VERDORST, Pieter Marinus

Pieter Marinus Verdorst

(roepnaam: Piet), mede-oprichter van de Algemeene Nederlandsche Timmerliedenbond en het NVV, is geboren te Goes op 31 juli 1858 en overleden te Amsterdam op 19 juni 1944. Hij was de zoon van Pieter Lodewijk Verdorst, arbeider, en Cornelia Schrijver. Op 5 juli 1882 trad hij in het huwelijk met Cornelia Quist, dienstbode, met wie hij zes dochters en drie zoons kreeg.

Op zevenjarige leeftijd werd Verdorst in het weeshuis te Goes opgenomen. Onderwijs volgde hij tot zijn dertiende jaar op de armenschool. Daarna ging hij bij een timmerbaas aan de slag en volgde lessen aan de burgeravondschool. Negentien jaar oud vertrok hij naar Amsterdam om daar als timmerman aan de slag te gaan. Zijn eerste kennismaking met de vakbeweging betrof de timmerliedenvereniging Door Eendracht Verbetering, waarvan hij in februari 1887 lid werd. Deze vereniging was in 1885 in Amsterdam naast Concordia Inter Nos ontstaan op initiatief van de Sociaal-Democratische Bond (SDB) en had in hetzelfde jaar met de Haagse timmerliedenvereniging Vooruitgang is Ons Streven de Nederlandsche Timmerliedenbond (NTB) gevormd. Zowel in Door Eendracht Verbetering als de NTB bekleedde Verdorst bestuursfuncties. Dat leden van Door Eendracht Verbetering ook lid van de SDB waren, drong aanvankelijk niet tot Verdorst door. 'Feitelijk wist ik dat niet. En ik zag al spoedig in, dat een dergelijke aaneenkoppeling van politieke partij en vakbeweging, in ons land althans, voor de laatste niet anders dan nadeelig kon zijn.' Hij werd één van de vurigste pleitbezorgers in de bond voor loskoppeling, wat in de zomer van 1890 gebeurde.

In 1891 liet Verdorst zich in Recht voor Allen opnieuw uit over de wenselijkheid van een onafhankelijke vakbeweging. In dezelfde tijd legde Door Eendracht Verbetering de andere timmerliedenverenigingen het plan voor een nationaal congres te beleggen om te komen tot oprichting van een Algemeene Nederlandsche Timmerlieden-bond (ANTB), die los van politieke partijen opereerde. Hoewel Door Eendracht Verbetering aanvankelijk de NTB passeerde, stemde deze uiteindelijk met het plan in. Het nationaal congres van timmerlieden vond met kerst 1891 plaats onder voorzitterschap van Verdorst. Er was echter geen meerderheid voor het plan. Pas tijdens een tweede congres met kerst 1892 werd de vorming van de ANTB met algemene stemmen aanvaard. Dit betekende de ondergang van de NTB, die echter nog tot 1895 bestond. Van de ANTB werd Verdorst de eerste voorzitter. Vanwege het lidmaatschap van de SDB van het in 1893 gevormde Nationaal Arbeids-Secretariaat (NAS) aarzelde de ANTB zich bij dit vakverbond aan te sluiten, maar deed dit toch. Hij had liever een secretariaat van uitsluitend vakverenigingen gezien. Herhaaldelijk deed de ANTB voorstellen om van het NAS een zuivere vakorganisatie te maken, wat in 1896 lukte. Verdorst werd begin 1899 tot archivaris van het NAS benoemd. Een halfjaar later legde hij deze functie neer, nadat hij tot tweede voorzitter van het NAS was gekozen. Na een conflict over financiële steun aan de Groninger sigarenmakersstaking in oktober 1899 legde hij ook deze functie neer. Hierop deed de ANTB een voorstel het NAS om te vormen. Een daartoe ingestelde commissie, waarvan Verdorst lid was, kon echter niet tot overeenstemming komen. Verdorst vond dat het NAS nadrukkelijk moest ijveren voor arbeidswetgeving. Toen een ander voorstel werd aangenomen, besloot de ANTB in 1901 uit het NAS te treden. Van het plan een nieuwe federatie van vakverenigingen te vormen kwam vooralsnog niets. Pas toen na de spoorwegstakingen van 1903, die Verdorst vanwege een internationaal timmerliedencongres in Berlijn slechts ten dele meemaakte, op verschillende plaatsen over de noodzaak van een nieuwe krachtenbundeling gesproken werd, begaf Verdorst zich samen met de sigarenmakers H.J. Bruens en F. Bommer naar Henri Polak. Zij vroegen hem zijn plannen voor oprichting van een nieuwe vakcentrale ten uitvoer te leggen. Ondanks een negatief advies van H. Spiekman, die het inzicht in landelijke verhoudingen van Verdorst niet hoog aansloeg, stelde Polak met Bruens en Verdorst de uitnodiging op voor de vergadering op 26 februari 1905, die de grondslag legde voor het NVV. De suggestie van Verdorst om de uitgenodigde organisaties niet aan te duiden als organisaties 'welke een aan het anarchisme tegengesteld standpunt innemen' nam Polak niet over. Verdorst wilde daarmee de indruk vermijden dat het om de oprichting van een sociaal-democratisch vakverbond zou gaan. Verdorst was lid van het dagelijks bestuur van het NVV tot 1920, toen binnen het verbond een structuurwijziging werd doorgevoerd. Daarnaast werkte hij voor de ANTB. In 1903 was hij als propagandist in bezoldigde dienst gekomen. Hij bleef voorzitter tot 1908 en werd toen eerste penningmeester. Door zijn penningmeesterschap vervulde Verdorst een sleutelrol in de opzet van de bond. Hij slaagde erin een sterke centralisatie door te voeren - ook van de overlijdens- en ziekteuitkeringen en van de weerstandskas - en daardoor de financiële grondslag van de bond te verstevigen. Vanwege die financiële basis hield Verdorst - bij wie eenheid binnen de timmerliedenbeweging en binnen de vakbeweging hoog in het vaandel stond - een grotere krachtenbundeling tot één bouwvakarbeidersbond enige tijd tegen. De naar verhouding redelijke welstand van de ANTB stond in zijn ogen in te schril contrast met de armlastigheid van andere organisaties. Pas in 1918 - toen op veel plaatsen gezamenlijk moest worden gestreden om de beloning in de pas te laten lopen met de kosten van levensonderhoud - deed de ANTB een poging om - zoals de katholieke bouwvakarbeiders een jaar eerder hadden gedaan - alle groepen bouwvakarbeiders in één organisatie te verenigen. Toen de ANTB in 1920 met de Centrale Bond van Bouwvakarbeiders samenging in de Algemeene Nederlandsche Bouwarbeidersbond (ANB) werd Verdorst tweede penningmeester.

Verdorst was een voorvechter van sociale wetgeving zoals bij de reorganisatiedebatten in het NAS bleek. Rond de eeuwwisseling was hij actief in comité's voor staatspensionering, de Ongevallenwet en het Collectief Arbeidscontract. Vanaf 1901 had hij zitting in de Raad van Toezicht op de Rijksverzekeringsbank en in 1908 maakte hij deel uit van de staatscommissie inzake werkloosheid. Hoewel hij het belang van de politiek voor het verwezenlijken van het vakbondsstreven goed besefte, stond hij afhoudend tegenover voorstellen uit de vakbeweging om samen met de SDAP te ijveren voor algemeen kies- en stemrecht. Pas in 1909 besloot hij toe te treden tot de SDAP. 'Het was bij een verkiezing, dat ik het in een debat opnam voor de Kamerkandidatuur van Vliegen. Ik dacht, toen het debat afgeloopen was, dat het toch wat gek was, wel debatteeren en geen lid zijn van de partij. En dadelijk daarop werd ik lid', herinnerde Verdorst zich bij zijn pensionering in 1923. Oudegeest noemde hem bij die gelegenheid 'Piet Wagenschot' om aan te geven dat 'bij Piet alles haaksch is. De meeningen worden vierkant en krachtig uitgesproken en van schipperen weet Piet doorgaans niet'. Coen van der Lende dichtte: 'Zoo ging je, kop gericht, door donk're dagen, / Met stagen tred en vastgeklemde vuist, / Jij wist den weg, bij intuïtie juist / En wees ons 't pad, dat zelve wij niet zagen.' Na zijn afscheid van de vakbeweging verhuisde Verdorst naar Schoten bij Haarlem, maar na enige tijd keerde hij terug naar Amsterdam, waar hij op 85-jarige leeftijd overleed.

Literatuur: 

Vliegen, Dageraad II, 389-390; De Bouwer, 26.7.1923; 'Het afscheid van Piet Verdorst' in: Het Volk, 30 en 31.7.1923; J. Oudegeest, De geschiedenis der zelfstandige vakbeweging in Nederland. 2 delen (Amsterdam 1926 en 1932); A.J.C. Rüter, De spoorwegstakingen van 1903 (Leiden 1935, Nijmegen 1978); K., 'Piet Verdorst wordt zondag 80 jaar, een der pioniers, die de vakbeweging hebben opgebouwd' in: Het Volk, 30.7.1938; A. Leusink, Op hechte fundamenten (Amsterdam 1950); Fr. de Jong Edz., Om de plaats van de arbeid (Amsterdam 1956); R. Heldoorn, De Algemeene Nederlandsche Timmerliedenbond in de jaren 1893-1906 (Amsterdam 1977); J. Giele, 'Socialisme en vakbeweging. De opkomst van socialistische vakorganisaties in Nederland (1878-1890). Deel 1' in: Jaarboek arbeidersbeweging, 1978, 27-82; P. van Slooten, A. Wits, Mijn beroep is timmerman. Het timmervak en de organisatie(s) van timmerlieden 1865-1893 (scriptie Amsterdam 1981).

Portret: 

P.M. Verdorst, Bouw- en Houtbond FNV, Woerden

Auteur: 
Jeroen J.C. Sprenger
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 4 (1990), p. 209-211
Laatst gewijzigd: 

29-04-2003