TUSVELD, Johan

Johan Tusveld

voorman van de Twentse arbeidersbeweging, is geboren te Almelo op 14 juli 1865 en overleden te Enschede op 19 mei 1902. Hij was de zoon van een onbekende vader en Diena Johanna Frederika Tusveld, tot 1884 Dina Johanna, Frederika Tusveld, fabrieksarbeidster. Hij had drie halfzusters en een halfbroer.
Pseudoniem: Republikein.

Bij Tusvelds geboorte was zijn moeder weduwe van de vier jaar eerder overleden Gerrit Jan Hoop. Zij voorzag in hun onderhoud door fabrieksarbeid. Na de lagere school ging Tusveld bij een sigarenmaker in de leer. Hij vervulde zijn diensttijd als milicien en ging, omdat dit wat meer opleverde, in 1885 als spinner werken in een textielfabriek in het Duitse Gronau. Daar leerde hij J. Pieterson en een zekere Van Amerongen kennen. De laatste was sociaal-democraat en gaf Tusveld en Pieterson brochures en kranten te lezen. Toen F. Domela Nieuwenhuis in 1885 in Enschede kwam spreken, liepen zij erheen om hem te horen. Tusveld en Pieterson sloten zich aan bij de afdeling Enschede van de Sociaal Democratische Bond (SDB), die toen werd opgericht.

Kort hierna kwam Tusveld te werken in de Spinnerij B.W. & H. ter Kuile 'Tubantia' in Enschede en werd actief in de jonge socialistische beweging. Hij trad als spreker op cursus- en andere vergaderingen op en vertegenwoordigde de afdeling op de SDB congressen in 1887 en 1888. Bij Tubantia werd hij in 1888 ontslagen, nadat hij als woordvoerder namens zijn medearbeiders zijn beklag bij de directie had gedaan. Hij werd aan de nodige middelen geholpen om zich als zelfstandig sigarenmaker te vestigen en bleef actief in de beweging, vooral ten behoeve van de door SDB-ers geleide neutrale Wevers- en Spinnersbond 'Vooruit', die van 1889 tot 1904 bestond en de eerste grote staking in Enschede bij Ter Kuile en Morsman van februari tot mei 1890 leidde. Tijdens de staking drong de burgemeester met politiedienaren een niet openbare vergadering van Vooruit binnen en noemde Tusveld een opruier en een lafbek. Deze doorstond echter het gesar en liet zich niet provoceren. Hij was één van de leden van Vooruit die als getuige gehoord werden tijdens de zittingen van de Parlementaire Enquêtecommissie van 1890.

Toen G. Bennink in april 1891 het blad Recht door Zee oprichtte als Twentse tegenhanger van Domela Nieuwenhuis' Recht voor Allen, schreef Tusveld hierin geregeld zijn artikelen (meestal met signatuur T.). Bij de scheuring van de SDB in 1894 bleef Tusveld in de SDB, later Socialistenbond. Volgens W.H. Vliegen, die hem voor anarchist te praktisch van aard vond, stond hij tussen de anarchisten en sociaal-democraten in. Van 1897 tot zijn dood in 1902 was hij als opvolger van Pieterson redacteur van Recht door Zee. Naast zijn artikelen in het blad schreef hij enkele toneelstukjes, zoals De macht van het geld (1893) en Het doel gemist (1894). Ook gaf hij cursussen voor lezers van Recht door Zee. In de laatste jaren van zijn leven leed Tusveld aan tuberculose. Volgens een niet te verifiëren verhaal verbleef hij op kosten van H. van Kol enige maanden in Zwitserland om te kuren. Zijn overlijden in 1902 viel tijdens de grote staking bij Van Heek & Co, waarbij Tusveld geen actieve rol meer vervulde. Hij overleed ten huize van zijn moeder, met wie hij gewed had over de vraag wie van beiden het eerst zou heengaan.

Literatuur: 

Enquête gehouden door de Staatscommissie benoemd krachtens de wet van 19 januari 1890. 2e afdeeling Twenthe (1892) 40-42; Vliegen, Dageraad II, 204-206; W.F. Schweizer, 'Johan Tusveld, strijdbaar maar bijna vergeten proletariër' in: Jaarboek Twente, 1986, 21-34; A.L.A. Wevers, 'Tusveld, Johan (1865-1902). Socialistisch voorman' in: J. Folkerts, J.M.M. Haverkate, F. Pereboom (red.), Overijsselse biografieën 2 (Meppel/Amsterdam 1992) 141-144; D. Nas, Het Twentse model (Amsterdam 1998).

Portret: 

J. Tusveld, uit Vliegen, Dageraad I (Amsterdam 1905), t.o. 360

Auteur: 
A.L. van Schelven
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 3 (1988), p. 202-203
Laatst gewijzigd: 

13-02-2003