OUDENS, Franciscus Petrus

Franciscus Petrus Oudens

(roepnaam: Frans), stichter en voorman van de eerste spoorwegvakorganisatie, is geboren te Middelburg op 7 juni 1855 en overleden te Den Haag op 10 december 1920. Hij was de zoon van Franciscus Gerardus Oudens, koffiehuis- en logementshouder, en Hermina van der Boon. Op 20 oktober 1875 trad hij in het huwelijk met Hermina Maria Louisa de Bruin, met wie hij een dochter en drie zoons kreeg.
Pseudoniemen: Androcles, Nelis van den Klappenberg, Peer van den Vossendonk, De Seinwachter, Spoorwegslaaf 2, Spoorwegslaaf 154, Zeeleeuw, waarschijnlijk ook De Sekretaris, Yo Qu Soy Contrabandista.

Oudens volgde lager onderwijs en drie jaar Hogere Burgerschool. In 1876 trad hij in administratieve dienst bij de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen en werd in 1877 stationschef in Houten (Utrecht). In 1883 legde hij het surnumerairsexamen af met de op één na hoogste cijfers. In 1885 kwam hij als stationschef te werken in Arnemuiden, het vlak bij zijn geboorteplaats gelegen vissersdorp. Hier sloot hij zich aan bij de Nederlandsche Bond voor Algemeen Kies- en Stemrecht (NBvAKS) en werd lid van de in 1887 door deze ingestelde Zeeuwsche Propagandaclub. Hij vervulde hiervoor diverse spreekbeurten ook buiten Zeeland. Oudens werd voorzitter van de op zijn initiatief opgerichte afdeling in Arnemuiden van de NBvAKS. Voor deze Bond schreef hij ook de vier delen tellende Volksgeschriften van de Zeeuwsche Propagandaclub (1886-1887?).

In 1886 riep Oudens in het Orgaan van de NBvAKS het spoorwegpersoneel op 'tot het stichten van een politieke vakvereeniging, welke zich behalve de verbetering der vaktoestanden, ook het verkrijgen van algemeen kies- en stemrecht ten doel zou stellen'. Deze oproep had geen enkele reactie tot gevolg. In 1887 stuurde Oudens verschillende spoormannen een exemplaar van Recht voor Allen toe, waarin een 'Open brief aan het spoorwegpersoneel' stond van zijn hand, maar zonder dat zijn naam er onder stond. In september 1888 verscheen in Recht voor Allen zijn artikel 'Spoorwegslaven'. Hierin leverde hij kritiek op de onregelmatige en buitensporig lange diensttijden en het forse boetestelsel. Naar aanleiding hiervan stelde F. Domela Nieuwenhuis Kamervragen. Diens optreden vond weerklank en gaf mede de stoot tot de oprichting van een spoorwegvakorganisatie. Eind december 1888 deed Oudens, anoniem, een derde oproep in Recht voor Allen 'Vereenigen is het beginsel van alle vrijheid'. Op 1 december 1889 werd door hem en G. van Veersen uit Venlo de Spoorweg-Vereeniging (SV) opgericht. De afkorting SV ging weldra Steeds Voorwaarts betekenen. Oudens werd redacteur van het verenigingsblad De Seingever, dat in 1890 verscheen. Hij was nadrukkelijk voorstander van een hechte band tussen vakactie en politiek maar achtte het niet raadzaam over het socialisme te spreken. Dit zou het spoorwegpersoneel alleen maar kunnen afschrikken. De leden van Steeds Voorwaarts bleven anoniem en kregen een volgnummer. Als enige tekende Oudens zijn artikelen meestal met zijn naam. Bovendien riep hij Steeds Voorwaarts op een einde te maken aan het illegale optreden. Voorlopig ging Steeds Voorwaarts uit angst voor represailles van de directie anoniem door. In de discussies in SV over het parlementarisme stond Oudens aan de kant der parlementairen. Als gevolg daarvan trad hij in september 1893 uit Steeds Voorwaarts nadat hij tevergeefs gepoogd had afgevaardigde te worden naar het internationale socialistencongres in Zürich. In mei 1893 had hij reeds de redactie van De Seingever neergelegd. W.H. Vliegen noemt Oudens 'de man, waar zoo niet alles, dan toch veel om draaide. Weergaloos ijverig, verrichtte hij paardenwerk.'

De Sociaal-Democratische Bond (SDB) en ook Steeds Voorwaarts kwamen in deze jaren in steeds radicaler vaarwater. Uit de correspondentie met F. van der Goes blijkt dat ook Oudens het in 1891 al niet eens was met de politieke koers van de SDB. Oudens wilde de sociaal-democratische beginselen uitdragen 'zonder geschreeuw of bedreigingen met wraak'. Hij geloofde nog een tijd dat de SDB zich in gematigde richting liet sturen. Hij schreef Van der Goes het kerstcongres van de SDB in 1891 nog te willen afwachten. Mochten de gematigden dan de overhand blijken te hebben, 'dan blijven we in de partij, zoo niet dán gaan we onverwijld over tot oprichting van een Nederlandsche arbeiderspartij'. Maar voorlopig was dit nog een voorbarige gedachte. Toen uiteindelijk de SDAP in 1894 opgericht werd, sloot Oudens zich hier bij aan. Hij leidde een propagandaclub, gericht op arme pachters in Noord-Brabant, De Wacht aan de Mark (1897), was korte tijd geen lid van de SDAP, maar sloot zich in de zomer van 1897 opnieuw aan en was in 1899 medeoprichter van de afdeling Breda van de SDAP en een tijdlang voorzitter. In Breda Vooruit, een blad van de SDAP-afdeling, schreef hij in 1899 artikelen. In 1895 trad Oudens toe tot de Nederlandsche Vereeniging van Spoor- en Tramwegpersoneel (NV). In hetzelfde jaar werd hij als stationschef overgeplaatst naar Etten-Leur. Zijn vakbondswerk was de directie zozeer een doorn in het oog dat hij in 1900 in een ondergeschikte positie in het Noordbrabantse Roosendaal kwam te werken. Ondertussen was Oudens ook actief gebleven in de kiesrechtbeweging. Bij de Kamerverkiezingen van 1891 stond hij kandidaat in het district Oostburg voor de Volkspartij en redigeerde in hetzelfde jaar het bijna wekelijks uitkomende blaadje De Strijd. In september 1892 probeerde hij met het blad De Zeeuwsche Socialist de lacune te vullen die het individualistisch-anarchistische blad Licht en Waarheid in Zeeland liet. In maart 1893 werd hij commissarisaandeelhouder van De Toekomst. In dit blad schreef hij een 'Sociaal-Politiek Overzicht' totdat hij een paar maanden later ruzie kreeg met J.K. van der Veer. In 1895 werd hij redacteur van het orgaan van de NV. Toen onder leiding van pater P. Weyers Recht en Plicht werd opgericht om het spoorwegpersoneel van de vakactie af te houden en zo nodig die van de NV te breken, schreef Oudens, die voorzitter was van de afdeling Roosendaal van de NV, in 1902 de brochure Waarheen met Recht en Plicht? waarin hij deze organisatie fel aanviel. Na de eerste spoorwegstaking van januari 1903 bestreed Oudens de 'worgwetten' in zijn brochure Brutaal Spoorvolk! In hetzelfde jaar volgde nog Alarmseinen op weg naar de toekomst. Na de aprilstaking werd ook hij na 27 dienstjaren ontslagen. Dit ontslag trof hem zwaar. Hij verliet het land en begon in Antwerpen een sigarenwinkeltje annex brochurenhandel, dat slechts ontoereikend in het onderhoud van zijn gezin kon voorzien. In 1908 werd hij in Antwerpen agent van Het Volk, maar financieel betekende dit weinig. In 1910 poogde hij zijn positie te verbeteren door te solliciteren naar de post van propagandist van de SDAP in Zeeland, maar Troelstra vond hem daarvoor niet geschikt. Toen in 1914 de oorlog uitbrak, vestigde hij zich met zijn vrouw in Amsterdam. In 1916 verhuisden zij naar Den Haag, waar hij een ondergeschikte administratieve betrekking bij de Centrale Arbeiders Verzekerings- en Depositobank kon krijgen. Hun kinderen, die het ook zelf niet breed hadden, steunden hun ouders financieel. Kort na zijn pensionering overleed Oudens. Vliegen noemt Oudens een propagandist die wel inzinkingen had en daarbij onevenwichtig was maar steeds weer op zijn post terugkeerde en zich dan volledig inzette. 'Dan was hij steeds zeer praktisch en wist de wapens goed te smeden naar den vijand dien hij te bestrijden had'. Toch was Oudens niet alleen een praktisch vakbondsman, maar ook algemeen cultureel en politiek geïnteresseerd. Dat bewijzen publikaties als Het anti-semitisme een hedendaagsch verschijnsel? (overdruk 1893) en Het boek der menschheid (Amsterdam 1893), dat in twee maanden tijd aan een tweede druk toe was.

Literatuur: 

Verhoor van Franciscus Petrus Oudens, oud 35 jaar, stationchef van de Maatschappij tot Exploitatie van Spoorwegen, te Amsterdam' in: Enquête gehouden door de Staatscommissie benoemd krachtens de wet van 19 januari 1890 (Staatsblad nr. 1). (Eerste afdeeling). Openbare middelen van vervoer. A Spoorwegen, 54-58; Bymholt, Geschiedenis, 463, 560; Vliegen, Dageraad II, 81-82, 93, 214, 225, 343; A.J.C. Rüter, De spoorwegstakingen van 1903 (Leiden 1935) 204-205; H.J. van Braambeek, Van lichten en schiften. Gedenkboek van de Nederlandsche Vereeniging van Spoor- en Tramwegpersoneel 1886-1936 (z.pl. 1936), 71, 86, 87, 88; D.J. Wansink, Het socialisme op de tweesprong (Haarlem 1939) 60-63; P.J. Meertens, 'De opkomst van het socialisme in Middelburg' in: Zeeuws Tijdschrift, 11, 1961, 26-27; P.J. Meertens, 'Oudens (Franciscus Petrus)' in: Mededelingenblad, nr. 20, november 1961, 14-16; G. Taal, 'Franciscus Petrus Oudens. Een ambitieus stationschef in Arnemuiden' in: Zeeuws Tijdschrift, 3, 1980, 80-87; G. Harmsen, F1. van Gelder, Onderweg. Uit een eeuw actie- en organisatiegeschiedenis van de Vervoersbonden (Baarn 1986) 37-40; C.W. ten Teije, De opkomst van het socialisme in Breda (Tilburg 1986); B. Altena, 'Een broeinest der anarchie' Arbeiders, arbeidersbeweging en maatschappelijke ontwikkeling. Vlissingen 1875-1929 (1940) (Amsterdam 1989).

Portret: 

F.P. Oudens, uit Vliegen, Dageraad II (Amsterdam 1905), t.o. 152

Auteur: 
P.J. Meertens, Ger Harmsen
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 3 (1988), p. 156-158
Laatst gewijzigd: 

28-08-2002