. Hermans een zenuwachtig persoon genoemd, die soms heftig kon uitvallen werd op zijn oude dag geëerd als de man, die de opbouw van het socialisme in Arnhem mede gestalte had gegeven. Zijn begrafenis voltrok zich onder grote belangstelling en zijn graf werd met bloemen overladen.

Publicaties: 

Na tien jaar. (Arnhem 1910, bij het tienjarig bestaan van de afdeling Arnhem van de Bond van Nederlandsche Gemeentewerklieden); Het eerste verzet. Geschiedenis der Arnhemse arbeidersbeweging voor 1894 (Nijmegen 1995; fotomechanische herdruk).

Literatuur: 

N. van Hinte, De Nederlandsche Bond van Personeel in Overheidsdienst (Amsterdam 1926); E. van Laar, Hoop op gerechtigheid. De arbeiders en hun organisaties in Arnhem gedurende de tweede helft van de negentiende eeuw (Arnhem 1966).

Portret: 

C.J. Luremans, uit: N. van Hinte, De Nederlandse Bond van Personeel in Overheidsdienst 1901-1926 (z.pl. z.j.)

Auteur: 
Jannes Houkes
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 3 (1988), p. 129-131
Laatst gewijzigd: 

03-07-2002