TROELSTRA, Hendrika

Hendrika Troelstra

(bekend onder de naam Brok-Troelstra; roepnamen: Rika, Riek), socialistisch propagandiste en publiciste, is geboren te Leeuwarden op 21 november 1867 en overleden te Assen op 15 augustus 1944. Zij was de dochter van Jelle Pieters Troelstra, rijksontvanger van de belastingen, en Grietje Landmeter. Dirk Jelles Troelstra en Pieter Jelles Troelstra waren broers van haar. Op 13 mei 1903 trad zij in het huwelijk met Klaas Cornelis Brok, landarbeider en machinist, met wie zij twee dochters kreeg.
Pseudoniem: Heinke Bota.

Rika Troelstra bezocht de HBS voor meisjes te Leeuwarden. Na een afgebroken studie te Utrecht werkte zij achtereenvolgens als huisonderwijzeres (onder andere in Berlijn en Amsterdam), als huismeesteres van een internaat dat was verbonden aan de coöperatieve zuivelfabriek te Nunspeet. Van huis uit was zij vertrouwd met politiek, omdat haar vader lid was van de Provinciale Staten van Friesland voor de liberalen en wethouder van Leeuwarden. Door haar broer Pieter Jelles was haar belangstelling voor het socialisme gewekt en spoedig werd zij lid van de SDAP, evenals haar aanstaande echtgenoot, die in 1902 voorzitter van de Haagsche Federatie van de SDAP werd. In deze tijd kwamen Rika en Klaas in Den Haag dikwijls aan huis bij Louis de Visser. Volgens De Visser was zij 'een hartelijke meid, altijd bereid om te helpen, om je boeken te bezorgen, om dingen die je niet begreep te verduidelijken, om vreemde woorden te verklaren, enz.'. Zij wist aan de beweging 'levendigheid' te geven en richtte er de zangvereniging De Stem des Volks op. De Visser ondervond van haar 'veel kameraadschap' en erfde bij het overlijden van haar broer Dirk diens garderobe. Door haar toedoen vond een bijeenkomst plaats met Engelse socialisten, die onder leiding van J.K. van der Veer naar Nederland kwamen. Zij wisselden inzichten uit, waarbij Van der Veer in het Engels vertaalde en Rika in het Nederlands. Na haar huwelijk in 1903 was zij enkele jaren secretaresse van sir Henry Deterding te Londen. Zij woonde er op een zolderkamer en kwam één maal per maand met de boot naar Nederland om haar man, die in Velsen woonde, te bezoeken. Niet alleen is opmerkelijk dat zij na haar huwelijk alleen naar Engeland vertrok, maar ook dat zij het krijgen van kinderen uitstelde. Haar eerste kind kreeg zij met veertig jaar.

In 1906 teruggekeerd in Nederland, vestigde zij zich in 1912 met haar man in de omgeving van Rolde in Drenthe, waar deze zijn ideaal van landbouwer-ontginner in praktijk wilde brengen. Haar propagandistisch werk begon toen pas goed met tal van werkzaamheden, die compensatie voor het eenzame boerenleven vormden. Zij was bestuurslid van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, richtte een meisjeskoor op (Van Knop tot Bloem), hield lezingen en schreef artikelen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog redigeerde zij met haar man het Drentsch Volksblad, orgaan van de gewestelijke federatie van de SDAP. In Assen, waar zij toen woonden, was zij tevens bestuurslid van de Sociaal-Democratische Vrouwenclub. Haar onderwerpen waren vooral op vrouwen gericht. Zo hield zij in 1919 een lezing te Assen over het vrouwenkiesrecht, had een rubriek 'Moederhalfuurtje' onder pseudoniem in De Proletarische Vrouw en hield in 1926 een meirede over 'Vrouw in de maatschappij'. In 1925 en 1926 hield zij voor verschillende afdelingen van het Religieus-Socialistisch Verbond een lezing getiteld 'Laat de kinderkens tot mij komen' met gedachten over socialistische opvoeding. Ook sprak zij over opvoeding met het werk van de Bengaalse dichter R. Tagore als uitgangspunt en hield in 1932 lezingen naar aanleiding van het lekespel Kinderen van dezen tijd van H. Roland Holst-van der Schalk. Zij vertaalde voorts kinderverhalen en -gedichtjes in opdracht van uitgeverij W. de Haan te Utrecht. In het partijdagblad Het Volk verscheen in 1925 van haar hand een serie artikelen over de nood in de Drentse venen.

In de jaren dertig studeerde zij Russisch, nadat haar dochter zich verloofd had met een Poolse arts, die zich in de Sovjet-Unie wilde vestigen. De Vereeniging Vrienden der Sowjet-Unie (VVSU) nodigde haar uit deel te nemen aan een mei-delegatie naar dit land. Rika probeerde via Koos Vorrink als afgevaardigde van de SDAP in de delegatie opgenomen te worden, maar deze voelde hier niets voor. De reis vond in 1935 plaats. Na terugkomst hield zij in verschillende plaatsen lezingen voor de VVSU. Hierin toonde zij onder de indruk te zijn van wat zij in de Sovjet-Unie had gezien. De schriftelijke neerslag van haar enthousiaste en kritiekloze indrukken en ervaringen legde zij vast in de brochure Het wonder in de Sowjet-Unie (Amsterdam 1936). De lezingen leidden evenwel tot haar royement uit de SDAP na een lidmaatschap van veertig jaar. Het partijbestuur besloot namelijk op 16 juni 1935 dat partijgenoten die op vergaderingen van vijandige partijen of hun mantelorganisaties het woord voerden, daarmee in strijd handelden met de belangen van de partij krachtens artikel 12 van de statuten. Rika verdedigde zich in een brief van 23 juni1935, waarin zij opmerkte dat haar broer - die tegen haar werd uitgespeeld - in dit geval aan haar zijde zou hebben gestaan. Haar verdediging was tevergeefs. In een door partijvoorzitter Vorrink ondertekend briefje van 11 juli 1935 heette het, dat het partijbestuur haar 'beschouwt als te zijn geroyeerd wegens gedragingen, die de Partij benadelen'. Zij verdedigde zich in de brochure Ik vraag uw oordeel... betreffende mijn royement uit de SDAP en mijn reisindrukken uit de Sowjet-Unie (Amsterdam z.j.), waarvan twee drukken verschenen. De brochure bevat de tekst van haar lezingen voor de VVSU en de correspondentie met het partijbestuur. Partijgenoten betoonden na het overlijden van Rika en Klaas Brok (beiden in 1944) hun dankbaarheid door te zorgen voor een fraaie grafsteen met de woorden 'Hun leven was werken voor de gemeenschap'.

Archief: 

Zes lezingen in handschrift en de biografische schets 'Rika Brok-Troelstra, Libbensrin, beskreaun troch har dochter G. (=C.F.W.) Sluyter-Brok' zijn aanwezig in Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaesjesintrum (Leeuwarden).

Literatuur: 

L. de Visser, Herinneringen uit mijn leven (Amsterdam 1939) 68-69.

Portret: 

H. Troelstra, IISG

Auteur: 
Corien Rattink
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 2 (1987), p. 158-160
Laatst gewijzigd: 

25-08-2003