SMEENK, Christiaan

Christaan Smeenk

(roepnaam: Cees; bijnaam: Rooie Smeenk), hoofdredacteur Patrimonium en bestuurder CNV, is geboren te Zevenaar op 10 december 1880 en overleden te Arnhem op 17 juli 1964. Hij was de zoon van Bernard Daniel Smeenk, landbouwer, en Antonia Johanna van Beek. Op 23 oktober 1903 trad hij in het huwelijk met Everdina Maria Kleinhout, met wie hij twee zoons kreeg. Na haar overlijden (op 16 juni 1950) hertrouwde hij op 24 augustus 1951 met Theodora Johanna Maria Gijsberta Smeenk.

Nadat hij de lagere school en enkele privaatlessen in boekhouden en talen gevolgd had, begon Smeenk in 1892 zijn loopbaan als schrijver bij het kantongerecht. In 1895 verhuisde hij naar Arnhem, waar hij kantoorbediende werd. In 1899 werd hij bij de oprichting van de zesde afdeling van de Nederlandse Vereeniging van Christelijke Kantoor- en Handelsbedienden tot afdelingssecretaris gekozen. Smeenk, die in deze tijd aan De Graafschapper meewerkte, was een geboren journalist. Hij was zeer belezen. In 1903 werd hij redacteur bij De Rotterdammer. In 1907 verhuisde hij naar Enkhuizen om hoofdredacteur bij De Vrije Westfries te worden. Honkvast was hij niet. In 1909 vertrok hij weer naar Arnhem om daar als hoofdredacteur van het pas opgerichte Arnhemsch Dagblad op te treden. Hij hield het er zes jaar uit. In 1915 werd hij ontslagen wegens zijn inzet voor de christelijk sociale beweging.

In november 1911 begon zijn eigenlijke werk bij de arbeidersbeweging. De toenmalige redacteur van Patrimonium, J. van der Molen, werd benoemd tot wethouder van Rotterdam, waarna Smeenk zijn plaats innam en eerst vervangend en later werkelijk hoofdredacteur van dit blad werd (hij was dit van 1911 tot 1953). Het blad was tot die tijd steeds met moeite gevuld, maar nam nu in betekenis toe. Smeenk had in tegenstelling tot de vorige hoofdredacteur A.S. Talma een vruchtbare pen. Zijn eerste 'driestar' was gewijd aan het CNV, dat in 1909 was opgericht. Naar aanleiding hiervan schreef hij: 'Een algemeene sociale vereeniging als Patrimonium moet ook de ontwikkeling van de Christelijke vakbeweging zooveel mogelijk bevorderen. We kunnen ons de weelde van onderlingen tweespalt niet veroorloven. Patrimoniums arbeid zal daardoor niet overbodig worden, het heeft nog steeds een gewichtige roeping in ons volksleven te vervullen'. In die tijd waren de onderlinge verhoudingen echter nogal gespannen. Maar in 1915 trad Smeenk toe tot het algemeen bestuur van het CNV, waar hij het tot tweede voorzitter bracht. In 1919 kwam hij in het dagelijks bestuur (tot 1921). Tot 1924 was hij weer lid van het algemeen bestuur. Wegens drukke werkzaamheden moest hij ten slotte bedanken. In 1915 was hij als verantwoordelijk redacteur belast met de verzorging van het bondsorgaan van het CNV De Gids. Hij bleef dit doen tot 1918. Men heeft zelfs voorgesteld om hem in plaats van H. Diemer, als eerste bezoldigde bestuurder, te benoemen tot voorzitter, maar Smeenk bedankte. Vermoedelijk omdat hij in 1918 als lid van de Tweede Kamer was gekozen, wat hij tot 1948 zou blijven. Er was toen binnen het CNV een actie gevoerd om mensen uit de vakbeweging in de Kamer te krijgen. Het resultaat was niet wat men ervan verwachtte. Wel werd Smeenk direct verkozen, maar J. Schouten - geen CNV-lid en werkzaam als bloemist, boekhandelaar en boekhouder - moest wachten tot het vertrek van A.W.F. Idenburg. K. Kruithof kwam er ondanks alle inspanning niet in. Smeenk bleef tot 1948 in de Kamer. Hij moet over een grote werkkracht beschikt hebben. In 1915 was hij al lid van de gemeenteraad van Arnhem en bleef dit tot 1961. In 1923 werd hij bovendien wethouder van Arnhem voor Sociale Zaken. Hij wisselde deze portefeuille in 1925 voor die van Financiën en Personeelszaken. Deze functie bekleedde hij tot 1933. Daarbij werd hij in 1931 verkozen tot lid van de Provinciale Staten van Gelderland. In 1927 werd hij ook nog gekozen tot voorzitter van Patrimonium en bleef dit naast zijn hoofdredacteurschap van het blad Patrimonium tot 1952.

Smeenks kracht lag vooral in de journalistiek en in het uiteenzetten van vraagstukken op sociaal en economisch gebied. Op de jaarvergaderingen van het CNV en bij christelijk-sociale cursussen was hij een veelgevraagd spreker. Het blad Patrimonium was voor hem het belangrijkste middel om zijn ideeën te verwoorden. In Patrimonium en tijdens zijn hele leven was Smeenk de 'leraar' van de christelijke vakbeweging.

Publicaties: 

Voor het sociale leven (Rotterdam 1914); Een held in volle wapenrusting. A.S. Talma en zijn arbeid (Rotterdam 1916; met P. van Vliet jr.); Christelijk sociale beginselen, 2 delen (Kampen 1934 en 1936); Onze volksvrijheden (Kampen 1946); Isolement, ook thans? (Wageningen 1946); Het volk ten baat. De geschiedenis van de A.R. Partij (Groningen 1949; met J.A. de Wilde); De ontwikkeling van de maatschappij. Sociaal-economische geschiedenis (Kampen 1955); J.P. Stoop, 'Om het volvoeren van een christelijke staatkunde'. De Anti-Revolutionaire Partij in het interbellum (Hilversum 2001).

Literatuur: 

R. Hagoort, De christelijk sociale beweging (Hoorn 1933); R. Hagoort, Het beginsel behouden (Amsterdam 1934); H. Amelink, Met ontplooide banieren (Utrecht 1950).

Portret: 

C. Smeenk, uit: R. Hagoort, Het beginsel behouden (1934), t.o. titelpagina

Handtekening: 

Huwelijksakte van Smeenk/Kleinhout dd 23 oktober 1903. Arch 0207 Reg 7987 akte 313; akteplaats Arnhem. Als bruidegom.

Auteur: 
Henk Baas
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 2 (1987), p. 148-150
Laatst gewijzigd: 

01-12-2016 (typefout voornaam gecorrigeerd)
16-07-2017 (achternaam eerste echtgenote gecorrigeerd)