ROMMERTS, Hoeke

Hoeke Rommerts

bestuurder Algemeen Nederlandsch Werklieden-Verbond en Algemeene Nederlandsche Typografenbond, is geboren te Leeuwarden op 8 januari 1834 en overleden te Amsterdam op 21 januari 1890. Hij was de zoon van Hille Rommerts, typograaf, en Fetje Gerbenzon. Op 29 november 1857 trad hij in het huwelijk met Tietje Dijkstra, met wie hij vier dochters en vier zoons kreeg.
Pseudoniemen: Boudewijn, Eén van 'een typografen drietal', Hemmo.

Evenals zijn vader en jongere broer Obbe kwam Rommerts als twaalfjarige op de drukkerij van G.T.N. Suringar te Leeuwarden. Hij ontwikkelde zich tot een bekwaam vakman en moest op zijn twintigste in militaire dienst. Daarna trouwde hij en vertrok na enkele jaren weer bij Suringar te hebben gewerkt in 1861 naar Assen. Rommerts leidde met zijn gezin een zwervend bestaan. In 1865 trok hij weer naar Leeuwarden, maar kon er geen werk vinden. Vervolgens ging hij naar Alphen aan den Rijn om te helpen een drukkerij op te zetten, waarna hij in Groningen opdook, waar het hem niet beviel. In 1869 vond hij werk in Assen op de drukkerij van J.A. Willinge Gratama, uitgever van de Provinciale Drentsche en Asscher Courant. Rommerts had door zijn 'hoekig' karakter vaak moeilijkheden met bazen, maar ook met vakgenoten. Hij haalde zijn broer Obbe, voorman van de Provinciale Friesche Werklieden-Vereeniging (PFWV), naar Assen voor een vergadering. Daar sprak behalve zijn broer ook J.Th. Potharst. Beiden riepen op lid te worden van een op te richten Asser Werkliedenvereeniging (AWV). Hoeke Rommerts kwam in het bestuur. Hij moest de AWV voortdurend verdedigen tegen aantijgingen van de burgerij dat de vereniging onder invloed zou staan van de Socialistische Internationale. Maar de AWV toonde zich gematigd en sloot zich zelfs niet aan bij het Algemeen Nederlandsch Werklieden-Verbond (ANWV). Bij Rommerts thuis werden culturele avonden gehouden, waar poëzie werd voorgedragen. Hij nam het initiatief om een coöperatie te beginnen. Deze werd in 1872 geopend in een nieuw gebouw, Werkmanslust, met een bakkerij, een winkel, twee woonhuizen en een vergaderzaal. Maar Rommerts werd het leven onmogelijk gemaakt door de middenstand, die zijn werkgever onder druk zette.

Rommerts nam gedwongen ontslag en woonde vanaf 1872 te Amsterdam. Daar deed hij zijn intrede als lid van het centraal bestuur van het ANWV (1873-1875). Daarnaast was hij in 1874 secretaris van de Algemeene Nederlandsche Typografenbond. In hetzelfde jaar werd hij voorzitter van de bond, wat hij tot 1877 bleef. Vanaf 1874 redigeerde hij onder grote financiële problemen De Werkman, waarin hij veel aandacht besteedde aan de opkomende stemrechtbeweging en ook oud-leden van de Internationale aan het woord liet. Maar er was veel kritiek op Rommerts, die niet altijd even tactisch optrad. Eind 1876 werd hij door B.H. Heldt uit De Werkman gewerkt, waarna in 1877 onder diens redactie De Werkmansbode verscheen. Tegen deze gang van zaken protesteerde Rommerts tevergeefs. Met enkele oud-internationalen probeerde hij een ander blad op te richten via de vereniging De Vrije Drukpers, maar daar kwam niets van. Zijn bereidheid als arbeider mee te werken aan de enquête betreffende werking en uitbreiding der wet van 19 september 1874, maakte dat geen patroon deze 'socialist' in dienst wilde hebben. Begonnen als aanhanger van het gematigde liberale werkliedenverbond naderde hij sedert 1876 meer en meer de socialistische opvatting. Onder pseudoniem schreef hij zowel in De Werkmansbode als in Recht voor Allen. Rommerts is een vaag idealist genoemd. Billijker is het hem te zien als het slachtoffer van eigen aard en omstandigheden, die de gelegenheid gemist heeft zich te scholen of krachtig organisatorisch te werken. Hij wist dat zaken die het socialisme toentertijd voorstelde over honderd jaar vanzelf zouden spreken. In zijn laatste levensjaren heeft hij versjes van zijn hand verkocht en vaak honger geleden.

Publicaties: 

Blikken in het leven der werklieden geschetst (z.pl. 1888); Het Lied van een werkelooze bij de afvaart der Amsterdamsche werkeloozen naar de Argentijnsche Republiek (z.pl. 1888); Luc. 3:11. Zonder werk nr. 1 (z.pl. 1888); 'De letterzetterswerkplaatsen te Amsterdam' in: De Werkmansbode, 11.8.1888; 'De toestand der typografen te Amsterdam' in: De Werkmansbode, 25.8.1888; Zonder werk. Mededeelingen uit het leven der werkeloozen door een bejaard werkeloos typograaf (z.pl. 1889); 'Een bladzijde uit mijn levensboek' in: De Werkmansbode, 27.8.1889.

Literatuur: 

Bymholt, Geschiedenis; L. Buning, 'Het begin van de werkliedenbeweging in Drenthe, voornamelijk te Assen' in: Nieuwe Drentse Volksalmanak, 1965, 44-71; J. Giele, De Eerste Internationale in Nederland (Nijmegen 1973); J.J. Kalma, Er valt voor recht te strijden (Den Haag 1978) 40-44; J. Giele, 'Rommerts, Hoeke' in: Een kwaad leven. Heruitgave van de 'Enquête betreffende werking en uitbreiding der wet van 19 September 1874. Deel 3 (Nijmegen 1981) 344-345 (voor Rommerts zelf: Deel 1, 70-87); J. Bos, Voor een betere toekomst. Het begin van de werkliedenemancipatie in Assen 1871-1895 (Assen 1989); J. Houkes, 'Rommerts, Hoeke (1834-1890)' in: P. Brood, W. Foorthuis (red.), Drentse biografieën I (Meppel 1989) 169-171; J.J. Kalma, 'Hoeke Rommerts (1834-1890) één der eerste rode typografen' in: BNA, nr. 32, december 1993, 11-18.

Portret: 

H. Rommerts, geen portret bekend; voorpagina van brochure Het lied van een Werklooze (z.pl. z.jr.), IISG

Auteur: 
J.J. Kalma
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 3 (1988), p. 175-177
Laatst gewijzigd: 

28-08-2002