SEEGERS, Leendert

Leendert Seegers

(roepnaam: Leen), communistisch gemeenteraadslid in Amsterdam, is geboren te Amsterdam op 19 mei 1891 en aldaar overleden op 18 mei 1970. Hij was zoon van Leendert Jacobus Seegers, los werkman op de aardappelmarkt, en Neeltje Vervoorn. Op 6 juli 1914 trad hij in het huwelijk met Helena Margaretha Budde, met wie hij een dochter en drie zoons kreeg. Op 9 mei 1936 verliet Budde Seegers met de kinderen. Zij overleed in Duitse gevangenschap in Hamburg eind oktober 1940. Seegers hertrouwde op 7 oktober 1946 met Christina Maria Fronenbroek. Dit huwelijk bleef kinderloos.

Seegers ontwikkelde zich door zelfstudie. Hij bezocht als gevolg van de armoedige omstandigheden thuis slechts vijfeneenhalf jaar de lagere school. Zijn vader was een aanhanger van F. Domela Nieuwenhuis. Seegers had als jongen de meest uiteenlopende ongeschoolde baantjes. Toen hij op een drukkerij belandde, bracht een van de drukkers hem in aanraking met theoretische geschriften van de arbeidersbeweging. Hij raakte ervan overtuigd dat de georganiseerde arbeidersbeweging het meest geëigend was om strijd te veren tegen het kapitalisme. Geschokt door de gebeurtenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog ging hij De Tribune lezen, het weekblad van de Sociaal-Democratische Partij (SDP) van D.J. Wijnkoop en anderen. In 1916 werd hij lid van deze partij. Van 1919 tot 1923 was Seegers, die intussen werkte als magazijnbediende, secretaris van de Federatie van Handels- en Kantoorbedienden Vereenigingen in Nederland, die was aangesloten bij het Nationaal Arbeids-Secretariaat (NAS). In de Communistische Partij in Nederland (CPN), zoals de SDP na de Russische revolutie ging heten, had hij diverse bestuursfuncties. In 1924 werd hij voorzitter van de afdeling Amsterdam en lid van het partijbestuur. Hij roerde zich in de interne geschillen van de partij. In 1923 had hij de zijde gekozen van Wijnkoop tegenover J. de Kadt en diens aanhangers. Korte tijd later stond hij met onder meer R. van Riel, J. Bergsma en L. van Lakerveld tegenover Wijnkoop en W. van Ravesteyn inzake de vakbondspolitiek en vooral vanwege hun houding ten opzichte van het NAS. Wijnkoop had een meerderheid in het partijbestuur, maar breekpunt werden de richtlijnen die Seegers van een bezoek aan de Comintern in Moskou meebracht ter voorbereiding van een congres in mei 1925. Daarin werd gezegd dat de oppositie ook een verkiesbare plaats op de Kamerlijst moest krijgen, wat ten koste zou gaan van Van Ravesteyn. Het partijbestuur maakte de richtlijnen pas een paar dagen voor het congres openbaar en Wijnkoop trok zich met zijn meerderheid uit het bestuur terug. Seegers werd nu secretaris van het partijbestuur. Het SDAP-dagblad Het Volk bleek op de hoogte van de interne perikelen en besluiten binnen de CPN en publiceerde erover. Seegers ontmaskerde de informant binnen het partijbestuur door een circulaire aan de bestuursleden te zenden met voor ieder lid een andere zinswending over een bepaald besluit. De zin die in Het Volk verscheen stond in de circulaire aan A. Wins. Deze werd uit de partij gezet en sloot zich aan bij Wijnkoop, toen die in 1926 eveneens uit de partij werd gezet, en diens Communistische Partij Holland-Centraal Comité (CPH-CC). Bij de Kamerverkiezingen van 1925 kwam Seegers als tweede op de kandidatenlijst van de CPN, na L. de Visser, die als enige in de Tweede Kamer werd gekozen. Ook bij de volgende Kamerverkiezingen in 1929 stond Seegers op de kandidatenlijst, nu als derde achter De Visser en Raden Darsono. Weer haalde de CPN slechts één zetel en kwam Seegers niet in de Kamer. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1927 had hij meer succes: als lijsttrekker werd hij een van de twee communistische raadsleden. Op 6 september 1927 werd Seegers beëdigd. Hij deed meteen het voorstel een telegram aan de gouverneur-generaal van Indonesië te sturen met een protest tegen de ter dood veroordeling van zeven communisten en tegen de voltrekking van de vonnissen. Hij vroeg ook om een interpellatie over het optreden van de politie tegen een demonstratie voor de in de Verenigde Staten ter dood veroordeelde N. Sacco en B. Vanzetti.

Seegers had in de tijd dat hij in de Amsterdamse gemeenteraad zat niet altijd werk. Omdat hij van het presentiegeld niet kon leven moest hij enkele keren een beroep doen op de gemeente voor bijstand. Daarnaast schreef hij voor De Tribune en deed hij vertaalwerk. Zijn vrouw leed aan tuberculose en verbleef enige tijd in een sanatorium. Seegers had vooral gevoel voor belangenbehartiging, niet alleen van arbeiders, maar ook van de middenstand en de marktkooplieden en venters. De Amsterdamse marktkooplieden en venters benoemden hem in 1931 tot secretaris van de kort daarvoor opgerichte organisatie Ons Belang, wat hij tot de Duitse bezetting bleef. Nadat de CPH-CC van Wijnkoop en de CPN in 1930 weer waren samengegaan, werd Seegers niet in het partijbestuur herkozen. In een artikel in De Tribune oefende hij zelfkritiek op zijn 'opportunistische fouten'. Hij bleef desondanks een vooraanstaand partijgenoot, die op talloze vergaderingen sprak. In 1931 werd hij lid van de Provinciale Staten van Noord-Holland, wat hij tot de Duitse bezetting zou blijven. In het verloop van de jaren dertig en tijdens de Duitse bezetting eiste de strijd tegen het fascisme van het strijdbare gezin Seegers een zware tol. Zijn vrouw en zijn twee zoons raakten betrokken bij de strijd tegen de Franco-dictatuur in Spanje, zijn vrouw en hun oudste zoon later ook bij het transport van illegaal drukwerk naar Duitsland. Eind 1940 werden deze beiden gearresteerd. Seegers' vrouw overleed bij een proces in Hamburg, de oudste zoon in een concentratiekamp. Seegers zelf werd in april 1941 bij een tramhalte in Amsterdam gearresteerd. Via het concentratiekamp Amersfoort belandde hij in Buchenwald, waar hij tot het eind van de oorlog verbleef. Hij kreeg een plaats in de illegale internationale kampleiding van communisten en tegen het eind van de oorlog ook in een nationaal comité. Namens dit comité ondertekende hij na de bevrijding van Buchenwald een felicitatietelegram aan de jarige prinses Juliana.

Meteen na de bevrijding werden Seegers en E. Teeboom-van West als de enige overlevenden van de zeven vooroorlogse CPN-raadsleden benoemd tot lid van de noodraad van Amsterdam. In november 1945 werd Seegers de eerste CPN-wethouder van Amsterdam en wel van Bedrijven. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1946 bleek de CPN de grootste partij en behaalde vijftien zetels. Seegers en Ben Polak werden wethouder, Seegers van Publieke Werken. Het wethouderschap van de twee CPN'ers duurde slechts kort. Naar aanleiding van de communistische machtsovername in Tsjecho-Slowakije in februari 1948 nam de Amsterdamse raad in maart een motie aan waarin Seegers en Polak werd gevraagd hun zetels ter beschikking te stellen omdat ze volgens de motie hun steun hadden verklaard aan de coup. Ook werd hun 'communistische cellenbouw' verweten omdat ze betrokken waren bij de oprichting van een Nationaal Welvaartscomité. Alleen de communistische fractie en Hermine Heijermans stemden tegen de motie. Beide wethouders verklaarden geen gehoor te geven aan het verzoek om op te stappen, maar door een wijziging van de gemeentewet ontstond de mogelijkheid zich van de CPN-wethouders te ontdoen. Bij geen van de naoorlogse conflicten in de CPN sloot Seegers zich aan bij een van de afscheidingsbewegingen. Hij had in 1945 sympathie getoond voor de zogenoemde juli-oppositie van D. Goulooze en W. van Exter, maar volgde hen niet. Ook in 1957-1958 koos Seegers (die van 1956 tot 1960 voor de CPN lid was van de Eerste Kamer) niet voor de Bruggroep, maar voor de leiding onder P. de Groot. 'Ome Leen' was bij gemeentebestuur en raadsleden gevreesd om zijn grote kennis van dossiers en gemeentewet en bij het personeel gezien als verdediger van hun belangen. In september 1967 ontving hij de gouden medaille van de stad Amsterdam met de inscriptie 'Amsterdam aan L. Seegers voor veertig jaar raadswerk ten behoeve van de stad en haar burgerij'. Op de receptie ter gelegenheid van zijn veertigjarig raadslidmaatschap kwamen burgemeester I. Samkalden en de oud-burgemeesters A. d'Ailly, G. van Hall en F. de Boer. A. Walraven, directeur van het Instituut der Gemeentebedrijven, roemde Seegers' loyaliteit tegenover ambtenaren. De gemeente gaf opdracht een portret van Seegers te schilderen. Als cadeau kreeg hij een reis naar Californië, waar zijn dochter woonde. Zijn vijf kleinkinderen daar had hij nog nooit gezien. Seegers trok zich korte tijd later terug uit de politiek. Hij verscheen nog maar zelden bij openbare manifestaties en overleed in 1970.

Publicaties: 

Nood en redding der middenstand (Amsterdam 1937).

Literatuur: 

Bibeb, 'Leen Seegers: "Als ik eenmaal iets zeg, is dat zo"' in: Vrij Nederland, 23.9.1967; D. Walda, 'Eén lei, een griffel... In gesprek met Leen Seegers' in: N.U., 1967, nr. 11, 24-25; A.A. de Jonge, Het communisme in Nederland. De geschiedenis van een politieke partij (Den Haag 1972); J. Hemelrijk, Er is een weg naar de vrijheid (Haarlem 1979); G. Harmsen, Nederlands kommunisme. Gebundelde opstellen (Nijmegen 1982); H. Galesloot, S. Legêne, Partij in het verzet. De CPN in de tweede wereldoorlog (Amsterdam 1986); G.W.B. Borrie, Monne de Miranda. Een biografie (Den Haag 1993); N. Markus (red.), 'Waarom schrijf je nooit meer'. Briefwisseling Henriette Roland Holst-Henk Sneevliet (Amsterdam 1995); G. Verrips, Dwars, duivels en dromend. De geschiedenis van de CPN 1938-1991 (Amsterdam 1995); P. Hofland, Leden van de Raad. De Amsterdamse gemeenteraad 1814-1941 (Amsterdam 1998); J.W. Stutje, De man die de weg wees. Leven en werk van Paul de Groot 1899-1986 (Amsterdam 2000); G. Voerman, De meridiaan van Moskou. De CPN en de Communistische Internationale (1919-1930) (Amsterdam 2001).

Portret: 

Leendert Seegers (foto Ben van Meerendonk), IISG

Auteur: 
Joop Morriën
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 7 (1998), p. 207-210
Laatst gewijzigd: 

13-02-2003