NUTTERS, Wijtze

Wijtze Nutters

socialistisch arbeidersesperantist en bureauredacteur van De Tribune, is geboren te Leeuwarden op 24 augustus 1872 en overleden te Amsterdam op 6 december 1926. Hij was de zoon van Klaas Fredericus Nutters, behanger, en Johanna Smitz, dienstbode. Op 8 augustus 1901 trad hij in het huwelijk met Johanna Adriana de Jong, met wie hij twee zonen kreeg.
Voornaam ook gespeld als Wytse; foutieve vermeldingen van de voornaam in de Esperanto-literatuur: Wiebe en Wieber.
Pseudoniemen: Centezimala, Esperantist

Nutters groeide op in een instabiel, snel groter wordend gezin, dat in 1881 van Leeuwarden naar Amsterdam verhuisde. Het gezin vestigde zich in de Jordaan, maar verbleef er nooit lang op hetzelfde adres. De vader vulde zijn inkomen aan met niet altijd succesvolle inbraken en diefstal, wat de dertienjarige Nutters mogelijk inspireerde een koperen pijp en twee pakken poetslappen uit een stoomboot te stelen. Hiervoor werd hij veroordeeld, waardoor hij tot zijn achttiende in het Rijksopvoedingsgesticht te Doetinchem verbleef, waar hij werd opgeleid tot letterzetter. Terug in Amsterdam in 1890 ging Nutters zetten voor het Leger des Heils. Daarnaast leerde hij zichzelf Engels, Duits en Frans en probeerde ingang te vinden in de uitgeverswereld. Naast het uitgeven van kleine boekwerkjes nam hij kort voor de eeuwwisseling de taak op zich een encyclopedie te schrijven, om die vervolgens ook zelf te zetten, te drukken en te verkopen. Toen dit onhaalbaar bleek, trad hij in dienst bij uitgeverij Vivat om zijn project te kunnen voltooien. Nutters werkte tien jaar als onderzoeker en schrijver voor het bedrijf, hetgeen hem net in staat stelde zijn gezin te onderhouden.

In deze jaren van armoede werd Nutters lid van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) en, geïnspireerd door het socialisme, stelde hij in 1905 zijn talenknobbel in dienst van een inmiddels bijna twintig jaar oud linguïstiek experiment. Hij leerde Esperanto, ging op zoek naar medesocialisten binnen deze taalgemeenschap en kwam op het spoor van een Haagse boekhouder met eenzelfde zoektocht, de anarchist Jacob Leendert Bruijn, die de wereldhulptaal wekelijks propageerde in Het Volksdagblad. Vastberaden het Nederlandse proletariaat toegankelijk internationalisme aan te bieden richtten beide mannen in 1907 in hun woonplaatsen de eerste Nederlandse verenigingen van arbeidersesperantisten op. Op 1 mei 1911 werden beide verenigingen officieel met elkaar verbonden door oprichting van de Federatie van Arbeiders-Esperantisten (Nederlanda Federacio de Laboristaj Esperantistoj, afgekort FLE), waarvan Nutters de eerste voorzitter werd. Omdat de jonge beweging zich geen versplintering kon permitteren, werd een strikt neutraal standpunt geformuleerd. Niet alleen socialisten, maar arbeiders van elke zuil moesten zich welkom voelen in de bond. In de beginjaren waren vooral Volksdagblad-lezers afkomstig uit de oude beweging lid. Onder leiding van Nutters werd geprobeerd ook bij de sociaaldemocraten terrein te winnen. Nutters verzorgde niet alleen toespraken en cursussen bij afdelingen van het Plaatselijk Arbeids-Secretariaat maar ook bij de sociaaldemocratische bestuurdersbonden. Uitbreiding naar de sociaaldemocratie kreeg vaart toen Nutters in 1912 een peiling in Het Volk mocht plaatsen om de interesse voor een cursus te meten. De overweldigend positieve reacties, waaronder die van Hendrika Troelstra, de zuster van de bekende SDAP-voorman Pieter Jelles, luidden het sociaaldemocratische tijdperk van het Nederlandse arbeidersesperantisme in. Na twee jaar propageren, waarbij Nutters zich een neutraal voorzitter betoonde, werden FLE-afdelingen opgericht in Aalsmeer, Dordrecht, Haarlem, Leiden, Schiedam, Venlo, Zaandam en Zaandijk. 

In 1912 legde Nutters het voorzitterschap van de FLE neer om zich te richten op de redactie en administratie van het eerste, geheel in Esperanto gepubliceerde socialistische tijdschrift, de Internacia Socia Revuo (Internationaal Sociaal Tijdschrift). Het blad bestond reeds vier jaar en telde driehonderd abonnees toen Nutters in 1911 het redacteurschap op zich nam. Het gaf ruimte aan theoretische artikelen over geschiedenis, politiek en levensstijl en had een karakteristieke rubriek die per land de vorderingen van de sociale beweging beschreef. In de drie jaar van Nutters' redactie verdubbelde de oplage ruimschoots. Nutters bood meer ruimte voor discussie met een speciale rubriek als strijdtoneel. Hij mengde zich ook zelf graag in de debatten en toonde zich een fel tegenstander van het anarchisme van de daad. Hij ontleende zijn argumenten aan zijn vertrouwen in de sociaaldemocratie en bijbehorende rechtsstaat. Het blad publiceerde vooral artikelen over socialisme, niet over esperantisme, en probeerde ook aandacht te krijgen van niet-esperantisten. In 1913 deed Nutters een agressieve aanval op Harm Kolthek, de voorman van het Nationaal Arbeids-Secretariaat (NAS), die volgens Nutters de moord op de Oostenrijkse sociaaldemocraat Franz Schuhmeier had goedgekeurd en Nederlandse syndicalisten had opgeroepen de aanslag als voorbeeld te nemen. Kolthek werd spoedig op de hoogte gesteld van deze beschuldiging, waarna het blad diens repliek in het Esperanto publiceerde. Nutters zette ook een project op om samen met de abonnees gevarieerde socialistische literatuur te vertalen en uit te geven. Ondanks zijn politieke voorkeuren wist hij als redacteur neutraal op te treden. Het blad gaf tussen 1912 en 1914 tien socialistische werken uit, waarvoor Nutters een toespraak van Karl Liebknecht, een pamflet van Ferdinand Domela Nieuwenhuis en een deel van De Ellendigen (1862) van Victor Hugo vertaalde, het laatste onder het pseudoniem Centezimala. Toen in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak, hield het blad op te verschijnen.

Nutters werd na het uitbreken van de oorlog aangesteld als redacteur van het in 1909 opnieuw opgerichte Volksdagblad. Bij dezelfde drukkerij aan de Amstel werd het weekblad De Tribune gedrukt, het orgaan van de Sociaal-Democratische Partij, de latere Communistische Partij in Nederland (CPN). Toen de opvolger van het Volksdagblad, Het Volksblad, in april 1916 bezweek, koos men ervoor beide bladen samen te voegen tot het dagblad De Tribune. Het praktische deel van het dagelijkse werk werd in de handen van Nutters gelegd, die als enige wist hoe het blad naast propagandaorgaan ook aan de eisen van een nieuwsblad moest beantwoorden. Nutters fungeerde als enige bureauredacteur. Hij kreeg de lange theoretische artikelen aangeleverd door het partijbestuur, met ook bijdragen van Anton Pannekoek, Henriette Roland Holst en Herman Gorter. Nutters verzorgde alle rubrieken en redigeerde deze, volgens Annie Romein-Verschoor, 'met streng afwijzen van alle berichten over populair vermaak, wedstrijdsport e.d., die hij tot de afleidingsmanoeuvres van het Kapitaal tegenover de strijdende arbeiders rekende'. Tussen 1916 en 1920 verdwenen Nutters' oude sociaaldemocratische ideeën. In 1920 keerde de Internacia Socia Revuo nog gedurende een halfjaar terug. Het eerste nummer werd bijna geheel gevuld met vertalingen van Nutters, die daarin ook Pannekoeks 'Wereld-Krisis' publiceerde, dat daarna, opnieuw vertaald, in vier Engelstalige communistische tijdschriften verscheen. Verder plaatste Nutters een ingekorte versie van Roland Holsts Tribune-artikel 'Het licht der wereld', een artikel van sovjetvoorzitter Vladimir Lenin en volkscommissaris Georgi Tsjitsjerin, een aanbeveling van het bolsjewisme door de Franse voorman Henri Barbusse en een geschiedenis van de Duitse novemberrevolutie. Tenslotte schreef Nutters zelf nog een artikel over de repressieve houding van de Belgische overheid ten opzichte van de revolutionair-socialistische pers. Het nummer toont Nutters' nieuwe trouw aan communisme en Oktoberrevolutie, terwijl hij vóór de oorlog nog over de revolutie als een barbaars en ondemocratisch proces had geschreven. Tijdens de oorlog moest hij al voor zijn nieuwe politieke voorkeur betalen. Na zijn Tribune-artikel 'Weigert de bijbetaling van het gas' werd een maand gevangenisstraf geëist. Ook daagde Nutters de politie uit door hen 'rubberrabauwen' te noemen en de politie te paard als 'knolsmerissen' aan te duiden. Prins Hendrik, die in tijden van voedselschaarste delen van de Veluwe aankocht om op zwijnen te jagen, gaf hij de al spoedig populaire bijnaam Varkens-Heintje. Gerard J.M. van het Reve hielp hij uit de brand door een voortvluchtige bolsjewiek binnen enkele dagen illegaal op de boot naar Amerika te krijgen.

Nutters' nieuwe baan als redacteur, journalist en volksopruier liet weinig ruimte voor Esperanto. Het communisme slokte zijn meeste tijd op. Naast zijn redactiewerk zette hij zich in voor de Internationale Rode Hulp en de Internationale Arbeidershulp. Hij nam de zorg voor de afdelingsbibliotheek op zich en vertaalde werk van Victor Hugo in het Nederlands om het als feuilleton in De Tribune te plaatsen. Voor Jan Romein verzorgde hij in 1924 de correctie van diens dissertatie over Dostojewski in de westerse kritiek. Tijdnood leidde ertoe dat zijn Esperanto-publicaties veelal uit herdrukken bestonden. In De Tribune plaatste hij advertenties voor zijn leerboek uit 1909 en tussen 1921 en 1923 verscheen het vlugschrift Waarom Esperanto? met herdrukken van eerder verschenen propaganda-artikelen. De Tribune bood ook ruimte voor Esperanto. Hoewel Willem van Ravesteyn in 1908 in een Tribune-artikel Esperanto een 'burgerlijke dwaasheid' had genoemd, had het blad zich zeven jaar later positiever tegenover de wereldhulptaal opgesteld. Tussen november 1925 en april 1926 kende De Tribune de dagelijkse rubriek 'Arbeidersstemmen uit alle Werelddeelen', waarin buitenlanders speciaal voor de redactie aan de Amstel inlichtingen over de wereldwijde communistische beweging inzonden, met Esperanto als tussentaal. In de weekendnummers van De Tribune verscheen ook een herdruk van Nutters' oude cursus uit Het Volk. Over esperantisme als beweging verschenen slechts sporadisch artikelen, maar de artikelen die hierover wel berichtten werden niet door Nutters aangeleverd, maar door de jonge esperantist Gerrit Paulus de Bruin. Het lijkt er op dat Nutters niet meer voldoende geïnformeerd was om deze berichten zelf te schrijven. Nutters bleef zijn wereldhulptaal trouw door hiervoor tot het einde actief propaganda te maken onder Amsterdamse revolutionairen. Dankzij de nauwe samenwerking tussen NAS en CPN was Nutters in staat Esperanto te onderwijzen aan Amsterdamse arbeiders. Vanaf 1919 tot zijn dood gaf Nutters wekelijks avondles bij de plaatselijke afdelingen. In 1926 was hij geruime tijd ziek en onderging hiervoor een operatie. Enkele honderden arbeiders met diverse verenigingsvaandels droegen zijn kist naar het kerkhof.

 

Publicaties: 

Leerboek der Wereldhulptaal Esperanto voor cursus- en zelfonderricht in 15 lessen (Amsterdam 1909); 'Ni ne estas redemptitaj' in: Internacia Socia Revuo, 6e jrg., nr. 1, januari 1912, 1; 'Pri anarĥiismo' in: Internacia Socia Revuo, 6e jrg., nr. 6, juni 1912, 59-61; zonder titel in: Internacia Socia Revuo, 6e jrg., nr. 9, 1 september 1912, 102-103; 'Religio privatafero' in: Internacia Socia Revuo, 6e jrg., nr. 10, oktober 1912, 110-111; 'La kaŭzoj de prostitucio' in: Internacia Socia Revuo, 7e jrg., nr. 1, januari 1913, 20-21; 'Reviviĝinta' in: Internacia Socia Revuo, 9e jrg., nr. 1, 1-2; Waarom Esperanto? (Deventer 1921-1923); 'De Esperanto-beweging I: Heeft 't Esperanto reeds waarde voor de arbeider?' in: Communistische Gids, 4e jrg., nr. 9, oktober 1925, 459-460 (onder pseudoniem Esperantist); 'De Esperanto-beweging III' in: Communistische Gids, 4e jrg., nr. 10, november 1925, 502-503 (onder pseudoniem Esperantist).

Literatuur: 

'Agent' in: Leeuwarder Courant, 25.12.1894; W. van Ravesteyn, 'Een gevaarlijk spelletje' in: De Tribune, 20.6.1908, 2; H. Kolthek Jr., zonder titel in: Internacia Socia Revuo, 7e jrg., nr. 5/6, mei 1913, 136-137; Internacia Socia Revuo, 9e jrg., nr. 1, januari 1920; 'De uitvaart van Partijgenoot Nutters' in: De Tribune, 9.12.1926, 2; L. Kökény en V. Bleier (red.), Enciklopedio de Esperanto (Boedapest 1933); G.P. de Bruin en J. van Wijngaarden (red.), Jubileumboek 1911-1936: uitgegeven ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan der Federatie van Arbeiders-Esperantisten in het gebied van de Nederlandse Taal (Amsterdam 1936); G.P. de Bruin, Laborista Esperanta Movado antaŭ la Mondmilito (Parijs 1936); W. van Ravenstyn, De wording van het communisme in Nederland, 1907-1925 (Amsterdam 1936) 158; A. Wins, Rondom Wijnkoop (onvoltooid manuscript in archief Wins in IISG) 188; J. de Kadt, Uit mijn communistentijd (Amsterdam 1965) 379; A.J. Koejemans, David Wijnkoop (Amsterdam 1967); G.J.M. van het Reve, Mijn rode jaren (Utrecht 1967); A. Romein-Verschoor, Omzien in verwondering. Herinneringen 1 (Amsterdam 1971) 198-201; J.J. Kalma, 'Wytse Nutters (1872-1926)' in: Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis, nr. 4, februari 1976, 62-66; H.J. Scheffer, Het Volksdagblad (Den Haag 1981); L.E. de Kock, Wijtze Nutters: Sociaaldemocraat en communist binnen het arbeidersesperantisme (Leiden 2017, bachelor scriptie).

Portret: 

W. Nutters, uit: Jubileumboek 1911-1936, uitgegeven ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan der Federatie van Arbeiders-Esperantisten in het gebied van de Nederlandse Taal (Amsterdam, z.j.)

Handtekening: 

Huwelijksakte van Nutters/De Jong dd. 8 augustus 1901. Reg 27, fol. 29, akte 2639, akteplaats Amsterdam. Als bruidegom.

Auteur: 
Ward de Kock
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA online (2018)