PIETERS, Gerardus Hubertus

(roepnaam: Gerard), pionier van het socialisme in Maastricht, is geboren te Maastricht op 18 december 1860 en overleden te Amsterdam op 24 maart 1947. Hij was de zoon van Jan Baptist Pieters, schoenmaker, en Maria Anna Kuhnel. Op 21 januari 1885 trad hij in het huwelijk met Barbara Gordijn, tabaksbewerkster, met wie hij twaalf kinderen kreeg, onder andere Caspar Hubertus Pieters en Elise Hubertine (Simonis-)Pieters.
Pseudoniem: C(a)esar.

Het ouderlijk gezin, dat acht kinderen telde, beleed officieel het roomskatholieke geloof maar 'deed' er weinig aan. Pieters bezocht slechts drie jaar de rooms-katholieke broederschool, waarover hij zich bitter uitliet. Met negen jaar ging hij werken in de glasblazerij van Regout. Toen hij twaalf was, overleed zijn vader. De volgende baas van Pieters was de behangselfabrikant Rutten. Bij deze werkte hij tot de loting voor de militaire dienst. Na zijn diensttijd werd hij stoker op de Maastrichtse papierfabriek van Lhoëst waar hij de ene week een dagdienst van twaalf uur en de andere week een even lange nachtdienst had.

In 1885, het jaar van zijn huwelijk, kwam Pieters voor het eerst met de arbeidersbeweging in ruimere zin in aanraking. W.H. Vliegen was naar Maastricht teruggekeerd en organiseerde op 5 juli 1885 een openbare vergadering van de Nederlandsche Bond voor Algemeen Kies- en Stemrecht. Pieters bezocht deze vergadering en zegt hiervan: 'Van onzen vriend Vliegen, die op de vergadering kolporteerde, kocht ik eenige propagandageschriftjes, die ik kalm doorlas'. Met deze woorden en houding typeert Pieters zichzelf volkomen. Een paar weken later sloot hij zich aan bij de Bond en kwam direct in het bestuur. Vliegen kreeg echter zijn ontslag vanwege zijn voorzitterschap van de Maastrichtse afdeling van de Bond en kon nergens meer werk vinden. Hij vertrok naar elders maar Pieters, die zich in oktober 1885 bij de Sociaal-Democratische Bond (SDB) had aangesloten, bleef in het geheim propaganda maken. Menige nacht offerde hij op om zo onopgemerkt mogelijk pamfletten te verspreiden. Vier jaar lang hield hij dit, slechts door een enkeling geholpen, vol. In april 1889 vormde Pieters een sociaal-democratische club zodat, toen Vliegen in september 1889 naar Maastricht terugkeerde als propagandist voor de SDB, er althans een organisatorisch uitgangspunt was. Een maand later werd de club omgezet in een afdeling van de SDB. Begin 1890 kwam de baas van Pieters achter diens politieke activiteit en ontsloeg hem op staande voet. Tegelijk zette de huisbaas van Vliegen hem en zijn gezin om dezelfde reden op straat. Pieters huurde een huis dat voor beide gezinnen plaats bood. Pogingen van Pieters in de kleinhandel iets te verdienen, mislukten omdat de arbeiders zich te zeer door geestelijkheid en patroons op de vingers gekeken voelden en niet bij hem durfden kopen. Ten slotte ging hij met een ton haring in letterlijke zin de boer op. Hij colporteerde onverstoorbaar met Recht voor Allen waarin onder het pseudoniem Caesar zijn 'Maastrichtsche' en 'Limburgsche brieven' verschenen. Op zijn best was Pieters in de directe weergave van het arbeiderslot. In 1890 begon onder redactie van Vliegen De Volkstribuun, Orgaan der Volkspartij voor de Zuidelijke Provinciën te verschijnen. De eigen drukkerij was in hetzelfde huis gevestigd als dat waarheen de gezinnen Vliegen en Pieters verhuisd waren. Vliegen, die schreef, zette, drukte en colporteerde, had daarbij aan Pieters een onmisbare steun. Hij bracht Pieters, die zich met grote wilskracht op het schrijven toelegde, het letterzetten bij. De tegenstanders, die het op volslagen uithongering van beide gezinnen gemunt hadden, slaagden daarin niet. Tijdens een ziekte-epidemie overleden in één week vijf kinderen - drie van Pieters en twee van Vliegen. Een enkele keer trad Pieters ook als spreker op, hoewel schrijven hem beter afging. De ruimte achter drukkerij en woonhuis, waar Pieters 'als zondagsche kastelein' fungeerde, was voor vergaderingen te klein. Op 1 mei 1891 riep de SDB de arbeiders op het Vrijthof bijeen, waar - zoals Bymholt meldt - 'Pieters en Vliegen de menigte toespraken. Beiden werden gearresteerd, terwijl de politie op het volk inhakte'. In de strijd tussen de parlementairen en anti-parlementairen binnen de SDB koos Pieters de zijde van de eersten. Op het Groningse congres stemde Pieters - Vliegen die hetzelfde standpunt innam, was afwezig - tegen de motie-Hoogezand-Sappemeer. Zij stelden zich op het parlementaire standpunt en in 1894 ging vrijwel de gehele afdeling Maastricht van de SDB over naar de SDAP. Een poging van F. Domela Nieuwenhuis een wig tussen Pieters en Vliegen te drijven in de hoop Pieters voor de SDB te kunnen behouden mislukte. Pieters hield vast aan de vriendschap met Vliegen, hoezeer deze zich de meerdere voelde. De Volkstribuun werd nu het blad van de SDAP. In 1895 knapte Pieters wegens smaad twee maanden gevangenisstraf op. De vrouw van Pieters kreeg bezoek van een geestelijke, die erop aandrong dat zij haar man zou verlaten. In dat geval kon zij op hulp van de kerk rekenen. Had Pieters allang met de kerk gebroken, zijn vrouw volgde nu dit voorbeeld. Zijn weigering een godsdienst op te geven en kerkdiensten in de gevangenis bij te wonen werden met represailles beantwoord. Een landelijke geldinzameling zorgde ervoor dat het gezin Pieters de twee maanden doorkwam. Toen in januari 1896 Vliegen in de gevangenis zat, viel dit Pieters zwaar. In brieven vanuit zijn cel las Vliegen dan ook Pieters de les en spoorde hem aan vol te houden. Met het vertrek van Vliegen in de zomer van 1897 naar Rotterdam, waar deze op leidende posten de SDAP zou gaan dienen, hield De Volkstribuun weldra op te verschijnen.

Op 11 november 1897 vertrok Pieters met zijn gezin eveneens naar Rotterdam. Hij kreeg werk als letterzetter in de partijdrukkerij van Masereeuw en Bouten waar ook de Sociaaldemokraat onder de hoofdredactie van Vliegen verscheen. Toen P. Masereeuw in 1901 in opdracht van het partijbestuur in Amsterdam drukkerij Vooruitgang stichtte, waar weldra het dagblad Het Volk van de persen rolde, verhuisde ook het gezin Pieters naar de hoofdstad. Tot zijn pensionering op 26 oktober 1928 diende Pieters de partij in dit bedrijf als typograaf. In 1901 volgde Pieters M. Mendels al op als secretaris van de afdeling Amsterdam. Hij bleef dit tot 1903, toen de afdeling werd opgesplitst in negen afdelingen die samenvielen met de kiesdistricten. Het geheel heette nu federatie Amsterdam. Pieters meende het secretariaat van de federatie niet aan te kunnen en gaf bij herhaling te kennen dat er bekwamere krachten in de partij te vinden waren. In 1905 nam hij onder een zekere druk toch het secretariaat weer op zich onder het voorzitterschap van Th. van der Waerden. Pieters leed zwaar onder de strijd die D. Wijnkoop en de zijnen tegen P.J. Troelstra voerden. Hij voelde zich zeer met Troelstra verbonden, die naar zijn overtuiging voor de eenheid in de partij opkwam. Deze ging hem boven alles en uit dien hoofde wees hij de oppositie van de tribunisten fel af. Dit nam niet weg dat Pieters sympathiseerde met de Russische Revolutie van 1905 en een flinke solidariteitsactie organiseerde die drieduizend gulden opbracht. P. Hoogland, de geschiedschrijver van de SDAP in de hoofdstad, roemt de voortreffelijke jaarverslagen van Pieters. Bovendien danken we aan hem een nauwkeurige beroepsstatistiek van de leden der Amsterdamse federatie van de SDAP uit 1913. Eind 1915 legde Pieters zijn functie neer. Zelf zegt hij over dit besluit: 'Het werk werd mij te zwaar. Het vereischte veel van mijn krachten en ik was niet meer jong terwijl er voldoende jonge frissche krachten aanwezig waren'. Zeker is dat Pieters zich nooit naar voren gedrongen heeft.

In de jaren 1910 tot 1915 redigeerde hij naast al het andere werk het Limburgse weekblad, dat onder de oude naam De Volkstribuun verscheen. Hierin schreef hij in de jaren 1914 tot 1915 als feuilleton 'Een kwart eeuw van Strijd. Herinneringen uit de Limburgsche arbeidersbeweging'. In zekere zin vormden deze een afsluiting van zijn politieke loopbaan. In 1979 verschenen deze herinneringen onder dezelfde titel in boekvorm. Naar eigen zeggen voelde hij zich als eenvoudige arbeider niet thuis tussen de vele intellectuelen die de posten gingen bezetten. Het enige wat hij nog bleef doen, was werken voor het kinderkoor De Kleine Stem. In 1928 ging Pieters met pensioen en in 1930 overleed zijn vrouw. In twaalf jaar hadden zij zeven van de twaalf kinderen zien overlijden. Vliegen sprak aan haar graf. Hij steunde Pieters ook materieel toen het hem zelf financieel zoveel beter ging. Op 24 maart 1947 overleed Gerard Pieters. Bij de begrafenis sprak Willem Vliegen. Thuisgekomen werd hij ziek en hij overleed op 29 juni.

Publicaties: 

Behalve de genoemde: 'Bij het portret van de schrijver' in: Klanken van strijd. Artikelen en schetsen bijeengegaard uit de geschriften van W.H. Vliegen ... (Amsterdam 1908) VI-VlIl; Ons jubileum. 13 April 1904-13 October 1916. Herinneringen van het kinderkoor 'De Kleine Stem' bij gelegenheid van zijn 121/2-jarig bestaan (Amsterdam 1916).

Literatuur: 

Verhoor van Gerardus Hubertus Pieters, oud 30 jaar, koopman, te Maastricht' in: Enquête gehouden door de Staatscommissie benoemd krachtens de wet van 19 januari 1890 (Staatsblad nr. 1). Nijmegen, betreffende onderscheidene takken van bedrijf in de Eerste Arbeidsinspectie, 100-104; Bymholt, Geschiedenis; 'Enquête over de behandeling van 'Politieke misdadigers' in Nederlandsche gevangenissen' in: De Jonge Gids, 1897-1898; Vliegen, Dageraad II; Vliegen, Kracht I-III; Het Volk, 5.10.1920 en 3.10.1925; P. Hoogland, 25 jaren sociaal-deniokratie in de hoofdstad (Amsterdam 1928); Het Volk, 26.10.1928, 22.11.1930, 17.12.1930, 17., 18. en 23.12.1935; Het Vrije Volk, 18.12.1945, 24.3.1947; G. Harmsen, 'Pieters (Gerardus Hubertus)' in: Mededelingenblad, nr. 26, april 1964, 28-30; G. Harmsen, 'Het leven van Gerard Pieters' in: G.H. Pieters, Een kwart eeuw van strijd. Herinneringen uit de Limburgse arbeidersbeweging (Maasbracht z.j.) 6-20; J. Perry, Roomsche kinine tegen roode koorts (Amsterdam 1983); J. Perry, De voorman. Een biografie van Willem Hubert Vliegen 1862-1947 (Amsterdam 1994).

Portret: 

G.H. Pieters, uit Vliegen, Dageraad I (Amsterdam 1905), t.o. 360

Auteur: 
Ger Harmsen
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 3 (1988), p. 164-167
Laatst gewijzigd: 

25-08-2003