REINALDA, Marius Antoon

Marius Antoon Reinalda

uitgever en socialistisch politicus, is geboren te Haarlem op 28 juni 1888 en overleden te Den Haag op 4 juli 1965. Hij was de zoon van Hendrik Reinalda, vuurstoker bij de spoorwegen, en Trijntje Kreeft, huisvrouw. Op 7 maart 1912 trad hij in het huwelijk met Alberta Maria Deen, huisvrouw, met wie hij vijf zoons kreeg. Na haar overlijden (op 29 november 1964) hertrouwde hij op 23 februari 1965 met Maria Antonia van Kampen.

Na de lagere school begon Reinalda in 1903 - het jaar dat zijn vader als organisator van de spoorwegstaking in Haarlem was ontslagen - als jongste bediende bij uitgeverij H.D. Tjeenk Willink & Zn (waarvan hij in 1937 directeur en in 1946 president-commissaris zou worden). Na zijn werk hielp hij in het geheelonthouderscafé, dat zijn vader in de Kleine Houtstraat 44 begonnen was en dat als centrum van de socialistische beweging in Haarlem diende. Daar maakte hij zich tevens het (kunst)biljarten eigen. Van een oud-HBS-leraar kreeg hij les in moderne talen en andere middelbare schoolvakken.

Na zijn militaire dienst - door hem benut om antimilitaristische pamfletten te verspreiden - werd Reinalda lid van de NVV-bond van handels- en kantoorbedienden (de Algemeene), waarbinnen hij van 1910-1912 secretaris van zijn afdeling was. Als goed liberaal liet Tjeenk Willink hem - op voorwaarde dat zijn werk er niet onder zou lijden - vrij in de plaatselijke politiek actief te worden. Reinalda slaagde er in het uitgeverswerk met een politieke carrière te combineren. In 1909 lid geworden van de SDAP kwam hij in 1917 als zesde socialist in de Haarlemse gemeenteraad, waar hij pleitte voor beurzen voor arbeiderskinderen om de HBS te kunnen bezoeken. In 1919 werd hij fractievoorzitter. In 1921 kwam hij bovendien in de Provinciale Staten van Noord-Holland (tot 1937). Van 1923-1928 en van 1936-1941 was hij wethouder van Openbare Werken en volkshuisvesting, waarbij hij vooral de volkswoningbouw in nieuwe wijken stimuleerde. In 1937 werd hij bovendien lid van de Eerste Kamer (tot 1947). Niet onder de indruk van het moderne medium radio had hij daarentegen het autorijden al vroeg geleerd, waarbij hij een voorkeur voor Amerikaanse auto's bezat. Van 1929-1938 was Reinalda hoofdbestuurslid van het Instituut voor Arbeidersontwikkeling.

Tijdens de Duitse bezetting wist hij mensen moed in te spreken en in de tram pamfletten in de zak te stoppen. Toen Haarlem en drie andere steden begin 1941 een NSB-burgemeester kregen, namen de twee Haarlemse SDAP-wethouders als enige van de wethouders direct ontslag en doken onder. Op 8 mei 1945 werd Reinalda burgemeester van Haarlem, in 1947 gevolgd door een benoeming - als eerste socialist - tot commissaris van de koningin in de provincie Utrecht. Dit bleef hij tot zijn pensionering in 1954. Naast deze functies was hij onder meer actief in de Persraad, de Ziekenhuiscommissie en als voorzitter van de Humanistische Werkgemeenschap in de PvdA. Van 1954 tot 1963 was hij lid van de Raad van State. Hij vervulde diverse commissariaten (onder andere bij de Arbeiderspers) en bekleedde het beschermheerschap van verschillende zangkoren. Met het Koninklijk Huis stond hij op goede voet.

Van 1946-1947 was hij fractievoorzitter van de PvdA in de Eerste Kamer. Reinalda was behalve politicus ook een geslaagd zakenman. Dat hij een scherp zakelijk inzicht had bleek zowel in de uitgeverswereld als bij de tot De Weezenkas behorende verzekeringsmaatschappij Aurora, waarvan hij vanaf 1928 tot zijn dood commissaris was. Na de oorlog hielp hij Aurora er weer bovenop, vanaf 1948 als president-commissaris. Na het overlijden van A.H. Gerhard in 1948 werd hij voorzitter van De Weezenkas, die hij wist om te vormen tot een moderne humanistische organisatie en te laten samenwerken met de op maatschappelijk werk gerichte vereniging Humanitas, waarvan hij eveneens bestuurslid was. Zijn zakelijk inzicht kwam tevens van pas bij de door hem van 1949 tot 1955 voorgezeten A.H. Gerhard Stichting, die in 1959 in Amsterdam een tehuis voor buitenkerkelijke bejaarden opende, het A.H. Gerhardhuis. Zijn gave als bemiddelaar benutte hij na de oorlog eveneens als lid van de geschillencommissie van de CAO voor de metaalindustrie.

Hoewel autoritair, en binnen de partij zelfs wat gevreesd, was hij zeer gezien. Gewaardeerd als spreker en voorzitter van vergaderingen was hij een geboren bestuurder, die het contact met gewone mensen niet verloor. Onberispelijk gekleed in een donkere jas met witte shawl sprak hij lopend tussen uitgeverij en stadhuis tal van mensen. Volgens Meijer Sluijser, die hem bij zijn overlijden voor de VARA herdacht, was Reinalda 'een typische figuur van het midden', die executieve vaardigheden verenigde met het vermogen te bemiddelen. 'Ontelbare malen werd hij geroepen om geschillen bij te leggen, moeilijke zaken te onderzoeken en een oplossing te bieden.' Naar hem zijn in Haarlem een park en een humanistisch bejaardenverzorgingshuis genoemd.

Archief: 

Archief M.A. Reinalda in IISG.

Publicaties: 

Voorwoord' in: A.H. Gerhard, Vrijdenker, socialist en opvoeder (Amsterdam 1949); 'Natuurbehoud en recreatie' in: Vijftig jaar natuurbescherming in Nederland (Natuurmonumenten 1956); Ziekenhuisbouw in Nederland (rapport Wiardi Beckman Stichting 1961).

Literatuur: 

Vliegen, Kracht III, 516-517; W. Mensink Sr. - 'Marius Antoon Reinalda' in: Haerlem. Jaarboek 1966; P. Hoekman, J. Houkes. De Weezenkas. Vereniging op de grondslag van het beginsel 'Opvoeding zonder geloofsdogma' 1896-1996 (Amsterdam 1996); E.S.C. Erkelens-Buttinger, 'Marius Antoon Reinalda 1947-1954' in: 'Veel tact en de noodige voorzichtigheid'. Gouverneurs en commissarissen in de provincie Utrecht 1814-1997 (Utrecht 1997) 182-4; J. Slangen, 'We moesten het zelf doen!'. Van eerste pension voor buitenkerkelijke bejaarden tot woon- en zorgcentrum voor ouderen in Amsterdam. Het A.H. Gerhardhuis 1959-1999 (Amsterdam 1999) 71-3; J. de Roos, Besturen als kunst. Lokale sociaal-democraten 100 jaar verenigd (Amsterdam 2002).

Portret: 

M.A. Reinalda, december 1937, particulier bezit

Handtekening: 

Huwelijksakte van Reinalda/Deen dd. 7 maart 1912. Akte 63; akteplaats Haarlem. Als bruidegom.

Auteur: 
Bob Reinalda
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 1 (1986), p. 99-101
Laatst gewijzigd: 

26-01-2007
31-05-2015 (voornaam eerste echtgenote gecorrigeerd)