VADER, Gerard Albert

Gerard Albert Vader

sociaal-democratisch en communistisch voorman van de arbeidersbeweging in Weesp, is geboren te Winkel (NH) op 27 september 1865 en overleden te Weesp op 27 augustus 1940. Hij was de zoon van Pieter Vader, boer, en Jetske Oudt. Op 3 maart 1892 trad hij in het huwelijk met Marretje Johanna Bermentloo, met wie hij drie dochters en vier zoons kreeg.

Na het overlijden van zijn vader hertrouwde Vaders moeder in 1867 met Martinus Scheer, een luthers zadelmaker te Medemblik die uit een eerder huwelijk al drie kinderen had. Er zouden er nog negen geboren worden. In dit grote gezin groeide Vader op. Na zijn schooltijd ging hij in de leer bij een houtbewerker. Op 24-jarige leeftijd vertrok hij naar Weesp, waar hij als timmerman mede vorm gaf aan de nieuwbouw van dit door de cacaofabriek Van Houten gedomineerde stadje. Hij trouwde er en betrok een woning in de binnenstad, waar hij zijn leven lang zou blijven wonen.

In 1896 stond Vader aan de wieg van de eerste plaatselijke vakvereniging, de Timmerliedenvereeniging Door Eendracht Verbetering. Inmiddels socialist geworden, lukte het hem met hulp van Franc van der Goes in 1899 in Weesp een afdeling van de SDAP te stichten. Vanwege een longaandoening moest hij in deze tijd zijn werk aan de villa van cacaofabrikant C.J. van Houten staken. Als depothouder van de Hilversumse coöperatie Ons Belang probeerde hij vervolgens de tering naar de nering te zetten. In 1906 werd hij als eerste socialist in de gemeenteraad van Weesp gekozen. Herman Gorter, met wie hij inmiddels bevriend was geraakt, trad hierbij op als feestredenaar. Drie jaar later gaf hij onder druk zijn zetel op toen hij meeging met de oppositie binnen de SDAP, die de Sociaal-Democratische Partij (SDP) oprichtte. Zijn baan bij de coöperatie raakte hij kwijt wegens politieke meningsverschillen en vermeende financiële malversaties, maar Gorter bezorgde hem nieuw werk als broodbezorger en depothouder van een Amsterdamse broodfabriek. Vaders bekendheid nam zowel lokaal als landelijk toe, toen hij in 1911 zijn raadszetel herwon. Als eerste en enig SDP raadslid werd hij tevens in het partijbestuur gekozen, waarin hij tien jaar zitting zou hebben. Hij kreeg een vertrouwensfunctie in Weesp, door zijn optreden als raadslid en doordat hij in zijn broodwinkeltje altijd voor iedereen met raad en daad klaar stond. Dit bleek tijdens de voedselschaarste in 1917. Hij begeleidde toen achthonderd te hoop gelopen vrouwen, die beslaglegging van winkelvoorraden eisten, naar het stadhuis. Hij wist de burgemeester tot inwilliging van deze eis te bewegen en deelde dit de menigte even later vanaf het stadhuisbordes mee. Vooral door zijn persoonlijke populariteit kreeg in 1919 de in Communistische Partij in Nederland (CPN) herdoopte SDP tien procent van de stemmen in Weesp. In hetzelfde jaar werd Vader gekozen in de Provinciale Staten van Noord-Holland. Hij zette zich daar vooral in voor de tuberculosebestrijding, waarbij het overlijden van een dochter aan deze volksziekte hem voor ogen moet hebben gestaan.

Bij de scheuring in de communistische gelederen in de jaren twintig koos Vader de zijde van de Wijnkopianen. De politieke controverse schaadde zijn vriendschap met Gorter niet. Bij diens overlijden liet hij op eigen kosten een herdenkingspamflet drukken. Toen de beide communistische partijen in 1930 weer fuseerden, haakte Vader af. 'Het is een gekkenhuis in de C.P.', schreef hij een jaar later aan de eveneens afgehaakte W. van Ravesteyn, 'Alles, alles is tot gruis geslagen door de alwetende russen'. Als partijloze bleef hij nog tot 1935 in de gemeenteraad zitten. Zijn zetel in de Provinciale Staten gaf hij op. Het bleef zijn levensdoel zich in te zetten voor de lotsverbetering van de arbeiders én om te streven naar hun culturele verheffing. In dit kader speelde hij een belangrijke rol in de Openbare Leeszaal en Bibliotheek. Hij was bovendien actief in het Witte Kruis en de tuberculosebestrijding en werd regent van het gemeentelijke weeshuis. Toen hij in 1940 overleed, kenschetste de Weesper Courant hem als 'één der meest populaire ingezetenen van Weesp'.

Literatuur: 

M. van Melle, R. van Veelen, 'De onverschrokken werker voor het socialisme in Weesp. Gerard Albert Vader (1865-1940)' in: BNA, nr. 12, april 1987, 2-44; 'Briefkaarten en brieven van Herman Gorter en anderen aan G.A. Vader, Middenstraat te Weesp' 2 afleveringen in: BNA, nr. 12, april 1987, 45-47, nr. 14, 49-68; M. van Melle, Gerard Albert Vader (1865-1940). Een sociaal bewogen leven in Weesp (Weesp 1993).

Portret: 

G.A. Vader, uit: Het Leven, 8.7.1919

Auteur: 
Marius van Melle, Rob van Veelen
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 3 (1988), p. 204-205
Laatst gewijzigd: 

10-07-2002