POUTSMA, Hessel

Hessel Poutsma

uitgever van De Sneeker Courant, later vakbondsleider en partijorganisator in Zuid-Afrika, is geboren te Terwispel (Fr.) op 6 februari 1866 en overleden te Pretoria op 11 juli 1933. Hij was de zoon van Jacob Poutsma, timmerman en aannemer, en Petronella Brandenburg. Op 7 mei 1891 trad hij in het huwelijk met Aaltje Meines Hijlkema, met wie hij twee dochters en een zoon kreeg. Later gebruikte hij als tweede voornaam Jacobs.

Poutsma ging op dertienjarige leeftijd als timmermansknecht zijn vader helpen. Omdat deze in verband met de crisis steeds minder werk kreeg, was hij regelmatig werkloos. Na zijn diensttijd (1886-1887) - waarin hij veel las -kwam Poutsma enige tijd als drukkersknecht in dienst bij een neef, die de Nieuwe Sneeker Courant uitgaf. Na een jaar elders gewerkt te hebben, begon hij met geleend geld een eigen blad De Sneeker Courant, waarvan het eerste nummer 5 december 1889 verscheen. Hiertoe richtte hij een moderne drukkerij in. Bij de uitgave werd Poutsma geholpen door de onderwijzer J.H. Pluvier die waarschijnlijk de hoofdartikelen schreef. De krant was in het begin politiek neutraal, maar stond dicht bij de Friesche Volkspartij. Zijn drukkerij balanceerde voortdurend op de rand van faillissement. Eind 1891 kwam hij in contact met P.J. Troelstra die een drukker zocht voor De Almanak voor de Volkspartij in Friesland. Poutsma raakte direct onder de indruk van Troelstra, van wie hij waarschijnlijk steun voor zijn krant verwachtte. Hij bood hem de redactie van De Sneeker Courant aan. Met de komst van Troelstra in maart 1892 radicaliseerde de krant. In de loop van 1892 werd F. van der Goes, als medewerker aangetrokken. Als gevolg van zijn eigen moeilijke financiële situatie en onder invloed van Troelstra werd Poutsma socialist. Als afgevaardigde van de Sneeker afdeling van de Nederlandsche Bond voor Algemeen Kies- en Stemrecht bezocht hij samen met Foeke Kamstra, voorzitter van de afdeling Sneek van de Sociaal-Democratische Bond (SDB), de kiesrechtmeeting in Den Haag op 18 september 1892. Bij hun terugkomst wachtte hen een menigte mannen en vrouwen op, die hen in optocht en strijdliederen zingend door de stad vergezelde. Voor de politie uit Sneek was dit aanleiding hen uiteen te slaan. Poutsma werd gevangen genomen en met vijf anderen geverbaliseerd. Zij werden in eerste instantie vrijgesproken, maar in hoger beroep veroordeeld tot enige weken gevangenisstraf. Naar aanleiding van deze 'Sneeker hakpartij' verscheen een extra nummer van De Sneeker Courant. Vanaf deze tijd richtte Poutsma zich meer op de directe actie. Op 14 oktober 1892 gaf hij een geheel in rode letters gedrukte krant uit naar aanleiding van het beledigingsproces van Tjepke Nawijn. Poutsma die in de krant artikelen over de slechte woningtoestanden in Sneek publiceerde, verzorgde met anderen voordrachten en zong op vergaderingen. Bij zijn spreekbeurten trad hij vaak provocerend op en deed uitspraken die de autoriteiten als opruiing opvatten. Vooral commissaris van politie L.K.H. Theunissen hield hem scherp in de gaten, temeer daar de tegenstellingen in Sneek door de grote werkloosheid zeer gespannen waren. Op 15 januari 1893 werd Poutsma gearresteerd naar aanleiding van verschillende spreekbeurten op door de SDB in Sneek georganiseerde werklozenvergaderingen en op 25 februari veroordeeld tot anderhalf jaar gevangenisstraf. Op die dag meldde de kop van De Nieuwe Tijd, die per 1 januari 1893 De Sneeker Courant was opgevolgd, 'Directeur-Uitgever: H.J. Poutsma Huis van Bewaring Leeuwarden'. De 'zaak Poutsma' hoorde tot de meest geruchtmakende socialistenprocessen in die tijd. F.M. Wibaut plaatste in het Sociaal Weekblad van 11 maart 1893 een oproep om geld in te zamelen voor de gezinnen van de in Friesland veroordeelde socialisten en te protesteren tegen de zware vonnissen. Deze oproep, ondersteund door de sociaal-liberale redacteur M.W.F. Treub leidde tot de vorming van het Comité Honger en Schrik. Troelstra, die Poutsma en andere vervolgden verdedigde, schreef ter ondersteuning de brochure Moderne ketters en hoe zij worden vervolgd. (Leeuwarden 1893). Er kwam een gratiebeweging op gang. Vanuit de gevangenis schreef Poutsma brieven waaruit blijkt dat hij volkomen op zich zelf geconcentreerd was, een slechte gezondheid had en meende dat er voor hem een grote rol was weggelegd als propagandist en martelaar voor het socialisme. In verband met zijn gezondheidstoestand werd hem eind augustus 1893 gratie verleend. Verslag van zijn gevangenisleven deed hij in zeven artikelen in De Nieuwe Tijd in 1894. Ook werkte hij mee aan de enquête over de behandeling van politieke gevangenen, waarover De Jonge Gids van 1898 berichtte. Na zijn gevangenschap vertrok Poutsma uit Sneek naar Amsterdam, omdat de regenten van de Sneeker gevangenis uit angst voor onregelmatigheden verboden dat hij en zijn gezin inwoonden in de cipierswoning van zijn schoonvader.

In Amsterdam speelde Poutsma niet de belangrijke rol waarvan hij in de gevangenis gedroomd had. Met Troelstra kreeg hij ruzie toen bleek dat deze gedurende zijn gevangenschap het beheer van De Nieuwe Tijd die inmiddels naar Amsterdam verhuisd was en waarin Van der Goes en H. Polak mederedacteuren waren geworden verwaarloosd had. Bovendien had Troelstra verzuimd een premie voor Poutsma's levensverzekering te betalen. Troelstra verdween uit de redactie van De Nieuwe Tijd, waarmee het financieel slecht ging. Pogingen om de krant te redden mislukten ten slotte. Bij deze breuk, speelde zeker ook mee dat Poutsma een 'berekenend' en een moeilijk man was, die gedurende zijn gehele leven met verschillende mensen ruzie had, later ook met J. Loopuit en H. Polak. Al in de loop van 1894 verloor Poutsma veel van zijn aanzien en prestige. Hij trad nog maar weinig als spreker op en zijn tweede secretarisschap van de SDAP-afdeling Amsterdam duurde in 1894 maar enkele maanden. In de door hem opgezette drukkerij Aurora werden het blad Belang en Recht en tot de ruzie met Polak de uitgaven van de Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkersbond gedrukt. In 1896 gaf hij voor eigen rekening maar al snel met verlies het theoretische maandblad De Nieuwe Tijd onder redactie van F. van der Goes uit. Bovendien gaf hij boeken van Henriette Roland Holst en, ondanks hun ruzie, van Troelstra uit. Poutsma stopte met de uitgave van De Nieuwe Tijd. In 1898 verscheen wel van zijn hand een vertaling van een artikel van John Rae, 'De resultaten van de acht-uren-beweging in Engeland' (De Nieuwe Tijd 1898, 15-26). In 1899 was Poutsma weer actief in de SDAP. In mei behoorde hij tot de commissie van deskundigen die de mogelijkheid moest onderzoeken voor de oprichting van een dagblad voor de SDAP. Toen Poutsma niet werd uitgekozen als drukker van Het Volk en evenmin als directeur-administrateur en hij bovendien failliet dreigde te gaan omdat hij de abonnementsgelden van het Technisch Weekblad voor andere doeleinden had gebruikt, vertrok hij teleurgesteld op 29 maart 1900 naar Zuidafrika om de Boerenoorlog te verslaan voor het Algemeen Handelsblad. Hierbij speelde vermoedelijk ook een rol dat zijn vrouw een relatie zou hebben gehad met W.H. Vliegen, die ten gevolge daarvan eind 1899 naar Parijs werd verbannen.

In plaats van oorlogscorrespondent werd hij Rode Kruismedewerker en chef van een ambulance-dienst. Hij genoot aanzien en stond in die tijd bekend als 'dr. Poutsma'. In 1902 begeleidde hij de zieke president M.T. Steyn naar Scheveningen, maar er waren geen contacten met Nederlandse socialisten. Hij hield lezingen over het optreden van de Engelsen en zamelde geld in voor Arbeid Adelt bij Harrismith, het weeshuis waarvan hij tot de regering het overnam in 1904 de leiding had. In 1906 werd hij Zuidafrikaans staatsburger. In 1912 kwam Poutsma terug in de arbeidersbeweging als secretaris van de Amalgamated Society of Railways and Harbour Servants en redacteur van de Railways and Harbour Gazette. Tijdens de stakingen van mijnwerkers en spoorwegarbeiders in 1913 was hij actief. Hij bracht de regering er toe een enquêtecommissie in te stellen die de grieven van de spoorwegarbeiders moest onderzoeken. Tot ongenoegen van de regering kozen de spoorwegarbeiders Poutsma in deze commissie. Begin 1914 leidde hij de algemene staking van mijnwerkers die op een mislukking uitliep. J.C. Smuts deporteerde Poutsma met acht anderen naar Engeland, waar de bannelingen als helden werden ontvangen. Ook in België en Duitsland vierde Poutsma triomfen. In Nederland heette Van der Goes hem welkom op de tweede dag van het SDAP-congres (13 april) als 'aanvoerder van een zegevierende tak der internationale sociaaldemocratie'. Een officiële ontvangst door de SDAP en NVV vond plaats in het Paleis voor Volksvlijt in Amsterdam. In verschillende plaatsen in Friesland sprak Poutsma. Oktober 1914 kreeg hij van de Zuidafrikaanse regering toestemming terug te keren. Daar werd Poutsma in 1915 secretaris van de Nationaal Afrikaanse Party, die hij in 1918 verliet. Hij verzoende zich met Smuts en kreeg in 1921 een functie als assistent-secretaris van de Suid-Afrikaanse Party, die hij tot zijn dood bleef uitoefenen.

Poutsma gold als een carrieremaker, in Zuid-Afrika sprak men van een 'grenselose ambisie'. Voor Nederland ligt zijn betekenis in de mogelijkheden die hij Troelstra bood met zijn Sneeker Courant en Nieuwe Tijd en zijn symboolfunctie voor de vervolgden in Friesland. In Zuid-Afrika genoot Poutsma het aanzien, waarnaar hij zijn hele leven gestreefd had.

Archief: 

Kleine collectie H.J. Poutsma in IISG (Amsterdam; vgl. Campfens, 214).

Publicaties: 

Behalve de genoemde Een tehuis voor wezen in Zuid-Afrika (Amsterdam 1902).

Literatuur: 

Fr. Netscher, 'H.J. Poutsma. Karakterschets' in: De Hollandsche Revue, 1902, 711-724; 'Death of mr. H.J. Poutsma' in: Rand Daily Mail', 19.7.1933; 'Een zonderlinge loopbaan' in: Het Volk, 29.7.1933; 'H.J. Poutsma' in: Suid-Afrikaanse Biografiese Woordenboek 1 (Kaapstad 1968) 672-673; J.J. Kalma, G. Nijssen (red.), Socialisten in soorten ... een brochure van Mr. P.J. Troelstra uit 1893 (Leeuwarden 1977); H. Buiting, "Een uiting van ziekelijkheid". Het gedwongen vertrek van Vliegen naar Parijs eind 1899' in: BNA, nr. 2, april 1984, 25-35; J.J. Kalma, Hessel Jacobs Poutsma (1866-1933). Modern ketter (Leeuwarden 1980); S. Bloemgarten, Henri Polak. Sociaal democraat 1868-1943 (Den Haag 1993).

Portret: 

H.J. Poutsma, IISG

Auteur: 
Mies Campfens
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 2 (1987), p. 119-122
Laatst gewijzigd: 

21-08-2002