ZWERTBROEK, Gerrit Jan

Gerrit Jan Zwertbroek

(roepnaam: Ger), oprichter VARA en journalist, is geboren te Zaandam op 23 augustus 1893 en overleden te Amsterdam op 20 oktober 1977. Hij was de zoon van Anthonie Zwertbroek, schipper, scheepstimmerman, later uitvoerder van walwerken, en Antje Nel. Op 30 mei 1917 trad hij in het huwelijk met Gerarda de Roos, met wie hij een dochter en een zoon kreeg.

Zijn jeugd bracht Zwertbroek door in Haarlem, waar hij na de doopsgezinde lagere school leerjongen werd in een bloemisterij. 's Avonds bezocht hij de handelsschool. Op zijn achttiende sloot hij zich aan bij SDAP en NVV. Van de door hem mee opgerichte Jongelieden Geheelonthoudersbond (JGOB) werd hij algemeen secretaris en redacteur. In 1919 kwam hij als bureauchef op het SDAP-secretariaat. Toen richtte hij ook het radicale rode jongerenblad De Daad op. Overgestapt naar De Arbeiderspers werd hij chef abonnementen, propaganda en uitgeverij. Samen met de radioredacteur van Het Volk, Levinus van Looi, nam hij het initiatief tot oprichting van een Vereeniging van Arbeiders Radio Amateurs (VARA, 1925), waarvan hij als omroepsecretaris de dagelijkse programmaleiding kreeg. Hij toonde zich, volgens onder meer J.B. Broeksz, destijds één der zeldzamen in de arbeidersbeweging, die de latere machtige invloed van het nieuwe omroepmedium voorzagen en wisten te hanteren. Als grondlegger van VARA's roemruchte hoorspeltraditie en ook als geliefd radiospreker over politieke onderwerpen droeg hij er tot aan zijn val in 1934 sterk toe bij, dat de VARA een ledental van ruim honderdduizend wist te bereiken.

Dankzij zijn populariteit werd hij ook gekozen in het SDAP partijbestuur. Daar keek men huiverig aan tegen Zwertbroeks voortijdige illegale activiteiten tegen het zojuist gevestigde Hitler-regime met een geheim, op Duitsland gericht radiozendernet (onder andere vanuit de VARA-studio) en Pimpernel-achtige komplotten om belangrijke socialistische personen en documenten uit het Derde Rijk naar Nederland in veiligheid te brengen. Toen Zwertbroek na de executie in Berlijn van Rinus van der Lubbe demonstratief vijf minuten stilte liet uitzenden, nam het kabinet-Colijn voor straf de VARA zendtijd af. Een pauze-signaal met het thema van de (verboden) 'Internationale' leidde eveneens tot regeringsmaatregelen. Ook het programmeren van gevluchte Duitse kunstenaars (Ernst Busch, Hanns Eisler) voor de VARA-microfoon werd gevaarlijk geacht. In 1934 werd Zwertbroek onder groot stampei gewipt, zowel uit het partijbestuur als uit zijn VARA-functie, en dit op een manier die het VARA-bestuur achteraf noopte tot verbranding van de desbetreffende notulen. Het schandaal kostte de rode omroep vijftien tot twintig duizend leden. Hijzelf schreef zijn uitwerping toe aan joodse kopstukken in SDAP en VARA als Ed Polak, dr. L. Heijermans en Meijer Sluijser. Mogelijk verklaart dit de antisemitische agressie, die de rest van zijn lange leven verbitterde.

Enige tijd hield hij voeling met de Communistische Partij in Nederland (CPN) en maakte op uitnodiging een studiereis door de Sovjet-Unie. Maar al gauw trok hij zich terug uit alle politieke bedrijf om als redacteur te werken bij het neutrale plaatjesblad De Week in Beeld. Wel beijverde hij zich intussen voor ideël getinte groeperingen als de theosofen, Morele Herbewapening en de Bellamy-vereniging. In 1937 kwam hij ook politiek weer naar voren, in de Nederlandse Volkspartij van de fascistische dominee G. van Duyl, vervolgens in E. Voorhoeves Verbond van Dietse Nationaal-Solidaristen en tenslotte bij Arnold Meijers Zwart Front, waar hij na de (in internering doorgebrachte) oorlogsdagen van mei 1940 directeur werd van de partij-uitgeverij De Veste. In die zomer was hij ook degene, die de beruchtgeworden mislukte poging tot samenwerking met Koos Vorrink als diens oude AJC-vriend aanzwengelde. Kort daarna royeerde Meijer Zwertbroek, toen deze voorstander bleek van Anschluss bij het Derde Rijk. Hij belandde bij Van Rappards Nationaal-Socialistische Nederlandse Arbeiders Partij en vandaar haalde H.J. Woudenberg hem binnen in het Nederlands Arbeidsfront als redacteur en vormingsleider. Dit werd zijn springplank om alsnog, na eerdere vergeefse pogingen, bij de genazificeerde Nederlandse Omroep voor de microfoon te komen met politieke praatjes. Daarin probeerde hij, met misbruik van zijn vooroorlogse VARA-populariteit, aan de luisteraars nazisme te verkopen als socialisme. De Duitse bezetters beschouwden hem, naast Max Blokzijl, als de enige bruikbare radiopropagandist voor hun doeleinden. Aan de vooravond van 1 mei 1943 beraamde de illegaliteit daarom een moordaanslag op hem, die door slordige voorbereiding faalde.

Na de Bevrijding werd hij veroordeeld tot acht jaar. In die tijd omspon hij zijn ideële wereld met een religieuze sluier, aanvankelijk katholiek, maar toen hij zich in die kring onmogelijk had gemaakt door excentriek gedrag, stichtte hij op een bovenhuisje in de Jordaan een eigen sekte. Tijdens de Provojaren (jaren zestig) trad hij in monnikspij op als antisemitische boeteprediker in het Centraal Station en elders te Amsterdam. Een officiële krankzinnigheidsverklaring vrijwaarde hem van rechtsvervolging.

Archief: 

Manuscript Die Geschichte meines Lebens. Ab 23 August 1893 bis 27 November 1966, Erster Konzept. Johannes Swertbroek, particulier bezit J. van de Merwe (Amsterdam).

Publicaties: 

Jeugd (Haarlem z.j.); Slaven van het kapitalisme of vrije menschen? (Amsterdam 1931); Egoïsme of gemeenschapszin? (Amsterdam 1932); Kapitalistische wanorde of socialistische orde? (Amsterdam 1933); Hallo! Is hier de VARA? Wáár blijft dan het vrije woord? (Hilversum 1934); S.O.S., VARA! (Hilversum 1934).

Literatuur: 

JGOB-gedenkboek uitgegeven ter gelegenheid van zijn vijfjarig bestaan 1912-20 dec-1917 (1917); Gedenkboek van den Jongelieden Geheelonthouders Bond 1912-26 dec-1922 (Den Haag 1922); G. Harmsen, Blauwe en rode jeugd (Assen 1961); D.P.J. van Reeuwijk, Damsterdamse extremisten (Amsterdam 1966) 83-90; J. van de Merwe, 'De paria van de VARA' Vrij Nederland Bijlage, 16.4.1983; H. Schippers, Zwart en Nationaal Front. Latijns georiënteerd rechts-radicalisme in Nederland (1922-1946) (Amsterdam 1986); G.R. Zondergeld, Een kleine troep vervuld van haat. Arnold Meijer & het Nationaal Front (Houten 1986); H. Wijfjes, Radio onder restrictie (Amsterdam 1988); J.v.d. Merwe, Het zwarte schaap van de rooie familie (Amsterdam 1989); C.H. Wiedijk, Koos Vorrink. Gezindheid, veralgemening, integratie. Een biografische studie (1891-1940) (Groningen 1986).

Portret: 

G.J. Zwertbroek, particulier bezit

Auteur: 
Jaap van de Merwe
Oorspronkelijk gepubliceerd in: 
BWSA 1 (1986), p. 165-167
Laatst gewijzigd: 

23-05-2002