STAM, Jan Cornelis

Jan Cornelis Stam

communistisch publicist, is geboren te Giessendam op 18 oktober 1884 en omgekomen in het concentratiekamp Neuengamme op 11 januari 1943. Hij was de zoon van Cornelis Stam, mandenmaker, en Johanna Nieuwpoort. Op 5 juni 1912 trad hij in het huwelijk met Aaltje van Minnen, met wie hij drie dochters en een zoon kreeg. Pseudoniem: Aroen

Stam werd geboren in een streng gereformeerd gezin in de Alblasserwaard. Zoals vaker in dit gebied was er een groot leeftijdsverschil tussen vader (reeds 64) en moeder (23). Stam verloor al jong zijn vader. Hij kon goed leren en koos voor het vak van onderwijzer. Waarschijnlijk kwam hij voor het eerst in aanraking met het socialisme door de onderwijzer P.K. Roetman in Sliedrecht, waar Stam in 1902 zijn gymnastiekakte behaalde. Nadat hij in 1903 zijn onderwijzersakte had behaald, was hij enige jaren werkzaam als onderwijzer in Puttershoek.

Stam was voorstander van de neutrale school en actief in de Bond van Nederlandsche Onderwijzers (BvNO), district Hoeksche Waard. In 1906 werd hij daar vice-voorzitter. Van 1907 tot 1910 was hij secretaris. Op het Deventer congres van de SDAP in 1909 neemt Stam deel aan de emotionele discussie die leidde tot de uitzetting van de Tribuneredacteuren Wijnkoop, Van Ravesteijn en Ceton. Toen deze als reactie daarop de Sociaal-Democratische Partij oprichtten, stapte ook Stam over naar deze nieuwe partij. In 1910 verhuisde hij naar de Haarlemmermeer. In augustus 1912 vertrokken Stam en zijn vrouw kort na hun huwelijk naar het toenmalige Indië. Stam, die lid was van de Sociaal-Democratische Partij (SDP), had de redactie van De Tribune de belofte gedaan de lezers op de hoogte te houden van 'wat hier woelt en gist'. In november 1912 verscheen onder het pseudoniem Aroen (Rebel) zijn eerste politieke brief in De Tribune. Tot 1921 volgden er tientallen, die ook nu nog een tijdsbeeld bieden van een bewogen periode en de lezers een goed inzicht geven in de Nederlandse koloniale politiek. Stam schreef verder veel in Het Vrije Woord (orgaan van de Indische Sociaal-Democratische Vereeniging; ISDV) en De School (orgaan van het Nederlandsch-Indisch Onderwijzers Genootschap; NIOG). Binnen het NIOG zamelde hij alle jaren door met grote energie gelden in voor het herstellingsoord (HO) in Lunteren van de BvNO, waar hij zelf in 1911 met een longaandoening enige tijd had gekuurd. Stam speelde in Indonesië een vooraanstaande rol in de marxistische, later communistische beweging (ISDV; Partai Komunis Indonesia, PKI) en werd slachtoffer van strafoverplaatsingen door het gouvernement. Op het congres van 1920 waar de ISDV haar naam veranderde in PKI, werd hij in het hoofdbestuur gekozen. Hij had goede contacten met Indonesiërs als de helaas te vroeg gestorven Hasan Djajadiningrat en met Raden Darsono. In 1921 was het gezin Stam met verlof in Nederland. Hij reisde in dat jaar als afgevaardigde van de PKI naar het Kominterncongres, zoals blijkt uit een brief van Stam aan Wijnkoop van 12 mei 1921 aangetroffen in het Komintern-archief te Moskou. Stam schreef daarin: "Ik ontving uit Indië bericht, dat ze me afvaardigden naar Moskou. Laat de Trib. redaktie er echter nooit melding van maken, want dan loop ik de kans dat ze me niet meer toelaten in den Oost." Stam reisde met de delegatie van de CPN naar Moskou onder wie Wijnkoop, Ceton, Alma en Henriëtte Roland Holst, die in Het vuur brandde verder daarvan verslag doet. Stam die onder de schuilnaam Artek op het congres aanwezig is vervult daar geen rol als spreker, maar lobbyde wel voor steun voor de strijd van de PKI in Indonesië. Met Ceton, ook onderwijzer, bezocht hij in de Sovjet-Unie enkele scholen en publiceerde daarover.

In 1932 werd Stam gepensioneerd. Hij keerde terug naar Nederland en was actief in de CPN. Hij was districtsbestuurder in Hilversum, maakte Kamerverslagen voor De Tribune, nam deel aan de activiteiten van de Internationale Rode Hulp en was in Deventer, waar hij vanaf 1938 woonde, secretaris van de Vereniging Vrienden der Sowjet-Unie (VVSU). Stam was tijdens de Spaanse burgeroorlog actief in het werven van vrijwilligers voor de Internationale Brigade in Spanje. In 1941 werd hij wegens illegale werkzaamheden voor de CPN gearresteerd en naar het concentratiekamp Neuengamme op transport gesteld, waar hij omkwam.

Literatuur: 

J. Morriën, 'Aroen'. Jan Stam, rebel in Indonesië en Nederland (Amsterdam 1984); F. Tichelman, Socialisme in Indonesië. De Indische sociaal-Democratische vereeniging 1897-1917 (Dordrecht 1985).

Portret: 

J.C. Stam, particulier bezit

Auteur: 
Joop Morriën
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 1 (1986), p. 119-120
Laatst gewijzigd: 

23-05-2002