POSTMA, Thomas

Thomas Postma

voorman van de Friese werkliedenbeweging en drankbestrijding, is geboren te Leeuwarden op 24 december 1824 en overleden te Egmond aan Zee op 26 februari 1906. Hij was de zoon van Wybe Postma, koopman, en Lena van der Kop. Op 21 april 1858 trad hij in het huwelijk met Catharina Everharda Ferwerda, met wie hij vijf dochters en twee zoons kreeg.

Postma werd op tienjarige leeftijd door zijn ouders als leerjongen in een goudsmidswinkel geplaatst. Toen hij veertien was, overleed zijn vader en twee jaar later zijn moeder. Hij kwam in een weeshuis terecht, waar hij in de avonduren het onderwijs ontving dat hij eerder zo node had gemist. Zijn jeugdervaringen bepaalden in belangrijke mate zijn latere maatschappelijke keuzen. Het drankgebruik op de werkplaats maakte hem al op jeugdige leeftijd tot een fervent drankbestrijder. Zijn ervaringen in weeshuis en als knecht brachten hem tot zijn activiteiten in de werklieden- en kiesrechtbeweging. Hij bleef achttien jaar in het goudsmidsvak. Daarna begon hij als koopman voor zichzelf, eerst in petten, vervolgens in galanterieën en muziekinstrumenten.

In de jaren zestig werd Postma actief voor enkele charitatieve instellingen en zette zich in voor een betere armenzorg en voor de bouw van arbeiderswoningen. Toen eind 1869 in zijn woonplaats Leeuwarden een sectie van de Eerste Internationale werd gesticht, werd hij meteen lid. In 1871 werd hij tweede voorzitter van de uit die sectie voortgekomen afdeling Leeuwarden van de Provinciale Friesche Werklieden-Vereeniging (PFWV). In die afdeling zou hij twintig jaar in tal van functies actief zijn. Hij was secretaris van de woningbouwvereniging Help U Zelven, bestuurslid van de Onderlinge Spaarkas en lid van de commissie tot bevordering van het schoolonderwijs, die uit de PFWV voortkwamen. Hij vertegenwoordigde de afdeling op talloze congressen en binnen het Algemeen Nederlandsch Werklieden-Verbond (ANWV). Aan het begin van de jaren tachtig trad hij op talloze plaatsen op als spreker voor het ANWV. De band met die Organisatie werd verder aangehaald, doordat zijn dochter Lucia de echtgenote werd van Bernard Heldt, de voorzitter van het ANWV. Postma zette zich volledig in voor de verkiezing van Heldt in de Tweede Kamer, als afgevaardigde van het district Sneek, in 1885. Van 1885 tot 1889 maakte hij deel uit van het centraal bestuur van het ANWV. In dat laatste jaar werd hij evenwel niet herkozen vanwege zijn niet aflatende kritiek op het gebruik van sterke drank bij de bestuurs- en jaarvergaderingen. Korte tijd was hij voorzitter van de PFWV, maar daar kreeg hij problemen met de 'heeren' Vitus Bruinsma en Oebele Stellingwerf, die hij zelf de vereniging had binnengehaald.

Vanaf het begin van de jaren tachtig was Postma betrokken bij de acties voor algemeen kies- en stemrecht. Hij was bestuurslid van het Noord-Nederlandsch Verbond ter bevordering van Algemeen Stemrecht en tal van andere organisaties op dit terrein. Het hoogtepunt was zijn optreden naast Heldt, F. Domela Nieuwenhuis en C.J. van Raaij op de grote meeting voor algemeen kies- en stemrecht te Den Haag op 20 en 21 september 1885. Daar wekten enkele opstandige passages uit de rede van deze zo gematigde spreker grote opschudding bij de burgerij. Verder was hij betrokken bij de activiteiten van de Friesche Volkspartij. Vele jaren was Postma voorzitter van de afdeling Leeuwarden van de Nederlandsche Vereeniging tot Afschaffing van Sterken Drank (NV). Hij was de drijvende kracht achter de Friesche Propaganda Commissie van de NV uit de jaren negentig en was redacteur van De Wegwijzer, maandschrift voor geheelonthouding. De bijnaam 'De poëet van de drankstrijd' verwierf hij dankzij de vele gedichtjes die hij daaraan wijdde. Van zijn hand verscheen ook een aantal schetsen op dit terrein.

Na het overlijden van zijn vrouw in 1898 vernemen we weinig meer van activiteiten van deze eens zo actieve voorvechter van werkliedenbeweging en drankstrijd. Jongere krachten hadden toen al de plaatsen van de ouderen in de beweging ingenomen. In 1902 vertrok hij uit Friesland naar zijn dochter in Egmond aan Zee, waar hij in 1904 zijn tachtigste verjaardag vierde en waaraan het ANWV Jaarboekje een artikel wijdde. Postma's betekenis wordt goed gekarakteriseerd door de Kleine Courant van Rotterdam: 'Wat hij deed, liet hij niet zoo in het oog springen als sommige menschen gewoon zijn te doen. Hij was een man van goedigen vormen en van groote welwillendheid, maar hij eischte het toonen van zedelijke kracht.'

Publicaties: 

Een uitstapje van Leeuwarden naar 's Gravenhage (Leeuwarden 1866); De staat als huisgezin, beschouwd in verband tot de arbeidersbeweging. Benevens een vredeswoord aan de verschillende richtingen op sociaal gebied (Leeuwarden 1884); Herdrukjes (Leeuwarden z.j.).

Literatuur: 

LITERATUUR: J.J. Kalma, 'Thomas Postma, revolutie van binnen uit' in: Leeuwarder Courant, 9.4.1977; J. Giele, Arbeidersleven in Nederland 1850-1914 (Nijmegen 1979), 39-43.

Portret: 

Th. Postma, uit: Jaarboekje van het Algemeen Nederlandsch Werklieden-Verbond voor 1905, 84

Auteur: 
Johan Frieswijk
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 2 (1987), p. 115-117
Laatst gewijzigd: 

00-00-1987