STERRINGA, Geert

Geert Sterringa

communistisch voorman in Groningen, is geboren te Firdgum (Barradeel) op 30 december 1876 en omgekomen in het concentratiekamp Buchenwald op 19 januari 1944. Hij was de zoon van Hermanus Sterringa, onderwijzer en verzekeringsagent, en Maria Kalverboer, handwerkonderwijzeres. Op 26 april 1907 trad hij in het huwelijk met Anna Martha Gonda Winterwerp, naaister, met wie hij een dochter en twee zoons kreeg.

Geboren uit een geslacht van onderwijzers bezocht Sterringa de rijkskweekschool te Groningen. In 1895 slaagde hij voor onderwijzer, in 1897 voor de hoofdakte en in 1899 voor de lagere akte Frans. Na een jaar in Zuidlaren kwam hij op een school in Groningen, waar hij op vier maanden na zijn veertigjarige ambtsperiode volmaakte. Schoolhoofd wilde hij uit principe niet zijn. Enige generaties arbeiderskinderen hebben op de armenschool in het Noorderplantsoen zijn lessen genoten.

Hij was actief in de afdeling van de Bond van Nederlandsche Onderwijzers (BvNO), hielp in 1901 mee de Groningsche Bestuurdersbond stichten en werd voorzitter van de Groningse afdeling van de SDAP. Aan de opbouw van de coöperatie De Toekomst hielp hij mee en in 1903 maakte hij deel uit van het plaatselijk stakingscomité. Hij was directeur van enkele arbeiderszangverenigingen in de loop van zijn leven. In 1909 trad hij, die tot de marxistische stroming in de partij behoorde, tot de Sociaal-Democratische Partij (SDP) toe en richtte in Groningen een afdeling op. Ook werd hij lid van het partijbestuur. Bij de Kamerverkiezingen van 1913 stond hij in het district Groningen kandidaat tegenover G.W. Sannes van de SDAP. Op cursusvergaderingen gaf hij scholing aan zijn kring van volgelingen. Ook als debater stond hij zijn man. In 1918 was hij als nummer 6 kandidaat voor de Kamer op de lijst van de SDP en in 1919 werd hij tot lid van de Provinciale Staten voor de Communistische Partij in Nederland (CPN), ook aangeduid als Communistische Partij Holland (CPH) gekozen. Hij was een ijverig propagandist voor de Russische revolutie onder de Groningse landarbeiders. Met J.W. Kruyt en K. van Langeraad was hij redacteur van het weekblad Plattelandstribune.

In het partijconflict binnen de CPN in het midden van de jaren twintig schaarde hij zich onvoorwaardelijk aan de zijde van Wijnkoop. Hij zette mede door, dat het tot een afgescheiden communistische Organisatie kwam, de CPH-Centraal Comité (1926-1930). In de landarbeidersstaking van 1929 in het Oldambt had hij een belangrijk aandeel (hij liet zijn aanhangers binnen het organisatorische raam van het NVV opereren). Na de hereniging van de beide communistische partijen werd hij nogal eens achteruitgezet. In 1935 gepensioneerd maakte hij nog enkele jaren deel uit van de gemeenteraad van Groningen (tot 1939). Tijdens de Duitse bezetting had hij in november 1940 deel in de uitgave van Het Noorderlicht. Ook schreef hij een manifest dat vlak na de februaristaking van 1941 werd verspreid. Op 10 maart 1941 werd hij gearresteerd met anderen. Hij verbleef in Scheveningen, Amersfoort en Buchenwald (hier vanaf 26 maart 1942). Door de ontberingen van het kampverblijf ging zijn gezondheid achteruit, maar zijn geestelijke belangstelling leed er niet onder. Zijn debatteer- en zang-voorliefde leefde hij ook toen nog uit.

Publicaties: 

Het vrije woord en de SDP' in: De Nieuwe Tijd, 1915, 62-63; De communisten en de gemeenteraadsverkiezingen, (Amsterdam z.j.); Wat willen de communisten? (Amsterdam 1919, 19202); Het communisme en het landproletariaat (Amsterdam 1920); 'Enige beschouwingen over het platteland van Groningen, Friesland en Drente' in: De Communistische Gids, 1922, 219-232.

Literatuur: 

G. Harmsen, 'Geert Sterringa' in: Mededelingenblad, mei 1967, 24-29; P. Hoekman, J. Houkes, O. Knottnerus (red.), Een eeuw socialisme en arbeidersbeweging in Groningen 1885-1985 (Groningen 1986); H. Buiting, Richtingen- en partijstrijd in de SDAP. Het ontstaan van de Sociaal-Democratische Partij in Nederland (SDP) (Amsterdam 1989); P. Hoekman, J. Houkes, 'Het communisme komt' De opkomst van de CPN in Oost-Groningen' in: G. Voerman (red.), Tussen Moskou en Finsterwolde. Over de geschiedenis van het communisme in Oost-Groningen (Scheemda 1993) 9-29.

Portret: 

G. Sterringa, links met snor, uit: Het Leven, 8.7.1919

Handtekening: 

Huwelijksakte van Sterringa/Winterwerp dd. 25 april 1907. Boek 1907, akte 114; akteplaats Groningen. Als bruidegom.

Auteur: 
Ger Harmsen
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 1 (1986), p. 125-126
Laatst gewijzigd: 

23-05-2002
31-05-2015 (beroepen ouders gecorrigeerd)