VEGT, Helmig Jan van der

Helmig Jan van der Vegt

een van de twaalf oprichters van de SDAP, is geboren te Zwolle op 5 januari 1864 en aldaar overleden op 26 augustus 1944. Hij was de zoon van Klaas Johannes van der Vegt, timmermansknecht en omroeper, en Aaltje Wiekmeijer. Op 2 mei 1889 trad hij in het huwelijk met Everdina Delia Hatenboer, met wie hij twee dochters en drie zoons kreeg.

Van der Vegt volgde in zijn geboorteplaats een onderwijzersopleiding en werd daarna tijdelijk benoemd in Krommenie, waar hij F. Domela Nieuwenhuis hoorde spreken. Hij was gegrepen door diens ideeën en werd lid van de Sociaal-Democratische Bond (SDB). Toen hij een vaste aanstelling als onderwijzer in Zwolle had verworven, trachtte hij daar vanaf 1887 een SDB-afdeling van de grond te krijgen. In 1889 begon hij ook met een afdeling van de Nederlandsche Bond voor Algemeen Kies- en Stemrecht ter plaatse, hetgeen hem de bijnaam Tak van 't Zwarte Water opleverde. Daarnaast ontpopte hij zich als zangmeester. In 1891 richtte hij een Zwolse afdeling van de Bond van Nederlandsche Onderwijzers op en vormde samen met Louis Cohen de redactie van het blad De Volksvriend voor SDB-leden in de IJsselstreek. Omdat zij daarin het standpunt van P.J. Troelstra steunden, werden beiden uitgenodigd om mee te werken aan de voorbereidingen voor de oprichting van de SDAP. De beslissende vergadering werd op 26 augustus 1894 door Van der Vegt in Zwolle georganiseerd en de Zwolse SDB-afdeling sloot zich onmiddellijk bij de jonge SDAP aan. Hierna bleef Van der Vegt een aantal jaren in de leiding, wisselend als voorzitter of secretaris, van de SDAP-afdeling, die langzaam aangroeide en voornamelijk leden telde onder de spoorwegarbeiders. Bij de Statenverkiezing van 1899 kreeg Van der Vegt 251 stemmen, maar binnen de afdeling werd kritiek op hem geuit wegens zijn functioneren namens de SDAP bij de Zwolsche Coöperatieve Winkelvereeniging. Als reactie op dit wantrouwen legde Van der Vegt al zijn functies neer, maar na bemiddeling vanuit het hoofdbestuur van de SDAP werd de zaak opgelost en werd hij met algemene stemmen tot voorzitter van de afdeling gekozen. In 1900 ontstond opnieuw een conflict dat in 1901 opgelost bleek. Door de SDAP werd in 1902 een raadszetel verworven, maar na de spoorwegstaking in 1903, waarbij Van der Vegt die voorzitter was van het Zwolsche Comité van Verweer bij het station tot staking opriep, ging deze weer verloren. In 1903 was hij een van de oprichters van de Zwolsche Bestuurdersbond, waarvan hij voorzitter werd. In 1908 volgde de oprichting van de woningbouwvereniging Beter Wonen, waarvan hij eveneens jarenlang het voorzitterschap vervulde, evenals van de later opgezette vereniging voor volksonderwijs in Zwolle.

Omdat zijn positie als onderwijzer in dienst van de gemeente hem belette een politieke functie te bekleden, richtte Van der Vegt zich vooral op ondersteunende werkzaamheden. Naast de genoemde taken behoorden daartoe ook het houden van spreekbeurten, het geven van kadercursussen, het opstellen van kranteartikelen en verzoekschriften en de directe contacten binnen en buiten de SDAP-afdeling. Toen Van der Vegt in 1927 veertig jaar socialist was schreef P.J. Troelstra: 'Ik herinner mij U van den aanvang van mijn werken af als de bedaarde, ijverige en toegewijde medewerker aan onze zaak. Zulke figuren zijn meer nog waard dan het werk, dat zij verrichten. Zij maken school - zij oefenen een morelen invloed, die de ouderen schraagt en de jongeren bezielt'. Na zijn pensionering (1929) stelde hij zich in 1931 beschikbaar als kandidaat voor de Zwolse gemeenteraad en voor de Provinciale Staten van Overijssel (waar hij al sinds november 1924 zitting in had), maar het afdelingsbestuur vond hem te oud en zette hem op een onverkiesbare plaats. Met ruime voorkeurstemmen werd hij toch zowel in de Provinciale Staten als in de gemeenteraad gekozen, waarna de afdeling hem royeerde. Van der Vegt bleef bij alle stemmingen en discussies trouw aan het SDAP-standpunt. De ruzie werd in 1934 bijgelegd en Van der Vegt was een tweede ambtsperiode actief, nu ook formeel als lid van de SDAP-fractie (tot 1939). In het afdelingsblad van de SDAP verzorgde hij de rubriek 'Jansje van Assendorp'. Volgens Het Volk van 18 september 1940 heeft Van der Vegt zich aangemeld bij de Nederlandse Socialistische Werkgemeenschap. Van der Vegt overleed ten slotte op tachtigjarige leeftijd in de stad, waar hij altijd gewoond, gewerkt en zich voor de beweging ingezet had. In 1985 zorgde de PvdA voor een nieuwe gedenksteen op zijn graf.

Publicaties: 

De klop op de Zwolsche deur' feuilleton in: Zwolsch Nieuws-en Advertentieblad, oktober 1931 tot september 1932.

Literatuur: 

Vliegen, Dageraad II, 252; Vliegen, Kracht I; W. Vlaanderen, 'Het graf van Helmig Jan van der Vegt' in: BNA, nr. 5, februari 1985, 58-59; Zwolsche Courant, 27.4.1985; C. Van Dijck, 'Helmig Jan van der Vegt (1864-1944)' in: BNA, nr. 6, juni 1985, 39-47.

Portret: 

H.J. van der Vegt, IISG

Auteur: 
Cathma van Dijck
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 2 (1987), p. 161-163
Laatst gewijzigd: 

30-4-2015 (beroep vader, achternaam echtgenote en datum lidmaatschap Provinciale Staten verbeterd)