SCHEEPERS, Johannes Theodorus

Johannes Theodorus Scheepers

secretaris van de Arnhemse afdeling van de Algemeene Nederlandsche Typografenbond en voorman van het Algemeen Nederlandsch Werklieden-Verbond, is geboren te Rheden op 25 september 1838 en overleden te Arnhem op 26 januari 1882. Hij was de zoon van Johanna Scheepers. Op 28 september 1876 trad hij in het huwelijk met Antonia Cornelia Berendina van Heumen, met wie hij een dochter en drie zoons kreeg.

Scheepers leerde na de lagere school het vak van letterzetter. In 1862 was hij niet alleen als typograaf werkzaam, maar kreeg ook een aanstelling als opzichter van de gemeentelijke bad- en zweminrichting in Arnhem, welke functie hij tot zijn dood behield. Scheepers was lid van de Arnhemse typografenvereniging Boekdrukkunst: de Grondzuil der Verlichting. Met hulp van deze vereniging deed Scheepers in februari 1866 een geslaagde oproep aan andere typografenverenigingen in Nederland om de lotsverbetering van de typografen in het algemeen te bespreken. Een en ander resulteerde in samenwerking met de Amsterdamse vereniging mede door zijn inzet, in de oprichting op 1 juni 1866 van de eerste landelijke vakbond in ons land, de Algemeene Nederlandsche Typografenbond (ANTB). Scheepers werd secretaris van de Arnhemse afdeling en slaagde er in bondsafdelingen in Nijmegen en Wageningen van de grond te krijgen. Samen met de meubelmaker J.Th. Potharst stimuleerde hij andere werklieden in Arnhem om zich op bredere basis te organiseren. Voor dit doel richtten Scheepers en Potharst op 19 oktober 1869 te Arnhem de Algemeene Arbeidersvereeniging 'Hoop op Geregtigheid' op. Deze werkliedenvereniging was samengesteld uit verschillende vakken en kende aanvankelijk een grote toeloop van werklieden. Scheepers werd eerste secretaris van deze vereniging en bleef dat tot 1882. Op deze wijze speelde hij een prominente rol in de ontwikkeling van de arbeidersbeweging in Arnhem.

Door zijn optreden deed Scheepers zich binnen de vroege Nederlandse arbeidersbeweging gelden als een gematigd figuur, behorende tot de progressief-liberale, nationale stroming. Dit bleek onder meer uit het feit dat hij actief werd voor het op 30 oktober 1870 te Utrecht gevormde Comité ter bespreking der Sociale Quaestie. Gedurende het bestaan van het Comité was Scheepers penningmeester ervan. Vanwege het Comité sprak Scheepers zich uit tegen het idee van een eigen vertegenwoordiging van de arbeidersklasse in het parlement. Op 18 mei 1879 werd het Comité voor Algemeen Stemrecht gesticht, dat uit het Comité ter bespreking der Sociale Quaestie voortkwam. Namens Hoop op Geregtigheid nam Scheepers aan dit nieuwe comité deel. De invloed van dit comité bleef echter gering. Het Comité ter bespreking der Sociale Quaestie werd in 1880 ontbonden.

Kort na het ontstaan van een Nederlandse afdeling van de Eerste Internationale in 1869 toonde Scheepers zich afkerig van een eventuele aansluiting van de typografenbond bij de Internationale. Met anderen, zoals B.H. Heldt, had Scheepers grote bezwaren tegen het anti-godsdienstige element binnen de Internationale. Op basis van dit argument achtte Scheepers de Internationale onaanvaardbaar. Daarnaast hekelde hij de Internationale en haar politieke opvattingen. De Nederlandse arbeider diende zich volgens Scheepers juist niet met politieke kwesties te bemoeien. Met dit standpunt isoleerde Scheepers zich enigszins, ook in eigen kring. In plaats van internationale aaneensluiting gaf hij de voorkeur aan een louter nationale organisatie. Hij was van mening dat de arbeidersbeweging in Nederland nog te zwak was om zich internationaal te organiseren. Naast Heldt en de Rotterdamse typograaf Th. de Rot, als afgevaardigde van Hoop op Geregtigheid, was Scheepers betrokken bij de oprichting van het nationaal ingestelde Algemeen Nederlandsch Werklieden-Verbond (ANWV) in 1871. Hij werd in het congresbureau gekozen en had vanaf omstreeks 1877 tot aan zijn overlijden zitting in de Algemeene Raad van het ANWV, die naast het Centraal Bestuur functioneerde. In deze jaren hield Scheepers zich bezig met het consolideren van de bestaande activiteiten. De publicistische activiteiten van Scheepers bepaalden zich tot verschillende bijdragen aan het blad De Werkman, als ook het uitgeven van een jaarboekje voor werklieden, getiteld De Batavier (van 1872 tot 1876). Ook publiceerde hij vanaf de oprichting in januari 1877 met anderen hoofdartikelen in het weekblad De Werkmansbode, orgaan van het ANWV, waarin hij blijk gaf van zijn gematigde houding.

Publicaties: 

Behalve de genoemde Leve Neérlandsch Typographenbond! Coupletten gezonden op het negentiende kopperfeest van de Typographische Vereeniging 'Boekdrukkunst de Grondzuil der Verlichting' te Arnhem, 13 Januarij 1868. Later met aantekeningen vermeerderd door J.Th. Scheepers (Amsterdam 1868).

Literatuur: 

12½ jarig verslag van den Nederlandsche Typographenbond (Amsterdam 1879); Bymholt, Geschiedenis; F. van der Wal, De oudste vakbond van ons land 1866-1916 (Nijmegen 1915) 17-65; E. van Laar, Hoop op gerechtigheid (Arnhem 1966) 48-63; J. Giele, De eerste internationale in Nederland (Nijmegen 1973).

Portret: 

J.Th. Scheepers, circa 1875-1880, uit: F. van der Wal, De oudste vakbond van ons land (Nijmegen 1915), 25

Auteur: 
Kees de Blaaij
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 2 (1987), p. 144-146
Laatst gewijzigd: 

00-00-1987