SMIT, Mattijs Willem

Mattijs Willem Smit

bestuurder van de Christelijke Typografenbond in Nederland en van het Christelijke Arbeidssecretariaat en het Christelijk Nationaal Vakverbond, is geboren te Amsterdam op 7 september 1866 en aldaar overleden op 25 januari 1916. Hij was de zoon van Mattijs Willem Smit, werkman, en Anna Maria van der Peijl. Op 19 december 1889 trad hij in het huwelijk met Kaatje Kroesen, met wie hij drie dochters en twee zoons kreeg.

Smit groeide op in de Amsterdamse Jordaan, in de Rozenstraat. Hij ging werken op een drukkerij en werd als jong letterzetter lid van de Algemeene Nederlandsche Typografenbond. Hoewel het afdelingsbestuur aan het bezwaar van hem en anderen tegemoet kwam door niet meer te vergaderen op zondag - een van de weinige vrije dagen voor werklieden - ontstond bij hem steeds meer de overtuiging dat hij zich als christen niet in de bond thuis voelde. Met hele en halve socialisten, zo meende hij, kon hij in een vereniging niet samenwerken. Met een collega verzocht hij de Amsterdamse afdeling van Patrimonium een vergadering bijeen te roepen voor de oprichting van een afzonderlijke vereniging van christelijke arbeiders in het boekdrukkers- en boekbindersbedrijf. 45 sympathisanten ondersteunden het verzoek. Smit ontwierp als lid van een daartoe ingestelde commissie een verenigingsreglement. In juli 1894 richtten zij Draagt Elkanders Lasten op als vakafdeling van Patrimonium. Smit, bij acclamatie tot voorzitter benoemd, verduidelijkte op de eerste jaarvergadering dat het de vereniging allereerst ging om het bevorderen van de samenwerking tussen patroons en arbeiders. Toen de werkgevers zich begin 1896 bereid verklaarden tot opheffing van de misstanden te komen en met vertegenwoordigers van zes arbeidersverenigingen in het boekdrukkersbedrijf in een door deze ingestelde commissie zitting te nemen, sprak Smit er zijn vreugde over uit dat deze samenwerking was verkregen. Met inmiddels in andere plaatsen opgerichte vakafdelingen trachtte hij tot een landelijke bond en de uitgifte van een correspondentieblad te komen. De andere afdelingen echter zagen daar de noodzaak (nog) niet van in. Na de oprichting door Patrimonium in juli 1901 van het Christelijk Arbeidssecretariaat (CAS) waagde Smit een nieuwe poging, overeenkomstig de bedoeling van het CAS protestantse christelijke vakbonden op te richten en plaatselijke verenigingen van eenzelfde vak tot een bond aaneen te sluiten. Namens Draagt Elkanders Lasten was hij lid van het CAS bestuur. Dit machtigde hem de afdelingen van christelijke typografen in andere plaatsen aan te schrijven. Deze poging had meer succes, want op 19 mei 1902 vond in Amsterdam de oprichtingsvergadering plaats van de Christelijke Typografenbond in Nederland met Smit als voorzitter. Omdat het uitgeven van een eigen blad nog niet mogelijk bleek, werd in 1904 besloten gebruik te maken van het door het CAS uitgegeven weekblad De Christen Vakman. Het eerste nummer van het eigen blad De Christen-Typograaf verscheen in september 1905. In een inleidend artikel schreef Smit over het opwekken waar mogelijk van de verenigingszin onder christelijke typografen, onder meer door bestrijding van wanbegrippen omtrent de taak van de vakbeweging en het aansturen op federatieve samenwerking van de Nederlandse vakgenoten teneinde een toestand voor te bereiden waarbij de mens in de werkman meer zou worden gerespecteerd. Elke maand schreef hij over de aanhoudende loonontwikkelingen en ging polemieken aan met de bladen van andere typografenbonden. Toen hij in 1906 wegens ziekte geruime tijd niet mocht werken, bleef hij voor het bondsblad schrijven. Steeds kreeg nauwe samenwerking, zo mogelijk in een federatie, of anders in een combinatie met andere bonden in een bedrijf de nadruk. Naar zijn overtuiging kon het arbeiders- en bedrijfsbelang alleen gediend worden door samenwerking tussen patroons en arbeiders, waarbij de arbeiders samen een eenheid moesten vormen om tot een 'bedrijfsorganisatie' te komen in de onderneming of het bedrijf.

In het CAS bleek Smit een stabiele kracht. Hij was de samensteller van het Verslag nopens het onderzoek naar voorwaarden en verhoudingen bij de arbeid in Nederland (november 1903), dat het CAS uitbracht naar aanleiding van de door A. Kuyper ingediende ontwerp-Arbeidswet. Dit bevatte een overzicht van de arbeidstoestanden zoals deze uit het onderzoek naar voren waren gekomen. In De Christen Vakman schreef Smit, inmiddels tweede voorzitter van het CAS, elke week de omvangrijke rubriek 'Sociale aangelegenheden'. Bij de reorganisatie van het CAS in november 1905, waarbij de band tussen CAS-secretariaat en Patrimonium werd beëindigd, werd Smit voorzitter. Ook voor het in januari 1908 door het CAS uitgebrachte maandblad De Wegwijzer leverde hij regelmatig artikelen. Toen Smit als voorzitter van het CAS met penningmeester dominee H.C. Hogerzeil over de opheffing van het CAS wilde spreken, wees deze hem af omdat hij geen CAS-voorzitter meer kon zijn daar Smit een van degenen was die aan de oprichting van het Christelijk Nationaal Vakverbond in Nederland (CNV) had medegewerkt. Op de vergaderingen in verband met het verdere bestaan van het CAS kwamen alleen Hogerzeil, J. Quispel van de bootwerkers en Smit opdagen. Ondanks zijn zwakke gezondheid leek Smit onvermoeibaar. Bij de oprichting in juli 1909 van het CNV werd hij tweede voorzitter, naast zijn voorzitterschap van de typografenbond en van de afdeling Amsterdam van die bond. Intussen verdiende hij in een tienurige werkdag zijn brood als letterzetter, waarbij vaak moest worden overgewerkt. In november 1914 werd hij 'vrijgesteld' en kwam geheel in dienst van de bond, niet als beambte maar als stemhebbend hoofdbestuurslid. De functie van voorzitter werd in deze nieuwe situatie niet passend geacht, wel die van secretaris. Het voorzitterschap van de afdeling Amsterdam legde hij nu neer. Zijn nieuwe functie kon hij maar kort vervullen. In januari 1916 kwam onverwacht een eind aan zijn leven. Hoe vurig zijn geest ook was, zijn zwak lichaam had het begeven, aldus Hofman.

Literatuur: 

In memoriam M.W. Smit' in: De Christen-Typograaf, 2.2. 1916; T.H. Schotanus, 'Terugblik' in: De Christen-Typograaf, 16.2.1916; 'Ter nagedachtenis' in: Bijvoegsel bij De Christen-Typograaf, 16.2.1916; W. Wattel, 'M.W. Smit' in: De Christen-Typograaf, 1.3.1916; H. Diemer, 'M.W. Smit' in: De Gids, februari 1916; F. van der Wal, De oudste vakbond van ons land (z.pl. z.j.); J. Hofman, Van zorg en zegen (Amsterdam 1927); R. Hagoort, De christelijk-sociale beweging (Hoorn 1933); H. Amelink, Onder eigen banier (Hoorn 1940, 19502).

Portret: 

M.W. Smit, uit: J. Hofman, Van zorg en zegen (Amsterdam 1927) na titelblad

Auteur: 
J. van der Molen
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 5 (1992), p. 264-266
Laatst gewijzigd: 

00-00-1992